Boodschap 73x73.png

Dit artikel gaat over de uitbeelding van Assepoester in het Sprookjesbos. Zie Assepoester (doorverwijspagina) voor andere betekenissen.

Assepoester
Intro assepoester.jpg
Geopend 2009
Gebaseerd op Assepoester
Opgetekend door Charles Perrault / Gebroeders Grimm
Ontwerp Karel Willemen
Muziek René Merkelbach
Ingesproken door Sandy Kandau
Figuren 2, exclusief dieren
Opvolger van remise
Vorige Bruidskleed van Genoveva
Volgende Kikkerkoning
Sprookjesbos, overzicht

Assepoester is het negentiende sprookje op de route in het Sprookjesbos en is sinds 2009 te vinden naast de Kleyne Klaroen op het Herautenplein.De meest bekende optekening is die door Charles Perrault in Sprookjes van moeder de gans uit 1697. Het sprookje is in de Efteling uitgebeeld in de vorm van een landhuis van de stiefmoeder van Assepoester, waar de gast via een tuin naar binnen kan wandelen om aldaar te aanschouwen hoe Assepoester haar eigen verhaal beleeft.

Het sprookje

Zie voor uitgebreide informatie over het sprookje Assepoester (verhaal).

Versie van Perrault

Een meisje woont in een huis samen met haar gemene stiefmoeder en twee stiefzusters. Zij laten haar alle vervelende huishoudklusjes doen, waaronder het aanblazen van de haard. Ze noemen haar daarom Assepoester (= asblazer). Op een dag nodigt de koning alle meisjes van het land uit op een bal om een huwelijkspartner voor zijn zoon te vinden. Terwijl de stiefzussen zich mooi aankleden verbiedt de stiefmoeder Assepoester om te gaan.

De avond van het bal verschijnt er echter een goede fee voor Assepoester, die een baljurk met glazen muiltjes tovert, en een pompoen en enkele muizen omtovert in een koets met paarden. Op het bal charmeert Assepoester de prins, maar om middernacht wordt de betovering verbroken. Terwijl ze snel het paleis verlaat voordat de betovering voorbij is, verliest ze haar glazen muiltje. De prins vindt het en zweert het meisje te zullen vinden.

Alle meisjes in het land moeten het muiltje passen. Zo ook Assepoester, en uiteindelijk blijkt alleen zij de juiste pasvorm te hebben. Ze trouwt met de prins en ze leven nog lang en gelukkig.

Versie van Grimm

Grimmige Assepoester door Pieck

De versie van Grimm is uitgebreider en werkt het verhaal op een aantal punten uit.

Ze krijgt van haar vader, die wel nog in leven is, een hazelaarstak en plant die op het graf van haar moeder. Door haar tranen groeit de boom en een wit vogeltje voert al haar wensen uit.

Op de dag van het bal mag ze van haar stiefmoeder gaan als ze binnen twee uur alle linzen uit de as vindt. Een aantal tortelduiven helpt haar bij deze taak. Niettemin weigert de stiefmoeder toestemming omdat Assepoester geen mooie kleren heeft. Ze schudt aan de hazelaar en de vogels geven haar een mooi gewaad met goud geborduurde muiltjes. Er komt dus geen fee bij te pas.

Bij het passen van het muiltje laat de stiefmoeder haar biologische dochters nog een teen en hiel afhakken om maar in het muiltje te kunnen passen, maar natuurlijk blijkt Assepoester de beste muilpasser te zijn. Als opwekkende afsluiting pikken de duiven nog de ogen van de stiefzussen uit.

Uitbeelding in de Efteling

Het is eigenlijk vreemd dat een vertelling als Assepoester zo lang op een volwaardige plaats in het Sprookjesbos heeft moeten wachten; onmiskenbaar maakt het populaire sprookje immers deel uit van de “eregalerij” waarin we ook Doornroosje en Sneeuwwitje kunnen plaatsen. Van 1963 tot 2000 was Assepoester binnen het Sprookjesbos slechts heel kleinschalig vertegenwoordigd met een gouden muiltje in het Sprookjesmuseum. In de verschillende theaters van de Efteling is Assepoester al vóór 2009 een bekende verschijning; in 1998 werd in samenwerking met Endemol Events de “Nieuwe Efteling Sprookjesshow” gepresenteerd, waarin Assepoester één van de centrale sprookjes was. Vanaf eind 2007 was de bevallige sprookjesprinses ook al te zien in de musical “Assepoester” in het Efteling-theater, maar het zou tot april 2009 duren voor ze een permanente Efteling-bewoner zou worden in het hart van het Sprookjesbos.

Voorgevel van het landhuis

In het Sprookjesbos is het sprookje uitgebeeld in de vorm van een landhuis van de stiefmoeder van Assepoester, waar de gast via een tuin naar binnen kan wandelen om aldaar te aanschouwen hoe Assepoester haar eigen verhaal beleeft. Het uitbeelding is dus een volledig geconditioneerd binnentafereel.

Het sprookje in de Efteling volgt grotendeels de Grimmversie. In de tuin vinden we het graf van haar moeder, met inderdaad de hazelaar erachter. Het is de dode moeder, niet een fee, die zorgt voor de puike kleding, en alhoewel hun rol niet expliciet gemaakt wordt, zijn er veel duiven in het sprookje aanwezig. Het bloederige einde van Grimm is wel weggelaten, in goed-Eftelingse traditie zoals die al bij Roodkapje werd ingezet. Van Perrault werd het feit geleend dat het muiltje van glas is. Ook zijn er in de tuin en de keuken Perraultiaanse pompoenen te vinden, alhoewel die in de vertelling dus geen rol spelen.

Omschrijving

Zerk van de moeder
Stiefmoeder tuurt naar buiten

Het sprookje ligt aan het Herautenplein. Tussen de grot van Sneeuwwitje en de Kleyne Klaroen staat een muurtje met hekwerk met daarin een grotere en een kleinere doorgang. Bovenop de zuilen van het hek staan pompoenvormige ornamenten, en in het stucwerk is een klok met de wijzers op twaalf uur aangebracht, een hint van wat we hier gaan aantreffen.

Tuin

Het sprookje betredend door de grotere linkerpoort, komen we in een tuin met een slingerpaadje. Lopend door de tuin komen we een (naamloze) zerk tegen voor een hazelaar. Op het graf staat een lantaarntje en ligt een klein bosje bloemen. Er klinkt een fluitdeuntje. Hier blijkt Assepoesters biologische moeder begraven te liggen:

Rust zacht
Lieve Moeder
Moge Uw liefde mij leiden door licht en duisternis

We staan nu voor de woning van Assepoester en haar stieffamilie, een landhuis met de voorgevel haaks op het Herautenplein. Het is een fiks, hoekig en vreemdgevormd gebouw. Op de begane grond een ingang, dan een soort rare schuurachtige betimmering, en rechts een uitgang in een torentje. De eerste verdieping heeft vier ramen waarvan de luiken gesloten zijn, behalve het tweede raam van rechts. Af en toe kijkt hier de stiefmoeder naar buiten. Boven elk van de ramen is een ornamentje aangebracht van een klokje dat middernacht wijst. Het pannendak met twee dakkapelletjes is beduidend minder hoekig dan het gebouw waar het op rust.

Eenmaal binnen komen we in een voorportaaltje. Bovenin nestelen enkele duiven, wiens geroek we duidelijk horen. Op de muur voor ons hangt een klok die vijf voor twaalf wijst, met een toelichting erop:

't Is beter dat u verder gaat
Wanneer de klok op twaalven staat.

Als de wijzers van de klok inderdaad naar middenboven wijzen, kunnen we verder lopen naar de gaanderij waar het verhaal verteld wordt.

Scène

Assepoester en de prins
Assepoester en de prins

Door drie grote ramen met roedeverdeling kunnen we het huis inkijken. We zien de bijkeuken waar Assepoester normaliter huist. Links hangt een grote kookpot boven een vuur en is een grote uil gezeten. Rechts is een toegangsdeur met ervoor een fikse hoeveelheid duiven, en op de grond een stapel ongepoetste schoenen waar enkele Pieckmuisjes in huizen. Vooraan staat een grote speeldoos.

De sleutel in de speeldoos windt hem op en de speeldoos begint met gesloten deksel te spelen. Als hij weer stopt, vangt Assepoester aan met het verhaal dat ze vertelt in de eerste persoon in een nogal gekunsteld rijm. Het werd geschreven door Karel Willemen, in de ik-vorm om hiermee het verhaal dichtbij het publiek te brengen. Ze kijkt terug op de gebeurtenissen precies tot aan het moment dat het muiltje gepast zal gaan worden.

Het is alweer een poos geleê, maar nooit uit mijn gedachten,
dat wonderen de prins en mij, voor even samenbrachten.

De prins had voor zijn bal genodigd, alle meisjes uit het land,
Zo vurig hopend op de ware, die hij vragen kon, haar hand.

Mijn stiefzusters, gevoed door hebzucht, waren er als eerste bij.
En ik, de huissloof, mocht niet mee. Moest poetsen, want dat paste mij.

Duiven en muizen

De deur aan de rechterkant van de scène gaat open in onze draairichting, dus we zien alleen wat licht en schaduwen uit de opening vallen. Het blijken de stiefzussen te zijn die een voortgangsindicatie willen inzake hun te poetsen schoenen, ondersteund door een deuntje:

Assepoester! Zijn mijn schoenen al gepoetst? Nee de mijne! Eerst de mijne! De mijne!

O, schiet op luilak!

We gaan naar het bal! Ja we gaan naar 't bal, ja o hoehoe, en de prins ook, oh hi hi ja

De deur sluit en de speeldoosmuziek hervat, nu aangevuld met een viool.

Toen zij reeds naar het bal toe waren, huilde ik bitter op moeders graf.
Een jurk van goud, en glazen muiltjes, waren wat haar goede geest mij gaf.
Haar stem zo hemels sprak: "Ga snel, maar bij het schijnsel van de maan,
voor klokslag twaalven moet je vluchten, is het feest voor jou gedaan."

Speeldoos met walspaar

Walsmuziek zwelt aan en de speeldoos klapt open. Bovenop de schijf waar de muziek in is gecodeerd staat een beeldje van Assepoester en de prins die met de schijf in het rond zwieren (maar de speeldoosmuziek is juist niet meer te horen). Assepoester vervolgt:

Ik bezocht het bal gelijk een dame. Hij vroeg mij ten dans, de prins.
Wij werden daar op slag verliefd, verlegen, blozend enigszins.
Toen plotsklaps, de klok sloeg twaalven, de betovering haast voorbij.
Ik vluchtte weg van het bal, naar buiten, snel naar huis, dag prins van mij.

De speeldoosdeksel klapt dicht. Assepoester vervolgt, ondersteund door een ander muziekje:

Al op mijn vlucht verloor ik daar mijn glazen muiltje bij het kasteel.
De prins hij vond het op het bordes, dit magisch, wonderschoon juweel.
Door stad en land ging hij op zoek naar mij, het meisje van zijn dromen.
Slechts mij behoort het muiltje toe, mijn tijd is nu gekomen.

Uil, Assepoester en de prins

We hebben het heden bereikt. Paukengeroffel geeft aan dat we nu de climax te zien gaan krijgen. De twee figuren in het midden van de ruimte lichten op: staand Assepoester en geknield met de rug naar ons toe, de prins. Assepoester tilt haar voet op en de prins steekt een glazen muiltje eraan. Het past, en Assepoesters rok gaat twinkelen. Ze kijken elkaar aan. Rechtsachter gaat een raampje open waar een duif achter zit. De grote deuren aan de achterzijde van de keuken schuiven open. Er is een diorama te zien van een kasteel op een berg, vol in het zonlicht, met in de wind wapperende vlaggen. Een koetsje bestijgt de bergweg. Een duif vliegt langs en gaat op de vensterbank rechts zitten. Dan is het afgelopen en wordt alles donker.

Ontwerp

Ontwerptekening door Karel Willemen

Verantwoordelijk voor het ontwerp van het sprookje was Karel Willemen, die hierbij veelvuldig gebruik gemaakt heeft van traditionele Eftelingse stijlelementen. Als locatie werd gekozen voor een stukje bos grenzend aan het Herautenplein, dat in 1999 vacant was gekomen toen de treinremise aldaar verhuisde naar de nieuwe remise naast Droomvlucht.

Het gebouw is opgetrokken in de typische Pieckse Sprookjesbosstijl: grauw, verweerd gestuct gebouw met Piecksgroen gelakt houtwerk, glas-in-loodraampjes en een dak bedekt met rode leien. Op de gevels van het landhuis zijn twaalf klokjes te vinden die alle qua tijdsweergave op twaalf uur staan; een als een typisch Karel Willemen-element te kwalificeren grapje. Wel is het met twee volwaardige verdiepingen een flink stuk massiever dan wat er tot dan toe in het bos stond, een contrast dat men enigszins heeft willen maskeren door het gebouw niet direct aan het Herautenplein te leggen maar door het achter de Kleyne Klaroen te plaatsen. Willemen is wel een cruciale stap vergeten: kennelijk heeft hij in tegenstelling tot Pieck verzaakt de bouwvakkers van een borrel te voorzien, want de muren van het pand zijn kaarsrecht. De dakdekkers hebben daarentegen kennelijk wel hun drankje gehad.

Zoals zoveel uitbeeldingen in het Sprookjesbos werd door Willemen voor het tafereel dat zich afspeelt in de keuken van het landhuis teruggegrepen op een illustratie van Anton Pieck uit de Sprookjes van Grimm uit 1942. Vooral de loerende oogjes op het balkwerk van de keuken en de vormgeving van de kookplaats komen rechtstreeks uit de boekillustratie. Ook welhaast clichématige sprookjesboselementen als de magere Pieckmuisjes die we ook kennen van de Zeven Geitjes en het Kabouterdorp ontbreken niet. Overal in de keuken zijn fraaie details te zien die verwijzen naar elementen uit het sprookje van Grimm, zoals de klompjes van Assepoester en duiven die linzen pikken uit de as.

De prins in aanbouw
Hoofden van Assepoester en de prins, op de achtergrond het referentiemateriaal

Midden in de scène zijn Assepoester en haar prins geplaatst, twee animatronics die het daadwerkelijke passen van het muiltje op indrukwekkende wijze uitbeelden. Helaas is de positionering van de figuren erg ongelukkig gekozen, zodat het publiek de prins op de rug kijkt, en alleen van achter het meest rechter raam het muiltjepassen daadwerkelijk te zien is. De persfoto die de Efteling verspreidde is dan ook genomen vanuit een positie die een normale bezoeker niet kan innemen. De figuren in het sprookje werden gebaseerd op twee op dat moment bekende Nederlanders. De prins werd gemodelleerd naar presentator Jeroen van der Boom, Assepoester naar topmodel Doutzen Kroes.

De vertelling die bij het sprookje klinkt is bijzonder: er is namelijk gekozen voor de ik-vorm waarbij de hoofdrolspeelster van het verhaal zelf aan de bezoeker de toedracht van de uitgebeelde scène vertelt, een uniek perspectief in het Sprookjesbos. De stem van Assepoester is ingesproken door zangeres en stemactrice Sandy Kandau, die eerder al de rol van Assepoester vertolkte in de Nieuwe Efteling Sprookjesshow. Deze Assepoester klinkt opvallend zelfverzekerd en haast arrogant, terwijl ze spreekt vanuit het moment dat het ze muiltje nog moet gaan passen. Karel Willemen zelf sprak één van de twee stiefzussen in.

Willemen en Merkelbach in de scène van Assepoester

Voor de muzikale ondersteuning werkte Willemen samen met René Merkelbach, op dat moment al enige tijd de huiscomponist van de Efteling. Zijn compositie begint eenvoudig met alleen de tonen van de speeldoos, maar in 'signature-Merkelbachstijl' worden tijdens het verloop steeds meer instrumenten ingezet waardoor het geheel eindigt in een bombastische climax. De notenbalk in de klep van de speeldoos met de dansende Assepoester en prins geeft de melodie van de muziek weer. De koorzang die te horen is tijdens de wals en de climax is ingezongen door jongerenkoor YRDV uit Raamsdonksveer.

Bouw

De bouw ving aan in mei 2008 onder de werktitel 'Uitbreiding Kleyne Klaroen'. Op woensdag 1 april 2009 werd het sprookje voor het publiek geopend.

Bovenverdieping

Plattegrond bovenverdieping

De nogal forse bovenverdieping die het landhuis zo massief maakt, is in 2008 ontworpen als studio of interactieruimte voor de toen nog niet gebouwde Sprookjesboom. De stem van de dan nog als handmatig interagerend bedachte babbelboom zou door een medewerker vanuit een ruimte op deze verdieping ingesproken worden. Dit aspect is echter uiteindelijk nooit gerealiseerd. Op de bovenverdieping staan wel de technische installaties voor Assepoester.

Sprookjesmuseum

Assepoester in het Sprookjesmuseum

Al sinds 1963 is het sprookje van Assepoester uitgebeeld geweest in het sprookjeskabinet in het Sprookjesmuseum, in wat nu het huisje van Vrouw Holle is vlakbij Assepoesters huidige locatie. De vitrine is nu te vinden in het Efteling Museum aan het Anton Pieckplein. In de vitrine is het muiltje van Assepoester te zien, maar het is opvallend genoeg een gouden, en dus niet een glazen muiltje. Erbij is een aquarel van Pieck van het muiltje dat op een met pek beplakte trap blijft kleven. Het maakt deze uitbeelding dus zeer trouw aan het Grimmverhaal.

In de Eftelingse media

  • Het sprookje wordt verteld op sprookjesplaat nummer drie.
  • In de tv-serie Sprookjes is een aflevering gewijd aan Assepoester. Voor haar keuken is het interieur van het huisje van Vrouw Holle gebruikt.
  • In de winter van 2007-2008 was in het Efteling Theater de musical Assepoester te zien, een Nederlandse versie van de beroemde musical Cinderella van Rodgers & Hammerstein.
  • Pas in 2009 wordt het sprookje voor het eerst opgenomen in een sprookjesboek van de Efteling. In Sprookjesboek van de Efteling is het wel het verhaal waarmee het boek opent.
  • Assepoester is een karakter in de tv-serie Sprookjesboom. Hier gaat ze gekleed als prinses, dus in haar toestand na afloop van het sprookje. Wel behoudt ze de compulsieve neiging tot schoonmaken.
  • De muziek van Merkelbach die klinkt bij het Sprookje is, zonder de stemmen en geluidseffecten, sinds 2009 opgenomen op Wonderlijke Efteling Muziek.
  • In 2015 produceerde Opera Zuid de musical La Cenerentola, gebaseerd op dit sprookje, waarvoor Karel Willemen ook ontwierp. Onder andere de grafzerk is een herkenbaar element dat terugkwam in de operaversie.