Vliegende Fakir
Intro fakir.jpg
Geopend 24 juli 1958
Opgetekend door Bob Venmans, Truus Sparla, Martine Bijl
Ontwerp Anton Pieck
Techniek Peter Reijnders
Muziek Sanai Gath
Figuren Fakir
Vorige Sprookjesboom
Volgende Chinese Nachtegaal
Sprookjesbos, overzicht

De Vliegende Fakir is het achtentwintigste sprookje op de route in het Sprookjesbos. Het tafereel bestaat uit twee Perzische paleistorens met daartussen een muur met kantelen. Tussen de torens vliegt een fakir op een vliegend tapijt heen en weer. Vanuit de torens bezweert hij rode en gele tulpen in de tuin voor het paleis met zijn fluit. Het tafereel opende als losse attractie in 1958, naar een idee van Peter Reijnders, en ontwerp van Anton Pieck.

De sprookjes: de Tuinman en de Fakir

De Vliegende Fakir is geen oorspronkelijk sprookje: de Efteling heeft vertellingen om de fakir heen verzonnen. Er zijn vele varianten opgetekend, die alle de Tuinman en de Fakir heten. Er zijn drie hoofdvarianten te onderscheiden:

  1. Een rudimentaire versie van het verhaal is te lezen op een toelichting bij de parkplattegrond in 1961. Een jaar later werkt Bob Venmans het uit tot een volwaardig verhaal in Het Sprookje van de Efteling. Op de sprookjesplaat nummer zes staat een variant van deze versie. Hier gaat het over een sultan die zijn prinses/bruid in november wil ontvangen met veel mooie tulpen en hiermee zijn tuinman voor een onmogelijke opdracht plaatst.
  2. Truus Sparla schreef een nieuw verhaal voor het Efteling Sprookjesboek. Prinsen en prinsessen behandelen hun tuinman slecht; voor straf worden ze door een fakir in tulpen omgetoverd.
  3. De derde variant vinden we in het boek Sprookjes van de Efteling, waarin de Tuinman en de Fakir is opgetekend door Martine Bijl. Die laatste versie is ook in iets bewerkte vorm gebruikt in het recente Sprookjesboek van de Efteling van Van Dongen en Grooten en als basis voor een aflevering van Sprookjes. In dit verhaal wordt de sultan erg ziek en de tuinman zorgt met een fakir voor tulpen die leiden tot genezing.

Van elk van de drie hoofdvarianten wordt er hieronder één versie uitgelicht.

Het sprookje op de sprookjesplaat

In het verre Perzië leefde eens een vorst, Ali Broehaha Sidonia. Deze vorst had bij zijn paleis een prachtige tuin waarin de tuinman zich keer op keer wist te overtreffen. De vorst maakte echter veel verre reizen en was niet zo vaak thuis om van de tuin te genieten. Wanneer hij weer eens thuiskwam moest alles prachtig in orde zijn. Op een dag in november, toen de tuinman bezig was met de tuinen en de vorst al maanden op reis was, kwam een boodschapper van Ali Broehaha Sidonia het nieuws brengen dat de vorst in een ver land een vrouw gevonden had. Hij bracht echter ook een voor de tuinman verontrustend bericht mee: wanneer de vorst met zijn jonge bruid terug zou komen op het paleis moesten de tulpen bloeien. En dat kan natuurlijk niet in november.

De tuinman wist dat hij de wens van de vorst maar beter niet naast zich neer kon leggen. Dat zou hem wel eens zijn kop kunnen kosten. Daarom besloot hij de hulp in te roepen van de Fakir. Met zijn magische fluitspel weet de Fakir de tulpen toch aan het bloeien te krijgen. Echter, wanneer hij de rode tulpen in bloei heeft, zakken de gele tulpen weer de grond in, en andersom. Gelukkig zijn de vorst en zijn bruid bij thuiskomst zo onder de indruk van de prachtige tulpen die bloeien dat ze de tuinman belonen met een zak vol geld. Uit dankbaarheid schenkt de tuinman het geld aan de Fakir. Maar de lege beurs houdt hij zelf.

De versie van Truus Sparla

Voor het Efteling Sprookjesboek besluit Sparla het oude verhaal van Venmans links te laten liggen en een geheel nieuwe versie te schrijven die alleen de titel, en noodzakelijkerwijs dus de hoofdpersonages, gemeen heeft. In deze versie spreekt de Fakir op rijm, zoals hij dat ook later in de Sprookjesboom zal doen.

In een Perzisch paleis woonden ontelbaar veel prinsen en prinsessen, die allen verschrikkelijk verwend waren. Zo vonden ze het maar wat vermakelijk om hun dienaren te commanderen en te pesten. Ze vroegen een dienaar om de maan voor ze te halen, en toen dat natuurlijk niet lukte, werd hij gelijk de kerkers ingeworpen. Alleen het jongste prinsesje was een aardig meisje.

De opper-raadsheer zat nogal met de situatie in zijn maag. Op zekere dag kwam er echter een fakir binnenzweven. Die dreigt met zware straffen voor de prinsen en prinsessen als ze hun leven niet beteren. Een kamerheer die de prinsen en prinsessen hiervoor waarschuwt, wordt prompt gedemoveerd tot tuinman en moest hard werken. De fakir kwam nogmaals langs met zijn waarschuwing en de tuinman bracht de boodschap over aan de pestkoppen. Die zeiden: "we zullen het jou eens voorgoed afleren je te bemoeien met zaken die je niet aangaan. In de gevangenis!". De vrouw van de tuinman smeekte om genade. De oudste prins zei: "goed, hij hoeft de kerker niet in, als er morgenochtend tulpen bloeien in de perkjes voor de torens."

In één nacht tulpen laten groeien, dat is onmogelijk. Niettemin werkte de tuinman de hele nacht keihard door; de volgende ochtend waren de perkjes helemaal onkruidvrij en tulpenbollen geplant, maar er groeiden nog geen tulpen. De prinsen en prinsessen stonden op het punt de tuinman in het gevang te gooien, maar toen kwam opeens de fakir ten tonele. Hij toverde pardoes de prinsen in rode, en prinsessen in gele tulpen om. Telkens keert hij terug om op zijn fluit te blazen en om en om de prinsen en prinsessen uit de borders omhoog te laten komen. Alleen het jongste, lieve prinsesje werd gespaard. Ze trouwde met een aardige prins uit een ver land en leefde nog lang en gelukkig.

Het sprookje van Martine Bijl

Illustratie bij de Tuinman en de Fakir uit 'Sprookjes van de Efteling'

Het sprookje uit Sprookjes van de Efteling is een veel uitgebreidere variant op het verhaal, en is qua plot tamelijk schatplichtig aan de Chinese Nachtegaal.

Het sprookje speelt zich af in een uitgestrekt land dat Simarstan heet. In Simarstan heerst een sultan, die zo nu en dan een emir op bezoek krijgt om te horen over hoe de zaken in zijn land ervoor staan. Op een zeker moment krijgt de sultan van één van de emirs veertig zakken tulpenbollen cadeau. De sultan is niet bepaald onder de indruk van wat hij beschouwt als een soortement ui, en hij vergeet de tulpenbollen al gauw. De tuinman had echter één van de tulpenbollen achter zijn hutje geplant.

Kort daarna wordt de sultan zeer ziek. Niets lijkt hem beter te kunnen maken en de haremvrouwen klaagden ach en wee. Op een dag verschijnt er een zwerver in de paleistuin. De tuinman nodigt de zwerver uit in zijn hutje en geeft hem te eten. De zwerver blijkt een fakir te zijn. 's Avonds speelt de fakir een deuntje op zijn ivoren fluit en plots schiet een rode tulp op uit de grond. "Dat moet de sultan zien!" roept de tuinman uit, maar dan bedenkt hij zich dat de sultan erg ziek is. De fakir zegt dat de sultan ziek is geworden van zijn rijkdom en macht, en dat zijn ogen blind zijn geworden voor de schoonheid van het kleine en eenvoudige. De tulp zou hem kunnen redden.

De sultan is onder de indruk van de tulp en fluistert: "De bloem uit de ui. Hoe groot is Allahs werk? Hoe klein is de mens?". De tuinman en de fakir werken de hele nacht door om de honderden tulpenbollen van de emir in de paleistuin te planten. Als de ochtend aanbreekt is de sultan voor het eerst sinds zijn ziekbed opgestaan! Wanneer hij naar buiten komt, samen met de voltallige hofhouding, klimt de fakir op zijn tapijt. Terwijl de fakir al fluitend op zijn tapijtje over de gazons en de bloemperken zweeft, verschijnen er honderden rode en gele puntjes boven de aarde. Ze worden groter en groter, totdat zich voor ieders ogen een zee van kleurige tulpen uitstrekt.

De sultan komt tot inkeer er roept alle hoogwaardigheidsbekleders van zijn land bijeen en spreekt: "Van nu af aan zal ik van u, waarde emirs, geen geschenken meer ontvangen. Ik geef bij deze de opdracht op al mijn rijkdommen onder de armsten van het land te verdelen." "Alles?" roept één der emirs verbaasd uit. De sultan neemt een slokje water. "Nu ja, bijna alles. Ik hoef zelf natuurlijk niet te verhongeren. Dat lijkt me overbodig." De emirs knikken instemmend. "En ten slotte," gaat de sultan verder, "zullen het rijkswapen en de vlag worden veranderd. Van nu af aan zal de tulp het symbool worden van wijsheid en geluk."

In de Efteling

Geschiedenis

Reijnders bij de Fakir in 1965

De Vliegende Fakir werd aan de bezoekers van de Efteling gepresenteerd op 24 juli 1958, maar er speelden al langer plannen voor het sprookje. Reijnders had door een artikel over een wiekloze helikopter in het Amerikaanse Life Magazine het idee gekregen om het tapijt te laten zweven door een luchtstroom van ventilatoren op de grond. In 1956 liet Reijnders deze optie onderzoeken door de TH Delft, maar de techniek bleek onhaalbaar voor het Sprookjesbos. Enige tijd later, tijdens een bruidsreportage op een regenachtige dag, zag Reijnders glinsterende bolletjes door de lucht zweven. Het bleken waterdruppels te zijn die langs telefoondraden voortgleden. De draden waren niet te zien, want ze vielen weg tegen de voegen van een kerkmuur op de achtergrond. Het bleek dé oplossing voor een technisch probleem dat Reijnders al een tijd bezighield ― eindelijk zou hij een fakir echt kunnen laten vliegen.

Nadat de techniek voor de bakker was maakte Anton Pieck een ontwerp. Destijds werd het sprookje beschouwd als losse attractie, aangezien het Sprookjesbos indertijd ophield bij de Prinsenpoort.

Omschrijving

Fakir.jpg

Het paleis van de fakir is gebaseerd op Perzische miniaturen uit de 15de, 16de en 17de eeuw. De oppervlakte meet 1.600 vierkante meter. Voor het paleis ligt een tuin met tulpenperken en een vijver met een goudkleurige fontein. Op het plein staat een bordje met de tekst:

Wilt u mij niet Uw afval geven
Dan wil de Fakir niet meer zweven

De Fakir

In elk van de torens bevindt zich een animatronic van de Fakir die op zijn fluit speelt. Na het fluitspel sluiten de luiken van het raam in de toren en verschijnt bovenin de toren de fakir op een vliegend tapijt. De fakir vliegt dertig meter naar de toren aan de overzijde, waar de luiken opengaan om de fluitspelende fakir te onthullen, en daarmee begint de cyclus opnieuw. Er zijn drie fakirs in het gebouw te vinden: één in elke toren en de fakir op het tapijt draait binnenin de torens een halve slag. Zodra de fakir op zijn fluit speelt bloeien de tulpen op aan de bijbehorende zijde van de paleistuin: rode tulpen bij de rechter toren en gele tulpen bij de linker toren.

Voor tulpen werd gekozen omdat deze oorspronkelijk afkomstig zijn uit Perzië en deze daar dus veel in paleistuinen te vinden waren. De rode en gele tulpen gaan omhoog en omlaag middels een door Peter Reijnders ontwikkelde techniek. Onder de tulpen bevindt zich een waterbassin waarvan het water stijgt en daalt. De tulpen waren oorspronkelijk bevestigd aan kurkjes, die daarmee bij het stijgen van het waterpeil zorgen dat de bloemen al drijvend omhoog komen.

Al gauw bleek dat de kurken zich gaandeweg volzogen met water en daarmee zonken. Er werd lang gezocht naar oplossingen, bijvoorbeeld door de tulpen te laten drijven op plastic eitjes, maar uiteindelijk bleek de definitieve oplossing een ondergrond van lichte kunststof te zijn.

Aanpassingen

De fakir zelf werd vervangen in 1987. De nieuwe fakir, gemodelleerd door Joop de Bont, maar gebaseerd op een eerder ontwerp voor een alternatieve fakir door Anton Pieck, heeft een witte baard in plaats van een zwarte, en een ouder, gegroefder gezicht. De fakirs in de toren werden iets eenvoudiger: de vingers bespelen nog steeds de fluit, maar de ogen zijn statisch, waar deze bij de oude fakir heen-en-weer keken.

Tot 1998 had de Vliegende Fakir een zeer fraaie, brede frontale aanloop. Met de komst van Klein Duimpje en Repelsteeltje werd de sprookjesbosroute verlegd en werd het pad naar de Vliegende Fakir gereduceerd tot sluipweggetje. In 2004 werd met de komst van het Meisje met de Zwavelstokjes ook dit paadje verwijderd, en sindsdien kun je de Vliegende Fakir alleen nog maar via de zijkant van het plein dat voor het sprookje ligt betreden.

Muziek van de Fakir

Boodschap 73x73.png

Zie Sanai Gath voor het volledige artikel over de Fakir-muziek


De fluitmuziek die de fakir speelt is in werkelijkheid een fragment van een klassiek Indiaas muziekstuk: Sanai Gath.

Jubileumbordje

Verjaardag

In 2008 werd de vijftigste verjaardag van de Fakir uitbundig door de Efteling gevierd. Bij het sprookje stond een jubileumbordje en in het Efteling Museum was een tentoonstelling te vinden ter ere van het jubileum.

Fakir in jubileumtentoonstelling

Er bleek niet voldoende over het onderwerp te vertellen te zijn, en de tentoonstelling werd voornamelijk gevuld met algemene informatie over tulpen en de historie van fakirs. Wél leuk is de compilatie van filmpjes en dia's die op de muur geprojecteerd wordt. Beelden die we voorbij zagen komen waren over het algemeen oude opnames van de Fakir en foto’'s van de bouw van het sprookje. Er was ook een technisch filmpje, waarop te zien is hoe tandwielen ronddraaien, de Fakir achter de schermen beweegt en hoe de waterbakken van de tulpen worden gevuld en geleegd. Leuk was ook de replica van de fakir in de tentoonstellingsruimte. Voor de gelegenheid werd het tuintje naast het museum toegankelijk voor bezoekers gemaakt. Er waren allerlei tulpen in het tuintje te zien, en zo nu en dan verraste het personeel van het museum de bezoeker in het tuintje met een kopje thee.

De Fakir bracht op 2 mei 2008 een verjaardagsbezoek aan de Keukenhof, en tevens werd er speciaal voor de verjaardag van de Fakir een speciale Efteling Tulp ontwikkeld.

Fakir in de media

Fakir in Sprookjesboom
  • De fakir is één van de personages in de animatieserie Sprookjesboom. De fakir wordt hier opgevoerd als tovenaar die de overige figuren regelmatig uit de brand helpt. De fakir spreekt met een jolig Indiaas accent en uitsluitend in rijm. De fakir is op te roepen door drie keer op de grond te stampen. Zijn motto is dan ook: "Voor mijn hulp bij alle rampen, hoef je slechts drie keer te stampen!"
  • De Vliegende Fakir is één van de sprookjes die door de Efteling gebruikt zijn in de televisieserie Sprookjes.

Wetenswaardigheden

  • In het decor van de Indische Waterlelies is een kleine versie van een toren van het paleis van de fakir te vinden. De gesuggereerde zichtlijn klopt bij benadering: zou men inderdaad in die richting kunnen kijken, dan ziet men de Sprookjesboom, die een aantal meter links van het Fakirpaleis staat.
  • Het grootste deel van het paleis is massief. Elk van de 32 kantelen weegt zo'n 80 kilogram.
  • In 1959 is overwogen om een gesproken vertelling toe te voegen bij het sprookje. Dit is niet gematerialiseerd.