Boodschap 73x73.png

Dit artikel gaat over de uitbeelding van het sprookjes in het Sprookjesbos. Zie Kleine Zeemeermin (doorverwijspagina) voor andere uitingen.

De Kleine Zeemeermin
Intro zeemeermin.jpg
Geopend 1970
Gebaseerd op De Kleine Zeemeermin
Opgetekend door Hans Christian Andersen
Ontwerp Anton Pieck, Ton van de Ven
Muziek Allegro Brillante
Figuren meermin en vis
Opvolger van Dansende Dolfijn
Vorige Raponsje
Volgende Draak Lichtgeraakt
Sprookjesbos, overzicht

De Kleine Zeemeermin is het tiende sprookje op de route in het Sprookjesbos. Eigenlijk is het niet het sprookje van Andersen dat hier is uitgebeeld, maar de zeemeermin als mythische figuur in het algemeen. De zeemeermin is uitgebeeld als beeld in een fontein. Ze zit op een rots en heeft in haar linkerarm een grote vis die water in de vijver laat stromen. De achtergrond van het tafereel wordt gevormd door een barok muurtje met Cupido-beeldje, een overblijfsel van de vroegere attracties op deze plek: De Magische Liefdesbron en De Dansende Dolfijn.

Verhaal

Zie voor een uitgebreide versie van het verhaal en achtergronden: De kleine zeemeermin (verhaal)

Het sprookje van de Kleine Zeemeermin is een beroemd cultuursprookje van de hand van Hans Christian Andersen die het schreef onder de titel Den lille Havfrue. Het werd voor het eerst uitgegeven in 1836.

Op de bodem van de zee woont een zeemeermin met haar vier oudere zussen en haar vader, de koning. Op haar vijftiende mag ze eindelijk naar de oppervlakte zwemmen en ziet daar op een schip een prins, op wie ze op slag verliefd wordt. Een storm steekt op, waarbij de prins bijna verdrinkt, maar de kleine zeemeermin redt hem en laat hem bewusteloos achter op het strand, waar een meisje hem vindt. De meermin blijft geobsedeerd door de prins, en wil ook graag een eeuwig levende ziel hebben zoals mensen. Ze gaat naar een zeeheks, die haar benen kan geven in ruil voor haar prachtige stem. Een aanvullende voorwaarde is dat ze met de prins moet trouwen om haar benen te behouden, anders zal ze eindigen als het schuim der zee.

Ze ontmoet de prins en ze kunnen het goed vinden, maar helaas kan de zeemeermin niet met hem praten. De prins houdt van haar zoals iemand van een klein kind houdt. Hij gaat op zoek naar een levenspartner, vindt het meisje dat hem op het strand vond en bereidt zijn huwelijk met haar, toevallig een prinses uit een naburig land, voor.

De zussen van de kleine zeemeermin hebben een oplossing: ze hebben hun mooie haar geruild bij de zeeheks voor een mes waarmee ze de prins om kan brengen. Doet ze dat, dan verandert ze niet in schuim en kan ze terugkeren naar de zeebodem. De kleine zeemeermin kan dit niet over haar hart verkrijgen, dus ze kiest voor de schuimoptie.

Door haar opoffering heeft ze een plekje verdiend tussen de kinderen van de lucht. Als ze driehonderd jaar lang goedheid en koelte naar de mensen zal brengen, krijgt ze toch nog de door haar zo zeer gewenste, onsterfelijke ziel.

In de Efteling

De Kleine Zeemeermin

Het sprookje van Andersen is misschien wel de meest eenvoudige uitbeelding in het Sprookjesbos, te weten een statisch beeld van een zeemeermin peinzend op een stapel rotsen. De meermin heeft lang blond haar, volledig ontbloot bovenlijf en vanaf haar middel een groen geschubde staartvin. Onder haar linkerarm houdt ze een grote vis die water spuugt. Het beeld staat voor een achtergrond van een witgepleisterd barok decortje met engeltjes en een Cupidofiguur bovenop. De uitbeelding van het sprookje als een beeld op een rots doet enigszins denken aan het beeldje van de Kleine Zeemeermin in Kopenhagen, al lijken ze in uitvoering totaal niet op elkaar.

Bij het sprookje klinkt het harpconcert Allegro Brillante van François-Adrien Boieldieu, dat ook in de Gondoletta te horen is.

Meermin in winterkledij

Omdat het ontblote bovenlijf in de winter wat koud kan zijn, krijgt ze dan een doorschijnend pakje aan.

Geschiedenis

Het sprookje is sinds 1970 in de Efteling te vinden, maar op deze plek staat al sinds 1954 een attractie. Het eerste wat op deze plek gebouwd werd, in 1954, is de Liefdesbron, een plek waar geliefden elkaar konden aanraken waarna gekleurd water toonde hoe verliefd ze dan precies waren. De Liefdesbron verdween, maar de Efteling wilde toch iets doen met het decortje van de muurtjes met de cupido erop, dus in 1964 werd de Dansende Dolfijn hier geïnstalleerd: een rondzwemmende vis. Attractief of niet, het was allemaal een beetje out-of-place in het Sprookjesbos, want het beeldde geen sprookje uit.

Anton Pieck deed ter vervanging van de Dolfijn een suggestie voor een uitbeelding van het sprookje De Zes Zwanen dat niet uitgevoerd is. In plaats daarvan werd gekozen voor een veel bekender sprookje van Hans Christian Andersen, de Kleine Zeemeermin. Ton van de Ven modelleerde het beeld van de meermin dat in 1970 geplaatst werd in het aloude decortje.

Tons favoriet

Ton van de Ven bij de restauratie van het beeld in 2001

Naar verluidt werd het beeld gemodelleerd naar de vrouw van Ton van de Ven, Riet. Hij benoemde De Kleine Zeemeermin als zijn favoriete sprookje.

In 2001 werd het beeld in zijn geheel gerestaureerd, in de Eftelingse traditie dat bij het toevoegen van een nieuw sprookje (in dit geval Raponsje) ook omliggende sprookjes opgeknapt worden. De creatief directeur coördineerde het project persoonlijk.

Bij de restauratie ontstond er een probleem met de rotspartij. Er blijkt dat door de constructie van de staart het heel lastig is om een rotsblok zo te positioneren dat haar hand er op rust; voorheen was de rotspartij uit kunststof gemaakt en toen was dit geen probleem. Een voorstel om een stuk staart weg te halen, werd door Ton van de Ven geblokkeerd. Er werd een wat gekunstelde oplossing gevonden, maar die bleek ook niet zo duurzaam. Tegenwoordig zweeft de hand van de hybride daarom helaas in het luchtledige.

In 2006 kreeg de meermin een nieuwe, glanzende laklaag die haar huid eruit doet zien alsof ze nét uit het water is komen zetten.

In de Eftelingse media

Het verhaal van de Kleine Zeemeermin is relatief weinig opgenomen in Eftelingse media zoals sprookjesboeken en -platen.