De Indische Waterlelies
Intro indischewaterlelies.jpg
Geopend 1966
Opgetekend door Koningin Fabiola
Ontwerp Anton Pieck, Ton van de Ven
Techniek Peter Reijnders, Henk Smulders
Muziek Yma Súmac, Bert Kaempfert
Ingesproken door Reny de Lannée (eerder o.a. Paul de Leeuw)
Figuren twee wachters, een heks, zeven elfjes, vier kikkers en drie ganzen
Vorige Magische Klok
Volgende Klein Duimpje
Sprookjesbos, overzicht

De Indische Waterlelies is het tweeëntwintigste sprookje op de route in het Sprookjesbos en toont middels een volledig geconditioneerd binnentafereel het sprookje van zeven betoverde elfjes die door een heks gedoemd zijn te dansen, gebaseerd op een verhaal geschreven door Koningin Fabiola. Het sprookje werd ontworpen door Anton Pieck en technisch uitgewerkt door Peter Reijnders. Het werd geopend in 1966 en was de grootste attractie die de Efteling tot dan toe had gebouwd.

Verhaal

Illustratie in het boek door Tayina

Zie voor het volledige verhaal De Indische waterlelies (verhaal)

Het verhaal vindt zijn oorsprong in het boekje De Twaalf Wonderlijke Sprookjes, geschreven door Koningin Fabiola van België in 1955 en in 1961 gepubliceerd in het Spaans, Frans en Nederlands. Het oorspronkelijke verhaal van vier pagina's kan als volgt samengevat worden.

In een diep woud in Indië verschijnt een heks met lange verbleekte grauwe haren. Ze begint op een open plek te zingen. De maangodin en haar sterren komen naar de aarde en dansen op de prachtige zang van de heks. Twee sterren, Nydia en Irina, luisteren niet als de maangodin hen roept om terug te keren. De heks benijdt de mooie zilverglans van de twee sterren en steelt deze, waarna de sterren schuimwit overblijven. Nijdig dat ze nog steeds zo mooi zijn, verandert de heks ze in bloemknoppen, drijvend op het water. Slechts te middernacht geeft ze hen hun oude gestalte terug en dansen de sterren er weer op los. De Maangodin kan hier niets tegen beginnen, maar geeft ze wel een helderblauw azuurkleurig jurkje. Nu weten we waarom in Indië de waterlelies blauw zijn.

Omschrijving

Aanduiding langs de Sprookjesbosroute

De Indische Waterlelies is het meest elaboraat uitgebeelde sprookje in het Sprookjesbos en staat eigenlijk in geen verhouding met de overige uitbeeldingen qua maatvoering en uitwerking. Het is dan ook meer gebouwd als een losstaande attractie, in de tijd dat het Sprookjesbos nog eindigde bij de Prinsenpoort. De bouw ervan vormde een belangrijke opmaat tot nog veel grootsere uitbeeldingen zoals het Spookslot.

Aanloop en plein

Komend onder de Prinsenpoort door staat haaks op het pad een sierlijke wegwijzer met een witte, exotische vogel. Hij wijst ons linksaf, naar 'De Indische Waterlelies'. Daar is een natuurstenen pad tussen struiken dat leidt naar een rotspartij met daarboven in witte letters op een goudkleurige plaquette wederom de naam van het sprookje. Langs dit pad staat hoog op een paal nog een bord met toelichting; Eftepedia zou het niet beter kunnen samenvatten:

Ter gelegenheid van het 15 jarig bestaan van ons park hebben wij 'n door H.M. Koningin Fabiola van België geschreven sprookje "De Indische Waterlelies" tot leven gebracht. Langs de tempelwachters op het voorplein komt u in de grot waar iedere 5 min. een voorstelling wordt gegeven.
Wachter

In de rotspartij moeten we linksaf slaan en staan gelijk alweer buiten: op een helwit oosters plein. Een scherp contrast met het Sprookjesbos tot nu toe, waar we uitsluitend kleinschalige bouwsels in de Germaanse traditie tegenkwamen. Langs de witte muren aan linkerzijde staan, tussen de borders vol boomvarens, enkele bankjes; recht voor ons vinden we een grote dubbele deur met een oosterse vogel, de Simurgh, en rechts een fikse vijverpartij met een goudkleurige, bloemvormige fontein - een hint van wat ons te wachten staat. Lopen we langs deze vijver dan komen we bij twee grote beelden: twee reuzen die als wachters, hun ogen heen en weer spiedend en bewapend met een grote knots, een toegangsweg flankeren. Diep uit hun binnenste klinkt met een zware stem (die van Ton van de Ven):

Gij mensenkinderen in uw nietigheid
hoort ons aandachtig aan:
Zo gij dee'z tempel open ziet
dan kunt gij verder gaan.
Doch zo de deur gesloten is
vragen wij u geduld.
Dra wordt het geheim, zo streng bewaakt,
ook weer voor u onthuld.
Eén ding moeten wij u vragen,
uw goede naam ten spijt.
Laat prul en prop niet slingeren
en mijdt baldadigheid.

Om ook de dove medemens terwille te zijn geeft een krullerig aanwijsbordje nog aan:

Naar de grot der Indische Waterlelies, waar iedere vijf minuten de betoverde Elfjes dansen

Achter de wachters bevindt zich weer een rotspartij, waarin een gaanderij lijkt uitgehakt die ondersteund wordt door zuilen. Aan de muur hiervan hangen grote ornamentele schilden met een leeuw erop afgebeeld. Aan het eind van de gang wijst een beeldje ons de weg door twee deuren, alwaar we een grot betreden.

In de grot

De Indische Waterlelies in 2015

Eenmaal in de grot komen we in een grotere ruimte waar een statribune van twee niveaus uitzicht biedt op een ven in een oerwoud. Links stroomt een waterval naar beneden, achterin zien we in de verte nog een oosters paleistorentje en in het water zelf zijn zeven grote lelies gelegen.

De voorstelling

Op een gegeven moment klinkt een gong, stokt de waterval en dimt het licht, en een vertelling begint, uitgesproken door Reny de Lannée de Betrancourt:

's Nachts, als de maan schijnt in dit prachtige oerwoud, let dan vooral op deze mooie waterlelies. Vroeger waren deze bloemen sterren, die samen met de Maan en de andere sterren 's nachts dansten op het water. Op zekere morgen luisterden er enkele sterren niet, toen de Maangodin hen riep om mee terug naar de hemel te gaan. Ze dansten en dansten, tot de heks verscheen en hen voor straf veranderde in waterlelies. En alleen in maanlichte nachten komt de heks terug. En dán gebeurt het...
Vluchtroute achter de tribune, achterlangs Openluchttheater

Rechts komt een in witte lompen gehulde heks naar boven uit het struikgewas. Ze heft een prachtig gezang aan en zwaait met haar armen. Na enkele seconden stopt ze met zingen en klinken enkele bongo's. Dan start de muziek Afrikaan Beat, een vierkoppig kikkerorkestje duikt op uit de struiken naast haar, de lelies openen zich en tonen zeven elegante blonde feetjes. De feeën hebben een getinte huid maar juist blond haar, oosterse oogjes en dragen een azuurblauw jurkje. Ze dansen tussen de meeldraden rond hun as, onderwijl hun armen heen-en-weerbewegend en zwiepend met hun beentjes.

Na enige tijd duikt er nog een koortje van drie ganzen op uit het struikgewas, die met de poot op de borst nog een wat extra muzikale diepgang aan het dansfestijn toevoegen. Dan, als het kennelijk weer daglicht wordt, sluiten opeens alle lelies weer en de ganzen en kikkers verdwijnen in het struikgewas. De heks zingt nog enkele tonen na en als ook zij verdwijnt is het inderdaad weer licht geworden, en begint de waterval weer te stromen.

De attractie verlaten doet men via een lage rotsgang, aangegeven met een groot bord 'Uitgang', afgesloten door zichzelf automatisch openende openslaande deuren. De bezoeker staat een stukje verderop aan het Sprookjesbospad waar zijn oosterse reis begon.

Geschiedenis

Fabiola geeft haar goedkeuring

De Nederlandstalige versie van 'De Twaalf Wonderlijke Sprookjes

Peter Reijnders leest in februari 1962 het boek De Twaalf Wonderlijke Sprookjes van de Spaanse Fernanda María-de-las-Victorias Antonia Adelaida de Mora y Aragón die in 1960 koningin van België was geworden. Hij bespreekt zijn idee om verhalen uit het boek weer te geven in de Efteling tijdens een vergadering met Anton Pieck en directeur Diender.[1]Die vindt het interessant om de Belgische doelgroep aan te spreken en Pieck neemt daarop het boek mee naar huis om inspiratie op te doen.

De eerste ideeën ontstaan. Diender vraagt daarop op 3 december van dat jaar aan het Cabinet van de Groot Hofmaarschalk in België om toestemming om verhalen uit het boek uit te mogen beelden. Er moet worden gewacht op toestemming van de Belgische vorstin, die officieel drie dagen later per brief komt, nog zonder dat er een concreet sprookje is uitgekozen. Een probleem lijkt te bestaan bij de auteursrechten. Baron F.X. van der Straten-Waillet, ambassadeur van België in Nederland, schrijft in de brief dat de auteursrechten liggen bij het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn in België, maar het is niet duidelijk of onder die auteursrechten ook het uitbeelden van de sprookjes valt. In dezelfde brief meldt de ambassadeur echter dat het punt al geregeld is en de Efteling een bedrag moet storten aan het goede doel. Over hoe hoog dit bedrag was doet de Efteling geen uitspraken over. In een interview met de Vlaamse tv in 2016 zegt Olaf Vugts: "Dat was toen en nu nog steeds tussen de koninklijke familie en de Efteling".[2]

De brief (of waarschijnlijk een kopie) waarin toestemming wordt gegeven door de ambassadeur van België, namens Fabiola, voor het uitbeelden van de sprookjes uit haar boek

Overigens wordt in zowel de biografie Peter Reijnders 1900-1974 van Rob Smit als het jubileumboekje Mam, een duppie voor de kip? beweerd dat Peter Reijnders naar Brussel reist om Hare Koninklijke Hoogheid zelf uit te leggen wat de bedoeling is. Hij krijgt daar een kwartier de tijd voor, een gesprek dat uiteindelijk twee uur uitloopt. Op dat moment geeft Fabiola haar goedkeuring met de melding dat de Efteling maar een bedrag moet storten voor een goed doel. Latere bronnen omzeilen deze gebeurtenis volledig. Zowel de Kroniek van een Sprookje als de jubileumtentoonstelling in 2016 geven aan dat het contact met Fabiola geheel anders liep. De brief met toestemming van Fabiola was zelfs te zien in de tentoonstelling.

Fabstu

Eerste schets van Pieck voor de locatie tussen Herautenplein en Fakir

In januari 1963 bekijken Pieck en Reijnders welke sprookjes geschikt zijn. Daar komen 'De herberg der 3 jonkvrouwen' en 'Pipo's hemelreis in een zeepbel' uitrollen, maar uiteindelijk wordt toch gekozen voor 'De Indische waterlelies'.[3] De uitbeelding moet veel omvattender worden dan de kleinschalige sprookjes die tot dan toe gebouwd zijn. Voor de kosten wordt dan ƒ 110.000,- begroot. Deze kosten worden verdeeld over de jaren 1963, '64 en '65. Het nieuws wordt nog niet naar buiten gebracht.[1]

Op de bestuursvergadering van 15 maart 1963 wordt voor de eerste keer concreet gesproken over het gigantische project, dat de werknaam 'Fabstu' krijgt. Aanvankelijk wordt het sprookje gepland in de loods achter de Stoomcarrousel. Deze is af te sluiten waardoor het binnen donker gemaakt kan worden. Directeur Diender vindt de hal te goedkoop ogen en de combinatie met de carrousel niet passend. Hij ziet liever een monumentale plek in het Sprookjesbos.[3] Gekozen wordt voor het hockeyveld tussen het Herautenplein en de Fakir.

Ontwerp

Maquette van de voorstelling

Na de eerste ontwerpen en voorstellen, tekent Anton Pieck tijdens het hele project gestaag door. Hij maakt ontwerpen en schetsen voor het voorplein, de vijver, de galerij, het hoofdgebouw met toren, de decors, tot de kleinste details en zelfs de beplanting. De tekeningen werden bouwkundig uitgewerkt door G. op den Kamp.

Pionieren

Technische tekening

Er wordt veel tijd genomen voor het bedenken en bepalen van het gebouw en het interieur van de show. Eind oktober 1964 gaat de eerste spade pas de grond in.[1] Vanaf dan wordt er hard gewerkt en veel gepionierd. Veel technieken zijn dan nieuw voor de bouwers, zoals automatisch sluitende deuren en het synchroniseren van de bewegingen van de figuren met de muziek. Een attractie als deze was nog nooit gebouwd. Anton Pieck, Peter Reijnders, Henk Smulders en de jonge Ton van de Ven moesten op basis van het geschreven verhaal er vorm en inhoud aan geven. Aanvankelijk wordt er ƒ 180.000,- door de stichting uitgetrokken voor het project, maar de attractie zou uiteindelijk ruim ƒ 300.000,- opslokken, en dat nog maar enkel aan materiaalkosten, want uren werden niet zo stringent gebudgetteerd.[4] De werknemers van de Efteling 'waren er immers toch'.

Voor de bouw van het decor wordt gewerkt met een nieuw materiaal: een soort kippengaas met bekleding die met polyester bestreken kan worden. De rotspartijen, muren en delen van het decor worden hiermee gemaakt. Reijnders experimenteert met een phonola, waarmee tachtig verschillende bewegingen kunnen worden geregeld. Hij ziet de elfjes graag met bewegende vleugels.[1]

Test voor de dansende elfjes in de leliebladeren met Hema-poppen
Hemapop.jpg

Voor de dansende feeën werden door Peter Reijnders, in zijn laatste klus voor de Efteling, modellen gemaakt van poppen die hij kocht bij de Hema. Hij haalde de figuren uit elkaar en verbond de onderdelen van de figuren weer met elkaar met elastiekjes, houtjes en touwtjes om ze aan het bewegen te brengen. De letterlijk houtje-touwtje-technieken van Reijnders waren te simplistisch voor duurzame operatie en werden door Van de Ven en Jan Verhoeven duurzamer gemaakt. Een prototype van de figuren wordt gemaakt door de Amsterdamse firma Marcuse, die ze in september 1965 levert.

Ton van de Ven

Een schetsje voor de rotsblokken waar de kikkers achter komen, waarschijnlijk een van de eerste tekeningen die Ton van de Ven voor de Efteling maakt

Nieuwe technici en mensen als Ton van de Ven en Jan Verhoeven kwamen bij de Efteling terecht halverwege 1965. Op dat moment wordt duidelijk dat de geplande openingsdag van 1 april 1966 niet gehaald gaat worden. De net afgestudeerde Ton wordt aangenomen als Chef Ontwerp en Ontwikkeling. In die functie neemt hij de coördinatie van het werk op zich. De schetsen en "vingerwijzingen" van Anton Pieck weet hij te vertalen naar duidelijke werktekeningen voor de werklui die de attractie moesten bouwen. Pieck leerde op deze manier beter welke van zijn tekeningen ook daadwerkelijk zo gebouwd konden worden, en Van de Ven leerde op zijn beurt de stijl van Anton Pieck beter kennen. Ton maakt uiteindelijk ook enkele schetsen voor de attractie, waaronder rotspartijen.

In het eerste half jaar hield Ton zich wat op de achtergrond op de afdeling, maar na de sfeer te hebben geproefd begon hij zich met de bouw van de Indische Waterlelies te bemoeien en hielp mee met het uit klei modelleren van de figuren van het sprookje.[5] In een interview met zijn fansite vertelt Ton van de Ven over die tijd:

Bij de Indische Waterlelies heb ik wat aanvullend werk verricht bij het uittekenen van Piecks schetsen, onder andere voor de invulling van de ruimte met rotsen. Naderhand heb ik mijn eigen handen ook maar laten wapperen, want de modelleurs hadden het destijds nogal druk. Ik bood ze aan mee te helpen totdat ze zeiden "Je gaat toch niet ook modelleren, want dat kun je toch niet?”. Ik zei “Oh, dat kan ik best nog wel” en toen ben ik dus in een hele drukke periode begonnen met de kikkers te modelleren. Toen schoot men mij heel snel te hulp, want ze dachten dat ik het niet zou doen. Maar ik deed dat dus wél, en toen hielpen ze mee. En zo hebben we daar gemodelleerd - een dag, een nacht, een dag, een nacht - zonder te slapen. Alleen maar om die kikkers klaar te krijgen.[6]

Bouw en techniek

Nadat er extra personeel is aangenomen gaat de realisatie opeens in een sneltreinvaart. De toren achter de galerij wordt geplaatst. Peter Reijnders komt in oktober met het spectaculaire idee de torenspits met een helikopter te plaatsen. Diender koppelt daaraan een persconferentie in januari 1966, waar ook de tv bij kan zijn. Het idee blijkt echter al snel te hoog gegrepen. Onder het bijzijn van camera's wordt het hoogste punt met een hijskraan op z'n plaats gehesen.[1]

Test met de lelies op de Siervijver

De show wordt dan nog in elkaar gezet: leliebladeren worden in productie genomen en de ganzen worden in eigen huis gemaakt. Op de Siervijver worden proeven gedaan met de feeën op leliebladeren. Het kikkerorkest wordt geplaatst, vier in plaats van de geplande drie. De strijkstok van de contrabas wordt weggelaten en er is een kikker bijgekomen met sambaballen. Het kikkerorkest zou zijn aandrijving geleverd krijgen van een bedrijf in Zuid-Duitsland. Dat bedrijf had een goede naam en had het bijgevolg erg druk. Toen de Efteling aan de poort klopte, stelde de onderneming een absurd korte deadline waarop de kikkermodellen binnen moesten zijn. Het bedrijf deed dat, zo kwam later boven water, om de opdracht maar liever niet te doen. Toch presteerde de Efteling het om in twee dagen en twee nachten de modellen gereed te hebben voor transport naar Duitsland (zie citaat Ton van de Ven hierboven). Het was overigens voor het eerst dat de Efteling het materiaal polyester inzette voor het maken van de figuren en decoratie.

Voor de aansturing werd aanvankelijk gebruik gemaakt van luchtdruktechniek met een ponsbandsysteem, vergelijkbaar met dat van draaiorgels, dat hen geleverd werd door de familie Stelleman.[7]Deze familie die in orgels deed probeerde in 1965 ook een levensgroot orgel aan de Efteling te slijten, dat afgewezen werd omdat Diender het niet artistiek verantwoord vond.[8] De aansturing vindt heden ten dage elektronisch plaats, maar er wordt wel nog steeds gebruik gemaakt van pneumatiek. Bij het opkomen van de heks is duidelijk de 'zucht' te horen van de luchtdrukcilinder die haar opheft.

Dré Broeders werkt aan de peperdure originele 35mm bandrecorder van het sprookje

Als de show eenmaal klaar is, zorgen het besturingssysteem en de slechte akoestiek in de ruimte voor zorgwekkende problemen.[1] Het lukte in het begin niet om de muziek consequent aan te laten sluiten op de cilinderbewegingen van de figuren; de 35 mm geperforeerde geluidsband en de orgelponsband voor de bewegingen liep steeds uit de pas, ondanks de aanschaf van een recorder voor het in die tijd grote bedrag van ƒ 30.000,-. Uiteindelijk werd later door elektrotechnicus Dré Broeders een veel goedkopere zelfbouwrecorder gemaakt met een eindeloze bandluscassette. Nieuwe regeltechniek daarbij loste de synchronisatieproblematiek op, en de band was ook nog eens veel goedkoper in onderhoud.[9]

Voor de uitgebreide verlichting, een aspect waarmee de Efteling ook nog nauwelijks ervaring had, werd Phons van Zaale van de Stadsschouwburg Amsterdam ingeschakeld.[10]

Opening

Folder van seizoen 1966

Enkele weken voor de opening, op 22 maart 1966, zijn voorzitter Van der Heijden, directeur Diender, Pieck en Reijnders op bezoek bij Koningin Fabiola in haar kasteel in Laken om verslag te doen van de attractie.[1] Fabiola zal zelf niet aanwezig zijn bij de officiële opening.

Op 3 mei 1966 wordt het sprookje officieel geopend. Een dag daarvoor was de wanhoop nabij: toen men op 2 mei 's morgens de laatste hand wilde leggen, was de hele attractie onder water gelopen. Chef TD Leblanc (what's in a name?) had de pomp aan laten staan en het water uit de vijver voor het gebouw had zijn weg naar binnen gevonden. Met man en macht werd de schade nog net op tijd hersteld.[11]

Het was een attractie van ongekende grootte voor de Efteling, dus de opening werd ook veel groter aangepakt dan voorheen, met een officiële ceremonie, speciaal entertainment en veel buitenlandse gasten. Eigen personeel, dat uren van te voren nog hard aan de attractie had gewerkt, werd niet voor de officiële opening uitgenodigd.[12]

De Indische Waterlelies in 1966

De opening geschiedde door de Belgische ambassadeur in Nederland, baron F.X. van der Straten-Waillet. Bij de officiële opening bleek dat de realisatie van de Indische Waterlelies op dat moment technisch iets te hoog gegrepen was. Zo was tijdens de eerste voorstelling het mechaniek van de heks niet klaar. Om het gezelschap niet teleur te stellen, moest de show doorgaan. De oplossing voor het probleem was even eenvoudig als absurd - er kropen drie mannen onder de pop die voor de beweging moesten zorgen. De tweede show die werd gedraaid moest het al zonder de kikkers stellen, die gaven de geest na de eerste ronde. Terwijl de gasten aan de koffie zaten, probeerden de technici de attractie voor de derde keer op te starten, waarna er helemaal niets meer gebeurde. Technici trokken zwembroeken aan en hebben een nacht doorgewerkt, waardoor op 4 mei de lelies toch voor de gasten konden dansen.[13]

Onverwacht succes

Ansichtkaart van het plein
De show in 1966

Tijdens de bouw vroeg men zich nog verschillende keren af of het sprookje wel aan zou slaan bij het grote publiek vanwege de dan lage bekendheid van het sprookje bij de gasten. Die vrees bleek behoorlijk ongegrond: de reacties waren bijzonder goed. Het aantal bezoekers van 858.156 van het seizoen 1965 stijgt in 1966 naar 1.145.184.[3] Daaronder een groot aantal Zuiderburen, circa 30.000, die het sprookje van hun koningin kwamen aanschouwen, waarmee voor het eerst deze belangrijke doelgroep werd aangesproken.[14] Die zomer wordt een dagrecord van maar liefst 33.800 bezoekers bereikt, dat in vorige jaren op 25 duizend bleef steken.[15]

Bezoek Fabiola

Fabiola bekijkt de show
Het gezelschap gebruikt een versnapering

Ruim een jaar later, op 21 juni 1967, brengt de koningin alsnog een bezoek aan de Efteling om haar eigen sprookje te aanschouwen. Ze komt samen met haar schoonzus prinses Paola, twee kinderen van Paola de prinsjes Filip (7 jaar; de huidige koning) en Laurent (3 jaar); en dr. W. van Cauwenberg, die inmiddels de Belgische ambassadeur in Nederland is. Het gezelschap arriveert om 15.00 uur bij het park en wordt ontvangen door Van der Heijden, directeur Diender, Anton Pieck en Peter Reijnders.

Het perscommuniqué van de Efteling schrijft:

Na een tocht door het sprookjesbos, waarover het gezelschap zich bijzonder enthousiast toonde, werd het einddoel "De Indische Waterlelies" bezocht. Op het voorplein was een onbedwongen en besloten samenzijn waarbij in een gezellige sfeer de gedachten over het schrijven van en het uitbeelden van een sprookje uitgewisseld werden. Hier werden de Koningin en Prinses ontwerpen getoond van het nieuw uit te geven Efteling sprookjesboek waarvan de hoge gasten t.z.t. een exemplaar in een bijzondere uitvoering zal worden aangeboden. H.M. had veel bewondering voor en was bijzonder ingenomen met de wijze waarop het door Haar geschreven sprookje in "De Efteling" tot werkelijkheid was gebracht.[1]

De prinsjes hadden daarna ook nog veel plezier in de Speeltuin en waren niet weg te slaan uit de Traptreintjes; Laurent wilde per se met andere kinderen op de wip en reed parmantig op een pony.[16]

Acht dagen na het bezoek ontvangt de Efteling een brief van de ambassadeur, geschreven in naam van de koningin, waarin ze haar bewondering nog eens uitspreekt:

De ontwerpers en kunstenaars hebben de poëzie en sfeer van de sprookjes uitstekend weten weer te geven op een manier die jong en oud moet aanspreken. Een artistiek wonder en een onvergetelijke herinnering.[3]

Latere aanpassingen

De oorspronkelijke heks

Snel na de opening wordt het onheilspellende gerommel dat te horen is uit de twee tempelwachters op het voorplein vervangen door de stem van Ton van de Ven. Hij schrijft een gedicht dat hij met lage stem voorleest, waarin de bezoekers wordt gevraagd geduldig te zijn tot de deuren naar de show openen en ondertussen geen rommel achter te laten.[1]

Het gebouw heeft aanvankelijk een gelijkvloers gedeelte vanwaar bezoekers in het oerwoud kijken. Dat levert al snel problemen op met de capaciteit. Besloten wordt om na het eerste seizoen de vloer een niveauverschil te geven zodat meer bezoekers tegelijk het sprookje kunnen aanschouwen.[3]

Indische Waterleliesplein in 1981

In 1981 werd de heks van de Indische Waterlelies opnieuw gemodelleerd en in aanloop naar Fata Morgana dat vijf jaar later moest openen, werd er zoveel mogelijk uitgeprobeerd aan bewegingen.[17]

Ergens gedurende de jaren 90 wordt het elke vijf minuten openen van de deuren tot de grot gestaakt, en staan de deuren permanent open waardoor bezoekers doorlopend het sprookje kunnen betreden. Dit maakt ook dat de hoeveelheid tijd die de gemiddelde bezoeker op het prachtige plein besteedt dat speciaal was aangelegd om aangenaam te kunnen wachten, flink afneemt.

Een grote renovatie vindt plaats als het sprookje in 1996 dertig jaar oud is. De rotsen worden opnieuw geschilderd, de feeën vervangen door nieuwe exemplaren, de sterrenlampjes achterin het decor door glasvezels, en de programmering wordt aangepast. Het jaar daarop wordt ook de animatronic van de heks flink verbeterd. In 2001 volgt het plein voor de attractie: de wachters worden weggehaald en gerestaureerd, en ook de vijver op het plein krijgt groot onderhoud.

Vanaf de Winter Efteling 2000 krijgen de wachters op het plein elke winter grote witte bontjassen aan. Of dit helemaal logisch is in de (sub)tropische context van het sprookje, valt te betwijfelen.

De ingebruikname van voorheen voor bezoekers niet toegankelijke terrein achter de attractie, wegens de bouw van Het Meisje met de Zwavelstokjes in 2004, maakt dat het paleistorentje bovenop de grot weggehaald wordt. Het Indische torentje zou anders conflicteren met de westerse bouwstijl van het sprookje van Michel den Dulk. De toren was voor jaren zichtbaar gestald op het LEM-terrein. In 2016 wordt als officiële verklaring gegeven dat de verouderde constructie van de toren instabiel dreigde te worden.

Een vergelijkbaar stijlconflict werd in 2009 niet meer als probleem gezien, toen het fikse huis van Assepoester achter de Kleyne Klaroen gebouwd werd. De achtergevel is goed te zien vanaf het verder volstrekt thematisch ingesloten plein. In dat jaar werd ook de vertelstem vervangen, zie verderop onder het kopje Vertelling.

Toen de Efteling 's winters nog gesloten was, werd de Indische Waterlelies gebruikt om Sprookjesbosobjecten te beschutten tegen de elementen.

35-jarig jubileum

Voor het vijfendertig jarig jubileum van het sprookje in 2001 wordt groots uitgepakt. Er wordt op 15 augustus niet een Indische, maar een Belgische dag georganiseerd. Op het Carrouselplein waren volksspelen, eetkraampjes en vlaggenzwaaidemonstraties te vinden en er was een fototentoonstelling over de bouw van het sprookje. Op het plein voor De Indische waterlelies waren enkele oud-Eftelingmedewerkers aanwezig, die verhalen vertelden over hun ervaringen met Anton Pieck en de sprookjes en attracties waaraan ze hadden meegewerkt. Speeltuin Gijs sprak voor de gelegenheid Vlaams.

De dag bleek een succes, want een jaar daarop, ook al had het sprookje geen jubileum meer, werd een volledige Belgische Week georganiseerd. In deze week stonden op het plein van de Waterlelies vier borden met historische foto's.

Renovatie 2015

Een elfje wordt aangekleed.

In oktober 2015 sloot de attractie voor een grote renovatie. Het rotswerk werd opnieuw geschilderd en het plein gerenoveerd; borders met opvallende boomvarens breken vanaf nu de vlakte wat, en vervangen enkele bankjes langs de muur.

Ook de wachters zijn helemaal opgepoetst met nieuw bladgoud. In de show werden de kikkers opgefrist en de ganzen kregen nieuwe witte veren. Ook kwam er een vernieuwde heksanimatronic, met lelijker gezicht (meer naar de originele Piecktekening) en een ander gewaad. De elfjes kregen nieuwe fonkelende kleding. De muziek werd opnieuw gemixt, aangevuld met nieuwe geluidseffecten van Audiocult.

Het meest opvallend is wellicht de wijziging van de vertelstem. In aanloop naar de renovatie heeft de Efteling veel research gedaan naar de verschillende stemmen, omdat ook intern de vraag was wie nou precies de verschillende insprekers waren. Na zes jaar Paul de Leeuw, waar veel kritiek op was, besloot de Efteling weer terug te keren naar de oorspronkelijke stem, van Reny de Lannée de Betrancourt. De Efteling meldde dit per brief aan de presentator, die hij voorlas in zijn vlog. Als reden voerde het park aan 'het sprookje in oorspronkelijke staat' te willen herstellen.

Het vijftig jarig jubileum was naast aanleiding voor de renovatie, ook de reden om op 3 mei 2016 een tentoonstelling in het Efteling Museum over de jarige attractie te openen: 50 jaar... Maanlichte Nachten.

Muziek


Fragment van de pianosolo uit Limelight, een suggestie voor de muziek van de Indische Waterlelies

De muziek is enorm belangrijk voor de sfeer van het sprookje. Oorspronkelijk heeft Peter Reijnders het idee om balletmuziek te gebruiken, maar dit voorstel wordt niet door iedereen omarmd. Verschillende opties passeren de revue, waaronder de pianosolo uit de Charlie Chaplin-film Limelight. Wanneer de bouw al in een vergevorderd stadium is, eind 1965, wordt definitief de Afrikaan Beat gekozen van de Duitse componist Bert Kaempfert.[1] Dat instrumentale nummer is dan enkele jaren daarvoor een bescheiden hitje geweest. Het oorspronkelijke nummer van 2:44 werd ingekort tot anderhalve minuut. Het nummer en het geinige 'bandje' en 'koortje' dat het uitvoeren werken erg aanstekelijk op de bezoekers en zonder uitzondering beginnen mensen direct te dansen als de lelies zich openen. De muziek van het sprookje is daarmee in Nederland een van de meest populaire en bekende 'Eftelingmuziek', hoewel het dus geen Efteling-eigen compositie is.


Het voor de Indische Waterlelies gebruikte fragment uit "Taita Inty"

Voor en na de show is een gong te horen en het gezang van de heks. Voor de stem van de heks werd gekozen voor opnamen van de Peruaanse sopraan Yma Súmac. De introductie is het nummer "Taita Inty" (Maagd van de zonnegod). De klanken die ze aan het einde van de show nog uitstoot komen uit het nummer "Choladas" (Dans van het maanfestival); beide komen van haar album Voice of the Xtabay uit 1950. Súmac was vooral in de jaren vijftig populair en stond met name bekend om haar extreem grote stembereik, dat ruim vier octaven omvat. Op beelden van de opening van het sprookje in 1966 zijn bij het verschijnen van de heks vreemde orgelklanken te horen. Peter Reijnders zou daarvoor het Proeflaboratorium van Elektronische Muziek hebben bezocht.[3] Het is onduidelijk hoelang deze klanken gebruikt zijn.

Vertelling


De eerste versie van de introductie tot de Indische Waterlelies (1966)

Vooraf aan de voorstelling wordt een korte inleiding verteld. Deze vertelling is sinds de opening aanwezig, maar in de loop der jaren door verschillende stemmen ingesproken geweest. Sommige versies zijn nooit gebruikt.

De eerste en huidige versie is van Reny de Lannée de Betrancourt. De van oorsprong Indische werkte van 1965 tot 1971 op het kantoor van de Efteling. Ze wint tijdens de bouw een competitie onder het personeel "op zoek naar een toepasselijke stem voor de narratie van het sprookje van Fabiola". Ze bezoekt enkele malen een professionele geluidsstudio om opnamen te maken. Reny emigreerde niet lang daarna naar Australië.

Een versie van Reny klonk vanaf de opening van de attractie in 1966. Op een onbekend moment is de eerste versie vervangen door een andere versie.


De versie van Barbara Hoffmann, begin jaren 80

De versie van Paul de Leeuw (2009-2015)

Begin jaren 80 is voor enkele maanden een versie te horen ingesproken door de hoorspelactrice Barbara Hoffmann.[1] Daarna keerde de versie van Reny terug, die in 2009 werd vervangen door die van Paul de Leeuw. Dit werd door Olaf Vugts aan de presentator aangeboden, omdat het De Leeuws favoriete sprookje is (en wellicht ook om media-aandacht te genereren). Het stuk van De Leeuw is woordelijk identiek aan dat van De Lannée, behoudens de weglating van 'naar de hemel'.


De huidige versie van de introductie tot de Indische Waterlelies (2015)

Bij de renovatie van de attractie in 2015 keerde de stem van Reny weer terug. De Efteling en liefhebbers hebben tot die renovatie altijd gedacht dat dit de stem van Barbara Hoffmann was, door een registratie hiervan op de oudste Efteling-fansite Gniletfe. Tijdens research, waarbij contact werd opgezocht met mevrouw de Lannée de Betrancourt in Australië, werd bevestigd dat de huidige en de eerste versie door haar is ingesproken.

Er is ook een versie bekend van Wieteke van Dort, maar het is onduidelijk of deze versie ooit in de attractie te horen is geweest.[1]

Sterren, feeën of toch elfjes?

Volgens de vertelling zijn de dansende figuurtjes eigenlijk sterren, die door de heks zijn veranderd in waterlelies. In het oorspronkelijke verhaal van Fabiola wordt uitgelegd hoe de sterren bij aanraking met water veranderen in kleine feeën, wat aansluit op hun uiterlijke verschijningsvorm in de Efteling. Ook het boek Sprookjes van de Efteling van Martine Bijl en het Sprookjesboek van de Efteling van Gerrie van Dongen spreken over feeën. Sparla's Het Sprookjesboek van De Efteling heeft het dan weer over nimfen.

Niettemin lijkt er een nauwelijks te onderdrukken neiging te zijn om de figuren 'elfjes' te noemen, in weerwil van de mythologische achtergronden van de elf die niet heel goed overeenkomen met de kleine gevleugelde meisjes die we zien. Reijnders noemt ze 'elfjes', zoals te lezen is in de Kroniek. In de attractie zelf staat op een aanwijzer 'waar iedere vijf minuten de betoverde Elfjes dansen', maar verder wordt in de uitbeelding uitsluitend naar sterren verwezen. Het meest definitief is de aanduidling als elfjes wellicht gevestigd door het stripboek De Efteling-elfjes in de reeks Suske en Wiske door Willy Vandersteen. Ook in het boekje 'De Indische Waterlelies' in de reeks De Eftelingsprookjes, een ander werk van Sparla, worden de meisjes 'elfjes' genoemd.

Wetenswaardigheid

  • In de achtergrond van het decor is het sterrenbeeld Orion te zien.
Verwijzingen
  1. 1,00 1,01 1,02 1,03 1,04 1,05 1,06 1,07 1,08 1,09 1,10 1,11 De tentoonstelling "50 jaar... Maanlichte Nachten". Efteling Museum in 2016.
  2. "50 jaar lelies van Fabiola". VTM Royalty, 1 mei 2016.
  3. 3,0 3,1 3,2 3,3 3,4 3,5 "En monumentaal wordt het zeker". Kroniek van een Sprookje, p. 71 en 72 (2002).
  4. "Indische Waterlelies, mijlpaal en eerste grote gebaar in de geschiedenis". Persinformatie Efteling 1996.
  5. Recreatie, mei 2001.
  6. Interview Ton van de Ven. Ton van de Ven-fansite, 14 april 2012.
  7. Wikipedia-revisie 16402881, 13 april 2009.
  8. Kroniek van een Sprookje, p. 69 (2002).
  9. Toelichting Dré Broeders, april 2016
  10. "Ambassadeur van België stond verbaasd". Nieuwsblad van het Zuiden, 4 mei 1966.
  11. Kroniek van een Sprookje, p. 88 (2002).
  12. Persoonlijk gesprek met Jan Verhoeven, september 2013.
  13. Gniletfe
  14. "De Efteling blijft met sprookjes aan de top van de business". NRC Handelsblad, 31 juli 1996.
  15. "Onverwacht grote toevloed van bezoekers". Brabants Dagblad, 22 augustus 1966 (via Kroniek).
  16. Echo van het Zuiden: Koningin Fabiola en Prinses Paola woensdag in "De Efteling" (23 juni 1967)
  17. "In de Efteling komt de 1001 nacht tot leven". De waarheid, 24 februari 1982.