De Wolf en de Zeven Geitjes
Intro zevengeitjes.jpg
Geopend 1973
Gebaseerd op De Wolf en de Zeven Geitjes
Opgetekend door Gebroeders Grimm
Ontwerp Anton Pieck
Figuren wolf, 8 geiten
Vorige Draak Lichtgeraakt
Volgende Hans en Grietje
Sprookjesbos, overzicht

De Wolf en de Zeven Geitjes is het twaalfde sprookje op de route in het Sprookjesbos. Het is uitgebeeld als loersprookje, waar men door de ramen in het huisje van de geitjes kan kijken, die in de woonkamer een spelletje ganzenbord doen. Buiten aan de deur staat de wolf, verderop is moeder geit onderweg naar de markt en ook de put uit het sprookje is aanwezig.

Het werd als Der Wolf und die sieben jungen Geisslein opgetekend door de gebroeders Grimm en verscheen voor het eerst in de bundel Kinder- und Hausmärchen in 1812.

Het sprookje

Samenvatting

In een huisje in het bos wonen zeven jonge geitjes samen met hun moeder. Op zekere dag moet moeder geit naar de markt voor wat boodschappen. Er ligt een wolf op de loer in het bos, en moeder geit waarschuwt haar kinderen hiervoor. Ze mogen voor niemand anders de deur opendoen dan voor haar, en moeder vertelt de geitjes dat ze de wolf kunnen herkennen aan zijn zwarte poten en rauwe stem. De geitjes beloven voorzichtig te zijn. Kort nadat moeder geit is vertrokken staat de wolf al voor de deur. Hij wil binnenkomen, zodat hij de geitjes op kan eten.

De boze wolf, illustratie van Anton Pieck

"Doe open geitjes, ik ben het: jullie lieve moeder!", roept de wolf. Maar de geitjes herkennen de wolf aan zijn stem en weigeren de wolf binnen te laten. De wolf koopt een stuk krijt bij een marskramer en eet dit op om zijn stem zacht te maken. Hij keert terug naar het huisje van de geitjes en roept opnieuw: "Doe open geitjes, ik ben het: jullie lieve moeder!". Maar de wolf heeft zijn poot op de vensterbank gelegd, en de geitjes herkennen de wolf aan zijn dikke, zwarte vacht. "Jij bent onze moeder niet - jij bent de wolf!", roepen de geitjes. De deur blijft gesloten. De wolf gaat dan naar een bakker toe en zegt zijn poot bezeerd te hebben: er moet wat deeg en wat meel op. Met een witte poot keert de wolf terug bij het huisje van de geitjes. Voor de derde keer roept de wolf: "Doe open geitjes, ik ben het: jullie lieve moeder!" De geitjes ziet de witte poot en horen de zachte stem en denken dat hun moeder thuis is gekomen. De deur gaat open en met een sprong komt de wolf naar binnen en hij schrokt alle geitjes, op één na, met huid en haar op. Alleen het jongste geitje blijft gespaard: die had zich in de grote staande klok verstopt. Volgevreten wankelt de wolf het huisje uit, en hij valt in slaap onder een boom in het bos.

De klok, illustratie van Anton Pieck uit 1942

Na een poosje komt moeder geit thuis. Ze schrikt erg als ze ontdekt dat haar kinderen bijna allemaal zijn opgegeten. Toch geeft ze de hoop niet op. Ze vraagt het jongste geitje, dat in de klok zat, een schaar en naald en draad te zoeken, en dit nemen ze mee naar de wolf, die nog ligt te slapen. Moeder geit knipt de buik van de wolf open en één voor een springen haar kinderen eruit. Ze mankeren niets! De wolf had zóveel honger dat hij de geitjes in één keer had doorgeslikt, zonder te kauwen. Dan verzamelen de geitjes een heleboel grote keien, om in de buik van de wolf te stoppen. Moeder geit naait de buik weer dicht, en de wolf had van dit alles niets gemerkt. Toen de wolf wakker werd stond hij op en dacht: "Wat liggen die geitjes mij zwaar op de maag!" De wolf wankelt naar een bron om zijn dorst te stillen, maar omdat hij zo zwaar is van de keien valt hij in de put en is op slag dood. Toen de zeven geitjes dit zagen gingen ze hun moeder halen en ze waren dolgelukkig eindelijk van de wolf verlost te zijn.

Oorsprong

De Wolf en de Zeven Geitjes (oorspronkelijke titel: Der Wolf und die sieben jungen Geisslein) werd opgetekend door gebroeders Grimm. Het sprookje verscheen voor het eerst in de bundel Kinder- und Hausmärchen in 1812. De oudste voorbeelden van deze vertelling zijn te vinden bij de Romeinse dichter Romulus in de vijfde eeuw na christus en in Franse bundel met dierfabels 'Esopet' in de twaalfde eeuw. Opvallend is dat in deze vroegste sprookjes de wolf er niet in slaagt om binnen te komen, en het het verhaal vertelt kinderen alleen dat ze vreemden beter niet binnen kunnen laten, zonder dat dit in het sprookje ook daadwerkelijk misloopt.

In een versie van het sprookje uit circa 1800 wordt de deur voor het eerst opengedaan en eet de wolf de geitjes op, waarna moeder geit ze weer uit de buik haalt om deze vervolgens met keien te vullen. De gebroeders Grimm gebruikten deze afloop later voor hun versie van Roodkapje, dat precies hetzelfde eindigt. In eerdere versies van Roodkapje werd de wolf simpelweg door de jager gedood. De editie van Grimm vindt zijn oorsprong in de Duitse Mainstreek en vertoont sowieso zeer veel overeenkomsten met het sprookje Roodkapje: ook daarin bedriegt de wolf zijn prooi door zich voor te doen als een ander.

In de Efteling

Geschiedenis

Een voorstudie van het exterieur en omgeving
Ontwerpschetsje van Anton Pieck voor De Wolf en de Zeven Geitjes

Het sprookje werd geopend in 1973 en het was het laatste in het Sprookjesbos dat Anton Pieck nog geheel alleen ontwierp. Net als bij andere ontwerpen voor het sprookjesbos steunde hij hierbij op tekeningen die hij maakte voor De Sprookjes van Grimm in 1942. Bijvoorbeeld de staande klok is direct gebaseerd op een tekening uit het boek.

Het sprookje werd destijds door de Efteling nogal heftig aangekondigd in een advertentie: "Overal in het Sprookjesbos hangt de spanning van het verschrikkelijke lot dat de geitjes boven het hoofd hangt, nu de boze wolf aan de deur klauwt."[1]

De Wolf en de Zeven Geitjes is een klassiek loersprookje, dat wordt uitgebeeld middels het huisje van de geitjes. Opvallend is dat de herkenbare elementen uit het sprookje allemaal te zien zijn: de moeder die vertrekt naar de stad, de wolf die buiten aan de deur staat, de geitjes die in de woonkamer een spelletje ganzenbord doen, en het jongste geitje dat alvast in de klok zit. Er klinkt geen vertelling bij dit sprookje. Oorspronkelijk was alleen de huiskamer van de geitjes in het huisje te zien, in 1975 werd hier nog een bijkamertje met een aantal spelende Pieckmuisjes aan toegevoegd.

Pas sinds 1988 zat er beweging in de wolf: voor die tijd stond deze figuur helemaal stil.[2] In 2001 krijgt de wolf een nieuw besturingssysteem.

In het najaar van 2014 werd het hele dak van het huisje vervangen en kwam er een klein aanbouwsel aan de achterzijde van het huisje, als extra ruimte voor de technische dienst.

Omschrijving

Exterieur

Moeder geit

Bezoekers komen eerst moeder geit tegen, die onderweg is naar de markt om boodschappen te doen. Moeder geit draagt een jurk en een omslagdoek. Ze heeft twee rieten manden bij zich en beweegt zachtjes onder een rieten afdakje. Achter moeder geit zien we het bospaadje dat in de richting van het huisje loopt.

De Zeven Geitjes na zonsondergang

Het tamelijk forse huisje heeft een kijkvenster aan de zijde van het pad, en loerende bezoekers blijven droog onder een klein gaanderijtje. Er zit een rieten dak op het huisje, en in het pleisterwerk van één van de hoeken van het huisje is de vorm van een gezicht te zien: een oude man met een lange baard. Aan de voorzijde van het huisje is in een nisje boven de ingang een stenen geitje te vinden dat een wapenschild vasthoudt met een knolraap erop. Aan de rechterzijde, boven het afdakje waar de wolf onder staat, duikt sinds 2000 zo nu en dan een klein eekhoorntje op.

Een eindje verderop in het bos achter het huisje is ook de waterput te vinden, waar de wolf in het sprookje uiteindelijk in zal vallen. Deze valt niet erg op. Oorspronkelijk was het namelijk de bedoeling dat bezoekers helemaal om het huisje heen konden gaan wandelen, maar uiteindelijk is het sprookje simpelweg langs het hoofdpad geplaatst. Niettemin neemt het sprookje door dit eerste plan nog steeds veel meer ruimte voor zichzelf in dan de meeste andere sprookjes in het bos.

Interieur

In de grote woonkamer zien we de zeven geitjes met jurkjes aan. Zes ervan zitten en staan om een tafel en spelen een potje ganzenbord en het kleinste geitje zit in de grote klok. De klok is zeer decoratief en aan de bovenzijde zijn drie bezorgde kaboutergezichtjes te vinden met ogen die onrustig heen-en-weer gaan: ongetwijfeld uit een angstig voorgevoel met betrekking tot de wolf. In de kamer staat een klein hobbelpaardje, een kinderstoel en er is een speelgoedtrein op de grond te vinden. Verder zijn er wat bedjes in de kamer te zien.

Er zakt een spin langzaam vanaf het plafond naar beneden. Onder het grootste bed komt sinds 2015 af en toe een poezenhoofd tevoorschijn. Daarvoor waren op deze plek slechts twee lichtgevende oogjes te zien.

De kinderkamer

Naast de woonkamer is de later toegevoegde kinderkamer te vinden. In dit kamertje is eveneens een bedje te vinden, en verschillend speelgoed. De kamer lijkt te zijn ingenomen door een flink aantal Pieckmuisjes en andere bosdiertjes.

De wolf

De wolf loert verlekkerd van buiten het huisje door het raam naar binnen. De wolf is, net als de geiten, antropomorf van aard: hij staat rechtop voor de deur en is bovendien verkleed als gedistingeerde heer. De wolf draagt een rokkostuum met een rode stropdas en leunt met één poot op een wandelstok. Zijn andere poot ligt al op de deurknop, klaar om naar binnen te stormen.

Het sprookje in de Eftelingse media

Wetenswaardigheden

  • Tijdens de Winter Efteling spelen de geitjes geen ganzenbord, maar eten ze in plaats daarvan van een worteltaart en drinken ze warme chocolademelk uit een kan waarop het knolraap-schildje uit het nisje boven de deur te vinden is.
  • Het geluid dat je hoort in het huisje is het gemekker van echte jonge geitjes, destijds opgenomen door Peter Reijnders.
  • In het Efteling Hotel is een Wolf en de Zeven Geitjes-themasuite te vinden.
  • In het raamkozijn naast de voordeur staat een grote grijze mosterdpot met een afbeelding van een wolvenkop en het opschrift '5 - Moutarde - A Lepoutre Wervico - 1852'; het jaartal is precies honderd jaar voor de officiële opening van het Sprookjesbos.
    Hobbelgeitje vervangt tijdelijk een reguliere geit
  • Hoewel er zeven geitenkinderen zijn, staan er maar vijf bedjes in de kinderkamer. Er vanuit gaande dat het grote bed in de woonkamer voor moeder geit is komt het huisje dus twee slaapplaatsen te kort.
  • Als er een geitje in onderhoud is, wordt er een geitje op een hobbelpaard geplaatst, om het totaal op zeven te houden. Dit geitje werd oorspronkelijk gemaakt voor het Sprookjesmysterie in 2009, toen de grote klok een aantal weken weg was. Daarvóór werd er ook wel een pion van het ganzenbord weggehaald als een geitje in onderhoud was.


Verwijzingen
  1. Kroniek van een Sprookje, pag. 96
  2. Persmap Efteling seizoen 1988, pag. 45