Spookslot
SpookslotJaren70.jpg
het Spookslot kort na opening
Locatie Anderrijk
Type Volledig geconditioneerd binnentafereel
Bouwer Efteling
Ontwerp Ton van de Ven
Geopend 10 mei 1978
Thema Griezel, Keltisch
Verhaal verteld door Tom van Beek
Muziek Danse Macabre van Camille Saint-Saëns
Figuren onbekend
Kosten ƒ 3,5 miljoen
Ritduur 7 minuten
Capaciteit 1000 per uur
Oppervlakte 1220 m²
Attracties

Het Spookslot is een spookhuis in Anderrijk. De attractie is opgetrokken als een ruïne van een kasteel, waarin bezoekers iedere tien minuten middels een volledig geconditioneerd binnentafereel een voorstelling kunnen bekijken. Door middel van decor, licht, muziek, animatronics en speciale effecten komen tijdens de voorstelling de catacomben en het kerkhof van een klooster tot leven.

Het Spookslot is te bereiken halverwege de Pardoes Promenade, via de poort met het grote slot aan het Sterrenplein, of vanaf de Piraña door de tunnel tegenover de wildwaterbaan of vanaf het pad ten westen van de Gondoletta, via het Heksenpad. De ingang ligt aan het Spookslotplein, vlakbij PandaDroom en de Bob.

De attractie werd ontworpen door Ton van de Ven en geopend in 1978. Het was de eerste grote attractie waar Van de Ven de creatieve leiding had en markeert de start van een groot meerjarenplan dat tot in de jaren tachtig werd uitgewerkt om van het natuurpark De Efteling een groot attractiepark te maken. De unieke uitvoering van het Spookslot was van grote invloed op veel latere attracties in de Efteling.

Omschrijving

Het Spookslot is rondom gethematiseerd als een kasteelruïne. Wie het slot binnengaat bereikt uiteindelijk een binnentuin waarin elke tien minuten een spookachtige voorstelling wordt vertoond.

De hoofdshow van de attractie is een scène die zich afspeelt in een vervallen kloostertuin. Op de melodie van de dodendans komt de uitgestorven kloostertuin tot leven.

Aanzicht

Wie op het plein voor het slot staat, ziet een ruïneus kasteel. Links staan de restanten van een grote, ronde toren, met daarvoor een graftuintje. In het tuintje vinden we een Keltisch kruis en enkele andere grafornamenten.

Verder naar het midden, in een knik in de muur is, voor wie goed kijkt, een schedelvorm te herkennen in de afbrokkelende resten van een inmiddels vergane uitbouw in de muur.

Iets rechts daarvan is de gedecoreerde poort die tevens toegang biedt tot de attractie. Boven de poort zijn twee dichtgemetselde raampjes, hoewel door één ervan nog wat daglicht valt om aan te tonen dat het gebouw erachter is ingestort. De poort zelf heeft twee deuren. De poort wordt geflankeerd door pijlers met halfzuilen erop. Ook tussen de deuren bevindt zich een kolom met een halfzuil. De boogstenen zijn afgewerkt met een abstract zigzag-patroon. In het midden van de boog zit een kop met een dikke snor. Deze boogdecoratie wordt in het klein herhaald in de raampjes boven de poort.

Rechts van de ingang bevindt zich een doorgang door het gebouw, die de voorzijde en de achterzijde van het Spookslotplein met elkaar verbindt.

Donkere gang

Vanaf de ingang aan het Spookslotplein, betreedt men het Spookslot door een poort met twee deuren. De daarop volgende gang maakt na een paar meter een scherpe draai linksom, van bijna 180 graden, waardoor daglicht en rumoer vanuit het park haast helemaal buitengesloten worden.

In de draai zit een houten deur, die niet open gaat, maar wel uit zichzelf begint te bewegen, zodra je de deurklink draait. Die beweging brengt ook een luid gerammel voort van kettingen waarmee de deur blijkbaar is vastgelegd.

In het donkerste deel van de gang, dat volgt na de draai, moet de bezoeker zijn ogen eerst aan het duister laten wennen om de vele details in de nissen in de muren überhaupt te kunnen zien.

Zo is daar een nis met schedels er in. Aan de andere kant is een doorkijkje naar een ruimte waarin een jammerende geestverschijning op een stoel zit. De gang buigt af naar rechts en begint te stijgen. In een volgende nis verschijnt en verdwijnt een gezicht dat lijkt te happen naar een spin die zich op en neerbeweegt.

De Ronde Zaal

Ronde Zaal

Zie Ronde Zaal voor een uitgebreidere beschrijving van dit deel van de wachtrij.

Na de lage, donkere gang wordt het plafond een stuk hoger en betreedt men de Ronde Zaal.

In het midden van de zaal hangt een kroonluchter aan een harige arm. Elke cyclus worden de drie Vlederiken zichtbaar, waarna ze met een donderslag weer verdwijnen.

Wachtruimte

Vanaf de Ronde Zaal klimt de vloer verder omhoog en komen we opnieuw in een donkere gang. Deze gang bevindt zich boven het gedeelte voor de Ronde Zaal. In deze wachtruimte vinden we de Oosterse Geest en horen we de vertelling van het Spookslot. Links op de muur zijn drie panelen te zien. Lieden met een redelijk ontwikkeld nachtzicht kunnen op één van deze panelen zelfs een spin ontwaren.

De Oosterse Geest zit in een nis en heeft een glazen bol, waarin afwisselend een vrouwenhoofd en een schedel te zien zijn. Als het hoofd in een schedel is getransformeerd, begint deze te lachen.

De gang loopt dood tegen de gesloten deuren naar de hoofdshow, die stervormig reliëf hebben. Rechts van deze deuren is de doorgang naar de controlekamer vanwaaruit het personeel de attractie bedient.

Bezoekers op de tribune
De hoofdshow
De hoofdshow
De drie rechters (goed te zien met de werkverlichting aan)

Hoofdshow

Eens in de tien minuten gaan de deuren naar de hoofdshow open. De hoofdshowruimte bestaat uit een licht afbuigende tribune vanwaar het publiek op drie niveaus de show kan bekijken. De scène zelf bevindt zich achter het glas van zes grote ruiten.

Bij binnenkomst is de scène sfeervol belicht, maar stil. Als iedereen plaatsgenomen heeft, begint de betoverde kraai, in de vorm van een reptielachtig gedrocht, op een bel te slaan. Links in de scène bungelt het lijk van de tuinman uit het verhaal aan het klokkenkoord. Op een balustrade in het midden van de hoofdshow verschijnen de drie rechters, die keer op keer het lot bezegelen van de heks Visculamia. Met een monsterlijk vervormde stem spreken ze hun onverstaanbare oordeel uit.

Een stoet monniken beweegt zich door een gang in het midden van de scène, om vervolgens achter een zware deur te verdwijnen.

Op dat moment zet de macabere dans in. Een viool in de catacomben zweeft in de lucht en wordt slechts bespeeld door een los paar handen. Als de muziek zich ontvouwt, komt ook de scène tot leven. Zo zien we bewegende schedels tussen de losse bladeren op de grond, gargouilles die subtiel bewegen, dansende hekjes, grafstenen en bloemen. Links in de scène duikt Esmeralda, de dochter van de burggraaf op uit haar graf, met opschrift PVELLA INNOCENTA, 'onschuldig meisje'. In de catacomben verschijnen twee geestverschijningen, volgens het verhaal de burggraaf die probeert zijn dochter in te halen.

Rechts, in een nis, zien we de geest van Visculamia, vastgeketend aan een plank. Dan wordt een vuur ontstoken en zien we haar verteerd worden door de vlammen, een effect dat wordt bereikt met Pepper's Ghost.

De scène eindigt in een harde donderslag die de tribunes doet trillen. Daarna is de scène donker, en speelt alleen de viool nog de coda van het muziekstuk.

Uitgang

Als de show is afgelopen, kunnen bezoekers door een tamelijk kale uitgang naar buiten. Een licht dalend pad brengt de bezoeker op het Witte Walvisplein.

Verhaal

Zie Spookslot (verhaal) voor de transcriptie van de vertelling

Het achtergrondverhaal van het Spookslot, dat te horen is bij de Oosterse Geest en voorgelezen wordt door acteur Tom van Beek, werd een jaar na de opening pas toegevoegd, zonder bemoeienis van Ton van de Ven.[1] Het geeft een verklaring voor wat er allemaal tijdens de hoofdshow te zien is, maar het verhaal is gebaseerd op de attractie, en niet andersom, waardoor het nogal gekunsteld overkomt.

In 1987 werd bij de renovatie het verhaal verwijderd. De voorshow en de hoofdshow waren toen niet goed op elkaar afgestemd, zodat bezoekers het verhaal vaak misten. In 2001 werden de voorshow en de hoofdshow beter op elkaar afgestemd, en keerde het verhaal weer terug.[2]

Muziek


De hoofdshow tot 1987

De hoofdshow tot 1989

De hoofdshow sinds 1989

Zie Danse Macabre voor het volledige artikel over het symfonisch gedicht.

De opzwepende klassieke muziek van het Spookslot is de Danse Macabre, de dodendans, een toondicht van de componist Camille Saint-Saëns. Bij opening werd haast het hele muziekstuk gebruikt, waardoor een voorstelling een kwartier duurde. Dit ging ten koste van de capaciteit, maar ook van de spanningsopbouw in de show. Het jaar daarop werden er daarom twee minuten uit de muziek geknipt.

Bij de renovatie in 1987 werd een nieuwe, modernere uitvoering gebruikt, van het Philharmonia Orchestra uit Londen, onder leiding van Charles Dutoit. Het betreft hier een opname die gemaakt werd in juni 1980 in Kingsway Hall.

De Efteling kwam niet zelf op het idee voor de Danse Macabre in de show; deze suggestie kwam van Leon du Bois, een geluidseffecten- en hoorspelexpert van de NOS.[3] Omdat de Efteling zelf nauwelijks ervaring had met het ontwerpen van het licht en geluid van zo'n grote show, deed Chef Technische Dienst Lex Lemmens een beroep op de Nederlandse Omroep Stichting die Du Bois aan het project koppelde. Hij suggereerde op basis van de klok en geesten in de show (die verder al vrijwel gereed was) de compositie van Saint-Saëns als belangrijkste element van de show. Du Bois was ook betrokken bij de rest van de mix voor de hoofdshow, waaronder de intro voordat de Danse start. Hiervoor suggereerde hij het omgekeerd afspelen van het gezang van Tibetaanse monniken en koos waarschijnlijk ook een fragment uit het derde deel van 'Città Notte' (nachtstad) van de Italiaanse avant-gardecomponist Egisto Macchi uit 1972. Dit was een album met wat we tegenwoordig stock music zouden noemen, bruikbaar voor allerlei toepassingen. Ook in de huidige introductie die sinds 1989 draait is nog altijd een stukje Città Notte te horen, vlak voor de monniken gaan zingen. Uiteindelijk zou Du Bois zo goed als alle geluiden aanleveren die in het Spookslot te horen waren en zijn.

In totaal zijn er in de loop der jaren drie versies van de hoofdshow geweest (1978, 1987 en 1989), die vooral qua sfeer en uitstraling van de geluidsmix voordat de Danse Macabre start behoorlijk verschillen. De huidige monniken klinken ook een stuk "realistischer" dan de eerste keuze uit de beginjaren.

Techniek

Één van de Pepper's Ghosts in de hoofdshow

De techniek van het Spookslot is allesbehalve simpel. Het project was, zeker voor die tijd, enorm van omvang vergeleken met de relatief kleine uitbeeldingen in het Sprookjesbos. In de kelder van het slot staat een enorme kast met daarin de computer die de aansturing van het slot regelt. Deze computer is door chef elektronica Dré Broeders binnen de Efteling zelf ontwikkeld, ruim voordat computers gemeengoed werden. Dat men er trots op was, is wel te merken: in haast elk krantenartikel dat naar aanleiding van de opening van de attractie is geschreven, wordt wel even stilgestaan bij dit wonder der techniek.

Ook de klassieke Pepper's Ghost is in het slot veelvuldig gebruikt. Deze techniek bestond al meer dan 100 jaar, maar er werd niettemin dankbaar gebruik van gemaakt, ook omdat de techniek speciaal geschikt is voor geestverschijningen. Pepper's Ghost werd toegepast bij de Spinnenvreter, het hoofd in de bol van de Oosterse Geest, de Geestenmolen en Visculamia.

Later gebruikte de Efteling Pepper's Ghost op verschillende andere plaatsen, zij het niet altijd met even veel succes. De opaciteit van de projectie is afhankelijk van de hoeveelheid licht die op het decor zelf valt. In Herberg de Ersteling zien we daardoor de geest van een gedekte tafel, in plaats van een solide maaltijd.

Fluorescerende verf wordt toegepast om objecten te laten zweven tegen een donkere achtergrond. De verf licht op in UV-licht. Het omliggende decor dat niet met de verf is behandeld, blijft donker. Op deze manier steekt de Jammerende Man af tegen zijn verder zwarte kelder, en lijkt de viool in de hoofdshow te zweven in de catacomben.

Hoewel er veel vernuft in de attractie zit, is de constructie niet altijd even solide. Met name de monniken hebben nogal eens storing en lopen dan niet helemaal uit zicht, of bewegen soms zelfs helemaal niet. Ook bestaat veel van het decor uit piepschuim en hout, wat rond het jaar 2000 een golf van paniek door de Eftelingliefhebbersgemeenschap veroorzaakte, toen het gerucht ging dat de hoofdshow niet binnen de bijgestelde veiligheidsnorm NEN-EN 13814 zou vallen. Het liep met een sisser af: Het Spookslot is er nog steeds zonder voor de bezoeker merkbare wijzigingen.

Mijlpaal

De attractie werd geopend in 1978 en is een mijlpaal in de geschiedenis en ontwikkeling van de Efteling. Het was de eerste attractie die niet werd ontwikkeld onder supervisie van Anton Pieck, maar zijn creatieve opvolger Ton van de Ven.

Het Spookslot is bovendien een belangrijke stap in de ontwikkeling van de Efteling van speel- en sprookjespark naar attractiepark, en luidde een periode van grote groei in. Waar de bezoekersaantallen in de 10 jaar voor de opening van het Spookslot rond 1,1 miljoen bleven steken, kwamen er in 1978 300.000 extra bezoekers naar het park. In de 10 jaar die volgden werden nog veel attracties geopend en verdubbelden de bezoekersaantallen tot meer dan 2 miljoen.

In tegenstelling tot de verhalen in het Sprookjesbos is het Spookslot een uitbeelding van een niet bestaand verhaal, maar een opeenvolging van beelden die hun basis hebben in verschillende fictieve verhalen, mythes en legendes. In het geval van het Spookslot is het thema hiervoor allerlei spookbeelden, geestverschijningen, spiritisme, occultisme en elevaties en Van de Ven laat zich ook zeer inspireren door Pieck zelf, die tijdens de ontwikkeling nog over de schouder meekijkt en hier en daar wat suggesties geeft. Een ander specifiek verschil met voorgaande attracties is dat men in de donkere gangen richting de hoofdshow voor het eerst midden in het verhaal staat, in plaats van er alleen naar kijkt. De hoofdshow lijkt dan weer bijzonder veel op de Indische Waterlelies, met als verschil dat de voorstelling groter van opzet is en staand achter glas te bekijken valt.

Geschiedenis

'Spookgewelven' op het A-veld

De eerste plannen

Na het succes van de Indische Waterlelies (1966) kwam het idee om nog zo'n attractie te maken, maar dan een maatje groter. Op schetsen van Anton Pieck is te zien hoe een spookhuis onderdeel zou uitmaken van het A-veld, met een doolhof als uitloper en omzoomd door diverse kermisachtige attracties. De ideeën voor attracties die eind jaren zestig en begin jaren zeventig ontstonden, zouden later onderdeel uit maken van een meerjarenplan om het park meer inhoud en beleving te geven, en om meer doelgroepen, vooral jongeren, aan te spreken. Als eerste werd het op dat moment al lang liggende plan voor een spookhuis opgepakt.

Ontwerp

Het Spookslot is de tweede grote winterharde attractie van het park (het Carrouselpaleis was de eerste) en de eerste attractie die niet gebaseerd is op een bestaand verhaal. Voor het eerst werd volledig uit een vrije fantasie gewerkt die samen het beeld vormen van een bepaalde sfeer. Het is bovenal de eerste attractie volledig ontworpen door Ton van de Ven. Van de Ven bleek wel wat onzeker over deze grote verantwoordelijkheid, want na de ontwerpen voor het exterieur, kwamen er geen ideeën bij hem op voor de binnenkant van het slot, op vroege schetsen van Van de Ven betiteld als "Spookruïne".

Oorspronkelijk ontwierp Van de Ven tevens een uitgebreid decoratief buitengebied rondom het slot, voornamelijk gelegen tegen de Bobbaan-zijde van de attractie. Zoals op vroege maquettes te zien gaat het om enkele doorgangen en een openlucht-arena. Uiteindelijk werd het gebied om budgettaire redenen geschrapt. Voor het interieur werd gekozen voor een gaanderij waarin bezoekers in staande positie de show vanachter glas konden bekijken. Gé Rieter en Piet van Haaren waren aanvankelijk sceptisch over het project en de enorme investering. 'Als het niet lukt, kunnen we er altijd nog een theater van maken', zo verzekerde Joost Margry, architect en bestuurslid van de stichting, de twijfelaars.[4]

Ton vertelt over deze periode:

Anton heb ik destijds gevraagd mee te werken en te denken omdat ik het zo vervelend vond dat ik zo’n groot project onder handen had en dat had hij nog nooit gehad in zijn tijd. Zijn grootste projecten waren toentertijd de Indische Waterlelies, daarna het Carrouselcomplex en het Diorama, maar zoiets groots als het Spookslot had hij nog nooit onder handen gehad. Dus ik vond het leuk dat hij daar ook aan meewerkte en er over meedacht. Maar hij vond dat niet nodig. Toch heeft hij het wel gedaan. “Ik zou het heel aardig vinden om daar een Keltisch kasteel van te maken..” was een van zijn spontane opmerkingen. We hebben samen ook snelle schetsen gemaakt. En daarna zei Anton: “Nou moet je het zelf doen, want dit is vanaf nu jouw terrein geworden.”[5]
Ontwerp van Pieck, waarop al veel elementen zichbaar zijn

De eerste ideeën voor de invulling van de hoofdshow werden ook in die middag geboren, zo kunnen we concluderen uit verschillende tekeningen uit het boek Anton Pieck en de wonderbaarlijke geschiedenis van de Efteling. Zo zien we dat tijdens die brainstormsessie o.a. de ideeën voor de kloostertuin, de sarcofaag en de monnikengang naar voren kwamen. Een ander element uit de attractie, de Oosterse Geest, komt in meer dan één opzicht overeen met een ooit door Pieck getekende oriëntaalse geest.

Tussen de verschillende schetsen en tekeningen zijn ook ideeën te vinden die het niet gehaald hebben. De meest bekende daarvan is de dirigent, waar al meerdere tekeningen bekend van zijn. Aangenomen wordt dat deze figuur een prominente rol zou spelen in het oorspronkelijke concept dat Van de Ven voor ogen had voor de hoofdshow. Het eerste ontwerp voor het Spookslot, vormgegeven in een maquette, werd als te groot en te duur bestempeld. Deze maquette is openbaar getoond op de Anton Pieck-tentoonstelling van 1986. Op basis van een kleinere maquette werd in 1975 het startsein voor de ontwikkeling van de attractie gegeven.[6]

Onderdeel van de plannen was ook een serie loervoorstellingen in de westerzijgevel van het slot. Deze werden pas laat tijdens de bouw geschrapt. Er was doen al een speciale gaanderij gebouwd om ze te huisvesten.[7]

Bouw

Centraal in het park werd een plek voor de attractie uitgezocht, midden op het brede lommerrijke wandelpad dat van het Sprookjesbos en de Speeltuin richting de Roei- en Kanovijver liep. Voor de bouw moesten enkele bomen sneuvelen, iets waar de Brabantse Milieu Federatie het niet mee eens was. Er werden bij de ingang van het park pamfletten uitgedeeld door deze milieubeweging, met leuzen als “Spookslot = Spookbos”.[6] Veel animo was er niet voor de actie, maar later in de geschiedenis van het park zou de strijd tussen het park en de milieubeweging heviger worden.

Op 24 juli 1976 werd in het Brabants Dagblad de eerste aankondiging gedaan van de bouw van Europa's grootste spookslot in de Efteling in Kaatsheuvel. In september van dat jaar werd begonnen met de bouw. De ruwbouw wordt neergezet door Bouw- en aannemingsbedrijf Merkx B.V. uit Drunen, wat aanvankelijk voor een flinke deuk in het eergevoel van eigen personeel zorgt - later als men ziet hoe groot en zwaar de blokken zijn die gestapeld moeten worden, komt men daar op terug. [8]

Vanwege de bij de Efteling beperkte ervaring met het realiseren van zo'n grote show deed Lex Lemmens een beroep op de NOS, die hij belde om te vragen naar geluidseffecten. Hoorspelexpert Leon du Bois ging aan de slag, en verwees Lemmens ook door naar belichter Bert Klos, die de technici van het park alle basiskennis over belichting bijbracht.[9] Aan het eind moesten alle technieken, effecten en muziek samenkomen in een programmering, waarbij alle technici klaar zaten achter hun bedieningspaneel terwijl Ton van de Ven als een soort dirigent op de maat van de muziek alle effecten en bewegingen aanstuurde.

Terwijl in 1977 druk aan het slot wordt gebouwd, kunnen bezoekers al dicht langs het gebouw lopen via de laan door de tunnel langs de attractie, welke voor de gelegenheid is voorzien van een grote bouwaankondiging. Tijdens de bouw realiseert voorzitter Gé Rieter zich dat de enge taferelen wel eens schade zouden kunnen toebrengen aan jongere kinderen en laat daarom onderzoek doen door psychologen en mensen uit het onderwijsveld. De conclusie is geruststellend: het Spookslot is misschien minder geschikt voor kinderen tussen de vier en acht jaar, maar er kan geen sprake zijn van blijvende schade na het bezoeken van de attractie.[8] Waarschijnlijk plaatst men op basis van dit onderzoek een uithangbord voor de attractie, met daarop een minimumleeftijd van 8 jaar - enkele jaren later wordt het bord alweer verwijderd.

Tijdens de bouw komt de Efteling er achter dat men zich heeft verkeken op de kostenbegroting. Directeur Herman ten Bruggencate wil vanaf dan zo goedkoop en efficiënt mogelijk werken. Chef technische zaken, Bart Jutte stelt voor om te bezuinigen op de decorafwerking; dat stuit op veel weerstand van o.a. Ton van de Ven.

46.000 manuren later was het Spookslot gereed. [10]

De Efteling wordt door zakelijke partners gefeliciteerd

Opening

Op 10 mei 1978 werd het Spookslot geopend door Staatssecretaris Ted Hazekamp van Economische Zaken.

Honderden gasten zijn aanwezig bij de opening; na verschillende toespraken in de Swaerte Vleermuys, een voor de gelegenheid ingerichte theeschenkerij in het dan gloednieuwe Witte Paard, worden de bezoekers richting het slot geleid. Allerlei figuren, acteurs van de Britse theatergroep The Phantom Captain, zorgen voor een griezelige opening. Uiteindelijk opent Hazekamp de attractie door met een bijl een laatste touw door te haken, hierbij bijgestaan door De Vreemde Dame.[11] Die dag wordt het slot door enkele duizenden bezoekers bezocht.

Aan het eind van de middag is er een receptie met petit buffet voor genodigden, en een bijeenkomst met gelegenheid tot het stellen van vragen voor de pers.

's Avonds worden herinneringsenveloppen verstuurd per Ballonpost.[12]

Bezoekerscijfers

Het effect is het hele openingsjaar duidelijk. Waar de bezoekerscijfers al een paar jaar niet meer stegen, en zelfs begonnen af te nemen, had 1978 ruim 300.000 bezoekers meer dan het jaar ervoor.

Om deze hype nog wat op te rekken, werd er in 1979 veelvuldig geadverteerd met het Spookslot. Met een schatgraven, een spokenballet en alpinistendemonstratie op de muren van het slot, werden de bezoekers in dat jaar naar de Efteling gelokt. [13] De klimdemonstraties werden gegeven door de Nederlandse Bergsport Vereniging die wel 14 routes in de muren van het Spookslot wisten te vinden.[6]

Eerste aanpassingen

Voor 1979 worden de eerste aanpassingen al gedaan. In de wachtrij wordt de Rammelende Deur toegevoegd en bij de Oosterse Geest wordt nu het verhaal van het Spookslot verteld.

In de hoofdshow zijn twee pilaren weggehaald, zodat bezoekers beter zicht hebben op de voorstelling. Ook werd de hoofdshow 2 minuten ingekort. Er werd een stuk uit de Danse Macabre geknipt omdat er anders te lang hetzelfde te zien zou zijn.

In de jaren daarna gebeurt er weinig, behalve de toevoeging van Matroos Gijs op het plein aan de achterzijde in 1980.[6]

Renovatie

In 1987 werd het Spookslot gerenoveerd. Allereerst werd de meandering buiten het slot weggehaald. Deze was niet zo nodig meer; waar het Spookslot in 1978 nog de enige grote attractie was, is het attractieaanbod in 1987 al flink toegenomen, en zijn de hekken niet meer nodig.

In de donkere gang werden twee oogjes, die vaak aangezien werden voor een krokodil, vervangen door de Jammerende Man. De katachtige geluiden die voorheen in de ronde zaal te horen waren, worden vervangen door allerhande horrorgeluiden, zoals gegrom en gegil. Het verhaal dat werd verteld bij de Oosterse Geest, is vanaf de renovatie verdwenen om pas in 2001 weer op te duiken.

De hoofdshow werd ook flink onder handen genomen. De show werd ingekort tot 10 minuten. De muziek werd aangepast, en de programmering van de show eveneens. Nieuwe, grotere spots zorgden voor nieuwe lichteffecten. De nieuwe programmering was vooral een stuk sneller. Met name de verschillende elementen aan het begin van de show (tuinman, rechters, monniken) volgden elkaar in hoog tempo op.

Het publiek was er echter niet zo over te spreken, en in 1989 werd de show daarom wederom aangepast. De nieuwe programmering is tot op heden te bewonderen in de attractie.

Ontwerp voor de dirigent (nooit uitgevoerd)

Men overwoog om de techniek van de in ontwikkeling zijnde Trollenkoning te gebruiken om een nieuw figuur, mogelijk de Dirigent, toe te voegen aan de hoofdshow. Dat is niet doorgegaan, maar de baspijp die voor de trilsteen bij de Trollenkoning gebruikt zou worden, werd wel ingezet om de tribunes bij de laatste donderslag aan het trillen te brengen, omdat deze in de buitenlucht te weinig effect zou hebben.[14]

Latere aanpassingen

In 1993 wordt een personeelskantine in het gebouw toegevoegd. Sindsdien zijn aan de achterzijde op de eerste verdieping twee nieuwe ramen te zien. Het jaar daarop worden er kroonluchters in de Spookslotgalerij opgehangen.

De achterzijde van het slot, die al vanaf de bouw gedecoreerd is, is pas sinds 2004 voor het publiek te zien na de aanleg van het Heksenpad dat van het plein aan de voorzijde naar de Spiegellaan slingert.

Vanaf de winter van 2007 is de Kate Bush-zerk permanent in de hoofdshow te zien.

Stijl

Het Spookslot is een eclectisch geheel van stijlen en sferen. Waar het gebouw aan de buitenkant aandoet als een redelijk authentiek Keltisch kasteel, bevat de wachtrij onder meer een oosterse geest. De hoofdshow lijkt een klooster te zijn, inclusief monniken en preekstoel, die bovendien Gotische stijlkenmerken heeft.

Waar het plein aan de voorkant tenminste tot de komst van PandaDroom nog een sfeermaker voor de attractie was, sta je bij buitenkomst in een andere wereld. Je kijkt nog wel tegen de achterzijde van het slot aan, maar wel op een meestal veel drukker plein, met een terras, een horecapuntje en een overwegend nautisch thema.

Kate Bush voor het Spookslot

Kate Bush

Ter promotie van de opening van het Spookslot, en van haar debuutalbum 'The Kick Inside', nam Kate Bush een 20 minuten durende special op. Voor dat doel werd ook een grafsteen gemaakt met haar naam er op. Na de opname verdween de zerk in de vergetelheid, tot hij in 2003 tijdelijk voor het slot werd gezet, en sinds 2007 in de hoofdshow te vinden is.

Wetenswaardigheden

  • In het Diorama is een ruïne te vinden die best lijkt op het Spookslot.
  • In 1997 verscheen het boekje Het Geheim Van De SpinnenVreter. Het boekje zat in het tweede clubpakket van de Efteling Club.
  • In het stripalbum Pardoes en het Verboden Sprookje uit 2000 is het Spookslot terug te vinden, aanvankelijk in gave, dus niet ruïneuze staat. Het zou een oud geheim bevatten dat per ongeluk mee verhuist naar de Efteling, wanneer het park de ruïne opkoopt.
  • De Oosterse Geest was tijdens de bouw van het Spookslot al te bewonderen in het Victoriaans Theater.
  • Behalve Kate Bush, heeft Den Hegarty ook een zerk in de hoofdshow.
  • Willem Duys besteedde in zijn televisieprogramma Voor De Vuist Weg aandacht aan het net geopende Spookslot. Ton van de Ven verscheen als geestverschijning bij de presentator aan tafel.

De Goirkese kerkklok slaat vijf uur
  • De kerkklok die twaalf uur slaat aan het begin van de show, is een opname van de Goirkese Kerk in Tilburg. De Efteling kwam hier uit na een zoektocht naar een geschikt geluid in de omgeving van het park. De kerkklok gebruikt voor de opname hangt nog altijd in de kerktoren.
Verwijzingen
  1. Efteling-archivaris G. van Dongen in 2012, aangehaald in Hover: De Efteling als 'verteller' van sprookjes" (2013), p. 160
  2. WWW-Nieuws, april 2001
  3. Europeana Sounds: Interview met Leon du Bois, 2014
  4. Persoonlijk gesprek met Jan Verhoeven, najaar 2013
  5. Ton van de Ven Fan-site: Interview met Ton van de Ven (2012)
  6. 6,0 6,1 6,2 6,3 WWCW: Attracties - Spookslot (2003)
  7. Eftelist: Verloren griezelscènes in de Spookslotgaanderij (13 november 2015)
  8. 8,0 8,1 Henk vanden Diepstraten: Kroniek van een Sprookje - Pagina 108 en 109 (2002)
  9. De Vijf Zintuigen: Lex Lemmens Documentaire (2014)
  10. Nederlands Dagblad, 12 mei 1978
  11. Nederlands Dagblad, 12 mei 1978
  12. Gniletfe: Opening Spookslot
  13. Telegraaf, 07 april 1979
  14. Artikel Oog&Oor Magazine, jaargang 2, nummer 2, februari 1988