Het affiche met de aankondiging voor de opening van het Sprookjesbos van Anton Pieck

De geschiedenis van de Efteling is een bijzondere. In tegenstelling tot een meteen vrij compleet uitgevoerd themapark als Disneyland, is de Efteling stukje bij beetje ontstaan in de loop der jaren. In de onderstaande beknopte geschiedenis wordt besproken hoe de Efteling zich ontwikkelde en wat de belangrijkste aanpassingen en toevoegingen waren. Zie de verschillende jaartallen voor (veel) meer details per jaar.

Hoewel de Efteling de opening van het Sprookjesbos op 31 mei 1952 tegenwoordig ziet als de startdatum van het park, gaan de wortels terug tot in de jaren dertig van die eeuw. Zoals veel pretparken in de Benelux is ook de Efteling ontstaan uit een sportuitspanning. Vanaf 1951 opent de huidige Efteling als een natuur- en ontspanningspark. Het beschikt dan over wandelgebieden, waterpartijen, horeca en een speeltuin. Na de opening van het Sprookjesbos en de toevoeging van enkele kleine attracties raakt het park bekend om de uitbeeldingen van sprookjes. In de jaren zeventig wordt de achtbaan een populaire attractie, en hoewel de Efteling lang op zich laat wachten in vergelijking met de concurrentie, verandert het park in de loop van de jaren tachtig in sneltreinvaart in het grootste attractiepark van Europa. Die titel verliest men bij de opening van Euro Disney in 1992, maar de Efteling bouwt zich dan uit tot een steeds professioneler park, een resort en uiteindelijk ook een mediabedrijf.

De voorgeschiedenis (1933-1951)

R.K. Sport- en Wandelpark

De ingang van het sportpark

In de jaren dertig van de twintigste eeuw gaat het economisch niet voorspoedig met Nederland. Er zijn veel werklozen en ook zijn er weinig recreatiemogelijkheden voor kinderen en gezinnen. De kerk heeft dan een grote invloed op het maatschappelijk leven en neemt de voorhand in allerlei buitenkerkelijke activiteiten. In 1933 krijgen pastoor F.J. de Klijn, kapelaan E. Rietra en de voorzitter van voetbalvereniging DESK, Jac. Smit, het plan om een sportpark aan te leggen op de zandgronden van de gemeente Loon op Zand, nabij het dorpje Kaatsheuvel. De Nederlandsche Heidemaatschappij steekt een jaar later onder supervisie de eerste spade de grond in en daarmee wordt het sportpark aangelegd. Op 19 mei 1935 opent het R.K. Sport- en Wandelpark officieel. Het park bestaat dan onder andere uit een voetbalveld, twee oefenvelden en een speelweide. In de jaren daarna wordt het park uitgebreid met een speeltuin met draaimolen, een glijbaan (de hoogste van Nederland), een kabelbaan, een ponybaan en een wielerbaan van zand. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het gebied nog steeds ingezet als sportpark.

De voorzitter van het kerkbestuur, deken A.J. van den Brekel, gaat zich in 1948 met het park bemoeien. Het gemeentebestuur krijgt het idee dat de kracht van de gemeente wel eens niet kon liggen in het plaats bieden aan grootschalige industrie, maar in het trekken van vreemdelingenverkeer. Er komen plannen voor de uitbreiding van de recreatiemogelijkheden in de gemeente Loon op Zand ter tafel, welke worden uitgewerkt door ir. Heijdelberger en ir. Markvoort van de Dienst Uitvoering Werken (D.U.W.). R.J.Th. van der Heijden wordt in datzelfde jaar burgemeester van Loon op Zand/Kaatsheuvel.

Glijbaan in de Speeltuin

Van 23 tot en met 27 juli 1949 wordt op het terrein de tentoonstelling De Schoen gehouden. De tentoonstelling wordt regionaal een enorm succes, wat een injectie geeft aan de sluimerende plannen voor een uitbreiding van de recreatiemogelijkheden binnen de gemeente. De in 1948 aangestelde burgemeester maakt werk van deze plannen voor zijn gemeente, en in nauw overleg met pastoor De Klijn en kapelaan Rietra werken ze aan een groots plan voor een sport-, recreatie- en natuurpark met heuvels en grote wateren. Voor de aanleg stellen zowel de plaatselijke kerkbesturen als de provincie en gemeente geld beschikbaar. De statuten van het Sportpark over de nieuwe Stichting Natuurpark de Efteling met als voorzitter burgemeester Van der Heijden gaan in op 25 mei 1950. Na de nodige grondaankopen en het aanstellen van een architect kan met de aanleg begonnen worden. Op 11 mei 1951 opent het nieuwe natuurpark de Efteling haar deuren met een grote speeltuin en een nieuw horecapaviljoen.

Peter Reijnders en Anton Pieck

Anton Pieck brengt Doornroosje naar haar laatste rustplaats (1953).

Op een familiefeest weet Van der Heijden zijn zwager, cineast Peter Reijnders, te strikken om mee te denken over de mogelijkheden om het park aantrekkelijker te maken. De vrouw van de burgemeester komt op het idee van een sprookjestuin, zoals het dat jaar door Philips aangelegde tijdelijke sprookjestuin in Eindhoven. Reijnders, werkzaam bij Philips, denkt aan een permanente driedimensionale variant hiervan. Hij beschikt over een groot technisch vernuft en bedenkt zodoende allerlei trucs en mechaniekjes om sprookjesuitbeeldingen tot leven te doen komen. Voor de uiterlijke vormgeving belt Reijnders naar de op dat moment bekende illustrator van sprookjesboeken, Anton Pieck. Als deze wordt benaderd door Reijnders is hij echter niet enthousiast. Pieck is druk en twijfelt aan de degelijkheid waarmee ze het sprookjespark willen opbouwen. Maar Reijnders weet Pieck te overtuigen en deze gaat aan de slag met zijn ontwerpen. Gedurende de winter van 1951 en lente van 1952 wordt in het voormalige sportpark druk gebouwd aan de realisering van een sprookjesbos met 10 bewegende sprookjestaferelen. Op 31 mei 1952 wordt het Sprookjesbos geopend; De Efteling gaat officieel van start.

Natuurpark de Efteling (1952-1975)

Het Sprookjesbos

Zie ook Geschiedenis van het Sprookjesbos voor een meer volledige historie van het hart van de Efteling.

De ingang tot het Sprookjesbos in de jaren 50

Op het moment van opening zijn er tien uitbeeldingen in het Sprookjesbos gerealiseerd: Het Kasteel van Doornroosje, het Paddenstoelendorp, een figuur uit De Zes Dienaren (Langnek), de Chinese Nachtegaal op zijn tak, de Sprekende Papegaai, de put van Vrouw Holle, Kleine Boodschap, de grot van Sneeuwwitje en het Herautenplein met de Kikkerkoning en de Magische Klok. Behalve het Sprookjesbos zijn er ook het Kinderbad, vier tennisbanen en een souvenirhuisje die dit jaar openen.

De Efteling verwerft snel een landelijke bekendheid en weet in het eerste jaar al meer dan 220.000 bezoekers te verwelkomen. Dit succes zorgt voor een snelle groei. Het Sprookjesbos krijgt al snel nieuwe toevoegingen (waaronder Hans en Grietje, de Vliegende Fakir en Roodkapje), in 1953 worden het grote Café-Restaurant en het openluchtzwembad geopend en een jaar later de populaire Kinderspoor-attractie en het Anton Pieckplein. Het park is voor de gemeente dan een belangrijke werkverschaffer en de lokale middenstand profiteert flink van de toeristenstroom. In augustus 1954 wordt de miljoenste bezoeker al verwelkomd. De uitbreidingen gaan gestaag door wanneer in 1956 de reizende stoomcarrousel van Janvier wordt aangekocht en in het park een prominente plek krijgt. In 1959 komt Holle Bolle Gijs, een prullenbak die om afval vraagt en bedankt wanneer iemand het in zijn mond deponeert. Het bezorgt de Efteling wereldfaam tot ver buiten de landsgrenzen en het concept wordt wereldwijd gekopieerd.

De eerste groeispurt

Het interieur van een bungalow in Het Kraanven

De bezoekersaantallen blijven maar stijgen. Van der Heijden ziet daarom grootse mogelijkheden en laat flinke arealen grond aankopen rondom de toenmalige parkgrenzen. In 1956 beslaat de Efteling zo’n 165 hectare. Er wordt gedacht aan de aanleg van een bungalowpark om toeristen te laten verblijven. Het bungalowpark, dat in 1961 opent als Het Kraanven, wordt aangelegd op 20 hectare bosgrond nabij het recreatiepark. Het Kraanven is een kleinschalige accommodatie met een vrij standaard uiterlijk, aan thematisering wordt dan nog niet gedacht. Bovendien is de aanleg van het vakantiepark met 42 bungalows in 1961 een voor die tijd vrij gewaagde stap. Het toerisme staat dan nog in de kinderschoenen. Het Kraanven is in de zomer een succes, maar in het najaar en de winter staan veel bungalows leeg. Het park zal tot de sluiting in 1985 een financieel zorgenkindje blijven.

Verbetering van de formule

Het plein voor De Indische Waterlelies in de jaren 60

Na al deze snelle uitbreidingen in het park, wordt besloten om in de jaren zestig gas terug te nemen. De aandacht gaat meer uit naar verfraaiing en verbetering, onder andere in de vorm van nieuwe horeca als de Smulpaap. Verder is men bezig met de ontwikkeling van één specifieke attractie, de eerste waarbij decor, muziek en licht een grote rol spelen in de beleving: De Indische Waterlelies. De attractie opent op 3 mei 1966 en biedt een voor die tijd ongekende ervaring. De Efteling is daarmee zijn tijd ver vooruit en het bezoekersaantal stijgt tot over een miljoen gasten per jaar. De functie van sportpark verdwijnt dan naar de achtergrond, het park gaat zich in de toekomst nog enkel richten op het toerisme.

Eén van de kleinere attracties die opent in begin jaren 70: Het Kabouterhuis

In de jaren daarna wordt er voor het eerst geïnvesteerd in live-entertainment, wat nieuw is voor die tijd. Eind jaren zestig en begin jaren zeventig worden er weer enkele sprookjes aan het Sprookjesbos toegevoegd (o.a. De Wolf en de Zeven Geitjes) en wordt de Efteling Stoomtrein Maatschappij opgericht. In 1969 gaat er de eerste stoomtrein, Aagje, rond het park rijden. De Efteling ontvangt de Pomme d'Or, de eerste grote internationale onderscheiding, voor haar opzet, originaliteit en recreatieve functie. In de loop van dit decennium nemen steeds meer mensen die van het eerste uur bij de Efteling betrokken zijn afscheid van het park. Reijnders vertrekt in 1970, Van der Heijden in 1972 en Pieck in 1975. Er staat dan een nieuwe generatie op, waaronder mensen als Ton van de Ven, Lex Lemmens, Jan Verhoeven en Mari van Heumen, die professioneler te werk gaan en met grootse ideeën het park weten uit te bouwen.

De Nieuwe Efteling (1976-1989)

Attractiepark

Het Spookslot in 1978

De Efteling is in het midden van de jaren zeventig nog echt een natuurpark of ontspanningspark. Meer dan driekwart van het park bestaat dan nog uit wandelbos. Onder invloed van de stijgende welvaart in Nederland is het dagtoerisme een belangrijke tak van de economie geworden. De uit Amerika overgevlogen opkomende populariteit van kermisachtige attracties krijgt dan vorm. Onder andere Duinrell en Slagharen springen in op de vraag naar deze spectaculaire vorm van vermaak en de dagtoerist gaat dan ook massaal naar deze nieuwe attractie- of pretparken. De Efteling houdt echter vast aan het sprookjesconcept en ziet de bezoekersaantallen drastisch kelderen. Het park raakt haar koppositie in Nederland kwijt, maar probeert deze met de opening van een sterk gethematiseerde attractie, het Spookslot in 1978 - destijds één van de grootste attracties van Europa - terug te krijgen. Het heeft succes, maar de nieuwe directeur op dat moment, Herman ten Bruggencate, beseft dat de Efteling niet langer achter kan blijven. Er moeten omvangrijke ontwikkelingen plaatsvinden waarbij er met grote regelmaat nieuwe en spectaculaire attracties aan het aanbod zullen moeten worden toegevoegd. Veel later dan de meeste attractieparken besluit de Efteling om te gaan vernieuwen.

Spijkerbroekenjeugd

De Python in 1981

Er wordt een groot meerjarenplan gemaakt onder de naam De Nieuwe Efteling, waarin staat beschreven hoe het park in enkele jaren moet worden ontwikkeld middels grote investeringen en omvangrijke projecten. Het eerste project is de achtbaan Python, waarbij al meteen protest klinkt van milieugroeperingen. De bouwvergunningen worden via de Raad van State ingetrokken en een juridisch gevecht is het gevolg. De Efteling wint, de bouw van de Python kan doorgaan, en er worden gelijk vergunningen verkregen voor de bouw van alle andere toekomstige projecten die gepland staan. Met de opening van de double-loop corkscrew op 12 april 1981 is het eerste project een feit.

De Python wordt een enorme hit. De 'spijkerbroekenjeugd' komt massaal naar de Efteling voor de attractie die dan de wildste van Europa is. Het seizoen 1981 wordt afgesloten met 1,7 miljoen bezoekers, wat een absoluut record betekent. Dit succes is het startsein voor een revolutionaire periode in de geschiedenis van de Efteling: de tachtiger jaren worden gekenmerkt door een explosieve groei van het park zowel in aantallen als attracties. In de jaren na de Python opent het attractiepark onder andere de Schipschommel 'Halve Maen', dan de grootste schipschommel van de wereld (1982); Piraña , de eerste wildwaterbaan van Europa (1983); Carnaval Festival, de grootste poppenshow van Europa (1984) en de bobsleebaan, de Bob (1985).

Al deze nieuwe attracties spelen in op de behoefte en hoewel de Efteling, net als andere pretparken, de meeste attracties 'van de plank' koopt, krijgen ze een eigen karakter mee door middel van professionele thematisering. Bovendien zijn bijna alle attracties die in die jaren worden gebouwd vernieuwend in die zin dat ofwel het concept nergens anders te vinden is ofwel de uitwerking bijzonder is. Een concept dat voornamelijk bekend is van Disney en waarmee de Efteling voor Europa dus uniek is te noemen. De aanpak van de Efteling heeft succes, want in een tijd dat de markt in Nederland onder druk staat weet het park in Kaatsheuvel in deze jaren keer op keer een aanzienlijke stijging van de bezoekersaantallen te bewerkstelligen. Het is voor de directie en bestuur een teken dat de ingeslagen weg de juiste is en dat deze een vervolg moet krijgen.

De apotheose

De troonzaal scène in Fata Morgana

Het absolutie pronkstuk van deze Nieuwe Efteling wordt in 1986 aan het publiek gepresenteerd. Het is de 1001-nacht gethematiseerde attractie Fata Morgana, een zogenaamde darkride, waarbij niet alleen de scènes die gevuld zijn met poppen - die volgens een door de Efteling zelf ontwikkeld nokkenschijven-mechanisme bewegen - en de interieurs tot in detail zijn afgewerkt, maar ook het gebouw en de omgeving zijn meegenomen in het ontwerp. Ton van de Ven en zijn team hebben hier bijna vijf jaar aan gewerkt, en het levert een attractie op wereldniveau op. Bovendien wordt hiermee vooruitgelopen op een manier van attractieontwerp en bouw die pas later gemeengoed wordt en waarmee de Efteling weer haar tijd vooruit is.

De attracties Gondoletta en Pagode in de jaren negentig

In 1987 wordt dan de panorama-attractie Pagode aan het aanbod toegevoegd, vlakbij de Gondoletta uit 1981, een rustige vaarattractie waarmee de Efteling bewijst niet alleen aan de jeugd te denken. Dat bewijst ook de aandacht die er nog steeds is voor de natuur, want in dat jaar gaan er vele bloembollen extra de grond in. In 1988 worden dan nog de theekopjesmolen Monsieur Cannibale en in het Sprookjesbos de technisch verbluffende Trollenkoning toegevoegd, maar met het gereedkomen van Fata Morgana zijn de grootschalige projecten van De Nieuwe Efteling afgerond.

Terug naar het sprookje (1990-2001)

Laven

Het Lariekoekhuys, een tafereel in de attractie Het Volk van Laaf

Het attractieaanbod is gedurende de jaren tachtig enorm uitgebreid waardoor de Efteling in één klap op de kaart staat als het grootste attractiepark van Europa, maar na deze expansie aan vermaak is men met Fata Morgana en de Trollenkoning ook weer terug bij de sprookjes gekomen. De Efteling heeft het oorspronkelijke concept van sprookjes en de unieke sfeer van het park weten samen te voegen met de techniek van moderne attracties, en zeker in een tijd waarin thematisering steeds belangrijker wordt is dit een goede zet. In 1990 opent het Volk van Laaf, waarbij dit concept zoveel mogelijk wordt gebruikt. Het dorpje schurkt qua sfeer en vormgeving dicht tegen het Sprookjesbos aan. Bovendien moderniseert het park hiermee één van de ankers van het park, de Speeltuin. Een andere attractie uit de beginjaren, het Zwembad, moet een jaar eerder het veld ruimen om plaats te maken voor een locatie waar in de komende jaren grote parkshows kunnen worden opgevoerd. Een grote uitbreiding voor het live-entertainment.

Op weg naar de Wereld van de Efteling

Het Efteling Hotel in 1992

Tegelijkertijd is de directie druk bezig over de toekomst. Disney staat op het punt naar Europa te komen, wat de pretparkenwereld in Europa enorm zal beïnvloeden. Het bestuur praat dan al enige tijd over plannen om de Efteling uit te bouwen tot een vakantiebestemming. Het project, dat bekend staat als De Wereld van de Efteling, krijgt dan snel vorm. Voor korte termijn wil men een hotel, golfpark en uitgaanscentrum realiseren, later gevolgd door een vakantiestad, een tweede hotel en een tweede themapark. Aan het hotel wordt al snel begonnen en het is in 1992 al een feit. Daarmee is de Efteling vroeg bezig aan de uitbouw tot een resort.

Creatief directeur Ton van de Ven naast een faun in de door hem ontworpen attractie Droomvlucht

De Efteling wordt echter wel van zijn koppositie op de Europese markt gestoten wanneer op 12 april 1992 Euro Disney (later Disneyland Parijs) opent. Dat betekent niet dat het park minder bezoekers ontvangt. Disney zorgt voor een algemene stijging van bezoekersaantallen bij veel pretparken en ook de Efteling profileert daarvan. In datzelfde jaar krijgt het park van de IAAPA de Applause Award in ontvangst en mag zich twee jaar het beste attractiepark ter wereld noemen. De grote nieuwe darkride Droomvlucht, strategisch gekozen om de harde concurrentiestrijd aan te gaan in de nu snel veranderlijke markt, opent wegens technische problemen echter niet in het jubileumjaar, maar in 1993. De attractie bestempelt de Efteling, meer dan welke attractie dan ook, als een sprookjespark en staat jaren bovenaan de lijst van favoriete attracties van de gast.

Efteling Golfpark met clubhuis

Vanaf dan wordt er besloten te breken met de trend om vrijwel ieder jaar een grote nieuwe attractie toe te voegen. Het assortiment is inmiddels dusdanig groot dat kan worden volstaan met een langere tijdsspanne. Des te harder kan er worden gewerkt aan de ontwikkeling van de Wereld van de Efteling. In 1995 opent het Efteling Golfpark. De opening is later dan aanvankelijk gepland en het bestuur besluit te breken met de strakke planning en pas met de bouw van een volgende uitbreiding te beginnen als de vorige een redelijke mate van rendabiliteit heeft bereikt. Hiermee wordt de uitbouw tot volwaardig resort over een langere tijd verspreid. Hoewel er dus tamelijk vroeg wordt begonnen met de plannen tot het worden van een resort, laat de bouw lang op zich wachten. Dit geeft andere parken de mogelijkheid hun toekomstplannen eerder te realiseren, waardoor de Efteling langzaamaan verder terug zakt in de top van Europa.

De huidige entree tot de Efteling: Het Huis van de Vijf Zintuigen

In 1996 wordt besloten om het park weer verder uit te breiden. In dat jaar opent, weliswaar met een jaar vertraging, het nieuwe entreegebouw het Huis van de Vijf Zintuigen en Villa Volta, een nieuw attractietype dat in samenwerking met Vekoma is ontwikkeld, voorzien van sterke thematisering. Het park introduceert de Zeven Mijls Zomer en experimenteert zo met de openingstijden. Voor het eerst staat er een heel seizoen lang een show op de planken: de Sprookjesshow. Twee jaar later opent Vogel Rok. Tevens wordt in de jaren negentig het aantal verkooppunten sterk uitgebreid en opgewaardeerd. Nieuwe restaurants en winkels worden geïntegreerd in attracties of het thema wordt doorgetrokken in de aankleding van het nabijgelegen verkooppunt. Het Sprookjesbos wordt vanaf eind jaren negentig weer danig uitgebreid, onder andere met Repelsteeltje, de Chinese Nachtegaal en Raponsje.

Thematische indeling

Pardoes Promenade

Tevens begint men met het herstructureren van de infrastructuur. Geïnspireerd op het overbekende concept van Disney wordt het park in landen verdeeld, hier 'rijken' genaamd, en krijgt de Efteling in 2000 zijn eigen entreelaan (Pardoes Promenade) en centraal verdeelplein (Efteling Brink) om zo de bezoekerstromen beter te spreiden en het park overzichtelijker te maken.

Al in 1988 kiest de Efteling er voor om meer nadruk te leggen op een thematische samenhang tussen gebieden en de organisatorische parkstructuur daarnaar te ordenen. Het park wordt dan in windrichtingen verdeeld: Noorderpark, Oosterpark, Zuiderpark en Westerpark. In de toekomstvisie wordt vastgelegd dat de Efteling zich sterker gaat toeleggen op thematisering van het park, waarbij het zuidelijk deel steeds meer op het landenthema toegespitst wordt. Als voorbeeld wordt een aanpassing van de roei- en kanovijver genoemd met Italiaanse gondels. Het westelijk deel blijft de nostalgische en romantische sfeer van Anton Pieck uitdragen. Het Noorderpark krijgt een carnavaleske sfeer en het oostelijke deel zal het dynamische deel van het park blijven.[1] In 1999 veranderen de namen naar Reizenrijk, Ruigrijk, Anderrijk en Marerijk. De plannen uit de jaren tachtig krijgen geen invulling, maar de nieuwe naamgeving heeft wel een thematische impact op de arealen.

De Wereld van de Efteling (2002-heden)

Openingstijden, infrastructuur en entertainment

De schaatsbaan tijdens de Winter Efteling

De concurrentie is hevig in de parkensector, de belasting op het toerisme gaat steeds meer omhoog en aan het eind van de jaren nul ontstaat er een economische recessie. Deze zorgen ervoor dat de Efteling zijn openingstijden moet gaan expanderen om nog winst te kunnen blijven maken. Een verlengde exploitatie lijkt daarom een goede optie. In 1999 wordt bij wijze van experiment het park voor het eerst in de kerstvakantie en de weekeindes daaromheen geopend. Door investeringen in seizoensdecoraties en veel speciaal entertainment wil men deze zogeheten Winter Efteling een duidelijke evenementstatus geven. De belangstelling blijkt groot en de Winter Efteling is een blijvertje. Het park probeert de vier seizoen ieder een eigen 'feeling' en thema mee te geven, en uiteindelijk gaat men in 2010 de gedurfde stap aan om 365 dagen per jaar open te blijven.

Het Efteling Theater

De Efteling wil verder inzetten op meer en langer gebruik van het park. Er worden speciale ruimtes in het park gecreëerd voor (zakelijke) evenementen. Bovendien start het park met het Groenplan. Natuur en landschap krijgen meer aandacht en worden op veel plekken opnieuw aangelegd. Infrastructuur wordt op veel plekken ook opnieuw aangelegd en paden worden van een eigen soundtrack voorzien. Het 'oppoetsen van de parel' gebeurt ook door het opknappen en uitbreiden van het Sprookjesbos en er worden grote investeringen gedaan in entertainment, waarmee men de totaalbeleving van de bezoeker wil versterken. Grote investeringen zijn het Efteling Theater waar vanaf 2003 grote musicals spelen en Raveleijn in 2011.

Met het theater worden de plannen van de Wereld van de Efteling verder doorgezet. Hoewel het theater werd aangekondigd als eerste onderdeel van het uitgaanscentrum Uitrijk, blijft verdere ontwikkeling van dit gebied voorlopig nog uit. Het bungalowpark, dat eerst onder de naam Droomrijk bekend gemaakt wordt, krijgt wel steeds meer vaart in de ontwikkeling. Het provinciale bestuur keurt de plannen in eerste instantie af, maar uiteindelijk opent het park na enkele wijzigingen in 2009 als Efteling Bosrijk.

Team van ontwerpers

De Vliegende Hollander

De medewerkers die vooral in de jaren zeventig, tachtig en negentig actief waren verlaten in het begin van de nieuwe eeuw het park. Creatief directeur Ton van de Ven gaat in 2003 met de VUT. Vanaf dan is er niet één specifieke ontwerper voor de nieuwe attracties en de kwaliteit schommelt dan ook tussen de verschillende nieuwigheden.

Het park gaat in 2002 een samenwerking aan met het WNF, waar de 3D-bioscoop PandaDroom uitvloeit. In 2007 opent met een jaar vertraging de attractie De Vliegende Hollander, die vele elementen van een attractie moet samenbrengen en in 2010 volgt de houten racer-achtbaan Joris en de Draak, die de Pegasus uit 1991 vervangt. In 2012 viert de Efteling haar zestigjarig bestaan. In dit jubileumjaar opende het waterspektakel Aquanura. De dive coaster Baron 1898 opent in 2015.

Het Sprookjesbos wordt deze jaren uitgebreid met o.a. Het Meisje met de Zwavelstokjes, Assepoester en Pinokkio.

In de jaren tien is er bijzondere aandacht voor het opknappen van de inmiddels ouder wordende attracties en horeca uit voorgaande bouwperiodes, waarbij er tevens vaak zaken aan de attracties worden toegevoegd om deze te "plussen". Zo zijn er renovaties voor onder andere Carnaval Festival, Droomvlucht, de Piraña en restaurant Het Witte Paard. Ook een klassieker als de Indische Waterlelies krijgt een flinke update.

Media

Opnames voor De Schatkamer in november 2010

Vanaf het midden van de jaren nul gaat de Efteling zich ook begeven in de wereld van de media. De eerste stappen worden gezet met de tv-serie Sprookjes, waarvan de eerste aflevering op 6 december 2004 op het Belgische Ketnet wordt uitgezonden, maar de populariteit wordt pas gehaald met de serie Sprookjesboom die vanaf 2006 wordt uitgezonden. In de jaren daarna worden er meer zelf geproduceerde series uitgezonden als TiTaTovenaar en Raveleijn. In 2010 neemt de Efteling in het park een eigen kinderprogramma in de lijn van Ren je Rot, Stuif 'es In en Telekids op onder de naam De Schatkamer. Naast televisie lanceert de Efteling in 2008 ook een eigen radiozender. Vanaf 2012 is de Efteling ook actief op YouTube, waar 'focusmerken' worden gepromoot en geregeld korte video's worden gepost van zowel voor als achter de schermen.

De toekomst

Bij het ontslag van Bart de Boer in 2013 heeft de Raad van Commissarissen aangegeven de komende jaren in te willen zetten op consolidatie en het op orde krijgen van de organisatie in plaats van groei. Niettemin wordt er onder Fons Jurgens gestreefd naar uitbreiding van het aantal bezoekers naar vijf miljoen per jaar in het jaar 2020. Hierbij wordt de focus iets verlegd, waarbij de mediauitingen geen doel op zich meer zijn maar uitsluitend ondersteunend zijn aan het stimuleren van parkbezoek. De darkride Hartenhof in de stijl van Pardoes zou openen in 2012, maar die attractie werd uitgesteld en zal uiteindelijk in 2017 openen als Symbolica. Het wordt de grootste en duurste attractie van de Efteling. Voor de verdere toekomst zijn er plannen om het park uit te breiden richting het oosten.

Plattegrond

Efteling kaart.png



Verwijzingen
  1. De toekomst van de Efteling, Efteling Nieuws (personeelsuitgave), maart 1988