De Nieuwe Kleren van de Keizer
Intro nieuwekleren.jpg
Geopend 8 november 2012
Gebaseerd op Nieuwe Kleren van de Keizer
Opgetekend door Hans Christian Andersen
Ontwerp Pim-Martijn Sanders
Techniek ETF Ride Systems
Muziek J.S. Bach, Marco Kuypers
Ingesproken door Paul van Vliet (eerder Toos van de Voorde-Verdult)
Figuren Keizer, kleermakers, eerste minister, hofdames, lakeien
Vorige Meisje met de Zwavelstokjes
Volgende Sprookjesboom
Sprookjesbos, overzicht

De Nieuwe Kleren van de Keizer is een sprookje over een keizer die te ijdel is om toe te geven dat hij door twee kleermakers op z'n nummer wordt gezet, en daardoor in de veronderstelling prachtige kleren te dragen naakt een parade loopt. Het is geschreven door de beroemde Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen. Met de oorspronkelijke titel "Kejserens nye klæder" werd het voor het eerst gepubliceerd in 1837 als onderdeel van Andersens derde bundel met sprookjes.

In de Efteling is het de zesentwintigste uitbeelding op de route in het Sprookjesbos. Het werd aan het eind van het jubileumjaar 2012 geopend op een nieuw stukje route tussen het Meisje met de Zwavelstokjes en de Sprookjesboom. Het sprookje wordt op rijm gebracht door de stem van Paul van Vliet, terwijl tegen het decor van een hoge paleismuur, opgetrokken in een mengeling van barok- en rococo-elementen, een theekoepel en een sierlijke poort, doorlopend een voorstelling wordt gegeven door bewegende poppen en schimmenspel. Het werd ontworpen door Pim-Martijn Sanders. De muziek is een bewerking van de Musette in D majeur van Johann Sebastian Bach. Eerder was het sprookje aanwezig in het Sprookjesmuseum, waar sinds 1963 een lege kledinghanger in een vitrinekast te zien was.

Uitbeelding

Vooraanzicht

Wie de route volgt vanaf het Meisje met de Zwavelstokjes komt uit in een paleistuin-achtige omgeving met gesnoeide struiken en geknipte hegjes. In deze tuin zijn tegen het decor van een hoge paleismuur, opgetrokken in een mengeling van barok- en rococo-elementen, een theekoepel en een sierlijke poort geplaatst. Voor deze muur, gedecoreerd met fonteinen, speelt het sprookje zich af.

Het decor is op het zuiden geplaatst, zonder bomen er achter. Dit zorgt in de zomertijd er voor dat de zon de bezoekers kan verblinden en het tafereel minder goed te zien is. Voornamelijk het schimmenspel is bij een hoogstaande zon zo goed als niet te zien.

Voorstelling

Wanneer de vertelling van Paul van Vliet begint kondigen twee lakeien bij de poort middels trompetgeschal de komst van de twee kleermakers aan. In een draagstoel gezeten worden deze over het betrekkelijk geavanceerde trackless systeem van ETF Ride Systems door de poort gedragen. De kleermakers gaan voor de keizer aan de slag en kort daarop lopen ze met stapels stoffen dan ook van de poort naar de theekoepel om aldaar hun "kleding" te gaan naaien.

Schimmenspel

De theekoepel biedt door een raam een aardig zicht op een schaduwspel in papierknipselstijl dat het fictieve naai- en knipproces van de kleermakers toont. Even gluurt de figuur van de eerste minister door het raam, maar al snel is het de beurt aan de keizer zelf om zijn kledij te gaan passen. Voorafgegaan door drie hofdames wordt de keizer door twee lakeien onder een baldakijn door de poort naar het theehuis gebracht. Doordat de hofdames een reverence maken terwijl de keizer en lakeien voorbij schrijden is goed te zien dat het "transportsysteem" van het sprookje tot vrij ingewikkelde mogelijkheden in staat is.

Het knipselspel in het theehuis toont vervolgens het passen van de kleding door de keizer. Met veel egards krijgt hij zijn "onzichtbare" nieuwe kleren aangereikt. Het hoogtepunt van het sprookje is natuurlijk de parade waarbij de keizer zich in al zijn ijdelheid wil tonen aan het volk. Vanuit de theekoepel zien we de keizer en zijn twee bloedserieus kijkende lakeien naar buiten komen. Onder luid gelach van het volk, klinkend uit de speakers, paradeert de poedelnaakte keizer door de paleistuin. Als klein "grapje" spuit een fonteintje juist dan net even wat hoger om te voorkomen dat het publiek 's keizers edele delen te zien zou kunnen krijgen. De vertelling besluit met het feit dat de keizer lelijk uit zijn hemd is gezet.

Vertelling

V.l.n.r. UNICEF-directeur Jan Bouke Wijbrandi, Paul van Vliet en Efteling-directeur Bart de Boer op 13 december 2012 met de eerste UNICEF-award

De vertelling bij het sprookje is zoals dat bij veel recente sprookjes het geval is geschreven op rijm. Het werd ingesproken door Paul van Vliet, en gaat als volgt:

Er was een een ijdele keizer die niets liever deed dan flaneren,
voor ieder uur van de dag had hij prachtige nieuwe kleren.
Het volk gehoorzaamde zoals altijd, achter gouden hekken maar braaf zijn bevelen,
verplicht gesteld hem te bejubelen en zijn ijdele ego te strelen.
Twee onderdanen waren verbolgen, zoveel ijdelheid was echt ongehoord!
Ze bedachten daarom een list en verschenen bij het paleis aan de poort.

Ze knielden voor de keizer, kusten zijn voeten en maakten hem wijs:
'Wij zijn keizerlijke kleermakers en reizen van paleis naar paleis.
Speciaal voor u weven wij een gewaad, zo kleurrijk en zo speciaal,
een stof onzichtbaar voor de dommen, is dat niet fenomenaal?'
De keizer beval hen die stof te weven, verwerkbaar tot nieuwe kledij.
Als naaiatelier werd het theehuis gewezen, met muntgoud betaald werden zij.

De kleermakers gingen aan het werk, dit was niet zomaar iets.
Ze knipten, weefden en naaiden, het allermooiste: niets!
De keizer kon niet langer wachten, de minuten voelden als uren,
daarom stuurde hij zijn eerste minister om stiekem bij de kleermakers te gaan gluren.
De minister werd bleek, hij zag de kleermakers druk knippen, weven en vouwen,
maar hun handen waren leeg, moest hij zichzelf nu als dom beschouwen?

De minister, hevig geschrokken, bedacht daarop snel een tactiek.
Met veel enthousiasme vertelde hij de keizer: 'Het wordt werkelijk magnifiek!'
Verheugd door het goede bericht en voorafgegaan door zijn keizerlijke stoet,
toog de keizer daarop naar het theehuis, zijn nieuwe kleren tegemoet.

Nu de keizer eindelijk mocht passen, werd hij toch wel een beetje bleek.
Hij draaide voor de spiegel, maar zag de kleren niet, hoe goed hij ook keek.
De keizer voelde zich dom, maar zijn hofhouding stond te juichen.
De kleren moesten wel mooi zijn, zo probeerde hij zichzelf te overtuigen.
De keizer haalde diep adem toen hij zijn volk achter de poorten zag staan.
Maar met opgeheven hoofd besloot hij toen om toch maar naar buiten te gaan.

'Maar hij heeft niets aan! Hij heeft helemaal niets aan!', riep plots een kleine guit.
Het was even stil, maar toen lachte iedereen de keizer uit.
Met schaamrood op zijn wangen, maar met een zo waardig mogelijke tred,
besefte de keizer dat hij lelijk uit zijn hemd was gezet.

Geschiedenis

Het Sprookjesmuseum

Van 1963 tot en met 2000 was een verwijzing naar het sprookje aanwezig in het Sprookjesmuseum. Wie het kleine huisje binnenkwam kon bij binnenkomst meteen aan de linkerzijde een vitrinekast vinden van vier glazen platen en een houten boven- en onderstel. De gehele kast was verder leeg, op een hangende houten kledinghanger na, met daaronder een bordje met de tekst "De onzichtbare kleren van de keizer" in gotische letters. Deze bescheiden uitbeelding werd in 2005 naar het Efteling Museum verplaatst en is aldaar nog steeds te zien. De kledinghanger hangt nu aan een felle tl-balk. Bij de opening van de uitbeelding in het Sprookjesbos in 2012 werd het bordje vervangen door een nieuw exemplaar, waar op een goudkleurig plaatje het destijds gebruikte logo met de tekst "De Nieuwe Kleren Van De Keizer" in schoonschrift staat gedrukt.

Ontwerp

Sinds 2012 is De Nieuwe Kleren van de Keizer te vinden als zelfstandige uitbeelding in het Sprookjesbos. Het sprookje werd ontworpen door Pim-Martijn Sanders, z'n enige zelfstandige project voor het Sprookjesbos (hij hielp mee met het ontwerp van de Sprookjesboom). Sanders opteerde al snel na het voltooide ontwerp voor een baan bij een ander pretpark. Nog voor het sprookje goed en wel opgeleverd was, werkte hij al bij Europa-Park. In 2016 keerde hij terug bij de Efteling.

Op basis van één maquette werd het uitgewerkt en gerealiseerd. Sanders ontwierp een paleistuin in een mengeling van barok- en rococo-elementen, zoals we die bijvoorbeeld kennen van het beroemde Versailles uit de tijd van de Franse keizers. Ook het pad voor het sprookje is hierin meegenomen, met eigen bestrating, lantaarnpalen en bankjes die bij deze stijl passen, zodat je als bezoeker als het ware middenin de paleistuin staat.

Prominent in het decor zijn de afbeeldingen van narcissen. Hiermee wordt verwezen naar de mythologische figuur Narcissus, opgetekend door de Romeinse dichter Ovidius. Deze mythe draait om een jongen die niets doet dan naar zijn eigen afbeelding in de waterspiegeling kijken; uiteindelijk verandert hij in een bloem, een narcis. De naam van Narcissus komt ook terug in het woord narcist, iemand met een ziekelijke hoeveelheid eigenliefde, dat uiteraard erg goed past bij het karakter van de keizer uit het sprookje. Sterker nog, volgens de Efteling heeft de keizer zelfs dezelfde naam als de mythologische figuur, blijkens een citaat boven de linker poort:

Citaat van Keizer Narcissus

Summa pulchritudo mea
donum mundi est
Caesar Narcissus

Latijn voor: "Mijn enorme schoonheid is een geschenk aan de wereld - Keizer Narcissus".

Voor het vervaardigen van de kleren is gekozen voor een uitbeelding in een schaduwspel van papierknipsels, te zien in het raam van het theehuis, een hommage aan Andersen die een fervent beoefenaar van de knipselkunst was.

Het oorspronkelijke ontwerp was gespiegeld ten opzichte van wat uiteindelijk gerealiseerd is, met het theehuis aan de linkerzijde. Kennelijk is er geconcludeerd dat het theehuis beter uit de verf zou komen als het tegenover de aanlooproute ligt. Dit zou te maken kunnen hebben met de inval van zonlicht op het raam met het schaduwspel. In de nieuwe opzet valt het raam langer in de schaduw, al blijkt bij hoogstaande zon het tafereel moeilijk tot niet zichtbaar voor bezoekers.

Ontwerptekening van het sprookje

Bouw en opening

Op 9 maart 2011 werden de plannen voor het sprookje bekend gemaakt. Dat voorjaar werd al snel een begin gemaakt met de voorbereidende werkzaamheden op het terrein tussen het showgebouw van de Indische Waterlelies en de spoorlijn. Voorheen een leeg bosgebied dat zat tussen de oude locatie van de Milieudienst en de remise van de Stoomtrein, waar in de acht jaar voor de komst van dit nieuwe sprookje respectievelijk Het Meisje met de Zwavelstokjes en Assepoester verrezen.

In juni van dat jaar kwam het nieuws dat de bouw toch voorlopig uitgesteld zou worden: de Efteling zou met onder meer Polles Keuken en Aquanura al genoeg bouwprojecten op haar bordje hebben. In het voorjaar van 2012 werden de werkzaamheden aan het sprookje hervat. Bijna volledig buiten het zicht van de bezoeker bouwde de Efteling sindsdien aan haar nieuwste creatie.

Paspoppen bij de ingangen van het Sprookjesbos bij de opening

Het sprookje werd als laatste onderdeel van een serie aan nieuwe attracties in jubileumjaar 2012 geopend. Op 5 en 6 november was het voor het eerst te zien als sneak preview voor abonnementhouders. Een dag later mochten de nazaten van Pieck, Reijnders en Van der Heijden komen kijken. De officiele opening kwam op donderdag 8 november, aan de start van de Winter Efteling.

Met De Nieuwe Kleren van de Keizer kreeg het Sprookjesbos er een klassiek buitensprookje bij dat in opstelling vergelijkbaar is met de Vliegende Fakir. In tegenstelling tot dit sprookje is de Nieuwe Kleren van de Keizer voorzien van een vertelling op rijm, ingesproken door conferencier Paul van Vliet. De vertelling die de eerste weken na opening te horen was werd ingesproken door Toos van de Voorde-Verdult, die eerder de ontroerende vertelling voor het Meisje met de Zwavelstokjes insprak. De aanpassing aan de vertelling van de Nieuwe Kleren van de Keizer kwam vrij onverwacht op 13 december en werd door de Efteling gebracht als een 'speciaal cadeau' aan Paul van Vliet ter gelegenheid van zijn 20-jarige ambassadeurschap van UNICEF.

Muziek

De muziek die de uitbeelding ondersteunt is een bewerking van de Musette in D majeur van Johann Sebastian Bach (BWV Anh 126), een muziekstuk uit het tweede Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach, hetzelfde boekje waar ook de paddenstoelenmuziek uit afkomstig is. Deze versie werd speciaal voor het sprookje geproduceerd door Marco Kuypers in opdracht van Audiocult. De muziek is te vinden op de cd Betoverende Efteling Melodieën.

Als de voorstelling niet loopt klinkt er een wachtmuziekje, namelijk een ander stuk uit het Notenbüchlein: de Polonaise in G mineur (BWV Anh 119).

Techniek

Schuilplaats voor de figuren

Het sprookje wordt hoofdzakelijk uitgebeeld door figuren die van links naar rechts dan wel van rechts naar links door het decor lopen. Deze figuren bevinden zich op karretjes die zelfstandig vrij kunnen rondrijden, dus zonder gebruik te maken van een vaste geleiderail. Dit zogeheten 'trackless'-systeem werd geleverd door ETF Ride Systems. De wagens met de figuren staan opgesteld achter de achtermuur van het sprookje, een overkapt deel waar ze beschut zijn tegen de regen. Als hun moment in het verhaal is aangebroken rijden ze via de linker of rechter poort het 'toneel' op. Het nut van een trackless-systeem is niet duidelijk, aangezien de figuren eenvoudige en voorspelbare bewegingen maken die prima in een rail te vatten zouden zijn.

Achter de heg

Daarnaast zijn er nog drie figuren die op hun vaste standplaats een enkelvoudige beweging kunnen maken: de twee lakeien aan weerszijden van de linkerpoort die af en toe op hun trompet blazen, en de eerste minister die vanuit het struikgewas naast het theehuis naar boven komt en weer naar beneden zakt. De gebeurtenissen in het theehuis worden weergegeven met een schimmenspel. Dit is echter geen echt schimmenspel maar een animatie die door een EIKI-projector op het raam geprojecteerd wordt.

Zoals nieuwere sprookjes betaamt functioneert het alleen als er bezoekers in de buurt zijn. Links naast het toegangspad staat daartoe een bewegingsmelder opgesteld.

Het sprookje kostte in totaal € 1,6 miljoen.

Het sprookje

Oorsprong

"De nieuwe kleren van de keizer" werd geschreven door Hans Christian Andersen en voor het eerst gepubliceerd in 1837 in het derde deel van Eventyr, Fortalte For Børn, een collectie van sprookjes voor kinderen. Hij baseerde het verhaal op een verhaal uit het Libro de los ejemplos (of El Conde Lucanor), een middeleeuwse Spaanse collectie van eenenvijftig waarschuwende verhalen met diverse bronnen. Andersen wist niet dat het origineel Spaans was, maar las het verhaal in een Duitse vertaling, getiteld "So ist der Lauf der Welt". In dit verhaal is een koning misleid door wevers die beweren een kostuum te kunnen maken dat onzichtbaar is voor iedereen die niet de zoon van zijn vermoedelijke vader is. Andersen veranderde dit plot zodat de focus ligt op trots en intellectuele ijdelheid in plaats van overspelig vaderschap.

Andersen heeft twee versies van het verhaal gemaakt. In de laatste versie eindigt het verhaal met de opmerking van de kleine jongen dat de keizer geen kleren aan heeft. Het volk neemt dit over en de keizer weet dan dat hij uit z'n hemd is gezet, maar loopt onverstoord door. In de eerdere versie gaat iedereen mee in de bewondering van de prachtige kleren, niet toegevend dat ze niets zien. De hele stad heeft het over de prachtige kleren en doet net of er niets aan de hand is. Andersen zou het einde op het laatste moment hebben aangepast, toen het manuscript al bij de drukker lag. Hij zou geïnspireerd zijn door z'n eigen ervaringen met de rijkere klasse in Kopenhagen en als kind eens naar de koning Frederick VI te hebben geroepen, hoewel andere bronnen menen dat de aanpassing kwam nadat Andersen het manuscript voorlas aan een kind.

Het sprookje werd één van de bekendste van Andersen. "De nieuwe kleren van de keizer" werd een gemeenzaam gebruikte uitdrukking voor een dwaze gewoonte of beslissing, die iedereen afkeurt, maar waartegen niemand protesteert uit angst om tegen het collectief en/of haar leiders in te gaan. In 1989 schreef kinderboekenschrijver Roald Dahl een gedicht bij het sprookje in het boek Rhyme Stew.

Samenvatting

Het sprookje verhaalt over een keizer die erg op zijn uiterlijk is gesteld. Zijn kleermakers maken steeds duurdere gewaden, maar de keizer raakt steeds sneller verveeld. Uiteindelijk wil hij iets heel bijzonders en beveelt zijn kleermakers een gewaad te maken van de meest speciale stof die er bestaat. Dan komen er twee slimme rondreizende bedriegers bij het paleis van de keizer. Ze doen zich voor als de beste kleermakers die er zijn, die voor de vorst de mooiste kleding van de meest bijzondere stof op de wereld kunnen weven: een stof die zo fraai en speciaal is, dat die onzichtbaar is voor de dommen of hij die niet geschikt is voor zijn werk.

De altijd naar mooiere kleding hongerende keizer laat zich overhalen de bedriegers te ontvangen en op meesterlijke wijze weten zij hem te overtuigen deze stof voor hem te mogen verwerken tot keizerlijke kleding. Uiteraard tegen een vorstelijke beloning. De kleermakers gaan aan de slag. Af en toe komt een minister van de keizer een kijkje nemen hoe het werk vordert en hoe die bijzondere stof er dan uit ziet, maar geen van allen kan de stof zien. Uit angst gezichtsverlies te leiden als dommerik of ongeschikt figuur, informeren ze de keizer over de wondermooie kledij die onder de handen van het tweetal ontstaat.

Wanneer de kleding eindelijk klaar is ziet de keizer de kleding zelf net zo goed niet, maar ook hij is bang om als dom of ongeschikt gezien te worden. Hij laat zich door de bedriegers met alle egards kleden in de niet bestaande kledij. Volledig naakt gaat de keizer dan ook ten parade voor zijn volk, om hen allen te laten zien hoe mooi zijn nieuwe kostuum wel niet geworden is. Het volk houdt de adem in, en niemand durft iets te zeggen over hun naakt paraderende trotse keizer.

Tot een klein kind in alle onschuld roept: "Maar hij heeft helemaal niets aan!". Vanuit het publiek vindt deze uitspraak dan toch weerklank, waarna het hele volk in lachen uitbarst om hun ijdele, domme keizer die zich zo heeft laten bedriegen. De keizer begrijpt dan dat hij lelijk bij de neus is genomen, maar de bedriegers zijn er dan al lang vandoor met hun verworven rijkdommen.

In de Eftelingse Media

In het park

Bij de uitbeelding in het Sprookjesbos is een aangepast intro bedacht, zoals dat door de stem van Paul van Vliet gebracht wordt. Volgens dit nieuwe begin moet het volk het ego strelen van de keizer, waarna twee onderdanen hierover zó verbolgen zijn dat ze een plan smeden om hun keizer een loer te draaien. In de versie van Andersen wordt niet gezegd of het volk bevolen wordt om mee te doen aan de ijdelheid en zijn de kleermakers bedriegers die rondreizen, geen onderdanen die uit zijn op wraak. Publicaties van de Efteling lijken dit ook niet over te nemen, al zijn deze grotendeels uitgebracht vóór de uitbeelding in het Sprookjesbos werd geopend.

Locatie van het boek

Bij de uitbeelding in het Sprookjesbos staat een kunststof sprookjesboek opgesteld waarin een korte samenvatting van het sprookje staat in vier talen: Nederlands, Frans, Duits en Engels. De titel van het sprookje in deze talen luidt:

  • 20px-NLvlag.png De nieuwe Kleren van de Keizer
  • 20px-Fvlag.png Les Habits neufs de l'Empereur
  • 20px-Dvlag.png Des Kaisers neue Kleider
  • 20px-VKvlag.png The Emperor's new Clothes

Het boek werd geplaatst bij de opening in 2012 en was het eerste boek in een nieuw layout. De boeken bij de andere sprookjes volgde het jaar daarop.

Sprookjesboek Kleren van de Keizer

De Nederlandse tekst:

Hoe de keizer ook draaide voor de spiegel, hij zag geen nieuwe kleren. Alleen de plooien van zijn blote huid. Was hij nu dom en lui? De hofdames bejubelden het kostuum, dat perfect was voor de jaarlijkse optocht. Honderden mensen kwamen naar de nieuwe kleren kijken. De keizer rechtte zijn rug en stapte naar buiten... Hij hoorde applaus en "Oooh!" en "Aaah!" Maar een jongetje riep opeens: "De keizer heeft helemaal niets aan!" Even waren de mensen stil. En toen begon iedereen te roepen en te lachen... En de keizer? Hij liep de optocht statig uit. Voortaan zou hij niet meer ijdel zijn.

In boeken

In hoorspelen en luisterboeken

Het hoorspel als single, uitgebracht in de jaren zestig
  • Als hoorspel werd het sprookje uitgebracht eind jaren zestig (zie foto). Deze versie is te vinden op de lp Sprookjes van de Efteling - deel 4 (1970) en op de cd Efteling Sprookjes - deel 3 (1992).
  • Een recenter hoorspel werd gemaakt voor de cd-serie De mooiste sprookjes uit de Efteling (2005), waar het is te vinden op het derde deel. Na afloop van het sprookje wordt het liedje "De keizer in z'n nakie" gezongen.
  • De luisterboekversie van Sprookjesboek van de Efteling (2010) bevat het sprookje op de derde cd.

Theater

  • Op 1 april 2003 werd voor de gelegenheid het sprookje ten tonele gebracht in het openluchttheater van het Sprookjesbos. In 2003 werd de openingsdag van het seizoen voor het eerst vastgesteld op 1 april, wat zo bleef tot de jaarrondopenstelling sinds 2010. Bij het einde van de voorstelling gingen de kleermakers er niet vandoor, maar riepen "1 april" naar de keizer.

Op televisie

  • De Nieuwe Kleren van de Keizer is te vinden op de vijfde dvd (van het tweede seizoen) van de televisieserie Efteling Sprookjes (2006). Het was, misschien niet geheel toevallig, de aflevering na Het Meisje met de Zwavelstokjes.

Wetenswaardigheden

  • De keizer vertoont een meer dan toevallige uiterlijke gelijkenis met de toenmalige directievoorzitter Bart de Boer, zelf ook niet geheel van narcisme gespeend.