Hans en Grietje
Intro hansengrietje.jpg
Geopend 18 juni 1955
Gebaseerd op Hans en Grietje
Opgetekend door Gebroeders Grimm
Ontwerp Anton Pieck
Techniek Peter Reijnders
Ingesproken door Wieteke van Dort
Figuren Hans, Grietje, heks, kat & vogel
Vorige Zeven Geitjes
Volgende Vrouw Holle
Sprookjesbos, overzicht

Hans en Grietje is het dertiende sprookje op de route in het Sprookjesbos. Het sprookje, opgetekend als Hänsel und Gretel door de gebroeders Grimm in hun Kinder- und Hausmärchen, wordt in de Efteling uitgebeeld middels het snoephuisje van de heks, met pannenkoeken op het dak en snoepharten en krakelingen tegen de muur. In de tuin zijn twee limonadefonteintjes te vinden en er zitten taarten op de tuinmuurtjes en buitenlampen. Tegen het huisje aan is het hok te vinden waar Hans in zit, ervoor zit Grietje op de grond bij haar broertje.

Het sprookje

Samenvatting

Illustratie uit het Sprookjesboek van de Efteling

Aan de rand van het bos woont een houthakker met zijn vrouw en hun twee kinderen: Hans en Grietje. Het gezin is erg arm, zó arm dat er niet genoeg eten voor iedereen is. Op een avond stelt de vrouw voor om de kinderen de volgende dag heel diep in het bos mee te nemen, om ze daar achter te laten met een stuk brood en een opgestookt vuur. De man protesteert, maar weet ook geen andere oplossing. De man en de vrouw weten niet dat Hans en Grietje door de honger niet kunnen slapen, en alles gehoord hebben. Grietje huilt dikke tranen, maar Hans belooft haar een oplossing te verzinnen. 's nachts glipt Hans stiekem het huisje uit en propt zijn zakken vol glanzende kiezelstenen. Wanneer ze de volgende dag op weg gaan laat Hans telkens stiekem een steentje uit zijn zak vallen. De kinderen worden achtergelaten in het bos, maar zodra de maan 's nachts begint te schijnen kunnen ze de weg naar huis terugvinden door het spoor van kiezelsteentjes te volgen. De man is blij zijn kinderen weer te zien, want hij had zich erg schuldig gevoeld, maar de vrouw is teleurgesteld.

Niet veel later besluit de vrouw opnieuw dat de kinderen achtergelaten moeten worden in het bos, omdat er nog steeds te weinig te eten is. Weer horen de kinderen ervan, maar wanneer Hans 's nachts het huisje uit wil om weer steentjes te verzamelen blijkt de vrouw de deur op slot te hebben gedaan.

Hans bedenkt een nieuw plan: in plaats van steentjes laat hij de volgende dag op weg in het bos telkens een stukje brood vallen. Weer worden de kinderen achtergelaten. Maar wanneer ze 's nachts proberen om het spoor terug te vinden, blijkt dat de vogeltjes in het bos al het brood hebben opgegeten!

De kinderen zwerven de hele nacht en ochtend door het bos en worden steeds wanhopiger. Dan zien ze een kleine witte vogel op een tak zitten, die erg mooi fluit. De kinderen volgen de vogel naar een open plek in het bos waar een bijzonder huisje staat. De muren zijn van brood, en de dakpannen zijn van pannenkoeken en de vensters van kandijsuiker. Hongerig beginnen Hans en Grietje aan het huisje te knabbelen, tot ze een stem horen: "Knibbel, knabbel, knuisje, wie knabbelt daar aan mijn huisje?" Het blijkt een oude vrouw te zijn die de kinderen binnen haalt en ze een tafel vol lekkernijen voorzet. Wat de kinderen niet weten is dat de oude vrouw eigenlijk een boze heks is.

De kinderen blijven slapen en de volgende ochtend grijpt de heks Hans uit zijn bedje en ze stopt hem in een stalletje, achter een hekje. Grietje wordt in plaats daarvan aan het werk gezet, ze moet vanaf dan alles voor de oude heks doen, én ze moet haar broertje allerlei lekkers geven. De heks wil Hans namelijk als een varkentje vetmesten, zodat ze straks een lekker dik jongetje kan oppeuzelen. Elke ochtend komt de heks naar Hans toe en vraagt hem zijn vinger door het hek te steken, zodat ze kan voelen of er al genoeg spek aan zit. Maar Hans is slim en weet dat de Heks niet zo goed kan zien: in plaats van zijn vinger steekt hij steeds een dun takje door het hek. Maar na een paar weken heeft de de heks genoeg van het wachten: ze eet Hansje zo wel op, dik of niet.

De heks draagt Grietje op om het vuur in de oven op te stoken, zodat ze Hans erin kan stoppen. Grietje is ontroostbaar, maar de heks trekt zich er niets van aan. Als het vuur aan is moet Grietje van de heks in de over kruipen om te zien of het er al heet genoeg is. Stiekem wil de heks Grietje natuurlijk ook gaan opeten. Dan krijgt Grietje een idee. Ze doet net alsof het haar niet lukt om in de oven te kruipen om te zien of het vuur al heet genoeg is en ze vraagt de heks om hulp. 'Dan doe ik het zelf wel!' zegt de heks en ze buigt voorover de oven in. Grietje geeft haar een flinke duw naar binnen en klapt dan het deurtje van de oven dicht. De heks schreeuwt, maar Grietje trekt zich er niets van aan. Ze bevrijdt Hans uit zijn stalletje en samen ontdekken ze in het huisje van de heks bergen parels en edelstenen. Ze zijn rijk! De kinderen vinden de weg door het bos naar het huisje van hun ouders terug. De vrouw blijkt te zijn gestorven en de man is dolblij zijn kinderen weer te zien. Dankzij de parels en de edelstenen van de heks hebben ze voortaan altijd genoeg te eten en ze leven dan ook nog lang en gelukkig.

Oorsprong

Aquarel van Pieck uit 1940

Hans en Grietje (oorspronkelijke titel: Hänsel und Gretel) werd opgetekend door gebroeders Grimm. Het sprookje verscheen voor het eerst in de bundel Kinder- und Hausmärchen in 1812. Wilhelm Grimm hoorde de vertelling voor het eerst van zijn kennis Dortchen Wild, waar hij laten mee zou trouwen.

In de eerste versie van het sprookje zijn de ouders van Hans en Grietje het erover eens dat de kinderen achtergelaten moeten worden in het bos, in latere versies probeert de vader dit te voorkomen en verandert de echte moeder in een stiefmoeder. Het sprookje is opvolgende edities van Kinder- und Hausmärchen dus wat milder geworden.

In diverse bekende analyses van het sprookje wordt een duidelijke connectie gezien tussen de boze heks en de wrede moeder/stiefmoeder, die op hetzelfde moment in het sprookje lijken te sterven en wellicht twee verschillende personificaties zijn van dezelfde vrouw. Ton van de Ven over het sprookje: "Van Hans en Grietje leren ze dat ze hun angst kunnen verbranden, door een heks in het vuur te werpen. Daar identificeren kinderen zich mee. Dat, waar je bang voor bent, kun je wegstoppen. Alles is oplosbaar." [1]

Het sprookje komt op veel punten overeen met het sprookje Klein Duimpje: een kind dat verlaten wordt, het de weg terugvinden met broodkruimels en het om de tuin leiden van een slechterik die graag kindertjes eet.

Het sprookje in de Efteling

Omschrijving

Het snoephuisje van de heks

Het sprookje wordt uitgebeeld middels het huisje van de heks, met pannenkoeken op het dak en snoepharten en krakelingen tegen de muur. In de tuin zijn twee limonadefonteintjes te vinden en er zitten taarten op de tuinmuurtjes en buitenlampen. De twee puddingen vooraan op de tuinmuur verspreiden een zoete geur. Tegen het huisje aan is het hok te vinden waar Hans in zit, ervoor zit Grietje op de grond bij haar broertje. Vlakbij het hok is de oven al opgestookt om de vetgemeste Hans in te bereiden.

Er loopt een paadje door de voortuin naar het huisje toe, maar dit pad is niet voor bezoekers bedoeld, zij moeten bij het tuinhek blijven staan. Links achter het hek staat een bordje met de tekst:

Een druk op de kruk, gebruik je oren:
't Luik gaat open en de heks komt naar voren.

Het mechanisme van de kat

Het sprookje is dan ook deels interactief: wanneer bezoekers aan de deurklink van het tuinhek rammelen fluit de vogel op het dak, komt een zwarte kat met zijn kop uit een klein rond venster, en dan schuift het luikje voor het raampje in de voordeur open. We zien dan het heen-en-weer schommelende gezicht van de heks, die met een krakende stem (ingesproken door Wieteke van Dort) roept:

Knibbel, knabbel, knuisje
Wie knabbelt daar aan mijn huisje?

In zijn kooi wiebelt Hans ongemakkelijk heen en weer en Grietje kijkt bezorgd in het rond.

Geschiedenis

Ontwerp en realisatie

Hans en Grietje was een van de eerste sprookjes dat na de opening in 1952 werd toegevoegd aan het Sprookjesbos. Het tafereel werd ontworpen door Anton Pieck. Op een aantal punten lijkt het wel een beetje op een aquarel die Pieck in 1940 maakte, alleen daar is het complete huisje van snoep. In de Efteling dient het snoep enkel ter decoratie. Bovendien zijn het huisje en de omgeving in de Efteling wat vriendelijker en beduidend minder grimmig. Op ontwerpen is tevens te zien hoe Pieck oorspronkelijk een drinkende Hans en een blazende kat op de trap van het huisje had bedacht.

In het uiteindelijke sprookje was de heks achter het luikje in de deur het enige bewegende onderdeel. Peter Reijnders bedacht hiervoor het interactieve element van de deurkruk.

Het snoephuisje van de heks van Hans en Grietje werd tijdens de winter van 1954/1955, tussen de Chinese Nachtegaal en de put van Vrouw Holle, in een bocht tussen de bomen gebouwd. Op foto's van de bouw is te zien hoe het gebouwtje, net als het vijf jaar later geopende huisje van de grootmoeder van Roodkapje, volledig met houten palen wordt opgezet, waarna er steengaas is gebruikt voor de muren.

Opening

Opening Hans en Grietje, Anton Pieck snijdt een taart aan

Het sprookje werd op 18 juni 1955 geopend. Op foto's in o.a. Mam, een duppie voor de kip? en Kroniek van een Sprookje is te zien hoe Pieck en Reijnders de taart aansnijden. Beide boekwerken spreken over een geureffect van peperkoek die men in de omgeving verspreidde. Volgens Duppie zou deze geslaagd zijn, maar De Kroniek meent dat de geur te snel werd opgenomen door de vegetatie om op te vallen.[2]. Uiteindelijk werd pas in 2016 bij een grote renovatie een succesvol geureffect toegevoegd, dit keer verspreid vanuit de taarten op het tuinhek.

Latere aanpassingen

Close-up van de eerste heks

De jeugd van de jaren 50 bleek de bedoeling van de deurkruk niet altijd te begrijpen en bleef verwachtingsvol staan voor het sprookje zonder het in werking te stellen. Anton Pieck maakte daarom in 1959 een ontwerp voor een bordje met korte instructietekst dat er nu nog altijd staat.

Oorspronkelijk zat er geen beweging in Hans en Grietje - ze waren statische houten poppen uit één stuk. Pas in begin jaren zeventig werden de figuren vervangen door animatronics met pruikjes op en kleren aan. Daarbij is vooral Hans erg veranderd: de eerste pop leek erg op het dikke jongetje zoals Anton Pieck hem had getekend, het 'nieuwe' Hansje is heel wat magerder. Destijds werden eveneens de oorspronkelijke stem van de heks, ingesproken door een dan hoogzwangere Patricia Rijks-Reijnders, dochter van Peter Reijnders, vervangen door de stem van Wieteke van Dort en werd een effect toegevoegd: dat van de kat die door het gat in de muur komt. Een zwarte kat was echter al wél te vinden op het oorspronkelijke ontwerp van Pieck; deze werd destijds niet uitgevoerd.

Het tegenwoordige huisje heeft een constructie op basis van bakstenen muren. Vermoedelijk is de complete houten draagconstructie van het bouwsel, tegelijk met de andere updates aan het sprookje, vervangen. Het exterieur van steengaas met een dikke laag verf bleef echter bij die renovatie behouden en is nog gelijk, op enkele snoepdecoraties na, aan de situatie bij opening.

In oktober 2000 werd het huisje voorzien van een glinsterende verflaag, om de snoepgoed-achtige uitstraling wat meer te versterken, overigens met twijfelachtig resultaat. Vanaf datzelfde jaar zijn glimmende oogjes te zien naast de oven van de heks.

Hans in het hok zoals deze er tot oktober 2016 uit zag
Hans en Grietje en een antieke paddenstoel die hier tot oktober 2016 nog stond

In september en oktober 2016 onderging het sprookje een grote renovatie waarvoor het volledig in de steigers werd gezet. Het sprookje was op 15 oktober weer te zien voor het publiek. Vanuit het huisje werden buizen gelegd naar de taarten op het hek die voortaan een zoete geur verspreiden, waarmee een idee uit de beginjaren eindelijk werd gerealiseerd. Het hok van Hans werd, net als het oventje in de tuin, helemaal opnieuw opgetrokken. In de oven is voortaan een vuureffect te zien. Het huis kreeg een fraaie nieuwe verflaag en de houtsnijwerkgezichtjes op de gebogen steunbalken rechts van het huis werden wat aangepast, zodat ze beter zichtbaar zijn. De koppen van de poppen van Hans en Grietje werden helemaal nieuw gemodelleerd: voortaan kijken ze wat angstiger, en is het tweetal meer herkenbaar als broer en zus.

Eftelingse media en souvenirs

Kartonnen bouwpakketje
Taartlampen in de Efteldingen
Hans en Grietje als entertainmentduo

Entertainment

  • Hans en Grietje behoren ongeveer sinds 2001 tot de vaste stal beschikbare sprookjesfiguren die door de Efteling worden ingezet bij verschillende evenementen. Hans en Grietje zaten bijvoorbeeld in het voetbalteam FC Sprookjesbos, traden op op Zomeravonden en ook waren ze de afgelopen jaren regelmatig te vinden bij het ontbijt in het Efteling Hotel, waar ze gekookte eitjes en croissantjes uitdeelden.
  • Hans was als 'sprookjesvriendje' één van de personages in het Sprookjesfeest.
  • Hans en Grietje kwamen voor in de Wonderlijke Efteling Show en in de eerste Sprookjesshow, maar in beide voorstellingen waren ze niet van noemenswaardig belang: het waren piepkleine rolletjes.

Wetenswaardigheden

  • Tegenover het huisje staat een bord bij een afvalmand, met de tekst: "Wel snoepten Hans en Grietje hier, maar zij strooiden geen papier"
  • De vogel op het dak was oorspronkelijk zwart, tegenwoordig is deze raaf wit.
  • Op de grond, vlakbij Grietje, was tot herfst 2016 de laatste resterende paddenstoel uit de beginjaren terug te vinden. Deze werd bij de grote renovatie van dat jaar verwijderd.
  • Het geblaas van de zwarte kat is exact hetzelfde geluid als dat wat te horen is in de Ronde Zaal van het Spookslot, een attractie die een jaar later zou openen.
  • Tijdens de Winter Efteling is sinds 2005 een aantal kleine peperkoekmannetjes in de tuin van de heks te vinden. Sommige van deze mannetjes drinken met een rietje uit de limonadefonteintjes.
  • In het Efteling Hotel is al sinds 1992 een kamer te vinden in het thema van het sprookje, met vooral veel snoepgerelateerde decoratie.


Verwijzingen
  1. Het brein van de Efteling, Interview in De Stem, datum: 5 december 1992
  2. Henk vanden Diepstraten: Kroniek van een Sprookje (2002), Tirion, pag. 46