Sprookjesbos
SprookjesbosBord2.jpg
Bord naast de Heksenpoort
Locatie Marerijk
Type Walkthrough
Ontwerp Anton Pieck, latere toevoegingen Ton van de Ven, Henny Knoet, Michel den Dulk, Robert-Jaap Jansen, Karel Willemen, Pim-Martijn Sanders en Alessio Castellani
Geopend 1952
Thema sprookjes
Attracties

Het Sprookjesbos is een dichtbegroeid gebied van zes hectare in Marerijk waar sinds 1952 diverse sprookjes staan uitgebeeld. De uitbeeldingen kunnen scènes in overdekte gebouwen zijn, tafereeltjes in de openlucht, of in de vorm van een animatronic, beeld of fontein. Het is de eerste attractie die door Anton Pieck en Peter Reijnders ontworpen werd en staat daarmee aan de basis van de rijke geschiedenis van de Efteling. Het Sprookjesbos is in de loop van bijna vijfenzestig jaar danig uitgebreid. Latere toevoegingen zijn ontworpen door Ton van de Ven, Henny Knoet, Michel den Dulk, Robert-Jaap Jansen, Karel Willemen, Pim-Martijn Sanders en Alessio Castellani.

In het Sprookjesbos zijn negenentwintig uitbeeldingen te zien van mythische figuren en sprookjes van beroemde sprookjesschrijvers als de gebroeders Grimm, Hans Christian Andersen en Charles Perrault, maar ook onbekendere verhalen van bijvoorbeeld Koningin Fabiola en sprookjes bedacht door de Efteling zelf. Al deze sprookjes zijn volgens een vastgestelde route te bekijken, maar via sluipwegen is het ook mogelijk een eigen route te volgen.

Verder zijn er negentien muzikale paddenstoelen, twee Holle Bolle Gijzen, een toiletgroep, een horecapunt, drie herdenkingsmonumenten, drie rookzones en een openluchttheater in het Sprookjesbos te vinden.

Sprookjes

De 29 uitgebeelde sprookjes, op volgorde van de route, zijn:

Geschiedenis

Zie Geschiedenis van het Sprookjesbos voor een uitgebreide beschrijving van het ontstaan en de ontwikkeling van het Sprookjesbos.

Bouw van het kasteel van Doornroosje
Beknopte tijdlijn toevoegingen aan Sprookjesbos
1952 – Kasteel Doornroosje
PaddenstoelenparcoursLangnekSprekende PapegaaiChinese Nachtegaal
– Put en huisje Vrouw HolleKleine Boodschap
– Grot SneeuwwitjeHerautenplein (Kikkerkoning, de Magische Klok 
   en Prinsenpoort)
1953 – Inrichting en bewoners kasteel Doornroosje
Roodkapje en de wolf
– De Rode Schoentjes
1954 Heksenpoort
– Borstbeeld Kogeloog
1955 In de Noordpool
Hans en Grietje
1956 Ezeltje Strekje in de Speeltuin
1957 – Duiventil Bruidskleed van Genoveva
1958 Vliegende Fakir
1959
1960 – Huisje grootmoeder Roodkapje
1961 Tien jaar Kindervreugde
1962 Spiegeltje aan de Wand
1963 Sprookjesmuseum
1964 De Dansende Dolfijn
1965 Verkooppunt op Herautenplein
1966 De Indische Waterlelies
1967 – Horecapunt Kogeloog en Wagen Gijs (beeld Kogeloog weg)
1968
1969
1970 Zeemeermin vervangt de Dansende Dolfijn
Opa Gijs
1971
1972 Grote Kabouterhuis
1973 Kapitein Gijs
De Wolf en de Zeven Geitjes
1974 Holle boom met Muziekkabouter
1975 – Kinderkamer bij Zeven Geitjes
– Nieuwe grot Sneeuwwitje
1976
1977 In den Ouden Marskramer
1978
1979 Draak Lichtgeraakt, vervangt Chinese Nachtegaal
1980 Kabouterdorp compleet
1981 – Nieuw kasteel Doornroosje, uitgebreid met boze fee
1982
1983
1984 – Verplaatsing Ezeltje Strekje naar Herautenplein
1985 Sprookjesbos-bord
1986
1987
1988 Trollenkoning
1989
1990
1991
1992 – Japanse tuin met Gedenkzuil
1993
1994
1995
1996
1997
1998 Klein Duimpje
RepelsteeltjeOpenluchttheater
1999 – Herberg 'De Ersteling'
– Kasteel Stiefmoeder met Toverspiegel
– De Chinese Nachtegaal
2000 – Effecten en grapjes door hele bos
   o.a. Verlaten heksenbezem
2001 Raponsje
2002
2003
2004 Het Meisje met de Zwavelstokjes
2005
2006 Vrouw Holle
2007
2008
2009 Assepoester
2010 Sprookjesboom
2011
2012 De Nieuwe Kleren van de Keizer
2013
2014
2015
2016 Pinokkio
2017 – Nieuw huisje Roodkapje

De opening van het Sprookjesbos wordt tegenwoordig gezien als het startmoment van de Efteling. De Efteling begon eigenlijk al een jaar eerder met de opening van het Theehuis en de Speeltuin. Op een familiefeest tijdens dat jaar weet burgemeester Van der Heijden zijn zwager, cineast Peter Reijnders, te strikken om mee te denken over de mogelijkheden om het park aantrekkelijker te maken. De vrouw van de burgemeester komt op het idee van een sprookjestuin, zoals het dat jaar door Philips aangelegde tijdelijke sprookjestuin in Eindhoven. Reijnders, werkzaam bij Philips, denkt aan een permanente driedimensionale variant hiervan. Hij beschikt over een groot technisch vernuft en bedenkt zodoende allerlei trucs en mechaniekjes om sprookjesuitbeeldingen tot leven te doen komen. Voor de uiterlijke vormgeving belt Reijnders naar de op dat moment bekende illustrator van sprookjesboeken, Anton Pieck. Na enig aandringen weet Reijnders Pieck over te halen.

Anton Pieck maakt honderden ontwerpen voor talloze bouwwerken, sprookjesfiguren en decoraties. Gedurende de lente van 1952 wordt in het voormalige sportpark een sprookjesbos gerealiseerd met tien bewegende sprookjestaferelen. De opening van het Sprookjesbos vindt plaats op 31 mei 1952, waarbij de poorten zonder enig ceremonieel worden geopend. Op dat moment zijn er tien uitbeeldingen gerealiseerd: Doornroosje, Sneeuwwitje, Herautenplein (Kikkerkoning en De Magische Klok), de Chinese Nachtegaal, Sprekende Papegaai, De Zes Dienaren, Paddenstoelenparcours, Put van Vrouw Holle, Kleine Boodschap en het Souvenirhuisje. In de jaren erna volgen er meer sprookjes waaronder de Rode Schoentjes (1953), Hans en Grietje (1955) en de Vliegende Fakir (1958). En nog steeds wordt het Sprookjesbos om de paar jaar uitgebreid met nieuwe toevoegingen: sprookjes als Raponsje (2001), het Meisje met de Zwavelstokjes (2004), Assepoester (2009) en Pinokkio (2016). Maar ook zaken als infrastructuur, horeca en het updaten van oudere scènes blijven aandacht krijgen.

Route

Plattegrond in 1953

Zie Route Sprookjesbos voor een volledige beschrijving van de Sprookjesbosroute.

De meeste sprookjes in het Sprookjesbos worden in de aanloop ernaartoe aangekondigd op een houten bord. Wie deze officiële Route Sprookjesbos (ook wel Sprookjesbosroute genoemd) volgt, zal langs alle sprookjes komen en hoeft dus niets te missen.

Wie beter zijn weg weet en gericht op zoek is naar een specifiek sprookje, kan ook gebruik maken van één van de sluiproutes.

Oorsprongen

De uitgebeelde sprookjes in het Sprookjesbos gaan terug op verschillende bronnen. De belangrijkste daarvan zijn de verzamelde sprookjes van de gebroeders Grimm en Charles Perrault, wat ook de bekendste sprookjes in onze samenleving zijn.

Jacob Ludwig Karl en Wilhelm Karl Grimm waren twee Duitse taalkundigen die door het verzamelen van volksvertellingen en sprookjes in hun bundel Kinder- und Hausmärchen tot de belangrijkste sprookjesverzamelaars horen. In het Sprookjesbos zijn twaalf sprookjes van de gebroeders Grimm uitgebeeld: Doornroosje, De Wolf en de Zeven Geitjes, Sneeuwwitje, Roodkapje, Hans en Grietje, Repelsteeltje, Vrouw Holle, De Zes Dienaren, Raponsje, De Kikkerkoning, Tafeltje dek je, Ezeltje strek je en Assepoester.

Charles Perrault was een schrijver en jurist die aan het eind van de zeventiende eeuw bekend werd met zijn verzameling "Sprookjes van Moeder de Gans". Deze verhalen kwamen vaak ook weer terug in het werk van Grimm. In het Sprookjesbos zijn uit de verzameling van Perrault Assepoester, Roodkapje, Doornroosje en Klein Duimpje uitgebeeld, waarbij echter bij de eerste drie (grotendeels) de Grimmbewerking wordt gevolgd.

Vijf sprookjes werden geschreven door de Deense dichter en schrijver Hans Christiaan Andersen: De Rode Schoentjes, De Kleine Zeemeermin, het Meisje met de Zwavelstokjes, De Chinese Nachtegaal en de Nieuwe Kleren van de Keizer. Ook uit de negentiende eeuw is het verhaal van Pinokkio, geschreven door Carlo Collodi. De Indische Waterlelies is een uitbeelding van één van de "Twaalf wonderlijke sprookjes" die door de Belgische koningin Fabiola in 1955 werden gepubliceerd.

De andere negen uitbeeldingen zijn in hoofdzaak gebaseerd op originele ontwerpen van Anton Pieck. In sommige gevallen werd besloten om er een verhaal aan te knopen, zoals bij De Magische Klok en het Bruidskleed van Genoveva. Bij bijvoorbeeld de Fakir en Draak Lichtgeraakt werd besloten om de uitbeelding voor zich te laten spreken. Pas later werd aan dergelijke figuren alsnog een verhaal gekoppeld, en, verwarrend genoeg, zijn deze verhalen in de loop der jaren verwisseld of aangepast. Zo kent het Kabouterdorp het verhaal "De Gouden Stemvork", geschreven door Martine Bijl voor het sprookjesboek Sprookjes van de Efteling, maar schreef Gerrie van Dongen voor haar boek Sprookjesboek van de Efteling een nieuw verhaal.

Uitbeelding

De telling

Een ruiter te paard op de Magische Klok

Er zijn dus eigenlijk twee soorten sprookjes te onderscheiden: uitgebeelde sprookjes en sprookjesfiguren. Tot die laatste categorie horen illustere personages als de Trollenkoning en de Draak, waarbij in de Efteling als dusdanig geen verhaal wordt verteld, maar die een voorstelling zijn van bekende mythologische figuren. Hoewel de Efteling anno 2012 voor alle sprookjesloze uitbeeldingen een eigen verhaal heeft gemaakt, beelden de figuren geen verhaal uit. Het gaat hier meestal enkel om het interactieve element (de wijzer op de steen, de kroon in de schatkist) dat door middel van een fantasierijke uitbeelding (een pratende trol, een woeste draak) tot leven komt.

Een precieze telling maken van hoeveel sprookjes er eigenlijk in het Sprookjesbos te vinden zijn, is daarom behoorlijk moeilijk. Kun je de Kleine Boodschap Kabouter bijvoorbeeld wel een sprookje noemen? En hoe om te gaan met verschillende uitbeeldingen die hetzelfde sprookje vertegenwoordigen zoals dat bij Vrouw Holle (put en huisje) en Sneeuwwitje (grot en kasteeltje) het geval is? In 2001 werd in het persbericht naar aanleiding van de opening van Raponsje vermeld dat Raponsje officieel het vierentwintigste sprookje is, en sindsdien telt de Efteling zo door. Bij de opening van Vrouw Holle in 2006 werd er niet geteld, en gemeld dat het een uitbreiding is van een al bestaand verhaal in het Sprookjesbos. De huidige telling staat zodoende op 29. Op parkplattegronden zijn verschillende tellingen gehanteerd; de huidige komt echter ook op de 29 uit. Eftepedia maakt daarom ook gebruik van deze telling, waarin Gijzen dus niet worden meegeteld.

Keuze voor scènes

Een interessantere vraag is wellicht waarom de sprookjes in het Sprookjesbos op hun huidige manier staan uitgebeeld en niet op een andere. Veel heeft ongetwijfeld te maken met financiële en technische beperkingen, maar desalniettemin is er een patroon te ontdekken. De sprookjes in het Sprookjesbos zijn ofwel een behuisd loertafereel (de figuren zitten binnen, de bezoeker kan dit vanaf buiten bekijken), een geconditioneerd binnentafereel (zowel de uitbeelding als de bezoeker staan binnen) of een openluchttafereel. Die laatste categorie telt ook twee fonteinen, twee beeldjes en een sprookje met levende dieren.

De keuze voor de scène die uitgebeeld wordt uit de sprookjes is opvallend. Het einde van een sprookje, of een uitbeelding na afloop van het verhaal, wordt zeven keer getoond; bij de Zes Dienaren, de Chinese Nachtegaal, de Rode Schoentjes, Assepoester, de Magische Klok, het Meisje met de Zwavelstokjes en de Nieuwe Kleren van de Keizer. Drie daarvan lopen niet eens goed af. Bij de meeste sprookjes is gekozen voor hét moment van spanning in het sprookje: bij Doornroosje wachten we op de prins die haar wakker zal kussen, Roodkapje staat net voor de deur van grootmoeder, de wolf klopt aan bij de zeven geitjes en Klein Duimpje is net bezig met het stelen van de zevenmijlslaarzen. De tijd is stilgezet net voor de grote climax van het verhaal. De Sprookjesboom, die in 2010 werd toegevoegd aan het bos, is daarom een vreemde eend in de bijt. De boom vertelt over de verschillende figuren alsof het vrienden van elkaar zijn en na afloop van hun sprookjes.

Assepoester

Het gevolg van de gekozen scènes is wel dat wie de begeleidende verhalen niet kent, al meteen de spannendste scène voorgeschoteld krijgt. Bij sprookjes waar het verhaal verteld wordt moet eerst naar het punt in het verhaal toegewerkt worden, om daarna pas te weten te komen hoe het afloopt. Het aantal verhalen dat in de Efteling verteld wordt is overigens slechts dertien. Bij een aantal sprookjes, en zelfs bij die waar het verteld wordt, is een boek opgesteld waar een korte samenvatting van het verhaal te lezen valt. De verhalen worden allemaal verteld in de derde persoon, de verteller of vertelster vertelt het verhaal terwijl de scène zich afspeelt. In het geval van de Magische Klok en de Zes Dienaren zijn we op de plek waar het verhaal zich ooit afspeelde, terwijl Peter Reijnders ons verhaalt over wat er gebeurt is met de prinsen en Langnek. Ook nu vormt een recent geopend sprookje een uitzondering op de regel: Assepoester vertelt tijdens de scène zelf haar verhaal, als ware het een terugblik op wat haar is overkomen, terwijl ze zelf in de scène het sprookje ondergaat.

Afwijkende en missende sprookjes

Van de oorspronkelijke sprookjes die in het Sprookjesbos staan uitgebeeld, zijn er enkele waar afgeweken wordt van het verhaal zoals dat door de auteur geschreven is. Het gelukkige einde van de Rode Schoentjes staat in fel contrast met het intens droevige einde van Andersens oorspronkelijke sprookje. De Indische Waterlelies is sterk ingekort en vereenvoudigd. Je zou denken dat dit gedaan wordt om, net als in veel Disney-films, de meest gruwelijke zaken te besparen voor de kleinste bezoekertjes. Bij Roodkapje is deze overweging nog leidend geweest, maar meer recent durfde men het wel aan om het stervende meisje met de Zwavelstokjes uit te beelden.

Dan zijn er nog de verhalen die in het geheel niet zijn uitgebeeld. Het is vreemd om je te realiseren dat veel bekende verhalen nog maar vrij recent een plaatsje hebben gekregen in het Sprookjesbos, zoals Repelsteeltje en Assepoester. Dan zijn er ook verhalen die zich wel in de Efteling bevinden, maar niet in het Sprookjesbos. Zo zijn Zwaan Kleef Aan en de Bremer Stadsmuzikanten te vinden op het Anton Pieckplein. En dan zijn er nog al die verhalen die de Efteling wel ooit heeft gepubliceerd (voornamelijk op de oude sprookjesplaten en recent in het boek Meer Sprookjes van de Efteling), maar nog nergens in het bos te bewonderen zijn. Het toont aan dat het park een schier onuitputtelijke bron aan verhalen heeft, maar tot hoelang het opvullen van die zes hectare nog kan gebeuren is de vraag.

Flora en fauna

Het bos

Een bos hoort natuurlijk groen te zijn, maar dat is het steeds minder geworden. Naar mate de bomen hoger en dichter werden, stierf de onderbegroeiing af. Daarom werd in 1998 het Groenplan Sprookjesbos gelanceerd. Door selectief kappen en snoeien moest het bladerdek meer licht gaan doorlaten om zo de lagere begroeiing meer kans te geven. Op sommige plaatsen zijn de stammen wel blijven staan, om het bos zo toch een aanblik van een dichtbegroeid bos te geven.

Met de komst van de Pardoespromenade in 2001 is een flinke groenstrook aan de rand van het Sprookjesbos verdwenen. Met name het gedeelte tussen De Zes Dienaren en De Rode Schoentjes heeft hier onder te lijden. Bij de bouw van Pinokkio tijdens de winter van 2015-2016 werden veel struiken en bomen verwijderd, en jonge boompjes aangeplant.

Dieren

Muizen komen veelvuldig voor in het Sprookjesbos

In het bos wonen veel dieren, waaronder veel vogels als de boomklever, het goudhaantje, de bonte specht, de zanglijster en de ijsvogel. Verder onder andere groene en bruine kikkers, kleine watersalamanders, gewone padden, bosmuisjes en eekhoorns.

Het hart van de Efteling

Het Sprookjesbos is sinds de beginjaren het gezicht van de Efteling, en diverse Sprookjesfiguren leenden hun beeltenis dan ook aan uitingen buiten het Sprookjesbos. Met name Langnek en de Kleine Boodschap-kabouter zijn heel bekend, maar ook andere figuren spelen een rol, zoals bijvoorbeeld de Heraut op de aankondigingsposter. Op het Eftelingwapen vinden we de Kleine Boodschap-kabouter, de Heks, en twee geknielde kabouters die bijzonder veel overeenkomst vertonen met de dwergen bij Sneeuwwitje.