De Chinese Nachtegaal
Intro nachtegaal.jpg
Geopend 1999
Opgetekend door Hans Christian Andersen
Ontwerp Ton van de Ven
Ingesproken door Angélique de Boer
Figuren keizer, vogel, de dood, twee lakeien
Vorige Vliegende Fakir
Sprookjesbos, overzicht

De Chinese Nachtegaal is het negenentwintigste en tevens laatste sprookje op de route in het Sprookjesbos. De Chinese Nachtegaal is een sprookje van Hans Christian Andersen.

In de Efteling was het één van de eerste sprookjes in 1952, maar deze versie werd in 1979 vervangen door Draak Lichtgeraakt. Sinds 1999 is er de huidige uitbeelding in het paleis van de keizer voor de uitgang van het Sprookjesbos. Hierbij wordt in een voorstelling met animatronics het einde van het verhaal uitgebeeld. De eerste versie was naar ontwerp van Anton Pieck, de huidige van Ton van de Ven.

Het sprookje

Chinese Nachtegaal - Illustratie van Anton Pieck

Nattergalen is de oorspronkelijke titel en het sprookje werd voor het eerst gepubliceerd in 1843. Andersen schreef dit sprookje als eerbetoon aan de Zweedse operazangeres Jenny Lindt.

Het sprookje verhaalt over de keizer van China, die een prachtig paleis met schitterende tuinen bewoont. De tuinen grenzen aan een woud waarin een kleine nachtegaal leeft die zo mooi kan zingen dat wie hem hoort tranen in de ogen krijgt.

Wanneer de keizer van de nachtegaal hoort, laat hij een dienaar op zoek gaan naar de vogel, zodat deze in het paleis voor de hofhouding kan zingen. De keizer raakt zó ontroerd van het gezang van de vogel dat hij hem zijn gouden pantoffel om de nek wil hangen, maar de vogel weigert deze eer en verklaart dat de tranen van de keizer het allergrootste geschenk zijn.

Kort daarna ontvangt de keizer van China een cadeau van de keizer van Japan. Het is een mechanische nachtegaal, bezet met edelstenen, en de vogel kan een wijsje fluiten. Hierop verlaat de echte nachtegaal het paleis, en verdwijnt terug naar het woud. Na een tijdje gaat de mechanische nachtegaal echter kapot. De keizer stuurt een dienaar de tuinen in om de echte vogel te zoeken, maar deze weigert terug naar het paleis te komen.

De keizer wordt ernstig ziek, en het hele land is bedroefd. Op een nacht verschijnt de Dood op de borst van de zieke keizer, en wordt de keizer geplaagd door visioenen van geesten die hem zijn slechte en goede daden influisteren. Plotseling klinkt het gezang van de nachtegaal, vanaf een tak bij het slaapkamerraam van de keizer. Het gezang verjaagt de Dood en de keizer wordt die nacht weer beter, tot verbazing en blijdschap van zijn onderdanen.

Het huidige sprookje in de Efteling

Het sprookje van de Chinese Nachtegaal in haar huidige vorm werd aan het Sprookjesbos toegevoegd in 1999 en is ontworpen door Ton van de Ven. Het paleis van de Chinese Nachtegaal werd opgetrokken in de siertuin, vlakbij de uitgang van het Sprookjesbos.

Exterieur

Overzicht van het gebouw

Het exterieur van de Chinese Nachtegaal bestaat uit een ommuurd, oosters paleis, met bij de in- en uitgang van het sprookje kleine tuinen in dezelfde stijl.

Tegen de buitenmuur, aan de kant van de siertuin, vinden we rotspartijen en een watervalletje. Een ronde poort biedt toegang tot de eerste tuin. Een natuurstenen pad loopt langs rotsen, bamboe, kersenbloesem, oosterse lantaarns en diverse planten in potten. Een muurtje met een houten schutting scheidt de tuin af van het achterliggende bos.

Het paleis zelf bestaat voor een gedeelte uit beige muur, met scheuren in het aansmeersel. Tevens zijn er op diverse plekken nogal onrealistisch aandoende bakstenen in de muren te vinden. Op het dak van het paleis is een lichtroze afzetting te vinden, met daarbinnen een dakje met decoratieve Chinese draakjes en een gouden punt. Een grijs bedakpande uitbouw met een groene ornamentrand aan de voorzijde van het paleis biedt toegang tot het interieur van het sprookje.

Bij de uitgang van het sprookje is eveneens een kleine tuin aangelegd, en via een zeshoekige poort wandel je hier terug naar het pad van de Sprookjesbosroute.

Interieur

De naamgever van het sprookje op een tak

Het interieur van het sprookje is ruim opgezet. Bij de ingang vinden we een grote prullenbak met een asbak erop, en aan de muur hangt een Aangeraden wordt te passen...-bordje. Wanneer we de hoek omslaan komen we terecht bij een gaanderij die uit twee niveaus bestaat. De gaanderij is strak en minimalistisch. Vanaf de gaanderij hebben we zicht op de uitbeelding van het sprookje: we kijken op een stukje van de paleistuin, met daarbinnen de slaapkamer van de keizer.

De paleistuin zit vol details, waaronder de nachtegaal op een tamarindetak, bloemen die openen wanneer de nachtegaal zingt, en rondvliegende motjes in de lampionnen - een effect dat helaas vaker defect dan werkend is.

De slaapkamer van de keizer is rijk gedecoreerd. In het midden ligt de keizer op zijn bed, met vlakbij op een tafeltje de mechanische nachtegaal. Links in het vertrek zijn deuren, waar aan het einde van het sprookje twee lakeien van de keizer doorheen kijken.

Vertelling

Het sprookje begint kalm, met de rustige geluiden in de paleistuin. Stromend water, vogelgefluit. Dan een kort sitarmuziekje, en de vertelling, op een hysterisch Chinese-manier ingesproken door Angélique de Boer, gaat van start.

Lang geleden woonde er in China een keizer. Hij hield van de állermooiste dingen. En toen hij hoorde dat er een vogel in zijn rijk was die zo mooi zong, dat men van verre kwam om zijn liederen te horen, gaf hij de opdracht om deze vogel voor hem te zoeken. De nachtegaal was zeer vereerd, en verscheen die avond aan het raam bij de keizer. “Is dit alles?” riep de keizer teleurgesteld uit bij het zien van het eenvoudige grauwe vogeltje. Maar de zang van de nachtegaal trof de keizer direct in het hart. Van ontroering liepen de tranen hem over de wangen. “Dit is het aller, allermooiste, wat ik ooit heb gehoord!”, stamelde de keizer. En iedere avond erna, verscheen de nachtegaal aan zijn raam, en zong voor de keizer het hoogste lied. Maar op een dag werd er een groot pak afgeleverd waarin een mechanische nachtegaal zat bezet met kostbare diamanten en edelstenen. Als je hem opwond bewoog hij, en zong zijn hoogste lied. “Deze was veel mooier dan de echte, en kon net zo mooi zingen”, vond de keizer. Hij zei de nachtegaal dat hij niet meer terug hoefde te komen, want hij had nu een veel mooiere. Een heel jaar lang luisterde de keizer naar zijn gouden nachtegaal. Totdat er iets ergs gebeurde. Plots kwam er een akelig geluid uit de kunstvogel die daarna zweeg. En wat de keizer ook liet proberen, het mocht niet baten. De keizer was ontroostbaar. Hij werd ziek van verdriet. In heel China was iedereen daarom zeer verdrietig, want alle mensen hielden veel van hun keizer.
De Dood, als Pepper's Ghost

Aangekomen bij het ziekbed van de keizer dimmen de lichten en de sfeer wordt grimmiger. De keizer ademt zwaar en kreunt. Achter het gordijn verschijnen gezichten die de keizer treiteren en onverstaanbare geluiden uiten. De keizer roept "Nee, nee! Nee, ga weg! Nee, ga weg!". Eén van de geesten roept: "Hij nadert zijn eind..."

Op de borst van de keizer verschijnt, middels de Pepper's Ghost-techniek, de Dood. De echte pop is overigens te vinden in een kist onder de gaanderij. De randen ervan zijn helaas op sommige momenten in de Pepper's Ghost te zien. De Dood spreekt de zwaar hijgende, kreunende en "nee"-stamelende keizer toe:

Hahaha! Je bent van mij...
Nu bezit ik de symbolen van je macht:
Je kroon, je zwaard, en het keizerlijk vaandel
Ik zal je grootste bezit ontnemen; je leven!
Hoor, hoe het leven uit je wegvloeit
In mijn rijk zul je míj ten dienste staan
Rijkdommen zullen je niet baten.
Enkel de warmte van onvoorwaardelijke liefde en trouw zal je nog kunnen redden,
Van de koude des doods!

De verlossing komt van de kleine nachtegaal, waar tijdens het gezang een spotje op wordt gericht. De nachtegaal verjaagt de dood, die kermend verdwijnt.

De ochtend breekt aan en de keizer is weer helemaal opgeknapt. De kamerdeur gaat krakend open en twee bedienden van de keizer steken hun hoofd door de opening en stamelen: "Huh? De keizer... lééft!" en "Huh?", alvorens hun wenkbrauwen verbaasd op te trekken.

De keizer antwoordt met een vrolijk: "Goedemoooorgen!"', en het sprookje eindigt met een muzikaal riedeltje.

Geschiedenis

De vroegere versie

Chinese Nachtegaal in de jaren vijftig
De gouden draakornamentjes zijn vormgegeven naar de draak in de vlag van China (tot 1911)

De Chinese Nachtegaal was een van de tien sprookjes in het Sprookjesbos bij opening van de Efteling in 1952. De nachtegaal zat op een tak bij een muurtje. Op het muurtje zaten vier ornamenten, in de vorm van Chinese draken. Vóór het muurtje lag een rotspartij, met tien bloemen tussen de stenen. Elke vijf minuten zong de nachtegaal en dan openden de kelken van de bloemen, middels een ingenieuze techniek die was ontwikkeld door Peter Reijnders.

Om de bloemen te openen werd perslucht geblazen in de binnenballen van voetballen. In deze ballen werden corsetbaleinen aangebracht, die alle handmatig moesten worden gebogen. Dit was een arbeidsintensieve klus die minimaal twee keer per seizoen moest plaatsvinden. Door vermoeidheid van de baleinen en verwering van de rubber persluchtslangen, gebeurde het regelmatig dat de bloemen open bleven staan.

Chinese Nachtegaal in de jaren zeventig

De techniek bleek dus erg storingsgevoelig, wat één van de redenen was om de Chinese Nachtegaal in 1979 te verruilen voor de Draak, die op hetzelfde muurtje kwam te zitten. "Het sprookje zat constructief niet zo goed in elkaar en zorgde keer op keer voor storingen en verwarring," vertelt Ton van de Ven in een interview. "In overleg met Anton Pieck besloten wij destijds om de Chinese nachtegaal te verwijderen. Op het muurtje tekenden we de draak, zoals die er nu nog staat."

Tussen het gebladerte is tot op de dag van vandaag nog steeds de tak te zien waarop de Chinese Nachtegaal tot 1979 zat. De vier zwaarmetalen, door roest aangetaste, draken op muur, zijn daarbij vervangen door goudkleurig gespoten aluminium draken. De mechanische nachtegaal was lange tijd te vinden in één van de vitrines in het Sprookjesmuseum, tegenwoordig in het Efteling Museum.

De Chinese Nachtegaal in de media

  • Het sprookje komt voor in het boek Sprookjes van de Efteling, in een versie van Martine Bijl, met illustraties van Anton Pieck. Eén van de tekeningen laat zien hoe het sprookje oorspronkelijk in het Sprookjesbos werd uitgebeeld.
  • Het is ook opgenomen in het Sprookjesboek van de Efteling, en kreeg een eigen Efteling Gouden Boekje.
  • Het sprookje is te vinden op sprookjesplaat nummer zes, met de liedjes "In het Land Van De Chinezen" en "Hoor, Hoor, de Nachtegaal Zingt".
  • De Chinese Nachtegaal is één van de sprookjes die door de Efteling gebruikt zijn in de televisieserie Sprookjes. In deze aflevering wordt uitgebreid gebruik gemaakt van het sprookje in het Sprookjesbos als decor. Grappig is dat de muts die de keizer in de serie draagt in het interieur van het sprookje te vinden is, op een tafeltje achter het bed van de keizer.

Wetenswaardigheden

Chinese Nachtegaal - vroeger

  • Voor de zang de oorspronkelijke Chinese Nachtegaal werd gebruik gemaakt van de kunsten van een menselijke fluiter.
  • In 1959 werd al overwogen om een gesproken vertelling toe te voegen bij het sprookje. Het heeft uiteindelijk veertig jaar geduurd totdat dit het geval was.

Chinese Nachtegaal - nu

De nachtegaal
  • Het sprookje werd op zaterdag 17 april 1999 officieel geopend. Speciaal voor de gelegenheid trommelde de Efteling Chinese leeuwendansers op, die om half twaalf 's morgens met een speciale leeuwendans het sprookje vrijwaarden van de aanwezigheid van boze geesten (kennelijk onsuccesvol).
  • Aan het eind van de voorstelling is, tussen het zachte gefluit en gefladder van de vogels in de paleistuin door, ineens het luide geloei van een koe te horen.
  • De bloemen die opengaan in de paleistuin bij het zingen van de echte nachtegaal zijn een verwijzing naar eenzelfde soort effect bij de eerste Chinese Nachtegaal van het Sprookjesbos.
  • Ton van de Ven mocht op zijn laatste werkdag in 2003 een aantal keer 'de laatste hand leggen' aan zijn creaties. Hij voorzag die dag ook de nachtegaal van een nieuw laagje bladgoud, terwijl hij onder toeziend oog van zijn familie en collega's in het decor van het sprookje stond.