Stoomcarrousel
Carrousel fotoboekje92.jpg
De Stoomcarrousel
Locatie Marerijk
Type Saloncarrousel, galloper
Bouwer molen: Hendrik Janvier,

ketel: Fa. König, Swalmen,
orgel: Anselmo Gavioli,
figuren: diverse artiesten

Ontwerp Organisch gegroeid geheel, uiteindelijk aangepast onder supervisie van Anton Pieck
Geopend 11 mei 1956
Thema Kermisromantiek
Muziek Verschillende nummers uit het Gavioli-orgel
Figuren 22 paarden, 4 koetsen, 2 varkens en 2 clowns
Kosten ƒ 15.475,-
Ritduur ±2 minuten
Capaciteit 400 per uur
Attracties

De Stoomcarrousel is een rijk gedecoreerde, overdekte, aangedreven draaimolen, die te vinden is in het Carrouselpaleis in Marerijk. De attractie werd gebouwd tussen 1895 en 1903 en werd later door de Efteling gekocht, waar hij op 11 mei 1956 werd geopend voor publiek. In die periode moest een apart kaartje worden gekocht voor de Stoomcarrousel, net als voor de roei- en kanovijver.

De carrousel heeft tweeëntwintig paarden, vier koetsen en twee varkens met een clown erop. De carrousel is volgens de Engelse definitie een Platform Galloper, vanwege de aanwezigheid van een mechanisme om de paarden een galopperende beweging te laten maken.[1] Hij draait tegenwoordig niet meer op stoomkracht.

Omschrijving

De Stoomcarrousel is te betreden via de verschillende ingangen van het Carrouselpaleis, maar de meest logische is de hoofdingang die zich bevindt aan het Carrouselplein, onder het opschrift met de naam van het complex.

De stoomcarrousel is een saloncarrousel, zo genoemd omdat het geen losstaande carrousel is, maar hij een eigen tent met een gevel heeft. Een saloncarrousel was zodoende niet alleen een spannende rit, maar een volledig uitgaans- en ontmoetingscentrum. In totaal zijn er wereldwijd nog maar vier historische saloncarrousels. Eén van die vier, de Eden Palladium, staat sinds 2012 in Europapark[2].

De 'salon' van 115 m² bestaat uit een omloop rond de carrousel, met aan beide kanten een veranda met stoeltjes en tafels. Links is een bar waar wat te drinken of een kleine versnapering kan worden gekocht. Een bordje in de hoek vertelt de bezoeker dat consumptie verplicht is bij gebruik van de stoelen. De bar werd vroeger bediend door het attractiepersoneel, waardoor de bar tijdens het in- en uitstappen meestal even gesloten was. Tegenwoordig heeft de bar, wanneer deze open is, eigen personeel.

De carrousel wordt nog steeds Stoomcarrousel genoemd, maar kreeg al een elektrische aandrijving in 1944, ver voordat hij naar de Efteling verhuisde. De oorspronkelijke stoomaandrijving, met de grote ketel, is echter nog wel aanwezig voor de decoratieve waarde. De daadwerkelijke aandrijving gebeurt door een elektromotor onder de vloer, die via een band de stoommachine, carrousel en het orgel in beweging zet.

De carrousel draait rechtsom (met de klok mee), net als veel andere saloncarrousels destijds. Dit is anders dan de eenvoudigere draaimolens van het Europese vasteland die vaak linksom draaien. De rit is relatief wild door de uitgebreide beweging van de figuren en het voelbaar zware koetswerk. De koetsen en de dieren hebben een inventief mechaniek, waardoor de paarden een galopperende beweging maken, en de koetsen niet alleen vooruit en achteruit, maar ook naar opzij schommelen.

Geschiedenis

Bouw

De stoomcarrousel is tussen 1895 en 1903 gebouwd door Hendrik Janvier. Janvier, geboren in 1868, is de stamvader van de beroemde kermisfamilie Janvier en wordt gezien als grondlegger van de traditie van stoomcarrousels.[3] Hij gebruikte hiervoor allerlei onderdelen van verschillende makers, aangezien er niet zoiets als een stoomcarrouselfabriek bestond. Die is er nadien overigens ook niet gekomen. Stoomcarrousels groeiden organisch, ze werden gaandeweg aangepast en uitgebreid.[4] Ook in de jaren na 1903 heeft hij steeds elementen vervangen en toegevoegd.

Gevel

De gevel was afkomstig van een reizende bioscoop, de Cinematograph van Eduard Weidauer. De gevel werd opnieuw geschilderd door Andreas Giezen.

Figuren

De tweeëntwintig paarden zijn gemaakt door Joseph Hübner, een fabrikant van houten carrouselpaarden uit de buurt van Dresden.[5] Hij begon zijn bedrijf in 1909, dus de paarden zijn pas na dat jaar toegevoegd.[6] De vier koetsen zijn gemaakt door de Gentse[7] beeldhouwer Jules Moulinas. De twee varkens met de clowns zijn gemaakt door Carl Müller, een Duitse beeldhouwer die zijn werkplaats had in Molbitz[8] bij Neustadt.[9]

De figuren zijn opgesteld in twaalf secties, die in twee helften met dezelfde configuratie te verdelen zijn:

  1. 3 paarden
  2. 3 paarden
  3. koets
  4. varken en 2 paarden
  5. 3 paarden
  6. koets
  7. 3 paarden
  8. 3 paarden
  9. koets
  10. varken en 2 paarden
  11. 3 paarden
  12. koets

Kunst

De rok boven de carrousel komt uit het atelier van de fameuze Charles Devos. De ronddeel schotten en de kolommen rabatten zijn van de op één na oudste carrousel uit ons land, die door Wolfs geëxploiteerd werd. De verbeeldingen van gratiën en muzen op de kap boven de carrousel zijn van de hand van Andreas Giezen.[10] Onder deze allegorische uitbeeldingen vinden we onder andere de Tragiek, die beïnvloed lijkt te zijn door het Symbolisme dat in zwang was aan het eind van de negentiende eeuw. Op de panelen bovenin de kap staan cherubijntjes die Giezen oorspronkelijk voor de carrousel van de broers Van Bergen tekende.[11] Ook op het rococo-ontwerp van de gondels van Moulinas zien we cherubijntjes terugkomen.

Aandrijving

De stoommachine

In het voorjaar van 1863 deed de eerste stoommachine zijn intrede op de reizende carrousel. Hendrik Janvier kocht zijn stoommachine in 1895.[10] De oorspronkelijke stoomaandrijving is ontworpen door Frederick Savage. Savage was een machinebouwkundige die naast landbouwmachines ook kermisattracties ging ontwerpen en daarmee faam boekte in het einde van de 19e eeuw.[12] De machine is gebouwd door de firma König in Swalmen. De stoommachine ging in 1944 stuk op de kermis in Drunen. Sinds die tijd draait de Stoomcarrousel op een elektrische motor, al is de stoommachine nog steeds aanwezig.

Naast de grote stoomketel was er ook een kleinere ketel aanwezig, voor de aandrijving van het orgel en het opwekken van elektriciteit.[13] De verlichting, die met deze elektriciteit werd gevoed, werd de illuminatie genoemd. Kunstlicht, en het zelf opwekken daarvan, was in de beginjaren van de carrousel noodzaak, omdat veel gemeenten waar de carrousel kwam geen elektriciteitsvoorzieningen hadden.[10] De feeërieke verlichting van honderden gloeilampjes was er daarmee niet alleen om in de overdekte ruimte te kunnen zien, maar tevens een extra attractie op zich.

Orgel

Het draaiorgel is in 1895 gebouwd door Anselmo Gavioli, een beroemd orgelbouwer en tevens uitvinder van het afspeelmechanisme voor orgelboeken. Dit orgel was eerst in bezit van de Groningse kermisfamilie Fogerty, en werd later overgenomen door Piet Janvier, zoon van, en kwam zodoende uiteindelijk in de Stoomcarrousel terecht. Het is één van de vijf nog overgebleven Gavioli-orgels.[14]

De familie Janvier

Zie voor meer informatie Janvier

Stoomcarrousels domineerden de kermissen vanaf het eind van de negentiende eeuw tot ongeveer het midden van de twintigste eeuw. Het waren de meest indrukwekkende en spectaculaire attracties die op de rondreizende vermaakcentra te vinden waren. Er waren een aantal families die de grote stoomcarrousels exploiteerden: Wolfs, Benner, Tewe, Nizet, Sipkema, Van Bergen, Vincken, Dobbelaere en Janvier. Janvier was één van de belangrijkste families.[10]

De zakenman Johannes Wilhelmus Janvier (Bergen op Zoom, 1840) kocht, toen zijn zoon Hendrik (1868) twaalf jaar oud was, een open draaimolen met houten paarden en gaf hem de opdracht om met de molen met paard en wagen de kermissen en jaarmarkten af te gaan en zo z'n eigen brood te verdienen en het vak te leren. Het werd een gewiekste zakenman die wordt gezien als de grondlegger van de traditie van stoomcarrousels.[10] Vanaf 1895 bouwde hij zelf zijn stoomcarrousel uit allerlei verschillende onderdelen. In 1903 was deze klaar.

Zijn oudste zoon, Wilhelmus Johannes "J.W." Janvier had al snel grootse plannen, waar hij met zijn vriend, Andreas Gerhardus "Dries" Giezen avonden over kon bomen. Hun beider zussen waren daar vaak ook bij, en zodoende bloeide er een wederzijdse liefde op. Uiteindelijk trouwde J.W. Janvier met Mietje Giezen, en Dries Giezen met Keetje Janvier. Vader Hendrik schonk J.W. de Stoomcarrousel als huwelijkscadeau omstreeks 1915. Dat was tevens het begin van een immer voortlevende traditie waarin de oude Janviers hun jongen een kermisattractie meegeven als 'opstapje' bij het verlaten van het nest.[3]

Dries Giezen is geen onverdienstelijk decorateur en schildert de façade van de carrousel, en de panelen die tot op heden in het Carrouselpaleis te vinden zijn.

Laurens Janvier, ook een zoon van Hendrik, is de derde eigenaar van de Stoomcarrousel. Hij kreeg de carrousel van zijn oudste broer J.W. toen hij trouwde op 10 februari 1919. Laurens en J.W. waren echte tegenpolen. J.W. had sterk de drang zich te bewijzen, Laurens was meer een man die tactisch en met gevoel voor materialen te werk ging.[10]

Reizen

Advertentie uit 1919

De kosten van exploitatie van de Stoomcarrousel waren enorm. Twintig man personeel was nodig voor montage, onderhoud, vervoer en bediening. Het opbouwen kostte vier dagen, het afbouwen anderhalf. Hendrik Janvier had een contract met de spoorwegen afgesloten, waardoor de carrousel via het spoor vervoerd kon worden als er grote afstanden moesten worden afgelegd. Gemeenten vroegen bovendien enorm hoge pachtgelden aan de carrouselhouders.

De opbrengsten waren er echter wel naar. In het begin van de twintigste eeuw was een stoomcarrousel een goudmijn, omdat het de meest luxe vorm van vermaak was die bijna iedere stad in het land aandeed.

J.W. maakt veel winst met de carrousel en investeert die in de aankoop van andere attracties. In 1919 schenkt hij de Stoomcarrousel aan zijn broer Laurens als huwelijkscadeau, om zelf een andere carrousel te kopen, de Noblesse, die later in een brand werd verwoest.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog neemt de interesse in de stoomcarrousel af. In 1944 werd de stoommachine als energiebron afgekeurd, en moet uit veiligheidsoverwegingen de stoom worden afgekoppeld. George Reemer, de schoonzoon van Laurens Janvier, bouwt dan bovenop de stoomketel een elektromotor, maar laat alle apparatuur die aan de tijd van de stoommachine doet denken zitten waar het zit. Laurens toert daarna nog negen jaar met zijn elektrisch aangedreven carrousel, maar in 1953 valt het doek. Op de kermis van Gilze-Rijen draait de carrousel dat jaar z'n laatste rondjes als reizende carrousel. De carrousel werd daarna ingepakt en opgeborgen in een loods in Bergen op Zoom. Omdat ook het opslaan van de carrousel veel geld kost, wordt er al snel besloten dat de attractie moet worden verkocht of gesloopt.[10]

Aankoop en renovatie door de Efteling

Het opbouwen van de carrousel op het Eftelingterrein

De Efteling dient aan zich als koper, maar uit eerbied voor de erfenis van de familie Janvier wil men niet over één nacht ijs gaan. Er wordt tijdens familiebijeenkomsten uitvoerig gediscussieerd of de koop wel door moet gaan. Uiteindelijk wordt in 1955 de knoop doorgehakt.[10] De rondreizende stoomcarrousel wordt dan, inclusief Gavioli-orgel en sculpturen, door de Efteling gekocht en van de ondergang gered voor een bedrag van ƒ 15.475,-. Het is dan de nog enig in Nederland overgebleven stoomcarrousel. Na de laatste tocht die de carrousel ooit zou maken, van Bergen op Zoom naar Kaatsheuvel, werd de carrousel opgebouwd door Laurens, zijn schoonzoon en tien man personeel op een stukje terrein dat voorheen een hockeyveld was geweest, vlakbij de ingang van het Sprookjesbos en het Theehuis waar de Grote Speeltuin te vinden was.

Sinds 11 mei 1956 is de attractie in de Efteling geopend voor publiek. De attractie werd in eerste instantie onveranderd opgebouwd, zoals Janvier er mee rondreisde. De verdere renovatie duurde nog tot 1957. Aan het eind van dat jaar koopt de Efteling ook de laatste nog rondreizende saloncarrousel van Nederland, van Gouke Sipkema. Niet om hem op te stellen, maar om haar eigen carrousel verder mee te renoveren en verfraaien.

Luchtfoto van de Stoomcarrousel met daarachter de rolschaatsbaan

In 1957 werd een grote schuilloods achter de carrousel gebouwd met rolschaatsbaan. De carrousel had op dat moment enkel een zaal aan de linkerzijde met een buffetgedeelte en een bar die daar nog altijd is. De zaal aan de rechterkant was er destijds nog niet, maar de omloop om de molen was er al wel vanaf het begin, evenals het hokje van de kassa. Achter de bar bevond zich een magazijntje en er was een tweede magazijn aan de rechterzijde van de kassa.

Begin jaren zestig voegde Anton Pieck de vrouwenfiguur boven de ingang toe, die ooit de gevel sierde van de bioscoop van Anton Benner, en de paardjes uit de molen van de weduwe Schildmeyer, de allereerste door stoom aangedreven carrousel. In 1965 voegde hij panelen uit de carrousel van Sipkema toe aan de façade. In 1970 veranderde het aanzicht flink, omdat de Waterorgelfoyer en het Carrouseltheater aan weerszijden werden toegevoegd, ook weer onder leiding van Pieck. Hierbij werden ook vrouwfiguren met bloemkransen toegevoegd afkomstig van de saloncarrousels van Sipkema en Vincken. Vanaf nu staat het gebouw bekend als het Carrouselpaleis. Zie aldaar voor verdere informatie.

Persoonlijke interesse Anton Pieck

Anton Pieck, groot liefhebber van de kermisromantiek, vertelt in een interview ter gelegenheid van zijn 85e verjaardag:

Tekening van de Stoomcarrousel door Anton Pieck
...één van de hoogtepunten van de kermisromantiek was wel de oude stoomcarrousel. Ik herinner me dat, toen we een jaar of vijf waren, we met m'n broer op de Helderse kermis een bezoek brachten aan de stoomcarrousel van Janvier. Dat was voor ons een geweldige belevenis. Ik heb niet kunnen denken dat diezelfde carrousel op het ogenblik op de Efteling staat. We hebben de carrousel van Janvier destijds gerestaureerd en opgeknapt en op zich was dat voor mij al een heel bijzondere gebeurtenis.

Betaalde attractie

Een rittenkaart uit de beginjaren voor de Stoomcarrousel

In de beginjaren was de Carrousel een van de weinige attracties in het park waar los voor betaald moest worden: een kaartje kostte 5 cent. Volgens Peter Reijnders diende 'de symbolische ritprijs om een ieder zijn beurt te gunnen'. Deze werd geïnd door de carrouselmeester die zich in het hokje bevond dat nog steeds voor de ingang staat. In 1966 is de toegangsprijs afgeschaft.

De naam

In de tijd dat Laurens Janvier met de carrousel rondreisde, stond er 'Stoomcaroussel' (met één 'r' en dubbel 's') op de gevel. De Efteling veranderde dit naar 'L. Janvier Stoomcarrousel', verwijzend naar de voorlaatste eigenaar. Later werd dit veranderd naar 'De Efteling Stoomcarrousel', en nog later naar 'Carrouselpaleis', toen het complex extra functies kreeg.

Verbreding van het aanbod

Met de aankoop van de Stoomcarrousel en de Anton Pieckcarrousel in 1955 is de Efteling ineens meer dan alleen het Sprookjesbos. De kermisnostalgie waar Anton Pieck van hield leeft nu voort in de Efteling. Dit is een eerste stap naar een attractiepark met een breed attractieaanbod. De Stoomcarrousel was bovendien de eerste overdekte attractie van het park.

Latere aanpassingen en renovaties

Het Carrouselpaleis in 1975 vanuit de lucht

De Stoomcarrousel is geleidelijk uitgebouwd tot het Carrouselpaleis, dat ook plaats biedt aan het Waterorgel (1966), het Diorama (1971), en het Carrouseltheater (1972). De carrousel zelf heeft sinds de opening in de Efteling diverse flinke renovaties gehad. Zo werd de gevel aangepast en gerenoveerd in 1965. In 1987 kregen alle draaimolens in het park een grote renovatie, waarbij van de mogelijkheid gebruik werd gemaakt om geluidsopnamen te maken van het orgel voor een cd. De meest recente grote renovatie was in het voorjaar van 2014. Alle paarden, koetsen, houtwerk en schilderingen zijn met gevoel voor de originele uitstraling gerenoveerd en zaken als hekwerk en opstapjes werden vervangen. Helaas werden toen ook de gloeilampen vervangen door LED-verlichting, waarbij veel van de warmte van de oorspronkelijke verlichting verloren is gegaan.

Techniek

Het platform van de molen is opgebouwd uit twaalf individuele wagens. Elk van deze wagens is rechthoekig en herbergt de techniek voor de paarden of koets die erop zijn gemonteerd. Op de kop van de wagens zitten gedecoreerde panelen die de techniek aan het zicht onttrekken. De driehoekige ruimte tussen deze wagens is opgevuld met een houten vloer. Bij deze tussenruimten zitten ook de traptreden waarmee de bezoeker op de molen kan klimmen.

De gespaakte wielen zitten aan een nokkenas, waarmee de draaiing van de wielen wordt omgezet in de sinusbeweging die uiteindelijk leidt tot het galopperen van de paarden en het schommelen van de koetsen.[9]

Publicaties en media

Boeken

Mam, ik wil het Paard (1995)

In 1995 bracht de Efteling, ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Stoomcarrousel, het boekje Mam, ik wil het Paard uit. Het boekje werd geschreven door Dimp Nelemans, stiefkleindochter van Hendrik Janvier. Voor dit jubileum werd het moment van aankoop van de stoommachine als geboortemoment van de carrousel gekozen. De bouw van de carrousel heeft feitelijk tot 1903 geduurd.

Het boekje vormt een mooie aanvulling op Alles draait... ik zie sterretjes, een boekje dat eveneens door Nelemans werd geschreven en dat verhaalt over de geschiedenis van kermissen in het algemeen en de Janviers in het bijzonder.

LP's en CD's

Stoomcarrousel orgel uit De Efteling

In het midden van de jaren 60 werd door het platenlabel Omega een langspeelplaat uitgebracht met de titel Stoomcarrousel orgel uit De Efteling, waarop 36 minuten aan muziek van het Gavioli-orgel is te vinden. De LP is tegenwoordig een collectors item dat enkel te vinden is op rommelmarkten en ruilbeurzen. De collectie orgelmuziek bestaat uit zestien tracks:

  1. Efteling mars
  2. Espana wals (Waldteufel / E. Chabrier)
  3. Sarina (Trad.)
  4. Elfendans
  5. Mon Rève (Waldteufel)
  6. Kätchen
  7. La Petite Vas (Heynes)
  8. Janvier mars
  9. Stoomcaroussel
  10. Estudiantina (Lacome)
  11. Kaboutermars
  12. Koekoekswals (Jonasson)
  13. Hoch Heidelberg
  14. C'est si bon (Betti/Horner)
  15. Dwergendans
  16. Sprookjesmars

Op de LP Spoken op de Efteling - deel 9 staat een hoorspel met liedjes over de Stoomcarrousel. Het sprookje gaat over de Heks van Hans en Grietje en de treiterkabouter Kobold die ook een rondje op de carrousel willen draaien, maar dat niet mogen, omdat alleen kinderen en lieve sprookjesfiguren dat mogen.

In 1987 hadden de orgels van de verschillende draaimolens en carrousels in het park een onderhoudsbeurt gehad bij Henk Veeningen. Lex Lemmens wil dat moment aangrijpen om geluidsopnamen van de spelende orgels te maken voor een cd met uitsluitend orgelmuziek. De opnamen worden gedaan in de werkplaats en zijn volgens Lemmens "de beste geweest die we ooit van de orgels gemaakt hebben", maar het album wordt uiteindelijk uitgegeven met ook andere Efteling-muziek erop.[15] De suite van het Gavioli-orgel is te vinden op het album Muziek van de Efteling (later ook uitgegeven als Wonderlijke Muziek van de Efteling) en bestaat uit negen stukken:

  • 00'00" - 02'30": Locarno mars (Karl Frei)
  • 02'31" - 05'48": Sennerin. Abschied von der Alm (Schriebel+Hupperts)
  • 05'49" - 07'09": Johanna (Schriebel+Hupperts)
  • 07'10" - 08'51": Valencia (José Padilla)
  • 08'52" - 10'49": Das kannst Du nicht ahnen (K. Berbuer)
  • 10'50" - 11'32": Lunapark Mars (Karl Frei)
  • 11'33" - 15'33": Du bist mit Gold nicht zu bezahlen (J. Schmitz)
  • 15'34" - 17'55": Folies-Bergère (Paul Lincke)
  • 17'56" - 21'08": Im Treue Fest (C. Teike)

Jaar van de Carrousel

Het jaar 2000 was het Jaar van de Carrousel. In de Efteling werd dit gevierd met het Carrousel Festival. Ter gelegenheid daarvan werden op de picknickweide zes carrousels opgebouwd en was er een tentoonstelling in In de Bonte Harlekyn.[16]

Wetenswaardigheden

Mini-carrousel
  • In het Efteling Museum is in 2010 en 2011 een kleine elektronische stoomcarrousel te vinden geweest, die qua uiterlijk niets te maken had met de grote Stoomcarrousel.
  • In de slotscène van de film Peter en de Vliegende Autobus wordt er feest gevierd voor het Carrouselpaleis. In het laatste shot zien we Peter op de carrousel.
  • Op het orgel prijkt hetzelfde 'ES'-logo dat we ook kennen van de Efteling Stoomtrein Maatschappij.


Verwijzingen
  1. The British Gallopper, The Fairground Heritage Trust
  2. Draaiende look-a-likes, ParkPlanet, 2 mei 2012
  3. 3,0 3,1 Alles draait... ik zie sterretjes, Dimp Nelemans, 1996
  4. Veelzijdigheid en diversiteit, Kroniek van een Sprookje, pagina 39
  5. Carousel Horses, Carmen Williams
  6. Susanne Köpp & Erik Stephan: Das Carrousel: Die Geschichte des Karusselbaus in Neustadt an der Orla. Burgk/Saale: Neue Galerie (1992), pp. 19-20
  7. Le Carrousel antique, Flickr
  8. Rockinghorse design - Müller
  9. 9,0 9,1 Welcome to the Pleasure Dome!, Idius Felix, mei 2002
  10. 10,0 10,1 10,2 10,3 10,4 10,5 10,6 10,7 Mam, ik wil het Paard, Dimp Nelemans, 1995
  11. Geoff Weedon & Richard Ward: Fairground Art. London: New Cavendish Books (1981), pp. 145.
  12. Frederick Savage, Victorian Fairground Manufacturer of King’s Lynn, Lynn Museum, Norfolk
  13. Geschiedenis Carrouselpaleis Efteling, Kermis.wordpress.com
  14. Stoomcarrousel, Efteling.com
  15. Het Pierement: Orgelsprookjes van de Efteling (januari 2014)
  16. WWW-nieuws, 28 en 29 september 2000