Het Meisje met de Zwavelstokjes
Intro meisje.jpg
Geopend 11 december 2004
Opgetekend door Hans Christian Andersen
Ontwerp Michel den Dulk
Muziek Maarten Hartveldt
Ingesproken door Toos van de Voorde
Figuren Meisje, onverlaat
Vorige Repelsteeltje
Volgende De Nieuwe Kleren van de Keizer
Sprookjesbos, overzicht

Het Meisje met de Zwavelstokjes is het vijfentwintigste sprookje op de route in het Sprookjesbos. In de Efteling werd het sprookje van Andersen naar ontwerp van Michel den Dulk in december 2004 toegevoegd aan het Sprookjesbos achter het gebouw van de Indische Waterlelies. Het is een overdekte voorstelling, waarbij het verhaal op rijm wordt voorgedragen door Toos van de Voorde.

Het sprookje

Den lille pige med svovlstikkerne, zoals de oorspronkelijke titel luidt, is een sprookje van Hans Christian Andersen. Het werd voor het eerst gepubliceerd in 1845.

Het sprookje verhaalt over een arm, klein meisje, dat door haar ouders op oudejaarsavond de straat op wordt gestuurd om zwavelstokjes te verkopen. Alle mensen lopen het meisje echter voorbij, op weg naar hun warme huizen en hun tafels vol eten. Het meisje bibbert van de kou, op haar blote voetjes. Haar ene slofje is ze kwijtgeraakt en het andere slofje is gestolen door een kwajongen.

Het wordt laat en het meisje durft niet terug naar haar ouders, omdat ze geen enkel zwavelstokje heeft kunnen verkopen. Koud en vermoeid besluit ze een zwavelstokje aan te steken. In het licht en de warmte van het vlammetje krijgt het meisje een visioen van een grote kachel waarin een warm vuurtje brandt. Net als het meisje haar voeten eraan wil warmen dooft het zwavelstokje, en het visioen verdwijnt.

Het meisje steekt een volgend stokje aan. Er verschijnt een feestmaal, en een gebraden gans danst op de tafel. Met het doven van het zwavelstokje verdwijnt ook dit visioen. Het meisje steekt een derde stokje aan, en ziet een kerstboom met wel duizend lichtjes. Als het zwavelstokje dooft veranderen de kaarsen in sterren in de lucht.

Wanneer het meisje een vierde zwavelstokje aansteekt verschijnt haar oma, die is overleden, voor haar ogen. Het meisje smeekt haar oma om haar mee te nemen. Haastig strijkt ze de rest van de zwavelstokjes uit het bosje af. De zwavelstokjes gaven zoveel licht dat het klaarlichte dag lijkt. Oma neemt het meisje in haar armen en vliegt hoog met haar de hemel in, naar God.

De volgende morgen vonden de mensen het meisje in een steegje, doodgevroren maar met een tevreden glimlach op haar gezichtje.

Het sprookje in de Efteling

Het Meisje met de Zwavelstokjes opende op 11 december 2004 en is ontworpen door Michel den Dulk. De coördinatie van het project was in handen van Peter Koppelmans. Het sprookje heeft in totaal 1,3 miljoen euro gekost. Het Meisje met de Zwavelstokes werd aan het publiek gepresenteerd tijdens de Winter Efteling, op 15 december. De opening van het sprookje werd gekoppeld aan de viering van de tweehonderdste geboortedag van Hans Christian Andersen in 2005.

Voor het Meisje met de Zwavelstokjes werd een deel van het Sprookjesbos gebruikt dat voorheen alleen gebruikt werd als opslagplek voor allerhande spullen van de Milieudienst. Voor het sprookje werden zeventien bomen gekapt en werd de Sprookjesbosroute tussen Repelsteeltje en de Vliegende Fakir een stukje verlegd.

Exterieur

De ingang

Het Meisje met de Zwavelstokjes is gebouwd op een kunstmatig heuveltje, zodat het sprookje wat hoger ligt. Een dergelijke ophoging is ook te vinden bij Doornroosje en Roodkapje; het is een eenvoudige en succesvolle manier om een sprookje meer cachet te geven.

Van buiten ziet het sprookje eruit als een klein stadje, met een toegangspoort, een gaanderijtje en verschillende torentjes. Bij de uitgang van het sprookje is een klein kerkhofje te vinden: een verwijzing naar de dood van het meisje uit het sprookje. Achter het sprookje is een grote stadsmuur met kantelen gebouwd, die de achterzijde van de loods van de Indische Waterlelies aan het zicht moet onttrekken.

De daken hebben klassieke rode leisteentjes als dakpannen en het bouwwerk is voorzien van wit pleisterwerk, met scheuren en doorpiepende bakstenen. De muren zijn op een traditionele, slordige manier gestucd, en lijken daarom meer op de muren van de oudste gebouwen in de Efteling dan op de recentere bouwsels, waarbij het stucwerk veel zorgvuldiger en gladder is aangebracht. Het was een bewuste keuze van Michel den Dulk om deze techniek weer eens toe te passen. Uit een interview met Eftelist:

Het exterieur van het Meisje met de Zwavelstokjes
Toen ik eenmaal voor een traditionelere vormgeving gekozen had, heb ik gezegd dat het stucwerk ook wel op de oude manier aangebracht moest worden. Vroeger is het stucwerk lange tijd op dezelfde manier gedaan, kijk bijvoorbeeld naar Doornroosje. Op die manier hebben we het nu ook weer toegepast bij het Meisje met de Zwavelstokjes. Simpele stenen muurtjes, niet zo heel netjes gemetseld, met een paar stenen een beetje eruit. En daar is gewoon stucwerk opgeblubd. Af en toe een beetje uitgesmeerd, een paar gaten openhouden, maar niet veel meer dan dat. Op een gegeven moment is die techniek een beetje verwaterd. (...) De laatste keer dat het op die manier in de Efteling werd gedaan is eigenlijk al heel lang geleden. Ook de mensen die het moesten maken vonden het leuk om weer eens op die manier te werken. Op de achterste muur is het wel een beetje op hol geslagen, vooral de zijmuur. Gelukkig staan er wat bomen voor. Maar ik denk dat het gebouwtje zelf op de meeste plekken toch wel prima gelukt is. Vooral ook op dat kapelletje, in die boogjes. Daar is die techniek heel aardig toegepast.

Na de realisatie van het Meisje bood het gebied plaats aan nog enkele nieuwe sprookjes. De ontwerper had oorspronkelijk voor deze locatie de sprookjes Duimelijntje en de Rattenvanger van Hamelen in gedachten, waardoor een aaneenschakeling van stedelijke sprookjes, ook wel 'stadssequentie' genoemd, zou kunnen ontstaan. Hier is het niet van gekomen, aangezien in 2010 de Sprookjesboom aan dit stuk van het bos wordt toegevoegd.

Interieur

Stadsdiorama

Eenmaal door de stadspoort van het sprookje komt de bezoeker eerst langs een klein diorama, dat uitzicht biedt op een stadje in de sneeuw, onder een donkere nachthemel. Op de voorgrond zijn enkele Pieckmuisjes te vinden en in het stadje schijnt er licht achter de raampjes en in een kerktoren licht een Mariabeeld op.

Een decorstuk in voorbereiding in 2004. Het is niet duidelijk of het gebruikt is in het sprookje.

Er volgt een gang met aan het uiteinde de toegang tot de gaanderij. Naast de toegang hangen twee kandelaars met kaarsen en boven de toegang hangt een banier met de tekst:

Brandt de kaars, blijft stille staen
Na 't doven moogt ge verder gaen

De gaanderij bestaat uit twee lagen, die uitzicht bieden op de uitbeelding van het sprookje, achter een glazen ruit. De gaanderij is voorzien van een met latten betimmerd halfrond plafond (een tongewelf), houtsnijwerk en er hangen grote kroonluchters. Elke vijf minuten doven de kaarsen en begint het sprookje, en dan zien we een besneeuwd straatje. Het steegje heeft huizen aan weerszijden en in het midden een waterpomp, en een doorkijkje naar het diorama dat erachter ligt. In de sneeuw zit een animatronic: een klein, ineengedoken meisje, wier adem condenseert in de koude lucht.

Vertelling

Er klinkt wat vluchtige harpmuziek, er vallen wat vlokjes sneeuw van de waterpomp, en de door Ton van de Ven geschreven vertelling gaat van start, voorgelezen door Toos van de Voorde-Verdult:

Overzicht van de scène
Visioen van een gans
In oma's armen vliegen

Oudejaarsavond, ijzige wind
Een eenzaam klein meisje, een verlaten kind
Een leven in armoe, geen liefde beschoren
Steenkoude voetjes, haar sloffen verloren
De één werd gestolen, een onverlaat
de ander onvindbaar in de donkere straat

Zwavelstokjes die niemand wou kopen
Angst voor thuis, om straf te ontlopen
Achter de vensters huist welvaart en vrede
Enkel wat warmte is haar eenvoudige bede
Mag één enkel stokje aan de bundel ontbreken?
Eén enkel stokje, zal ze het durven ontsteken?

Een kachel licht op, een stralende gloed
Is het een wonder? Ziet ze het goed?
Het droombeeld vervaagt, verdwijnt met de wind
Wonderen bestaan, maar niet voor dit kind

Een tweede stokje; het vlamt op in haar hand
Een feestmaal verschijnt wanneer het ontbrandt
Een ganzengebraad, hoe kan die gans leven?!
Een droom die vervliegt, het duurt maar héél even.

Een derde vlam tovert de glansvolle pracht
van een twinkelende kerstboom die verdwijnt in de nacht
Kerstboomlichtjes die als sterren verstrooien
Ze stijgen op om de hemel te tooien

Eén ster in het zwerk raast aan de anderen voorbij
in herinnering komt wat grootmoeder zei.
Een vallende ster, een ziel gaat op reis
Naar hemelse vrede, naar Gods paradijs

En zie, daar is grootje. Zij reikt naar het kind
Zacht stralend van goedheid met een liefde die bindt
Ach grootje, lief grootje, ach voer mij toch mee
Naar de innige warmte van uw hemelse vrêe

En zie, in grootmoeders armen ontvliedt zij deez' aard
Voor eeuwig voor zorgen en rampspoed gespaard

In sneeuw blijft dit meisje, in kou overleden
Haar mond in een glimlach, een glimlach van vrede
Het is de kracht van de liefde die altijd wint
Het geluk is voor eenieder, en nu ook voor dit kind

Tijdens het eerste deel van de vertelling zijn verschillende dingen te zien: schaduwen achter de ramen van de huizen en de onverlaat komt even achter de waterpomp vandaan.

De visioenen van het meisje, het ganzengebraad, de kerstboom en oma, zijn filmbeelden die in de scène op de juiste plaats op een speciaal soort folie geprojecteerd worden. Wanneer het meisje sterft, wordt haar geest op de plek van de animatronic geprojecteerd en als de geest van het meisje in de armen van haar oma vliegt, zakt de pop zachtjes in elkaar.

Muziek

Het sprookje roept bij menige bezoeker een sterke emotie op, en dat is niet in het minst de danken aan de muziek van componist Maarten Hartveldt. Hartveldt schreef voor het Meisje met de Zwavelstokjes stemmige muziek voor cello en piano, en een variatie op Ave Maria, ingezongen door kamerkoor Ad Parnassum.

Michel den Dulk benaderde de componist, wat de start was van een langere samenwerking. Voor het 'mini-requiem' werd gekozen vanwege de dood van het meisje. Net als de tekst combineert de muziek het trieste van het sterven met een positieve interpretatie: de muziek eindigt in majeur, en benadrukt daarmee dat de dood uiteindelijk geluk brengt voor het meisje.[1]

De muziek is door de Efteling nooit uitgebracht op één van de vele muziekcd's die het park produceerde omdat de Efteling de muziek slechts van Hartveldt in licentie heeft genomen voor gebruik in het sprookje, en die dus niet vrij kan publiceren. Hartveldt vindt het niet voor de hand liggen om de muziek uit te brengen, aangezien die het best tot zijn recht komt in de context van het sprookje.[1]

Techniek

Voor de illusie van de visioenen wordt gebruik gemaakt van holografische projectie, een techniek die wat doet denken aan de Pepper's Ghost maar met een filmprojector kan werken. Een glasplaat, bedekt met een heel dunne folie, is diagonaal voor de scène geplaatst: van beneden vooraan schuin naar achteren de scène in. Op het plafond wordt een film geprojecteerd die de visioenen bevat. De schuin opgestelde folie weerspiegelt dat beeld.

Het ontvlieden van oma en het meisje van deez' aard is opgenomen door de twee acteurs elkaar in de studio te laten vasthouden, terwijl de camera op een rail er snel 360 graden omheen draait.

Latere aanpassingen

Na opening van het sprookje bleek het erg verstorend voor de beleving dat nieuw arriverende bezoekers steeds halverwege het verhaal binnenvielen. Aanvankelijk werd bedacht om een medewerker in te zetten op drukke dagen, of een deur die sloot bij start van de show. Uiteindelijk werd gekozen voor een lint met tekst en kaarsen die gaan branden zolang de show loopt, ontworpen door Léon Weeterings en geïnstalleerd in mei 2008.

In de Eftelingse media

  • Het Meisje met de Zwavelstokjes is één van de sprookjes die door de Efteling gebruikt zijn in de televisieserie Sprookjes. De aflevering is opgenomen op het Anton Pieckplein.
  • Het Meisje met de Zwavelstokjes is opgenomen in het sprookjesboek van de Efteling uit 2009 en kreeg in 2016 een eigen Efteling Gouden Boekje.

Wetenswaardigheden

Vuurtje bij de grafstenen
  • Oorspronkelijk zou de officiële opening van het sprookje op 11 december plaatsvinden, maar aangezien op deze dag de uitvaart van prins Bernhard gehouden werd, besloot de Efteling de officiële opening voor pers uit te stellen tot 15 december.
  • Ter ere van de opening van het sprookje werd een kaarsenroute aangelegd, van de bocht na Klein Duimpje tot aan het Meisje met de Zwavelstokjes.
  • Er zit een geureffect in het sprookje, wanneer de gans op tafel verschijnt. De geur lijkt overigens vooral op kippensoep uit een pakje.
  • Van de dichtregel Angst voor thuis, om straf te ontlopen klopt grammaticaal zó weinig dat dichterlijke vrijheid niet als smoes aangevoerd kan worden. Blijkbaar heeft niemand Ton van de Ven, de schrijver van de vertelling, hierop gewezen.
  • De grafstenen bij de uitgang zijn van het meisje en van oma. Volgens het grafschrift leefde de oma van 1693 tot 1759 en heette Eleonora - een eerbetoon aan Den Dulks moeder, Leonoor.
  • Oorspronkelijk had Michel den Dulk een stijl voor het exterieur in gedachten die deed denken aan Russische architectuur, met uivormige koepeltjes. Grappig is dat Disney in 2006 gebruik maakte van een Russische setting voor hun versie van The Little Match Girl, een kort animatiefilmpje.
  • In de negentiende eeuw was het maken van zwavelstokken een belangrijke (maar magere) bron van inkomsten in Kaatsheuvel.[2]


Verwijzingen
  1. 1,0 1,1 Ochtend in Pretparkland: jaargang 6 nummer 21
  2. A.J. van der Aa: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden. Gorinchem: Jacobus Noorduyn (1845). Zesde deel, p. 200.