Boodschap 73x73.png

Dit artikel gaat over de uitbeelding van Assepoester in het Sprookjesbos. Zie Assepoester (doorverwijspagina) voor andere betekenissen.

Assepoester
De prins past het muiltje
Geopend 2009
Gebaseerd op Assepoester
Opgetekend door Charles Perrault / Gebroeders Grimm
Ontwerp Karel Willemen
Muziek René Merkelbach
Ingesproken door Sandy Kandau
Figuren 2, exclusief dieren
Opvolger van remise
Vorige Bruidskleed van Genoveva
Volgende Kikkerkoning
Sprookjesbos, overzicht

Assepoester is een sprookje over een vrouw die woont bij haar stiefmoeder en -zussen en als slaaf wordt behandeld, maar met de hulp van een goede fee op het bal mag dansen met de prins die verliefd op haar wordt en haar weet te traceren met een verloren muiltje. Het is een oud volkssprookje waarvan vele variaties bekend zijn. De meest bekende optekening is die door Charles Perrault in Sprookjes van Moeder de Gans uit 1697, maar ook de gebroeders Grimm namen het op in hun Kinder- und Hausmärchen.

In de Efteling is het de negentiende uitbeelding op de route in het Sprookjesbos, tussen Sneeuwwitje en horecapunt Kleyne Klaroen. Het is uitgebeeld in de vorm van een landhuis van de stiefmoeder van Assepoester, waar de bezoeker via een tuin naar binnen kan wandelen om aldaar te aanschouwen hoe Assepoester haar eigen verhaal beleeft. Deze uitbeelding naar ontwerp van Karel Willemen is sinds 2009 te vinden aan het Herautenplein. Het sprookje is echter al sinds 1963 aanwezig in de Efteling, toen het gouden muiltje werd toegevoegd als één van de attributen in het Sprookjesmuseum.

Uitbeelding

Zuil met klokje, pompoen en muiltje

Tussen de grot van Sneeuwwitje en de Kleyne Klaroen staat een muurtje met hekwerk met daarin een grote en een kleinere doorgang. Bovenop de zuilen van het hek staan pompoenvormige ornamenten, en in het stucwerk is een klok met de wijzers op twaalf uur aangebracht, een hint van wat we hier gaan aantreffen. Via de grote doorgang komen we in een tuintje, waar een slingerend paadje ons brengt bij de ingang tot het landhuis van de stiefmoeder van Assepoester. Binnen is het verhaal van Assepoester te aanschouwen, dat vanuit de eerste persoon verteld wordt.

Tuin

Zerk van de moeder

Lopend door de tuin komen we een (naamloze) zerk tegen voor een hazelaar. Op het graf staat een lantaarntje en ligt een klein bosje bloemen. Er klinkt een fluitdeuntje. Hier blijkt Assepoesters biologische moeder begraven te liggen:

Rust zacht
Lieve Moeder
Moge Uw liefde mij leiden door licht en duisternis

Voorgevel van het landhuis
Stiefmoeder tuurt naar buiten

We staan nu voor de woning van Assepoester en haar stieffamilie, een landhuis met de voorgevel haaks op het Herautenplein. Het is een fiks en hoekig gebouw. Op de begane grond een ingang, dan een soort schuurachtige betimmering, en rechts een uitgang in een torentje. De eerste verdieping heeft vier ramen waarvan de luiken gesloten zijn, behalve het tweede raam van rechts. Af en toe kijkt hier de stiefmoeder naar buiten. Boven elk van de ramen is een ornamentje aangebracht van een klokje dat middernacht wijst. Het pannendak met twee dakkapelletjes is beduidend minder hoekig dan het gebouw waar het op rust. Rechts van ons zien we nog enkele grote kisten en pompoenen in de tuin staan.

Voorportaal en gaanderij

Eenmaal binnen komen we in een voorportaaltje. Bovenin nestelen enkele duiven, wier geroek we duidelijk horen. Op de muur voor ons hangt een klok die vijf voor twaalf wijst, met een toelichting erop:

't Is beter dat u verder gaat
Wanneer de klok op twaalven staat.

Als de wijzers van de klok inderdaad naar middenboven wijzen, kunnen we verder lopen naar de gaanderij waar het verhaal verteld wordt.

Voorstelling

Assepoester en de prins
Assepoester en de prins

Door drie grote ramen met roedeverdeling kunnen we het huis inkijken. We zien de bijkeuken waar Assepoester normaliter huist. Links hangt een grote kookpot boven een vuur en is een grote uil gezeten. Rechts is een toegangsdeur met ervoor een fikse hoeveelheid duiven, en op de grond een stapel ongepoetste schoenen waar enkele Pieckmuisjes in huizen. Vooraan staat een grote speeldoos.

De sleutel in de speeldoos windt hem op en de speeldoos begint met gesloten deksel te spelen. Als hij weer stopt, vangt Assepoester aan met het verhaal dat ze vertelt in de eerste persoon in een nogal gekunsteld rijm. Het werd geschreven door Karel Willemen, die koos voor de ik-vorm om daarmee het verhaal dichtbij het publiek te brengen. Ze kijkt terug op de gebeurtenissen precies tot aan het moment dat het muiltje gepast zal gaan worden.

Het is alweer een poos geleê, maar nooit uit mijn gedachten,
dat wonderen de prins en mij, voor even samenbrachten.

De prins had voor zijn bal genodigd, alle meisjes uit het land,
Zo vurig hopend op de ware, die hij vragen kon, haar hand.

Mijn stiefzusters, gevoed door hebzucht, waren er als eerste bij.
En ik, de huissloof, mocht niet mee. Moest poetsen, want dat paste mij.

Duiven en muizen

De deur aan de rechterkant van de scène gaat open in onze richting, dus we zien alleen wat licht en schaduwen uit de opening vallen. Het blijken de stiefzussen te zijn die een voortgangsindicatie willen inzake hun te poetsen schoenen, ondersteund door een deuntje:

Assepoester! Zijn mijn schoenen al gepoetst? Nee de mijne! Eerst de mijne! De mijne!

O, schiet op luilak!

We gaan naar het bal! Ja we gaan naar 't bal, ja o hoehoe, en de prins ook, oh hi hi ja

De deur sluit en de speeldoosmuziek hervat, nu aangevuld met een viool.

Toen zij reeds naar het bal toe waren, huilde ik bitter op moeders graf.
Een jurk van goud, en glazen muiltjes, waren wat haar goede geest mij gaf.
Haar stem zo hemels sprak: "Ga snel, maar bij het schijnsel van de maan,
voor klokslag twaalven moet je vluchten, is het feest voor jou gedaan."

Speeldoos met walspaar

Walsmuziek zwelt aan en de speeldoos klapt open. Bovenop de schijf waar de muziek in is gecodeerd staat een beeldje van Assepoester en de prins die met de schijf in het rond zwieren (maar de speeldoosmuziek is juist niet meer te horen). Assepoester vervolgt:

Ik bezocht het bal gelijk een dame. Hij vroeg mij ten dans, de prins.
Wij werden daar op slag verliefd, verlegen, blozend enigszins.
Toen plotsklaps, de klok sloeg twaalven, de betovering haast voorbij.
Ik vluchtte weg van het bal, naar buiten, snel naar huis, dag prins van mij.

Het speeldoosdeksel klapt dicht. Assepoester vervolgt, ondersteund door een ander muziekje:

Al op mijn vlucht verloor ik daar mijn glazen muiltje bij het kasteel.
De prins hij vond het op het bordes, dit magisch, wonderschoon juweel.
Door stad en land ging hij op zoek naar mij, het meisje van zijn dromen.
Slechts mij behoort het muiltje toe, mijn tijd is nu gekomen.

Uil, Assepoester en de prins

We hebben het heden bereikt. Paukengeroffel geeft aan dat we nu de climax te zien gaan krijgen. De twee figuren in het midden van de ruimte lichten op: staand Assepoester en geknield met de rug naar ons toe, de prins. Assepoester tilt haar voet op en de prins steekt een glazen muiltje eraan. Het past, en Assepoesters rok gaat twinkelen. Ze kijken elkaar aan. Rechtsachter gaat een raampje open waar een duif achter zit. De grote deuren aan de achterzijde van de keuken schuiven open. Er is een diorama te zien van een kasteel op een berg, vol in het zonlicht, met in de wind wapperende vlaggen. Een koetsje bestijgt de bergweg. Een duif vliegt langs en gaat op de vensterbank rechts zitten. Dan is het afgelopen en wordt alles donker.

Winter Efteling

's Winters worden boven de in- en uitgang van het landhuis slingers van dennentakken, kleine pompoenen en glazen muiltjes opgehangen.

Geschiedenis

Het is opmerkelijk dat Assepoester lang op een volwaardige plaats in het Sprookjesbos heeft moeten wachten; onmiskenbaar maakt het populaire sprookje immers deel uit van de 'eregalerij' waarin we ook sprookjes als Doornroosje, Roodkapje en Sneeuwwitje kunnen plaatsen. Het zou tot april 2009 duren voor Assepoester een permanente Efteling-bewoonster zou worden in het hart van het Sprookjesbos. Vóór die tijd was ze echter geen volledig onbekende voor het sprookjespark.

Het Sprookjesmuseum

Het gouden muiltje in het Efteling Museum
Illustratie van Anton Pieck bij Assepoester in het Sprookjesmuseum

Van 1963 tot 2000 was Assepoester binnen het Sprookjesbos heel kleinschalig vertegenwoordigd met een gouden muiltje in het kabinetje van het Sprookjesmuseum, in wat nu het huisje van Vrouw Holle is vlakbij Assepoesters huidige locatie. De vitrine is nu te vinden in het Efteling Museum aan het Anton Pieckplein. In het kabinet zijn zes vitrines met ieder een attribuut uit een sprookje te zien. Voor Assepoester is dit het muiltje dat ze achterliet bij het vluchten van het bal, maar het is opvallend genoeg een gouden, en dus niet een glazen muiltje. Erbij staat een aquarel van Anton Pieck van het muiltje dat op een met pek beplakte trap blijft kleven, waarmee hij de Grimmversie van het verhaal trouw blijft. Naast Piecks tekening staat in gotisch schrift:

Het Gouden Schoentje uit "Assepoester"
Maar de prins had een list
gebruikt en de hele trap
met pek laten bestrijken,
en haar linkerschoen was bij 't
wegvluchten op de trap blijven
steken
De prins nam de schoen,
klein en sierlijk van zuiver
goud.

Aanwezigheid van het sprookje tussen 1963 en 2009

Dat Assepoester door het park werd gerekend als een in de Efteling vertegenwoordigd sprookje, door de aanwezigheid van de vergulden schoen in het Sprookjesmuseum, is te merken aan de serie hoorspelen die op single werden uitgebracht in de jaren zestig. Assepoester werd opgenomen als de elfde single in een serie van vijftien. Dit hoorspel met liedjes kwam in 1970 op het album Sprookjes van de Efteling - deel 3 uit.

Het duurt dan achtentwintig jaar voor de Efteling het bekende verhaal weer oppakt. Van 1998 tot en met 2001 werd in samenwerking met Endemol Events de Nieuwe Efteling Sprookjesshow gepresenteerd, waarin Assepoester één van de centrale sprookjes was. Op de derde cd met hoorspelen en liedjes van ReDi Entertainment wordt het uitgebracht in 2005, en het jaar daarop wordt het sprookje gebracht in de tv-serie Sprookjes, in de laatste aflevering van seizoen 2. Eind 2007 en begin 2008 was de bevallige sprookjesprinses ook te zien in de musical Assepoester in het Efteling Theater. In 2008 werd de Assepoestersuite in het Efteling Hotel geopend en werd begonnen aan de bouw van de uitbeelding in het Sprookjesbos. We zien in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw op het drukwerk van het park ook vaker verwijzingen naar het sprookje.

Het landhuis

Ontwerptekening door Karel Willemen

Verantwoordelijk voor het ontwerp van de uitbeelding is Karel Willemen, die hierbij veelvuldig gebruik gemaakt heeft van traditionele Eftelingse stijlelementen. Als locatie werd gekozen voor een stukje bos grenzend aan het Herautenplein, dat in 1999 vacant was gekomen toen de treinremise aldaar verhuisde naar de nieuwe remise naast Droomvlucht.

Het pand is opgetrokken in de typische Pieckse Sprookjesbosstijl: een grauw, verweerd gestuct gebouw met Piecksblauw gelakt houtwerk, glas-in-loodraampjes en een dak bedekt met rode leien. Op de gevels van het landhuis zijn twaalf klokjes te vinden die alle qua tijdsweergave op twaalf uur staan; een als een typisch Karel Willemen-element te kwalificeren grapje. Wel is het met twee volwaardige verdiepingen een flink stuk massiever dan wat er tot dan toe in het bos stond, een contrast dat men enigszins heeft willen maskeren door het gebouw niet direct aan het Herautenplein te leggen maar door het achter de Kleyne Klaroen te plaatsen. Willemen is wel een cruciale stap vergeten: kennelijk heeft hij in tegenstelling tot Pieck verzaakt de bouwvakkers van een borrel te voorzien, want de muren van het pand zijn kaarsrecht. De dakdekkers hebben daarentegen kennelijk wel hun drankje gehad.

Zoals zoveel uitbeeldingen in het Sprookjesbos werd door Willemen voor het tafereel dat zich afspeelt in de keuken van het landhuis teruggegrepen op een illustratie van Anton Pieck uit de Sprookjes van Grimm uit 1942. Vooral de loerende oogjes op het balkwerk van de keuken en de vormgeving van de kookplaats komen rechtstreeks uit de boekillustratie. Ook welhaast clichématige sprookjesboselementen als de magere Pieckmuisjes die we ook kennen van de Zeven Geitjes en het Kabouterdorp ontbreken niet. Overal in de keuken zijn fraaie details te zien die verwijzen naar elementen uit het sprookje van Grimm, zoals de klompjes van Assepoester en duiven die linzen pikken uit de as.

De prins in ruwe vorm
Hoofden van Assepoester en de prins, op de achtergrond het referentiemateriaal

Midden in de scène zijn Assepoester en haar prins geplaatst, twee animatronics die het daadwerkelijke passen van het muiltje op indrukwekkende wijze uitbeelden. Helaas is de positionering van de figuren erg ongelukkig gekozen, zodat het publiek de prins op de rug kijkt, en alleen van achter het meest rechter raam het muiltjepassen daadwerkelijk te zien is. De persfoto die de Efteling verspreidde is dan ook genomen vanuit een positie die een normale bezoeker niet kan innemen. De figuren in het sprookje werden gebaseerd op twee op dat moment bekende Nederlanders. De prins werd gemodelleerd naar zanger Jeroen van der Boom, Assepoester naar topmodel Doutzen Kroes.

De bouw ving aan in mei 2008 onder de werktitel 'Uitbreiding Kleyne Klaroen'. Op woensdag 1 april 2009 werd het sprookje voor het publiek geopend.

Bovenverdieping

Plattegrond bovenverdieping

De nogal forse bovenverdieping die het landhuis zo massief maakt, is in 2008 ontworpen als studio of interactieruimte voor de toen nog niet gebouwde Sprookjesboom. De stem van de dan nog als handmatig interagerend bedachte babbelboom zou door een medewerker vanuit een ruimte op deze verdieping ingesproken worden. Dit aspect is echter uiteindelijk nooit gerealiseerd. Op de bovenverdieping staan wel de technische installaties voor Assepoester.

Stem

De vertelling die bij het sprookje klinkt is bijzonder: er is namelijk gekozen voor de ik-vorm waarbij de hoofdrolspeelster van het verhaal zelf aan de bezoeker de toedracht van de uitgebeelde scène vertelt, een uniek perspectief in het Sprookjesbos. De stem van Assepoester is ingesproken door zangeres en stemactrice Sandy Kandau, die eerder al de rol van Assepoester vertolkte in de Nieuwe Efteling Sprookjesshow. Deze Assepoester klinkt opvallend zelfverzekerd en haast arrogant, terwijl ze spreekt vanuit het moment dat ze het muiltje nog moet gaan passen. Karel Willemen zelf sprak één van de twee stiefzussen in.

Muziek

Willemen en Merkelbach in de scène van Assepoester

Voor de muzikale ondersteuning werkte Willemen samen met René Merkelbach, op dat moment al enige tijd de huiscomponist van de Efteling. Zijn compositie begint eenvoudig met alleen de tonen van de speeldoos, maar in 'signature-Merkelbachstijl' worden tijdens het verloop steeds meer instrumenten ingezet waardoor het geheel eindigt in een bombastische climax. De notenbalk in de klep van de speeldoos met de dansende Assepoester en prins geeft de melodie van de muziek weer. De koorzang die te horen is tijdens de wals en de climax is ingezongen door jongerenkoor YRDV uit Raamsdonksveer.

De muziek van Merkelbach die klinkt bij het sprookje is, zonder de stemmen en geluidseffecten, te beluisteren op de 2009-versie van Wonderlijke Efteling Muziek en op alle versies van Betoverende Efteling Melodieën.

Het sprookje

Oorsprong

Assepoester behoort tot één van de meer “stabiele” sprookjes in de mondelinge en later literaire overlevering. Verhalen waarin het 'schoen passen'-motief terugkomt kennen we al uit de klassieke oudheid en komen wereldwijd voor; van het oude China en Egypte tot in India en het vroege Europa. Deze thematische kern van het sprookje grijpt waarschijnlijk terug op oude tradities waarbij een huwelijk mede wordt bekrachtigd doordat de man zijn vrouw nieuwe schoenen geeft en de oude (en daarmee tevens het ongetrouwde leven en de invloed van de schoonfamilie) wegwerpt.

Hoewel we de wortels van het sprookje in de Europese literatuur al tegenkomen vanaf 1558 in Bonaventure des Périers “Les Nouvelles Recreations et Joyeux Devis”, en als “La Gatta Cenerentola” in 1634 in Basile’s beroemde “Pentamerone” (bron van zo veel sprookjes), zijn het vooral de versies van Charles Perrault (in Histoires ou contes du temps passé, avec des moralités: Contes de ma mère l'Oye uit 1697, in het Nederlands De sprookjes van Moeder de Gans) en de Gebroeders Grimm (in hun grote verzameling Kinder- und Hausmarchen uit 1815) die nu nog bekend zijn.

Samenvatting

Versie van Perrault

Een meisje woont in een huis samen met haar gemene stiefmoeder en twee stiefzusters. Zij laten haar alle vervelende huishoudklusjes doen, waaronder het aanblazen van de haard. Ze noemen haar daarom Assepoester (= asblazer). Op een dag nodigt de koning alle meisjes van het land uit op een bal om een huwelijkspartner voor zijn zoon te vinden. Terwijl de stiefzussen zich mooi aankleden verbiedt de stiefmoeder Assepoester om te gaan.

De avond van het bal verschijnt er echter een goede fee voor Assepoester, die een baljurk met glazen muiltjes tovert, en een pompoen en enkele muizen omtovert in een koets met paarden. Op het bal charmeert Assepoester de prins, maar om middernacht wordt de betovering verbroken. Terwijl ze snel het paleis verlaat voordat de betovering voorbij is, verliest ze haar glazen muiltje. De prins vindt het en zweert het meisje te zullen vinden.

Alle meisjes in het land moeten het muiltje passen. Zo ook Assepoester, en uiteindelijk blijkt alleen zij de juiste pasvorm te hebben. Ze trouwt met de prins en ze leven nog lang en gelukkig.

Versie van Grimm

Grimmige Assepoester door Pieck

De versie van Grimm is uitgebreider en werkt het verhaal op een aantal punten uit.

Ze krijgt van haar vader, die wel nog in leven is, een hazelaarstak en plant die op het graf van haar moeder. Door haar tranen groeit de boom en een wit vogeltje voert al haar wensen uit.

Op de dag van het bal mag ze van haar stiefmoeder gaan als ze binnen twee uur alle linzen uit de as vindt. Een aantal tortelduiven helpt haar bij deze taak. Niettemin weigert de stiefmoeder toestemming omdat Assepoester geen mooie kleren heeft. Ze schudt aan de hazelaar en de vogels geven haar een mooi gewaad met goud geborduurde muiltjes. Er komt dus geen fee bij te pas.

Bij het passen van het muiltje laat de stiefmoeder haar biologische dochters nog een teen en hiel afhakken om maar in het muiltje te kunnen passen, maar natuurlijk blijkt Assepoester de beste muilpasser te zijn. Als opwekkende afsluiting pikken de duiven nog de ogen van de stiefzussen uit.

Het sprookje in de Efteling volgt grotendeels de Grimm-versie. In de tuin vinden we het graf van haar moeder, met een hazelaar erachter. Het is de dode moeder, niet een fee, die zorgt voor de puike kleding, en alhoewel hun rol niet expliciet gemaakt wordt, zijn er veel duiven in het sprookje aanwezig. Het bloederige einde van Grimm is wel weggelaten, in goed-Eftelingse traditie zoals die al bij Roodkapje werd ingezet. Van Perrault werd het feit geleend dat het muiltje van glas is. Ook zijn er in de tuin en de keuken Perraultiaanse pompoenen te vinden, alhoewel die in de vertelling dus geen rol spelen.

Achtergrond

De inleiding van het verhaal van de geplaagde heldin is, in al zijn versies, eenvoudig samen te vatten: de moeder van het meisje sterft; de vader hertrouwt en brengt zo een stiefmoeder en twee stiefzussen het huis binnen; de stiefmoeder en stiefzussen behandelen Assepoester slecht; de vader is ten opzichte van het lot van Assepoester óf onoplettend (want bevangen door zijn nieuwe vrouw), óf zelfs kwaadaardig (In het Engelse sprookje “Catskin”), tot doodsbedreigingen toe (in de “Cap o’Rushes” variant); het meisje voert alle smerige huishoudelijke taken uit en leeft en werkt tussen het as en de sintels van de keukenhaard (wat ons brengt tot de naam Assepoester, letterlijk 'asblazer', en dus ook Cinderella, Aschenputtel, Cendrillon, Pepelluga of Allerleirauh).

Het sprookje neemt vervolgens een nieuwe wending met de komst van een magische helper: een goede fee, een toverende petemoei, een magische vogel, een betoverde boom met vogeltjes op het graf van haar moeder, een wonderkoe (ja heus!) of zelfs een tovervisje. In sommige versies is de moeder van Assepoester eerder omgetoverd in een koe (of de genoemde tovervis) en wanneer deze geslacht moet worden, vertelt ze haar dochter de botten te bewaren. Deze botten worden in het sprookje een magisch element door als toverstaf te functioneren.

In Perraults versie (vooral bekend via Disney), komt de goede fee vanzelf de wanhopige Assepoester te hulp. De Assepoester van Grimm is een minder passief karakter; zij onderneemt zelf stappen om haar lot te verlichten. Ze vraagt de (tortel-)duiven om haar te helpen linzen (of erwten) uit de as te pikken, een anders onmogelijke taak die haar door haar stiefmoeder is opgelegd. Grimms Assepoester is beslist geen op magische verlossing wachtend meisje, maar zet zelf de stap om haar vader om een twijg te vragen, deze te planten bij het graf van haar moeder, te bewateren, en om, wanneer de boom groeit en bloeit, deze te vragen zich te schudden om haar zo te overladen met een goud- en zilverkleed.

Als een doel van het sprookje is om de mogelijkheid van het doorbreken van de grenzen van de sociale klassen aan te tonen, moet Assepoester trouwen met een man uit een hoog sociaal milieu, die haar kan bevrijden uit haar slechte omstandigheden. Het huwelijk staat symbool voor de stap naar onafhankelijkheid van de vorige generatie en de mogelijkheid om een eigen gezin te stichten. In de meeste versies van het sprookje ontmoet Assepoester haar man op een feest of bal. In de versie van Grimm bezoekt Assepoester het bal drie avonden op rij (herhalingen in drievoud zijn een typisch sprookjeselement). De stiefmoeder verbiedt Assepoester een bezoek aan het bal en geeft haar een aantal “onmogelijke opdrachten” ―een thema dat we bijvoorbeeld ook in Repelsteeltje vinden― zodat ze zeker het feest niet kan bezoeken. In verschillende varianten zien we hier het sorteren van erwten of linzen uit een bak met as; bonen uit gravel of het halen van water met lekke emmers. Assepoester roept bij deze opdrachten de hulp in van vogels (meestal zwaluwen of duiven die symbool staan voor zuiverheid).

Als de heldin uiteindelijk het bal toch bij weet te wonen, is er ―in goede sprookjestraditie― sprake van liefde op het eerste gezicht (een liefde die in Grimms drie opeenvolgende balavonden alleen maar heviger wordt). De Grimm-variant kent een bijzondere versie van het “vertrek om klokslag twaalf”, waarbij de prins de vluchtende Assepoester volgt die zich in de duiventil (of perenboom) van haar vader verstopt. De vader, als eigenaar van huis en tuin en met de gedachte dat het wellicht zijn dochter is die zich verstopt, neemt vervolgens een bijl ter hand om de duiventil om te hakken. Het is onduidelijk waarom de vader de duiventil met dochter en al neer wil halen; in sprookjes komen dergelijke vreemde elementen zonder duidelijke motivatie wel vaker voor. Bekender is het motief van het “verboden element” in de betovering: Assepoester moet om twaalf uur het bal verlaten, want dan vervalt alle magie. Bij Perrault verliest ze haar muiltje door de haast, bij Grimm blijft het schoentje plakken aan de listig door de prins met pek ingesmeerde paleistrap. Deze bepekte trap zien we ook in het miniatuur dat Anton Pieck ontwierp voor het Sprookjesmuseum.

Onder sprookjes- en volksverhalenkenners is in de loop der jaren nogal een discussie ontstaan over het daadwerkelijke materiaal van het verloren muiltje. Bij Grimm is het goud, bij Perrault glas. Weer andere varianten spreken over eekhoornbont of geborduurd zijde. Het glas zou een vertaalfout van het Frans naar het Engels zijn ("pantoufle en vair" ―bont― naar “verre” ―glas―), maar daar is eigenlijk geen aantoonbare bron voor te vinden. Belangrijker dan het materiaal is de test: Grimm is hierin wat bloederiger dan Perrault; de stiefzussen bij Grimm snijden tenen en hiel af en komen daar even mee weg tot de duiven die Assepoester eerder al hielpen de prins wijzen op de bloedende schoentjes. Bij Perrault blijft het bij het simpelweg niet-passen van het muiltje bij de stiefzussen.

Het einde van het sprookje verschilt nogal tussen de verschillende varianten, maar dat is iets dat we bij meer sprookjes zien. De stiefzussen ondergaan bij Grimm een gruwelijke straf doordat de duiven hun de ogen uitpikken. Bij Perrault staat de vergevingsgezindheid van de intens goede Assepoester voorop en regelt de prinses zelfs nog twee gunstige huwelijken voor haar stiefzussen.

Het tijdloze “rags to riches”-thema en prachtige elementen als het passen van het muiltje, hebben ervoor gezorgd dat Assepoester in een eindeloze stroom van literaire, poëtische, muzikale en filmische hervertellingen terecht is gekomen. De meest invloedrijke bewerking in de huidige collectieve herinnering aan Assepoester is zonder twijfel de Disney-versie uit 1950. Deze op Perrault gebaseerde en flink uitgebouwde versie biedt een ideaal aan kleine meisjes te vermarketen product, maar helemaal kritiekloos doorstaat de wel erg passief afwachtende Assepoester in deze film de aandacht niet. Het is duidelijk waar de moderne term “Cinderella Complex” ―verwijzend naar een psychisch getormenteerde jonge vrouw die haar eigen lot of richting in het leven niet kan of wil bepalen― voornamelijk haar oorsprong vindt.

In de Eftelingse media

In het park

Locatie van het sprookjesboek

Bij de uitbeelding in het Sprookjesbos staat een kunststof sprookjesboek opgesteld waarin een korte samenvatting van het sprookje staat in vier talen: Nederlands, Frans, Duits en Engels. De titel van het sprookje in deze talen luidt:

  • 20px-NLvlag.png Assepoester
  • 20px-Fvlag.png Cendrillon
  • 20px-Dvlag.png Aschenputtel
  • 20px-VKvlag.png Cinderella

Het boek werd geplaatst bij de opening in 2009. Toen alle boeken van een nieuwe layout werden voorzien in 2013 werd ook dit boek vernieuwd.

Sprookjesboek bij Assepoester

De Nederlandse tekst:

Assepoester poetste en schrobde tot haar handen rood zagen, zonder te klagen. Als je goed probeert te leven, is het leven goed voor je. Ze glimlachte in zichzelf. De prins had de hele avond alleen met haar gedanst op het bal. Haar vervelende stiefzusters hadden haar niet eens herkend! Toen werd er op de deur geklopt en verscheen de prins met haar muiltje... Het muiltje dat ze verloren had op de trappen van het paleis. Wie het paste mocht met de prins trouwen. Zou hij haar herkennen? Zou het muiltje passen?

In boeken

Efteling Gouden Boekje deel 5
  • Verrassend is dat het eerste Efteling-boekwerk waarin we Assepoester kunnen vinden D'r Waar 's (2002) is. Het verhaal is hier in het Bergeijks te lezen onder de titel "Aassepoester".
  • In het openingsjaar van de Sprookjesbos-versie werd het sprookje door de Efteling pas in een "echt" sprookjesboek gepubliceerd. In Sprookjesboek van de Efteling (2009) is het het verhaal waarmee het boek opent. De illustraties van Anton Pieck zijn oorspronkelijk uit Sprookjes van Grimm, en dus niet voor de Efteling gemaakt. Het verhaal volgt overigens ook de Grimm-versie, maar omzeilt daarbij alle gruwelijkheden en de vader wordt buiten beschouwing gelaten omdat die "bijna altijd op reis" was.
  • In de serie Efteling Gouden Boekjes (2014) is het deel 5.

In hoorspelen en luisterboeken

  • Zoals gezegd is het sprookje als hoorspel te beluisteren op Sprookjes van de Efteling - deel 3 (1970). Het kwam oorspronkelijk uit als de elfde single in een serie van vijftien in de jaren zestig. Het is ook te vinden op de cd-versie Efteling Sprookjes - deel 2 (1992). Het is hier de versie van Perrault.
  • Op de cd van D'r Waar 's (2002) wordt het voorgelezen door Johan Biemans.
  • Op De mooiste sprookjes uit de Efteling (2005) staat het op deel 3, gevolgd door het liedje "Als ik toch eens wensen kon".
  • De versie van Sprookjesboek van de Efteling wordt voorgelezen op de eerste cd van het luisterboek (2010).

Theater

Tijd voor de taart in de Nieuwe Efteling Sprookjesshow (1998-2001)
  • De Nieuwe Efteling Sprookjesshow (1998-2001) bracht het sprookje op de planken in het theater in het toenmalige Oosterpark. Het was het laatste sprookje van de voorstelling, dat afsloot met het waarschijnlijk meest bekende Sprookjesshow-nummer "Tijd voor de Taart". Deze voorstelling markeerde het begin van verwijzingen naar het sprookje in of van de Efteling tot de komst van de uitbeelding in het Sprookjesbos in 2009.
  • In de winter van 2007-2008 was in het Efteling Theater de musical Assepoester te zien, een Nederlandse versie van de beroemde musical Cinderella van Rodgers & Hammerstein.
  • Het Sprookjesbal tijdens de Negen Pleinen Festijnen van 2014 en 2015 had het sprookje als thema.
  • In 2015 produceerde Opera Zuid de musical La Cenerentola, gebaseerd op dit sprookje, waarvoor Karel Willemen ook ontwierp. Onder andere de grafzerk is een herkenbaar element dat terugkwam in de operaversie.

Op televisie

  • In de tv-serie Sprookjes (2006) is een aflevering gewijd aan Assepoester. Voor haar keuken is het interieur van het huisje van Vrouw Holle gebruikt.
  • Het is de zesde aflevering in de serie Sprookjes van Klaas Vaak (2009).
  • Prinses Assepoester is een karakter in de tv-serie Sprookjesboom. Hier gaat ze gekleed als prinses, dus in haar toestand na afloop van het sprookje. Wel behoudt ze de compulsieve neiging tot schoonmaken. Haar woonplaats lijkt verdacht veel op het kasteel van Doornroosje.

Live-entertainment

  • Assepoester is een prominent personage in de diverse Sprookjesboom-uitingen.
  • Ook kun Assepoester als entertainmentfiguur tegen het lijf lopen.

Souvenirs en drukwerk

  • De Sprookjesboom-versie van Assepoester vertegenwoordigd voornamelijk het roze assortiment voor meisjes.

Elders

In het Efteling Hotel is een Assepoestersuite en werd geopend in 2008, een jaar eerder dan het sprookje in het Sprookjesbos opende. De kamer is opgedeeld in een 'arm' en 'rijk' gedeelte, naar analogie van de status van Assepoester voor en na haar huwelijk met de prins.