Magische Klok
Intro magischeklok.jpg
Een betoverde prins met trompet aan de mond
Geopend 1952
Opgetekend door Bob Venmans en Peter Reijnders
Ontwerp Anton Pieck
Muziek By the Sleepy Lagoon, Eric Coates
Capriccio Italien, Tsjaikovski
Ingesproken door Peter Reijnders
Figuren 6 herauten, 8 ruitertjes, 1 Toon
Vorige Kikkerkoning
Volgende De Indische Waterlelies
Sprookjesbos, overzicht

De Magische Klok is het eenentwintigste sprookje op de route in het Sprookjesbos en één van de tien oorspronkelijke sprookjes die aanwezig waren bij de opening van het Sprookjesbos in 1952. Het speelt zich af rond de klokkentoren in de hoek van het Herautenplein en is volledig gebouwd naar ontwerp van Anton Pieck, waarbij de herauten door de jaren wel enkele metamorfoses hebben gehad.

Bij de uitbeelding wordt het zelfbedachte sprookje voorgelezen door Peter Reijnders, dat verhaalt over een tovenaar die een magisch uurwerk wil verkopen aan zes prinsen die één in plaats van drie zakken goud willen betalen. De verkoop gaat daarop niet door, waarna de prinsen met de hulp van de oneerlijke klecht Slimme Toon de klok stelen. De tovenaar ontdekt dit en betovert daarop de prinsen en zijn knecht.

Uitbeelding

De Magische Klok, in de zuidoosthoek van het Herautenplein

De ronde klokkentoren van de Magische Klok staat in de zuidoosthoek van het Herautenplein. Van de toren af loopt in twee richtingen een kasteelmuur met kantelen: in noordelijke richting tot aan de Prinsenpoort en daarna nog een stukje door, en in westelijke richting tot aan een kleiner torentje. Klimop tiert welig op de muren. Voor de muren langs loopt een slotgrachtje.

De toren

De klokkentoren zelf is door zijn geringe hoogte plomp te noemen. Midden op de ronde stenen muur zit het grote vierkante houten uurwerk met gouden wijzers, witte Romeinse cijfers en decoratieve bloemmotieven tegen een Piecksblauwe achtergrond. Vlak daarboven springt de toren iets naar achter en is er daardoor ruimte voor acht kleine ridderbeeldjes, die ieder kwartier met veel geratel rondom de toren rijden. Daarboven het weer wat bredere dak met leistenen, waarbovenop een bel staat met een klein mannetje dat hem kan luiden, in het verhaal Slimme Toon genoemd. Bovenop de bel staat nog een klein dakje om het af te maken.

Langs de muren staan zes blonde herautfiguren, drie aan iedere zijde van de klokkentoren. Ze dragen zwarte schoenen, een rode maillot, een zwart-goud gestreepte rok met een riem om. Op hun hoofd een zwart hoedje met een grote rode veer. Ze staan met een trompet in de hand en de andere hand in hun zij. Ieder kwartier draaien ze een kwartslag, heffen de trompet naar hun mond en er weerklinkt trompetgeschal. Aan de trompet hangt een vaandel en aan de nek van de prins hangt een ketting met een medaillon. Op beide staat het wapen van Brabant: een leeuw van goud, genageld en getongd van keel, op een veld van sabel. Achter iedere heraut zien we een rood schildje met een speaker in de vorm van een Franse lelie.

Winter Efteling

Tijdens de Winter Efteling krijgen de zes betoverde prinsen een zwart-goudkleurige shawl om.

Vertelling

Illustratie Magische Klok van Anton Pieck

De uitbeelding bestaat uit een werkende klok en bewegende figuren die om het kwartier in actie komen. Binnen het kwartier wordt tweemaal het sprookje van de Magische Klok gebracht, ingesproken door Peter Reijnders. Voorheen werd het complete verhaal continu afgespeeld, ook wanneer de herauten bliezen en de klok ging luiden. In 1995 werd een deel uit het oorspronkelijke verhaal geknipt, zodat het verhaal nu tweemaal per kwartier te horen is, zonder onderbroken te worden door de klok. Bij deze edit is echter een kleine fout geslopen in de eer­ste ver­sie in het kwar­tier, waarbij en­ke­le se­con­den te laat wordt in­ge­spron­gen.

Hieronder staat de complete versie. Het doorgehaalde gedeelte is er uitgeknipt, en is in beide versies van het verhaal niet meer te horen. Het deel in bold in de zin die daarop volgt, mist alleen in de eerste versie van het kwartier.

Heel lang geleden woonden hier op een prachtig kasteel zes koningszonen. Ze waren zo ijdel, dat ze aan de machtige tovenaar een klok besteld hadden, met zes ridders te paard, zodat iedereen die de klok zag aan hen zou denken. Bovendien mocht de klok pas gaan lopen en de bel gaan klinken, zodra de koningszonen op hun trompet bliezen. Ze hadden de tovenaar beloofd hem daar drie zakken goud voor te geven. Maar toen de klok klaar was en ze bij hem kwamen om de klok te halen, hadden ze zoveel geld uitgegeven aan mooie kleren en lekker eten, dat ze nog maar één zak goud over hadden, en 'm dus niet konden betalen. De tovenaar werd vreselijk boos. "Als jullie niet genoeg geld hebben, dan hadden jullie ook niet zo'n dure klok mogen bestellen," zei hij. "Maak nu maar gauw dat jullie wegkomen. Ik verkoop die klok we-we-we-wel aan iemand anders." En toen zette hij hen buiten de deur.



Nu had Slimme Toontje, het knechtje van de tovenaar, achter de deur staan luisteren en zodoende alles gehoord. Aan deuren luisteren is een lelijk iets, maar Slimme Toontje had nog meer slechte eigenschappen. Hij kon liegen als de beste en was nog oneerlijk ook. Hij was alleen maar bij de tovenaar in dienst gekomen om stiekem achter alle geheimen te komen, in de hoop daar veel geld mee te kunnen verdienen. En hij verzon dan ook een heel boos plan.

De volgende dag zei de tovenaar tegen Slimme Toon: "Toon, Toon, ik moet op reis. Ik ga proberen of ik niet iemand kan vinden, eh, die de Magische Klok wil kopen. Hier is de sleutel van m'n kamer; pas goed op dat 'r niemand binnenkomt." "Hèhè, niet zolang ik er ben," zei Slimme Toon. En hij wuifde de tovenaar na tot 'ie achter een heuvel verdwenen was.

Toen rende Slimme Toon de trappen af en liep op een holletje het donkere bos door, naar het kasteel, waar hij zich bij de koningszonen liet aandienen. "Wat kom jij hier doen?" vroeg de oudste koningszoon. "Ik-ik-ik-ik ben de knecht van de tovenaar," zei Slimme Toon, "en ik kom jullie vertellen hoe je voor één zak goud de Magische Klok kunt krijgen. Als jullie mij die zak goud geven, dan zal ik de deur van de kamer van de tovenaar opendoen. Dan kunnen jullie de klok, nou, gewoon meenemen." "Hoeraaa!" riepen de zes koningszonen, en toen ze hoorden dat de tovenaar op reis was, nam één van hen Slimme Toon voor zich op z'n paard, en reden met z'n allen in galop naar de toren van de tovenaar. De koningszonen pakten daar de gouden wijzers, de wijzerplaat, de zes ruitertjes en de bel op hun paarden en reden terug naar het kasteel.

Slimme Toon begon hard te werken. Hij metselde de wijzerplaat in het torentje van het kasteelplein. Daarboven kwamen de ruitertjes. En helemaal op het dak van de toren maakte hij de bel. De koningszonen keken hun ogen uit. Ohw, wat een mooie klok was dat. En ze hadden veel plezier dat ze die goeie tovenaar zó lelijk bij de neus hadden genomen.

Toen de klok klaar was, gingen de koningszonen hun trompetten halen. "Blaas maar," zei Slimme Toon, "dan zul je eens wat zien." Dat deden ze, en ja hoor: de wijzers van de klok begonnen te draaien, de ruitertjes begonnen te rijden en de bel.... Mis. De bel begon niet te luiden. Hoe ze ook bliezen, de bel deed het niet. De koningszonen werden vreselijk boos op Slimme Toon. Want de bel, ja, de bel vonden ze het mooiste van de hele klok. Maar... Slimme Toon had het al gezien: "Hèhè, eh, eh, we zijn de klepel vergeten," zei hij, "die ligt zeker nog in de kamer van de tovenaar. Huh, ik zal 'm wel even halen."

De tovenaar was intussen de hele dag op stap geweest om de klok te verkopen. Maar hij had niemand kunnen vinden die zomaar drie zakken goud kon betalen. En hij was zó moe geworden van al dat geloop, dat 'ie met z'n rug tegen een boom was gaan zitten om wat uit te rusten. Plotseling zag 'ie in de verte een klein kereltje aankomen. "W-Wat vreemd," zei de tovenaar tegen zichzelf. "Dat lijkt Slimme Toon wel. Ik dacht dat 'ie op de klok zou passen, e-en nou loopt 'ie hier, door het bos?" Hij verstopte zich achter de boom, en ja hoor, daar kwam Slimme Toon voorbij, met de klepel op z'n rug. De tovenaar begreep er niets van, maar hij dacht wel dat er iets niet pluis was. En toen hij zag dat Slimme Toon de weg naar het kasteel insloeg, besloot 'ie hem ongezien te volgen.

De zes koningszonen stonden al vol ongeduld te wachten, en ze hielpen Slimme Toon om op het torentje te klimmen. Daar hing hij de klepel in de bel, en toen riep 'ie naar beneden: "Blaas nu nou 'ns. Nu zal het wel beter gaan." De zes koningszonen hieven hun trompetten naar hun mond, en bliezen. De ruitertjes begonnen te rijden, en de bel begon te luiden. Maar wie kwam daar door de poort? De tovenaar. Hij begreep ineens alles en werd wit van boosheid. "Lelijke dieven die jullie zijn," riep 'ie tegen de koningszonen, "die mooie klok te stelen, waar ik drie jaar aan gewerkt heb. Wacht maar eens, ik zal jullie leren." En hij prevelde de sterkste toverspreuk die 'ie kende.

Plotseling konden de koningszonen zich niet meer bewegen. Ze moesten stokstijf blijven staan, met de trompet aan hun mond. "Ieder kwartier zullen jullie moeten blazen," zei de tovenaar, "en als de ruitertjes dan gaan rijden, dan kunnen de mensen zien hoe jullie vroeger vrij en blij te paard door de velden reden, en hoe jullie nu voor straf in stenen beelden veranderd bent." Slimme Toon probeerde zich nog te verstoppen achter de bel, maar de tovenaar had 'm al gezien. "En jij, Slimme Toon, jij zult voor altijd op het dak van de toren moeten blijven zitten en de bel luiden. Dan kunnen de mensen horen waar ze moeten komen kijken om een oneerlijke klecht te zien." En, zoals de tovenaar zei, zo gebeurde het. En zo is het nu nog. Ieder kwartier blazen de koningszonen op hun trompetten en ieder kwartier luidt Slimme Toon de bel. Maar hij is niet zó slim dat 'ie van de toren afkan.

Misschien dat ooit de toverspreuk z'n kracht verliest en ze allen weer levend worden, dat de koningszonen weer vrij en frank door de velden kunnen rijden, en dat Slimme Toon een eerlijke knecht wordt... wie weet, gebeurt dat nog 'ns. Want ja; in sprookjes is alles mogelijk.

Opmerkelijk is dat Reijnders zich tegen het einde evident verspreekt: hij zegt "klecht" waar hij knecht bedoelt. Dit was kennelijk geen reden om de vertelling opnieuw op te nemen.

Muziek

Klaroen en ruitertjes

De achtergrondmuziek bij het verhaal van Reijnders is de langzame wals "By the Sleepy Lagoon" van Eric Coates. Deze kalme, kabbelende compositie is sindsdien geassocieerd geraakt met het bredere Herautenplein dan alleen de Magische Klok. Zo zeer zelfs, dat toen de Efteling besloot om het verhaal van de Kikkerkoning te gebruiken als basis voor Aquanura, dit nummer gebruikt is als de muzikale omlijsting van de fonteinenshow.

Het trompetgeschal is de introductie van het Capriccio Italien van Tsjaikovski.

Op Efteling-muziekalbums ontstaat notoir verwarring over de muziek die achter de voorgelezen versie te horen is in het park. Op de alba getiteld Muziek van de Efteling is "In a Monastery Garden" van Albert Ketèlbey opgenomen zijnde de muziek bij de Magische Klok, maar dit nummer is in de Efteling geheel niet te horen. Op de versies van Wonderlijke Muziek van de Efteling uit 1996 en later staat wel het juiste nummer van Eric Coates, en ook op de recente cd's Wonderlijke Efteling Muziek (2008-2010) en Betoverende Efteling Melodieën (2012-2016) is het correcte stuk opgenomen. Overigens wordt dit muziekstuk gebruikt als het terugkerende thema tijdens de Eerste en Tweede Efteling Symfonie van Aquanura.

Geschiedenis

Bouw en opening

De Magische Klok in 1952

De Magische Klok opende in 1952 als één van de eerste sprookjes waarmee het Sprookjesbos opende. De muren en torens van het Herautenplein zijn zelfs de alleroudste onderdelen van het Sprookjesbos.[1] Een heraut van de Magische Klok staat op het affiche dat de opening van het Sprookjesbos aankondigt en is daarmee het eerste Efteling-figuur dat werd gepubliceerd. Hoewel de door Anton Pieck ontworpen uitbeelding eerder is bedacht dan het verhaal, werd de benaming al vanaf het begin gebruikt. In het programmaboekje van dat eerste seizoen wordt al gesproken over "De Magische Klok op het Herautenplein".[2]

Latere aanpassingen

In de vroege jaren vijftig werden er door de Efteling zelf opnamen gemaakt voor het trompetgeschal.[3] De speakers in de muren werden dan ook wat later aangebracht, evenals de lage muur van natuurstenen tussen bezoekers en het grachtje. De stem van Peter Reijnders is waarschijnlijk sinds de jaren zestig te horen. Zoals reeds vermeld werd in 1995 het verhaal ingekort zodat het precies twee keer in een kwartier past. Er wordt in de jaren zestig kort gesproken over het vervangen van alle Reijnders-vertellingen door een vrouwenstem omdat deze prettiger in het gehoor zou liggen, maar dit idee wordt snel afgevoerd. In de jaren zeventig werd alsnog een nieuwe versie van het verhaal ingesproken door Wieteke van Dort, die destijds veel sprookjes van een nieuwe versie voorzag. Haar versie van de Magische Klok is uiteindelijk niet in het park gebruikt.

De herauten

Heraut 1984 versus 2012

In de loop der jaren zijn de prinsen een aantal keer van uiterlijk veranderd. De meest drastische aanpassingen zijn de twee meest recente. Vóór midden jaren tachtig waren de prinsen statische beelden die altijd in de blaashouding stonden. Ze hielden hun klaroenen steeds omhoog en draaiden als Slimme Toon de klok luidde alleen naar de klok toe. Rond 1984 werden, onder leiding van Ton van de Ven, de herauten vernieuwd, waarbij ook het mechanisme werd toegevoegd waarmee ze hun rechterarm omhoog kunnen bewegen. Helaas klopt de uitbeelding echter niet meer met het verhaal van Reijnders, die blijft melden dat de prinsen “stokstijf” moesten blijven staan, “met de trompet aan hun mond”. Op een technische tekening in Zijn we d'r al? is echter te zien dat een bewegende arm (en een luidspreker in de borstkas) al oorspronkelijk bedacht waren.

In september 2012 werden de herauten uit de jaren tachtig op hun beurt vernieuwd. De nieuwe herauten zijn veel gedetailleerder en professioneler dan de vorige, en benaderen niettemin dichter het oorspronkelijke ontwerp van Pieck.

Technische ruimte

De torens van de Magische Klok hebben een dubbelfunctie als technische ruimte voor andere sprookjes in het park. Jarenlang was in de kamer die zich uitstrekt aan de achterkant van de toren de centrale controleruimte van het Sprookjesbos gevestigd, vanwaar Peter Reijnders' apparatuur de diverse geluidssporen aanstuurde. Deze ruimte, die inmiddels daarvoor niet meer gebruikt wordt, is goed te zien vanaf het pad van Hans en Grietje naar de Indische Waterlelies.

Het meest rechter torentje behield die dubbelfunctie wel: hierin is ook heden ten dage nog de pomp van de fontein van de Kikkerkoning behuisd, die duidelijk te horen is vanaf het plein.

Het sprookje

Oorsprong

Het sprookje is bedacht door Peter Reijnders[4] en opgetekend door Efteling-medewerker Bob Venmans[3]. Zoals bij wel meer Efteling-verhalen is het bedacht terwijl de uitbeelding al ontworpen was. Het is dus enigszins gekunsteld om aan te kunnen sluiten op de verschillende elementen die zichtbaar zijn in deze hoek van het Herautenplein. Met name opvallend is dat de zes herauten in het verhaal als versteende prinsen aangeduid worden, waardoor de bestaande naam Herautenplein na kennisneming van het verhaal onjuist aanvoelt. Er zijn meer sprookjes met een door de Efteling zelf bedacht verhaal, maar de Magische Klok is het enige waar het ook echt verteld wordt. Waarschijnlijk was het op de openingsdag nog niet te horen maar werd het niet lang daarna toegevoegd.

In de Eftelingse media

In het park

Locatie van het Sprookjesboek

Bij de uitbeelding in het Sprookjesbos staat een kunststof sprookjesboek opgesteld waarin een korte samenvatting van het sprookje staat in vier talen: Nederlands, Frans, Duits en Engels. De titel van het sprookje in deze talen luidt:

  • 20px-NLvlag.png De Magische Klok
  • 20px-VKvlag.png The magic Clock
  • 20px-Dvlag.png Die magische Uhr
  • 20px-Fvlag.png L'Horloge magique

Het boek werd geplaatst in 2016.

Sprookjesboek De Magische Klok

De Nederlandse tekst:

Zes ijdele koningszonen bestelden bij de tovenaar een klok voor het kasteelplein, waarop zij zelf als stoere ridders werden afgebeeld. Toen de klok klaar was, vonden de prinsen drie zakken goud te duur en ging de koop niet door. De tovenaar ging kwaad op reis om de klok aan iemand anders te verkopen. Intussen leverde de sluwe tovenaarsknecht de klok echter wel voor één zak goud af bij de prinsen. Toen de tovenaar daar achter kwam veranderde hij knecht en prinsen in stenen beelden. En sindsdien spelen de prinsen als herauten elk kwartier op hun trompet...

In boeken

Efteling Gouden Boekje, serie 2 deel 8
  • Het verhaal heeft een kleine ontwikkeling doorgemaakt. De eerste versie van het sprookje lezen we in een programmaboekje uit 1953, waarin het wat anders gaat dan in de versie die we nu kennen:
Heel lang geleden had een vader zes zonen, die allemaal wel vriendelijk en hartelijk waren, maar één gebrek hadden: ze kwamen altijd en overal te laat. In dat land woonde ook een knappe klokkenmaker, en hem liet de vader een prachtige klok maken om op de muur van zijn kasteel te zetten. Hij gaf zijn zoons elk een trompet, en nu moesten ze telkens vóór de klok sloeg op hun trompetten blazen; dan waren ze zeker op tijd. Eventjes vonden de jongens dat wel leuk, maar na korte tijd was de pret er af, en kwamen ze weer steeds te laat. Toen werd de vader zó boos, dat hij een oude tovenaar riep, en ze een tijdje in beelden liet veranderen en ze zo dwong steeds op tijd te zijn en zelfs de tijd mee aan te geven. Toen ze weer gewoon waren, kwamen ze nooit meer te laat.
  • Twee jaar later wordt door Venmans het verhaal wat aangepast en uitgebreid. Samen met andere sprookjes uitgebeeld in de Efteling wordt het gepubliceerd in Het Efteling Sprookjesboek (1955). Het sprookje is in de kern hetzelfde als de versie die in het park te beluisteren is, maar geeft meer uitleg. Zo wordt de tovenaar hier geïntroduceerd als de uitvinder van veel bekende sprookjesdingen als de rode schoentjes, de toverspiegel en de put van vrouw Holle. Er wordt een verklaring gegeven waarom Slimme Toon een dwerg is (een andere tovenaar had hem al gestraft voor zijn oneerlijk gedrag). De klok werkt zonder gewichten of opwinden, maar enkel zodra de koningszonen op hun trompet blazen, en is daarom zo magisch. Veel zinnen in deze versie zijn exact hetzelfde als wat Reijnders uitspreekt.
  • Truus Sparla nam het verhaal op in Het Sprookjesboek van De Efteling (1967), maar Martine Bijl nam het niet op in haar bundel Sprookjes van de Efteling (1974).
  • Gelukkig staat het wel in het meest recente sprookjesboek Sprookjesboek van de Efteling (2009). Er is wel de vrijheid genomen om het verhaal wat moderner te brengen. Zo is de tovenaar de uitvinder van de grasmaaier en denkt hij iedere keer wanneer Slimme Toon in zijn werkkamer heeft rondgeslopen dat het z'n kat was.
  • In het dialectensprookjesboek D'r Waar 's (2002) is het verhaal te vinden als "De Magiese Klok". Het gebruikte dialect is het Bergeijks, geschreven door Johan Biemans.
  • Het is deel 8 in de tweede serie Efteling Gouden Boekjes (2016).

In hoorspelen en luisterboeken

  • De Magische Klok is als hoorspel opgenomen op Sprookjes van de Efteling - deel 6 (1970) en Efteling Sprookjes - deel 4 (1992). Deze versie volgt de opgetekende versie van Bob Venmans trouw. Je hoort hier ook het trompetgeluid en het klinken van de bel.
  • De complete vertelling door Peter Reijnders, inclusief Coates’ achtergrondmuziek en het in de Efteling weggesneden stuk, is te vinden op Efteling CD 2 (2000).
  • ReDi Entertainment produceerde het sprookje als hoorspel voor de vierde cd van de serie De mooiste sprookjes uit de Efteling (2005). Het sluit de cd af met het liedje "Mannetje Pannetje".
  • Voorgelezen uit het Sprookjesboek van de Efteling is het te beluisteren op de tweede cd van het luisterboek (2010).

Op televisie

De allerlaatste aflevering van de tv-serie Sprookjes
  • Het derde seizoen van de tv-serie Sprookjes (2008) heeft een aflevering over de Magische Klok. De zes koningszonen zijn verwaande nietsnutten die klinken als een groep corpsballen.

Live-entertainment

Levende versies van de herauten tijdens de Dag van het Sprookje 2007
  • Bij speciale gelegenheden wil de Efteling wel een aantal acteurs voorzien van een herautenpak en trompet, maar ze zijn geen onderdeel van het vaste entertainment in het park. Medewerkers van de oude poppenkast op het Anton Pieckplein in de jaren negentig droegen het herautenkostuum.[3]

Elders

  • Het restaurant in het Efteling Hotel heet sinds 1996 De Hoffelijke Heraut. In 2013 werd de ruimte aangekleed in wit- en goudtinten met enkele elementen die verwijzen naar de uitbeelding van de Magische Klok. Zo staan er betoverde prinsen die in plaats van een trompet een schaal vasthouden en zijn er silhouetten van de klokkentoren in reliëf op de muren te zien.
  • Op de schorten van de horecamedewerkers staat sinds 2010 een silhouet van een blazende heraut. De afbeelding is afkomstig uit de binnenhoes van de elpee De Efteling is jarig.
  • De Magische Klok was de eerste attractie van de Efteling met een klok waar ieder kwartier een actie plaatsvindt. Dit soort slaguurwerk waarbij om het kwartier, half uur of hele uur figuren gaan bewegen wordt door de Engelsen een 'automaton clock' of in het Duits een 'Automatenuhr' genoemd. (Een Nederlandse vertaling zou 'automatenklok' zijn, maar die lijkt niet gebruikt te worden.) Klokken als deze werden gebouwd vanaf de 1e eeuw voor Christus tot de Victoriaanse tijd in Europa. In veel oude Europese steden is dan ook zo'n soort klok te vinden. In de Disney-parken vinden we een bekende variatie hierop op de gevel van It's A Small World. De klok heeft hier een lachend gezicht dat heen en weer gaat en een luid ​​tikkend geluid maakt. Om het kwartier komt een parade van houten poppen in kostuums van inheemse culturen uit de deurtjes naast de klok, op de maat van de muziek van de attractie.