De ingang tot het Sprookjesbos in de jaren 50

Dit artikel gaat over de geschiedenis van het Sprookjesbos. De opening van het Sprookjesbos op 31 mei 1952 wordt tegenwoordig gezien als het startmoment van de Efteling.

Ontstaan

De nieuwe burgemeester van de gemeente Loon op Zand, Reinier van der Heijden ziet in dat de Langstraat niet tot in de eeuwigheid op schoenmakerij kan draaien en wil het Sportpark in Kaatsheuvel in het begin van de jaren vijftig dan ook veranderen in een recreatieoord. Toerisme heeft namelijk volgens hem de toekomst. Op 25 mei 1950 worden de statuten vastgesteld van Stichting Natuurpark de Efteling, de opvolger van stichting Sportpark, met als nieuwe voorzitter de burgemeester. Na de nodige grondaankopen en het aanstellen van een architect wordt op het terrein begonnen aan de aanleg van het park. Er worden vijvers gegraven en paden gelegd. Op 11 mei 1951 opent het nieuwe natuurpark De Efteling haar deuren met een grote speeltuin en een nieuw horecapaviljoen.

Een sprookje uit de Sprookjestuin in Eindhoven

Op een familiefeest tijdens dat jaar weet Van der Heijden zijn zwager, cineast Peter Reijnders, te strikken om mee te denken over de mogelijkheden om het park aantrekkelijker te maken. De vrouw van de burgemeester komt op het idee van een sprookjestuin, zoals het dat jaar door Philips aangelegde tijdelijke sprookjestuin in Eindhoven. Reijnders, werkzaam bij Philips, denkt aan een permanente driedimensionale variant hiervan. Hij beschikt over een groot technisch vernuft en bedenkt zodoende allerlei trucs en mechaniekjes om sprookjesuitbeeldingen tot leven te doen komen. Voor de uiterlijke vormgeving belt Reijnders naar de op dat moment bekende illustrator van sprookjesboeken, Anton Pieck. Als deze wordt benaderd door Reijnders is hij echter niet enthousiast. Pieck is druk en twijfelt aan de degelijkheid waarmee men het sprookjespark wil opbouwen.

Reijnders trekt naar Overveen om daar zijn plannen aan de illustrator voor te leggen. Een geforceerde afspraak van vijftien minuten lijkt hem genoeg om de plannen te kunnen uitleggen en daarmee de weg naar samenwerking in te slaan. Pieck heeft de verwachting dat er bordkartonnen sprookjes zullen komen in felle kleuren, maar Reijnders belooft Pieck dat bij de bouw van het Sprookjesbos alleen zal worden gewerkt met authentieke materialen; echte oude stenen, echte dakpannen en echte houten balken waaraan je je hoofd kunt stoten. Hij belooft Pieck dat alles zo gebouwd zal worden dat mensen de indruk zullen hebben dat dit geen tekeningen zijn van Pieck die in 't echt zijn nagebouwd, maar andersom: dat de gebouwen er eerst waren en Pieck ze vervolgens aan het papier heeft toevertrouwd. Met zijn vlotte babbel en enthousiasme weet Reijnders Pieck over te halen. De visie van Reijnders bevalt Pieck en algauw merkt hij dat hij nog wel meer met Reijnders gemeen heeft: beide mannen willen mensen een romantische bril opzetten en een artistieke wereld creëren te midden van een jachtige samenleving.

Bouw

Anton Pieck en Peter Reijnders tijdens een werkoverleg bij Sneeuwwitje

Anton Pieck maakt honderden ontwerpen voor talloze bouwwerken, sprookjesfiguren en decoraties. De gemeentelijke bouwkundige van Kaatsheuvel, de heer G. op den Kamp, die deze fantasieën moet gaan uitvoeren, staat voor grote moeilijkheden. Het is niet de bedoeling kaarsrechte torens en daken te maken. Het geheel moet worden gebouwd zoals de tekeningen aangeven, met scheve torens en half verzakte daken, terwijl toch alles deugdelijk en sterk moet zijn. Er is heel wat experimenteren nodig om het juiste effect te bereiken. Daarbij moet hij voortdurend toezicht houden op de metselaars, die gewend zijn normaal te metselen, terwijl hier juist alles scheef en onregelmatig moet worden gebouwd. Hij zorgt voor oude stenen van boerderijen, die afgebroken worden, en voor oude leien voor de daken, liefst met het mos er nog op. Peter Reijnders gaat ondertussen met het oog van een psycholoog die onfeilbaar zeker de verlangens van het kind, en het kind-in-de-volwassene, weet te peilen, op zoek naar manieren om de ontwerpen van Pieck leven in te blazen.

Het tweetal en hun gemeentelijke opdrachtgever hebben geen tijd te verliezen. Het Sprookjesbos moet in mei 1952 namelijk haar poorten openen. In het voorjaar van dat jaar werken bouwlieden op kosten van de gemeente, die door toedoen van Ven der Heijden nog eens 600.000 gulden naar het park schuift, aan de sprookjesachtige bouwsels van Pieck. Een kasteeltje verrijst op een zandheuvel, een put wordt gegraven, houten beelden worden geplaatst, een kasteelplein gelegd: de basis van het Sprookjesbos zoals we dat nu nog zo goed kennen ontstaat in niet veel meer dan een lenteseizoen. Reijnders experimenteert er op los: bandrecorders, korsetbaleinen, voetballen, orgelmechanieken, elastiek en touw: de hele santenkraam past hij toe om het bos tot een levend geheel te maken. Gedurende de lente van 1952 wordt in het voormalige sportpark een sprookjesbos gerealiseerd met tien bewegende sprookjestaferelen.

Bouw van het kasteel van Doornroosje.

De toegang tot het Sprookjesbos wordt gevormd door het kasteel van Doornroosje, bestaande uit vier torens. Het kasteel wordt op een heuvel van zeven meter gebouwd. Hiervoor worden lange houten palen in de grond gezet, van gekapte bomen uit eigen bos, waarna medewerkers paard en wagen van thuis moeten meebrengen om zand te storten voor de berg. In het midden van het bos worden enkele kleinere tafereeltjes gebouwd waaronder de Chinese Nachtegaal, waar, terwijl hij zingt, bloemen openen en sluiten. Een ander mechanisch wonder in die tijd is de papegaai, die doormiddel van een vernuftige geluidsinstallatie alles napraat wat men hem wordt voorgezegd. Er komt een enorme figuur uit het sprookje "De Zes Dienaren" met een nek die langer kan worden, totdat hij ver boven de bomen uitkijkt. Een gebouwtje dat al aanwezig voor de bouw van het Sprookjesbos wordt omgebouwd tot het huisje van Vrouw Holle, met gestuukte muren en een dak van stro, en achter het huisje wordt een put gemaakt gemaakt waarin men een diavoorstelling kan bekijken met plaatjes van het sprookje.

Reijnders bekijkt nauwkeurig mee hoe zijn dochter Sneeuwwitje opmaakt

Tenslotte wordt in het midden van het bos een open kasteelplein aangelegd, waar een fontein met vier kikkers eromheen een gouden bal omhoogspuit. In een hoek van het plein wordt een grot gemaakt waar Sneeuwwitje in haar glazen kist is te zien. Zeven dwergen omringen haar. Sneeuwwitje wordt in een lijkwagen van huize Reijnders in Eindhoven, waar de figuur inelkaar werd gezet en opgemaakt, naar de grot gebracht. De haren van Sneeuwwitje worden door Peter Reijnders hoogstpersoonlijk opgehaald bij de Franse zusters van het Sint Anna-klooster, omdat hij had vernomen dat ingetreden nonnen het haar moeten laten groeien zodat het kapsel bij de professie kan worden afgekapt.

Reijnders' torenkamer in de Magische Klok, alwaar alle geluiden aangestuurd werden

In een andere hoek van het plein zit een kabouter, die door middel van een geluidsinstallatie en een mechaniek de bezoekers vertelt en wijst, waar men een “kleine boodschap” doen kan. Van achteren is dit plein afgesloten door een kasteelpoort en een oude muur, waarlangs een gracht loopt. Tegen de kasteelmuur staan zes levensgrote herauten opgesteld, die zich om het uur naar een toren met een klok keren, de trompet aan de mond zetten en een fanfare blazen, terwijl op de toren zes ruitertjes rondrijden en een mannetje met een hamer op een klok slaat. Al de mechanismen in het gehele bos en op het plein worden bediend vanuit een het controlekamertje van Reijnders in deze toren. Er zijn dan al plannen voor een dansvloer, waarop rode schoentjes zullen dansen, maar er is hiervoor wat meer tijd nodig om te realiseren.

Een paar dagen voor de grote dag werkt niet alles naar behoren. Met man en macht werkt een team van (o.a. Philips-)medewerkers aan de technische kant van de sprookjes. Er is twijfel over het succes van de weerbarstige uitbeeldingen. Vier dagen voor de opening van het Sprookjesbos is er een persbijeenkomst waarbij onder andere De Echo van het Zuiden, Waalwijkse en Langstraatse Courant, het dagblad Oost-Brabant, het Eindhovensch Dagblad en Dagblad voor Midden-Brabant verslag doen. Daarbij komen ze superlatieven te kort, wat niet zo vreemd is, aangezien de Efteling een revolutie in het bescheiden aanbod van recreatie op dat moment ontketent. Een sprookjesbos is dan een bekende vorm van vermaak in de parken van steden en dorpen, maar nog nooit was daar gebruik gemaakt van echte materialen en bewegende figuren.

De opening

Het affiche met de aankondiging voor de opening van het Sprookjesbos van Anton Pieck

De opening van het Sprookjesbos vindt plaats op 31 mei 1952, waarbij de poorten zonder enig ceremonieel worden geopend. Op dat moment zijn er tien uitbeeldingen gerealiseerd. Het Kasteel van Doornroosje is het eerste sprookje op de route, echter zonder interieurs of bewoners, die zouden een jaar later volgen. Daarna volgen de paddenstoelen van het parcours waar kinderen doorheen kunnen lopen. Van andere kabouterwoningen is op dat moment nog geen sprake. Wel aanwezig zijn enkele muzikale paddenstoelen langs het zandpad. Langnek is ook vanaf de eerste dag aanwezig, zij het met een ander uiterlijk en zonder vertelling of horecapunt. Zijn naam is dan ook nog niet echt bekend, want in het programmaboekje staat hij aangeduid als 'een figuur uit het sprookje "De Zes Dienaren"' en op de plattegrond is hij 'de Bosbewaker'.

De route gaat dan naar rechts waar de Chinese Nachtegaal op zijn tak zingt tegen een muur met oosterse dakpannen. Verderop in het bos is de Sprekende Papegaai te vinden. Al vanaf het begin wordt deze uitbeelding "Het Stoute Prinsesje" genoemd, naar een sprookje dat Peter Reijnders speciaal bij deze technisch verbluffende uitbeelding bedacht. Dan komen we aan bij de put van Vrouw Holle. Het zandpad komt dan bij een betegeld plein waar een huisje staat met een dak van stro. Hiernaast is Kleine Boodschap te vinden, dan in het programmaboekje aangegeven als 'Kabouterservice', met achter hem een toilet. Op het plein is in een grot met een kleine afgebrokkelde toren Sneeuwwitje te zien in haar glazen kist met zeven beeldjes van dwergen om haar heen en een spiegel als vijvertje. Op het Herautenplein staat de fontein van de Kikkerkoning en achterin is in een hoek een toren met een klok te zien. Langs een kasteelmuur staan aan iedere zijde drie herauten stokstijf met een trompet aan hun mond. Het tafereel beeldt De Magische Klok uit, ook een verhaal van Reijnders.

Wanneer het Sprookjesbos haar poorten opent, vermoedt niemand dat aan het eind van het seizoen 222.941 bezoekers zullen worden genoteerd. De totale investering van ongeveer een miljoen gulden, waarmee het park, het Sprookjesbos, de speeltuin én het Café-restaurant zijn aangelegd en gebouwd, blijkt te renderen.

Eerste reacties van de pers

Het Eindhovens Dagblad:
"De vindingrijkheid van Peter Reijnders, die met zijn technische medewerkers dit alles mogelijk maakte en de artisticiteit van Anton Pieck kregen hier de unieke kans een sprookje in vier dimensies te realiseren. Het resultaat is verrassend; de techniek is hier in dienst gesteld van de ieder aansprekende romantiek en groot en klein waant zich in een andere wereld."

Het Dagblad Oost Brabant:
"Op een zware eikenbalk zit een wonderpapegaai. Spreekt de bezoeker nu eenige woorden in, dan begint even later de bek van de vogel te bewegen en hoort de spreker zijn eigen woorden op 'papegaaientoon' weerklinken. Het dier herhaalt letterlijk alles en in het ingenieuze en volkomen onzichtbare apparaat dat dit bewerkstelligt, bewijst alleen al de onbegrensde vindingrijkheid van de constructeur, de heer Reijnders. Een ander voorbeeld dat bijna niet te geloven is, is de toverput bij het huisje van Vrouw Holle. Water en plaatjes in de put worden hier afgewisseld, wat blijk geeft van een ongelooflijk technisch vernuft. Al wandelend komt de bezoeker langs een oude muur met een klein poortje. Boven dit poortje zit een wonderlijk mannetje dat met zijn duim naar de muur wijst en zegt: 'Kleine boodschap, daar'. Men zou wellicht gaan denken dat deze poppen (want alles in het bos is mechanisch) kermisachtig aandoen. Dit is niet het geval, de combinatie van Anton Pieck's artistieke leiding en Peter Reijnders' technische vindingrijkheid is zo geslaagd dat het geheel zinsbegoochelend, maar cultureel volkomen verantwoord is.

De Echo van het Zuiden:
"Nog veel meer biedt het Sprookjesland de bezoekers, te veel om te vertellen. Rondwandelend door het bos zullen bij voortduring een melodietje onder de boomen ruisen, waarvan ze verwonderd naar de herkomst zullen zoeken. Op de 2 km lange ondergrondse leiding staan op zekere afstanden een vijftiental paddestoelen, van waaruit de muziek op sluimerende toon door het gehele bos te beluisteren valt. Dat de technische verzorging van dit alles een ingewikkeld mechanisme vraagt, zal ieder duidelijk zijn. Achter de magische toren, waarop de klok staat die de uren aankondigt, is een gebouw opgericht waarin een tiental vernuftige instrumenten staan opgesteld, door een handige monteur bediend, die de zorg heeft dat alles goed en tijdig functioneert. De verschillende apparaten zijn zelf ontworpen en geconstrueerd en zouden voor de techniker alleen reeds een openbaring doen. Doch, wat in de machinekelder gemaakt wordt, blijft het geheim van de smid."

Latere ontwikkelingen

1953-1971

Anton Pieck brengt Doornroosje naar haar slaapplaats (1953).

In de jaren erna volgen er meer sprookjes. Twee sprookjes die gepland stonden voor de opening worden een jaar later alsnog toegevoegd: Roodkapje en de Rode Schoentjes.De kamers in het kasteel van Doornroosje worden ingericht en de bewoners Doornroosje, de schildwacht en twee slapende koks worden toegevoegd. In 1954 wordt de Heksenpoort in gebruik genomen als de ingang van het Sprookjesbos. In het bos zelf wordt een vijver gemaakt om de Kikkerkoning en naast Langnek verschijnt een borstbeeld van een de dienaar Kogeloog. Dit beeld met rijmpje en vijvertje verdwijnt enkele jaren later.

Anton Pieck mengt zelf de verf voor het snoephuisje van de heks.

In 1955 wordt voor het eerst sinds de opening van het Sprookjebos een echt gebouwtje geplaatst. Tussen de Chinese Nachtegaal en de put van Vrouw Holle is in een bocht tussen de bomen het snoephuisje van de heks van Hans en Grietje gebouwd. Naast dit nieuwe sprookje wordt er ook een vijvertje om Langnek gegraven. Twee jaar later komt er een duiventil achter de grot van Sneeuwwitje. De gekleurde duiven op het Herautenplein vormen daarmee het enige sprookje (Het Bruidskleed van Genoveva) dat uitgebeeld is met levende dieren.

Anton Pieck bekijkt de bouw van de Vliegende Fakir (1958)

In 1958 wordt het Sprookjesbos uitgebreid. De route vanaf de Prinsenpoort wordt verlengd richting het paleis van de Vliegende Fakir. Naast de Fakir bevindt zich dan overigens de Siertuin, waarna de uitgang van het Sprookjesbos volgt. Hier komt in 1961 het beeldje met het opschrift Tien jaar Kindervreugde. Een jaar daarvoor is het houten tafereeltje van Roodkapje omgezet naar een wegwijzer richting het huisje van grootmoeder van Roodkapje. Het Herautenplein wordt in 1961 bestraat met maaskeitjes, terwijl het Spiegeltje aan de wand in het huisje van Vrouw Holle komt, die hierbij wordt omgedoopt tot het Sprookjesmuseum. Een jaar later wordt het Sprookjesmuseum verder uitgebreid met sprookjesattributen in vitrines en de knuppel-uit-de-zak aan de muur. Weer een jaar later wordt de knuppel bewegend gemaakt en komt er een balieverkooppuntje voor koffie en koeken op het Herautenplein.

Het plein voor De Indische Waterlelies in de jaren 60

Geen blijvertje is de Dansende Dolfijn in 1964: deze wordt in 1970 vervangen door de Zeemeermin. Vanaf 1964 wordt tevens begonnen aan de bouw van Fabstu, wat uitgroeit tot De Indische Waterlelies. De attractie opent op 3 mei 1966 en is een mijlpaal in de geschiedenis van de Efteling: voor het eerst worden bezoekers in een verduisterde en uitsluitend van kunstlicht voorziene ruimte ondergedompeld in een sprookjesachtige wereld die volledig gecreëerd is aan de hand van decors, animatronics en muziek. Aan het begin van seizoen 1967 zijn de paden verhard en overal een meter verbreed.

In de jaren zestig en zeventig verschijnt er meer horeca (Kogeloog, In den Noordpool) met bijbehorende Holle Bolle Gijs. Het spoor van de Stoomtrein wordt in 1968 aan de westkant van het Sprookjesbos aangelegd, waarbij het bos voor kort een eigen stationnetje heeft. Nadat het hoofdstation in 1974 verplaatst is naar de Sint Nicolaasplaets, blijft de remise nog tot 1999 in het bos aanwezig.

1972-1991

Eén van de kleinere attracties die opent in begin jaren 70: Het Kabouterhuis

De laatste sprookjes van Anton Pieck zijn het grote Kabouterhuis (1972), de Wolf en de Zeven Geitjes (1973) en de Kabouterboom (1974). In 1975 wordt er nog een speelkamer met muizen en eekhoorns bij de Zeven Geitjes toegevoegd. De grot van Sneeuwwitje wordt in dat jaar compleet aangepast. Er komt een nieuwe grot met een mooier decor en een realistischere scène. De stenen beeldjes van dwergen worden vervangen door, voor die tijd, hoogstaande animatronics.

Draak Lichtgeraakt

In 1977 wordt tussen de in- en uitgang van het Sprookjesbos In den Ouden Marskramer gebouwd, wat zou uitgroeien tot hét winkeltje voor sprookjessouvenirs. In datzelfde jaar worden de houten poppen van Hans en Grietje vervangen door animatronics en wordt het effect van de blazende kat van Pieck alsnog toegepast. Ondertussen ondergaat Langnek zijn meest drastische en permanente gedaanteverandering. Naar ontwerp van Ton van de Ven wordt eerst het hoofd en later het lichaam en de hals compleet vernieuwd naar het huidige uiterlijk. Ton laat de Chinese Nachtegaal in 1979 vervangen door Draak Lichtgeraakt. Het muurtje en de tak van nachtegaal blijven wel behouden.

In het daarop volgende jaar wordt het Kabouterdorp compleet door de toevoeging van een paddenstoelenhuis met de schrijvende kabouter en het waterradhuisje van het kabouterechtpaar. Er wordt ontdekt dat het kasteel van Doornroosje begint te verzakken, dus wordt in de winter van 1980/1981 in allerhaast een nieuw kasteeltje opgetrokken met een stevigere fundering. Als extraatje wordt de spinnende boze fee aan het tafereeltje toegevoegd.

De Trollenkoning in 1990

Wanneer in 1984 het traject van de Stoomtrein wordt doorgetrokken, komt de uitgang van het Sprookjesbos in een wat vreemde hoek te liggen. Op het Herautenplein vinden dat jaar veel aanpassingen plaats: Ezeltje-strek-je uit de Speeltuin wordt hierheen verhuisd. Henny Knoet ontwerp hiervoor een klein pleintje aan de westkant van het Herautenplein met een rotonde met bankjes. De prinsen van de Magische Klok worden aangepast naar modellen die met hun arm kunnen bewegen. Een jaar later wordt de Heksenpoort gedraaid richting de Marskramer en bijgestaan door het reliëfbord.

Het rommelen van de nabijgelegen Bob is van 1985 tot 1996 duidelijk in het Sprookjesbos te horen. In 1987, een jaar na de oosterse attractie Fata Morgana, wordt de Fakir met zwarte baard vervangen door een nieuwe Fakir met witte baard, soepelere bewegingen en meer detail. De meest geavanceerde animatronic tot dan toe wordt in 1988 in het Sprookjesbos welkom geheten als de Trollenkoning.

1992-2001

De Pieck-zijde van de gedenkzuil

In de Siertuin, aan het einde van de route van het Sprookjesbos, wordt in oktober 1992 een Japanse tuin aangelegd met een monument voor de drie grondleggers van de Efteling. De naastgelegen Marskramer wordt het jaar daarop overdekt. Tijdens het Jaar van de Tulp, 1994, wordt een tulp van de Fakir in een eigen kabinetje in het Sprookjesmuseum geplaatst. In 1995 vindt een grote vervanging plaats van de wegwijzers en andere bebording in het Sprookjesbos. De donkerbruin geschilderde borden worden vervangen door een gelakte variant in lichte eikenhoutkleur. Al eerder verdwenen alle pictogrammen van de Sprookjesbos-wegwijzers. Later zouden de eerste letters van alle borden een rode onderkleur krijgen. In 1995 worden naast de dukaten nu ook edelstenen in de schatkist van Draak Lichtgeraakt gezet. Het verhaal van de Magische Klok wordt ingekort om het twee maal per kwartier te kunnen afspelen zonder gestoord te worden door Slimme Toon en de prinsen. Wanneer aan het eind van dat jaar het Huis van de Vijf Zintuigen in gebruik wordt genomen als de hoofdentree van het park komen bezoekers voortaan aan de andere zijde van het Sprookjesbos de Efteling binnen. Het gevolg is dat meer bezoekers voortaan via de zijingang het bos binnenwandelen een deel van de route missen.

In 1996 en 1997 vinden er een grote renovaties plaats bij de Indische Waterlelies, waarbij o.a. de bewegingen van de heks vloeiender worden. Er komt in het Sprookjesbos vervolgens permanente lantaarnverlichting, er vinden veel snoeiwerkzaamheden plaats, paden worden op sommige plekken breder gemaakt en de houten borden aan de randen van de paden verdwijnen. De gravel sluiproutes worden in 1998 bestraat met gele klinkers, de hoofdroute krijgt rode klinkers.

Het huisje van Repelsteeltje

1998 is ook het jaar dat er voor het eerst in een lange tijd, tien jaar om precies te zijn, weer nieuwe sprookjes worden toegevoegd aan het bos: Klein Duimpje met de Reus en Repelsteeltje. Hiervoor wordt een nieuw pad aangemaakt door het achterste deel van de Siertuin. Langs het pad komen ook de eerste nieuwe muzikale paddenstoelen die in jaren zijn toegevoegd. Het pad dat van de Indische Waterlelies naar de Fakir loopt wordt veranderd in een sluipweggetje. De Siertuin is door het nieuwe pad beduidend kleiner geworden. Het pad dat naar het kasteel van Doornroosje loopt moest tevens versmald worden. Hierdoor verdwijnt een laantje met bankjes. Tussen de ingang en uitgang van de Indische Waterlelies wordt dat jaar een tribune gemaakt voor het Openluchttheater (later het Sprookjesboom Theater) waar dagelijks kindervoorstellingen worden gehouden.

De Stiefmoeder in de Toverspiegel

In het daaropvolgende jaar gaat de Efteling onder de noemer Schatkamer van de Sprookjes verder met de uitbreidingen. Aan het Herautenplein worden enkele zaken toegevoegd die al vijftien jaar eerder door Henny Knoet bedacht waren: Herberg de Ersteling en het kasteel van de stiefmoeder van Sneeuwwitje met de toverspiegel. Een Pieckse overkapping met vogelornamenten verdwijnt hierdoor voorgoed. Het sprookje de Chinese Nachtegaal keert terug in het bos, Ton van de Ven ontwerp hiervoor een grote indoorscène van de slaapkamer van de keizer van China. De originele Siertuin moet hiervoor plaats maken. Er worden een bruggetje en enkele rotspartijen met watervalletje gesitueerd die overgaan in de Japanse tuin naast het paleis van de keizer.

Aan het begin van 1999 worden er in het Sprookjesbos veel bomen gekapt, nieuwe beplanting gezet en gekapt hout opgestapeld tot houtwallen aan de bosrand voor het ambitieuze Groenplan. Het komt het groen van het bos uiteindelijk ten goede, maar in het desbetreffende jaar ziet het Sprookjesbos er nog erg kaal uit. Hiervoor worden tijdelijk excuus-borden geplaatst bij de ingangen. In het Sprookjesmuseum wordt de Chinese Nachtegaal vervangen door de fluit van de Rattenvanger van Hamelen, wordt de toverspiegel ontoegankelijk gemaakt en de knuppel verplaatst naar de herberg. Verder wordt dit jaar het eerste sprookjesboek geplaatst bij Doornroosje, naar idee van Henk Groenen. Er komt een tweede vijver bij Roodkapje, het pad achter de Zeemeermin naar de Draak verdwijnt en de loodsen links van de Fakir worden afgebroken.

In december wordt de eerste Winter Efteling gehouden: Verschillende figuren dragen extra winterse kleding. Kleine Boodschap en de kabouter die uit waterradhuisje komt kijken hebben een wintersampeltje, in en op verschillende gebouwen wordt kerstversiering aangebracht en de nieuwe herberg en kasteel op Herautenplein worden voor twee maanden bedekt met spuitsneeuw.

De aanleg van de Pardoes Promenade zorgt er in 2000 voor dat het bos opener wordt langs het pad van Langnek tot aan de Rode Schoentjes. Her en der in het Sprookjesbos worden kleine effecten toegevoegd als nevel, spiedende oogjes en ritselgeluiden. Er wordt een knapzak met bezem in de bomen geplaatst, geluiden toegevoegd aan het leegstaande In de Noordpool, een rookeffect uit de neusgaten van Draak Lichtgeraakt en een eekhoorntje op het dak van de Zeven Geitjes. Bij veel sprookjes wordt in navolging van het boek vorig jaar bij Doornroosje een sprookjesboek geplaatst waarin in vier talen kort het verhaal wordt samengevat. Het snoephuisje van de heks van Hans en Grietje wordt met glitterverf behandeld. Niet langer geverfd worden de duiven op het Herautenplein. Tevens sluit het Sprookjesmuseum de deuren, wordt er een schilderij in de hal van het kasteel van de stiefmoeder van Sneeuwwitje gehangen en wordt het balieverkooppunt verbouwd en van een overdekt terras voorzien onder de nieuwe naam Kleyne Klaroen. De souvenirwinkel Marskramer krijgt eveneens een andere invulling.

De toren van Raponsje

De laatste toevoeging aan het Sprookjesbos van Ton van de Ven wordt op 18 mei 2001 geopend. Het sprookje van Rapunzel, in de Efteling Raponsje genoemd, wordt uitgebeeld met een klimmende heks aan de lange vlecht van Raponsje die vanuit een tien meter hoge toren uit een raam kijkt, midden in het Sprookjesbos. De muzikale paddenstoelen worden dit jaar vervangen door nieuwe versies met opliggende stippen in plaats van verfvlekken. Er vindt groot onderhoud plaats aan Trollenkoning, waarbij hij een ander (lelijker) masker krijgt dan voorheen. Het beeld van de Zeemeermin op de rots wordt opgesierd met schelpen en zeesterren.

2002-2011

In het jaar waarin het Sprookjesbos haar gouden jubileum viert gebeurt er weinig op de plek waar 'het allemaal begon'. De grootste aanpassing is het oude Sprookjesmuseum dat wordt omgebouwd tot een fotostudio voor Maxifoto. Zonder veel succes echter, want al binnen vier jaar sluit deze weer. De klimop bij Doornroosje heeft het kasteel totaal weten te overwoekeren, maar in 2003 worden de planten aan de vierkante toren weggesnoeid. Het horecapunt Kogeloog wordt dit jaar buiten gebruik gezet en er komt een afscheiding tussen het openluchttheater en de uitgang van de Indische Waterlelies waarbij de rotsen worden doorgetrokken en zelfs van een deur in thema worden voorzien.

Het Meisje met de Zwavelstokjes

In december 2004 wordt Het Meisje met de Zwavelstokjes geopend. De uitbeelding van het emotionele verhaal van Andersen is ontworpen door Michel den Dulk, die hiermee zijn enige toevoeging aan het Sprookjesbos maakt. Het gebouw en de show, die achter de loods van de Indische Waterlelies werden gebouwd tijdens het voorgaande seizoen, kan echter rekenen op veel lof van de bezoekers en in het bijzonder van de fans. Voor het nieuwe gebouw wordt een deel van het Sprookjesbos gebruikt dat voorheen alleen gebruikt werd als opslagplek voor allerhande spullen van de Milieudienst. Voor het sprookje worden zeventien bomen gekapt en wordt de route tussen Repelsteeltje en de Vliegende Fakir een stukje verlegd. De toren van de Indische Waterlelies moet zelfs wijken, omdat deze anders achter het gebouw te zien zou zijn. Het aloude bord voor de ingang naar de grot dat verhaalt over koningin Fabiola wordt vernieuwd waarbij de tekst in een ander lettertype komt te staan.

Tevens worden in dit jaar de wegwijzer naar Doornroosje verplaatst naar het begin van het pad richting het kasteel, komt er een Roodkapje die gedraaid staat naar de deur van het huisje van grootmoeder (voorheen stond ze met haar rug naar de deur), krijgt de vitrine uit het vroegere Sprookjesmuseum een vaste plaats in Efteling Museum en krijgt Klein Duimpje een mutsje op. Er wordt wat veranderd aan enkele sluippaden in het Sprookjesbos in 2005; Het pad van Doornroosje naar Zeven Geitjes verdwijnt, tussen Roodkapje en de Zeemeermin wordt het verbreed. De meest gebruikte afsnij, het brede pad tussen de Trollenkoning en Vrouw Holle, verdwijnt ook. Het daaropvolgende jaar wordt er een alternatief aangelegd, een smal kronkelend weggetje tussen de rododendrons. Ter ere van het Andersen-jaar wordt een plaquette met een reliëf van het Lelijke Jonge Eendje op de muur van de Rode Schoentjes geplaatst. De Sprekende Papegaai wordt dit jaar in ere hersteld; geschilderd in andere kleuren en nu met een bewegende snavel, die enkele jaren later weer weigert. De duiven op het Herautenplein worden na vijf jaar nu weer gekleurd, zij het in een iets feller kleurenpatroon dan voorheen.

Vrouw Holle

In 2006 komen er veiligheidshekjes tegen te water gaande kleuters bij Langnek, de Kikkerkoning en de Fakir. Het gesloten horecapunt Kogeloog krijgt een rijmpje op een fraai bord op de plek van de counter. Al eerder was de muur bij Wagen Gijs verlengd en voorzien van een deur voor personeel. In december opent de uitbreiding van het sprookje Vrouw Holle aan de achtergevel van het voormalige Sprookjesmuseum. Bij de put worden het daaropvolgende jaar enkele tonnen geplaatst, waarschijnlijk enkele overblijfselen van de pas geopende Vliegende Hollander.

Er is extra aandacht voor de natuur in 2007 en 2008 wanneer door het hele bos extra vogelhuisjes en vogelvoerplaatsen komen en er eekhoorns in het bos worden uitgezet. Er wordt dan begonnen met de bouw van twee nieuwe toevoegingen voor 2009, Assepoester en de Sprookjesboom, maar de laatste wordt toch even in de ijskast gezet in verband met hoge kosten. Assepoester opent wel, als het landhuis van de stiefmoeder met een volledig geconditioneerd binnentafereel, op de plek waar tot 1999 de remise van de Stoomtrein was. Er wordt een hekwerk geplaatst tussen de grot van Sneeuwwitje en de Kleyne Klaroen.

In oktober 2006 wordt Sprookjesboom gelanceerd, een 3D-animatieserie, gebaseerd op de door de Geesink-studio's ontworpen cartoon-versies van de Sprookjesbosbewoners. Wegens het succes van de serie bestaat er een tijdje het plan om de Sprookjesboom ook een plaatsje te geven in het Sprookjesbos. In 2010 is het zover en verschijnt de boom als verhalenverteller tussen het Meisje met de Zwavelstokjes en de Fakir in. Te dien tijde wordt ook het Sprookjesbostheater omgedoopt tot Sprookjesboom Theater en opent een enkel zomerseizoen een naamloos winkeltje met Sprookjesboomsouvenirs. In 2010 krijgt de Trollenkoning ook zijn zoveelste masker en een nieuwe staf.

2012-heden

De Nieuwe Kleren van de Keizer

Op 8 november 2012 krijgt het Sprookjesbos zijn volgende uitbreiding sinds de Sprookjesboom: de Nieuwe Kleren van de Keizer wordt toegevoegd op een nieuw stukje bos achter Assepoester dat voorheen door de groendienst gebruikt werd. Het pad vanaf Het Meisje met de Zwavelstokjes loopt nu langs dit sprookje en in een lus langs de achterzijde van het Sprookjesstation weer terug naar de Sprookjesboom. Hierdoor wordt de 'verplichte' route, dat wil zeggen het stuk pad vanaf het Openluchttheater tot aan de uitgang van het Sprookjesbos waaraan geen afsnijroutes of doorsteekjes gelegen zijn, met nog een flink stuk verlengd. Er ontstaan hier en daar in het bos steeds meer clandestiene sluippaadjes, gevormd door naar efficiëntie nopend personeel.

Op 12 december wordt wegens het zestig jarig bestaan van de Efteling de Sprookjeswijzer aangeboden door het personeel, een nieuwe uitvoering van een beeldje uit de jaren 50 dat de ingang van het bos wijst. In februari 2013 komt er nog een beeldje bij: in de Siertuin wordt een standbeeld van de gebroeders Grimm geplaatst wegens het Grimmjaar. 2013 wordt het jaar van de grote renovaties. In het voorjaar is Langnek wekenlang aan het zicht onttrokken. Het resultaat is een geheel vernieuwde rots met een fris geschilderde dienaar bovenop. Ook het groen is aangepakt. In oktober is het de beurt aan de Trollenkoning, die met volledig vernieuwde techniek, masker en aankleding uit de renovatie komt.

De meest recente toevoeging aan het Sprookjesbos: Pinokkio

De renovaties in het bos bereiken eind 2015 een hoogtepunt met de heropening van de Indische Waterlelies. Het sprookje is bijna een maand dicht en heropent met de terugkeer van de stem van Reny de Lannée de Betrancourt, opnieuw gemixt geluid, vernieuwde figuren en een update van de beplanting op het voorplein. Elders in het bos is de herfst van 2015 ook het decor van grootscheepse vernieuwing: na zestig jaar wordt In de Noordpool gesloopt om plaats te maken voor de bouwplaats van Pinokkio. Ook Kapitein Gijs verdwijnt uit het bos en verhuist naar het Ruigrijk. Het sprookje Pinokkio opent in maart 2016; groots en ruim van opzet heeft het een flinke impact op de openheid van dit deel van het bos. Het pad tussen Roodkapje en Pinokkio heeft een extra slinger gekregen om de zichtlijnen verrassend te houden.

Vrijwel tegelijk met de opening van Pinokkio pakt men de twee belendende sprookjes aan: de Rode Schoentjes ondergaat een flinke renovatie met verbeterde tekening op de achtergrond en volgens plan krijgt ook het huisje van de grootmoeder van Roodkapje een grote onderhoudsbeurt. Deze renovatie valt echter tegen door de slechte staat van het huisje, waardoor men besluit om het hele bouwwerk te vervangen. In december 2016 opent Roodkapje weer in het Sprookjesbos, compleet vernieuwd maar trouw aan het originele ontwerp.