Boodschap 73x73.png

Dit artikel gaat over Holle Bolle Gijs in het algemeen. Voor de oorspronkelijke Holle Bolle Gijs zie Speeltuin Gijs.

Promotiefilmpje van de Efteling, ter ere van 50 jaar Holle Bolle Gijs in 2009, bestaande uit archiefbeelden.

Holle Bolle Gijs is een afvalbak in de vorm van de figuur uit een kindervers, die ontzettend veel kan eten maar ondanks dat altijd honger heeft. In de Efteling staan momenteel een elftal van deze afvalbakken, waaronder ook enkele in de vorm van andere figuren. De meeste Holle Bolle Gijzen roepen om afval met de leus "Papier hier!". Het afval kan gedeponeerd worden in een gat, meestal in de vorm van een ronde opengesperde mond, waar een luchtzuigsysteem het vuil via een buis in een afvalcontainer op een voor de bezoeker onzichtbare plek brengt. De Gijs bedankt hierna, in de meeste gevallen met een "Dank u wel!". Er zijn ook uitbeeldingen van de figuur die geen afval slikken.

Holle Bolle Gijs in de Efteling

De volgende Gijzen zijn in de Efteling te vinden:

Foto Naam Jaar Locatie Ontwerper Stem
Speeltuin Gijs Speeltuin Gijs 1959 In den Hoorn des Overvloeds Anton Pieck Theo Hochwald
Wagen Gijs Wagen Gijs 1967 Kogeloog Anton Pieck Peter Reijnders
Geeuwende of Wakkere Gijs Geeuwende Gijs
(of Wakkere Gijs)
1969 Carrouselplein Anton Pieck Ton van de Ven
Lex Lemmens
Baby Gijsje Baby Gijsje 1969-2000 / 2007 Kindervreugd
(v/h Kinderspoor)
Anton Pieck
Léon Weeterings
Marjon Jespers
Netty Oomen
Opa Gijs Opa Gijs 1970 Herautenplein Anton Pieck Ton van de Ven
Moeder Gijs met Tweeling Gijs Moeder Gijs met Tweeling Gijs 1971
(verplaatsing en huisje 2003)
Smulpaap Anton Pieck
Michel den Dulk
Marjon Jespers
Netty Oomen
Kapitein of Boekanier Gijs Kapitein Gijs
(of Boekanier Gijs)
1973
(verplaatst 2016)
De Kombuys
(v/h In de Noordpool)
Anton Pieck
Ton van de Ven
Jeroen Verheij
Ton van de Ven
Matroos Gijs Matroos Gijs 1980 De Witte Walvis Anton Pieck Henk Smulders
Inca Gijs Inca Gijs 1983 Casa Caracol Ton van de Ven Henny Knoet
Tiroler Gijs Tiroler Gijs 1988 De Steenbok Ton van de Ven Ton van de Ven
Nijltje in het Teiltje of Hippo Gijs Nijltje in het Teiltje
(of Hippo Gijs)
2002 Kleuterhof Henny Knoet Henny Knoet

Geschiedenis

Het eerste idee voor Holle Bolle Gijs in de vorm van een knorrend zwijn.

De grondleggers voor het Sprookjesbos dat in 1952 de poorten opent zijn Anton Pieck en Peter Reijnders. Reijnders bedenkt de technische realisatie, terwijl Anton Pieck garant staat voor de ontwerpen. Samen bedenken ze de meest fantasievolle uitbeeldingen van sprookjes en sprookjesfiguren waaronder de Sprekende Papegaai, de Put van Vrouw Holle, de Rode Schoentjes, de Muzikale Paddenstoelen, Ezeltje Strek Je en de Stenen Kip. Maar het meest succesvolle product uit de vroege Efteling-jaren is beslist Holle Bolle Gijs.

Papier hier

Wanneer de bezoekersaantallen flink beginnen te stijgen aan het eind van de jaren vijftig, begint rondslingerend afval een probleem te worden voor het park. Anton Pieck ontwierp al eerder de Klein Duimpje-prullenmanden, waarbij de tekst Papier hier de bezoekers moet aandringen om hun prullen en proppen in de daarvoor bestemde afvalmand te deponeren. Toch blijkt dat, voornamelijk in de buurt van de ijs- en snoepverkooppunten, er meer afval op de grond ligt dan in de manden. Met veel fantasie en psychologisch inzicht zet het Pieck en Reijnders aan het denken hoe dit op te lossen. Pieck tekent een pratende houten vuilnisemmer waaruit, als men het deksel opent, een vriendelijk Dank u wel! klinkt. De kreten waar de latere Gijs beroemd mee zou worden zijn hierbij al geboren.

Bosvarken

Chef Technische Dienst Henk Knuivers bedenkt intussen hoe een bedankende afvalbak technisch zou kunnen werken. In zijn vrije tijd werkt hij aan de manier, die hij vervolgens presenteert aan Pieck en Reijnders: een bosvarken dat met een open bek op afval wacht, hetwelk door middel van een flinke zuigkracht in de bek verdwijnt, waarna een kabouter op de rug vriendelijk bedankt. Pieck en Reijnders zijn dolenthousiast. Het idee wordt geopperd om het varken te plaatsen bij het verkooppunt waar de meeste rommel op de grond achterblijft. De vraag rijst of het varken misschien niet in een kooi met tralies moet worden geplaatst. En of er geen knorrend geluid moet worden gemaakt door het beest. Tevens bedenkt Pieck enkele alternatieven, waarbij vooral de dierenwereld hem inspireert. Zo maakt hij ontwerpen voor een kangoeroe, een hond, een pelikaan, een slang en een olifant.

De eerste Gijs

Een illustratie van Anton Pieck van Speeltuin Gijs

Terwijl Knuivers de techniek verder ontwikkelt, komen Pieck en Reijnders op het idee om een gezellige dikkerd uit een bekend oud kinderversje te nemen als de uiterlijke vorm van het nieuwe afvalsysteem: Holle Bolle Gijs. Gijs spreekt meer aan om gevoerd te worden en bovendien blijft het zo in de sprookjeshoek. Lui hangend op een laag deurtje spoort hij gasten aan hem iets te geven, om daarna vriendelijk te bedanken. In september 1958 heeft Knuivers de techniek genoeg ontwikkeld voor een mobiel exemplaar in het park. Op 9 september wordt deze geplaatst om te testen hoe gasten, en vooral kinderen, op de vriendelijke schrokop reageren. Uit een notulen van een bespreking op 21 november tussen Ab Diender, Joop Salet, Cor Kolsteren en Henk Knuivers wordt daarover gezegd:[1]

Destijds is de afwerking van H.B.G. (praktisch gereed) gestrand op de volgens ons niet juiste plaats en te veel bijkomende werkzaamheden, welke in het seizoen (juli en augustus) niet uitgevoerd konden worden. Bovendien gaat het nog maar om een proefobject waarvan moet blijken of het voldoet, en waarbij het dus niet geheel verantwoord was de entourage al aan te brengen, die bij evt. mislukking van de proef ook overbodig zou blijken.

De proef-Gijs blijkt echter zó populair, dat kinderen na het opruimen van alle snippertjes en schillen op de grond de bladeren van de heg naast Gijs beginnen te plukken, waardoor het hegje snel kaal wordt en Gijs overbelast. In Kroniek van een Sprookje lezen we over het succes:

Het effect van Holle Bolle Gijs is enorm, terwijl de investering te verwaarlozen is. In een werkbespreking wordt de begroting van ƒ 700,- voor het bouwwerk goedgekeurd. ‘Het bouwen van Holle Bolle Gijs kan dus in het werkschema worden opgenomen. Wanneer het weer meewerkt kan onze metselaar: W. Lamers, wanneer hij terug is, hieraan direct beginnen.’

Knuivers werkt na de test verder in de werkplaats aan Gijs tot er een parkwaardig exemplaar staat. Het hegje wordt ondertussen vervangen door een stalen hekwerkje en het huisje wordt gemetseld. Op 29 maart 1959, op de openingsdatum van het seizoen, wordt de eerste Holle Bolle Gijs officieel in gebruik genomen. Hij wordt geplaatst midden in de Speeltuin, vlakbij het horecapunt In den Hoorn des Overvloeds. De stem wordt ingesproken door Theo Hochwald.

De erkenning voor Henk Knuivers' werk bleef echter uit. Na het grote succes van zijn techniek vroeg hij om een financiële genoegdoening, maar omdat Knuivers de techniek in zijn vrije tijd heeft ontwikkeld en hem nooit formeel opdracht was gegeven tot de ontwikkeling ervan, bleef deze helaas uit. Dit voorval zorgde ervoor dat de verhouding tussen Knuivers en de Efteling verslechterde, met uiteindelijk het ontslag van deze 'vader van Gijs' tot gevolg. Verschillende bronnen als Het Sprookje van de Efteling en Kroniek van een Sprookje, spreken erover hoe Reijnders en Knuivers samen de techniek ontwikkeld hebben. De uitvinding en ontwikkeling van het systeem is echter compleet door Henk Knuivers verricht.

Meer Gijzen

Het wapen der Gijzen op de zerk van Opa.
Tijdlijn
1959– Speeltuin Gijs
1960–
1961–
1962–
1963–
1964–
1965–
1966–
1967– Wagen Gijs
1968–
1969– Geeuwende Gijs & Baby Gijsje
1970– Opa Gijs & Visje Gijs
1971– Moeder Gijs
1972–
1973– Kapitein Gijs
1974–
1975–
1976–
1977–
1978–
1979–
1980– Matroos Gijs
1981– Holle Bolle Ballentent
1982– – Verdwijning Visje Gijs
1983– Inca Gijs
1984–
1985– – Terugkeer Visje Gijs op Wensbron
1986–
1987–
1988– Tiroler Gijs
1989–
1990–
1991–
1992–
1993–
1994–
1995–
1996–
1997–
1998–
1999– Station Gijs
2000– – Verdwijning Baby Gijsje
2001–
2002– Nijltje in het Teiltje
2003– – Moeder Gijs verplaatst naar nieuwe Smulpaap
2004– – Verdwijning Holle Bolle Ballentent
2005–
2006–
2007– – Terugkeer Baby Gijsje in Kindervreugd
2008–
2009– – Jubileumtentoonstelling in Efteling Museum
2010–
2011– – Winterse Gijzen
2012–
2013–
2014–
2015–
2016– – Verplaatsing Kapitein Gijs naar Ruigrijk

1959-1969

Speeltuin Gijs is voor acht jaar de enige Holle Bolle Gijs van de Efteling. Pas in juni 1967 wordt een tweede papierslokker in gebruik genomen. Het is Wagen Gijs, die het eerste deel van het kindervers uitbeeldt door in een huifkar te zitten, omringd met lekkernijen. De Gijs wordt geplaatst bij het nieuwe horecapunt Kogeloog op het pleintje bij Langnek. Peter Reijnders spreekt de stem in en laat de Gijs smeken om papier om daarna te bedanken in verschillende talen.

Ook deze Gijs wordt een groots succes, dus wordt besloten om het afvalprobleem bij alle (nieuwe) verkooppunten van friet en versnaperingen in het park op te lossen door ze van een Gijs te voorzien. Naar een idee van Peter Reijnders worden de kinderen van de familie Gijs uitgebeeld "omdat deze in alle vormen en leeftijden te plaatsen zijn". Anton Pieck schetst als eerste een baby, waarbij Reijnders een pop bedenkt die kan lachen en huilen. Het idee wordt geopperd de Gijs te plaatsen bij de Kanovijver of het terras van het Theehuis, maar door onzekerheid over de exacte locatie wordt in 1969 uiteindelijk besloten om Baby Gijsje bij het Stationskoffyhuis te plaatsen. In datzelfde jaar wordt ook Geeuwende Gijs geplaatst, die afval mag ruimen bij het terras van Het Dorstig Hert, vlakbij het Theehuis. De Gijs werd al in september 1967 bedacht als een dronkaard, met zeven tonnen bier naast hem, maar besloten wordt om hem de laatste tekstregels van het vers te laten uitbeelden, als een Gijs in bed, klaarwakker. De stemmen werden later ingesproken door Ton van de Ven en Lex Lemmens, die hem tussen de bedankjes door een scheet lieten laten.

1970-1980

Begin jaren zeventig gaat de uitbreiding van de familie door. Opa Gijs komt in 1970 in de wat lugubere versie van een grafsteen op het Herautenplein, naast het vijf jaar eerder geopende horecapunt. De moeder van het gezin verschijnt een jaar later bij de Smulpaap. Het afvalprobleem is daar zo groot dat er een dubbele Gijs van wordt gemaakt: Moeder zelf slikt geen papier, maar op haar schoot zit de Tweeling Gijs. Het idee om een dier te gebruiken als afvalbak is dan nog niet van tafel. Reijnders oppert het idee voor een Gijs bij de Kanovijver in de vorm van een zeemeermin met vier vissen, waarna Pieck schetsen maakt voor een wijzende kabouter te midden van vier vissen. Het inspireert Ton van de Ven voor zijn eerste Gijs-ontwerp in de vorm van een grote vis met een wijzende kobold op zijn rug. Zijn Visje Gijs verschijnt in 1970 op het plein bij de Roei- en Kanovijver.

Matroos Gijs

In juni 1972 vragen de technische medewerkers zich af of er niet al teveel Gijzen in het Sprookjesbos staan. Er zijn namelijk plannen om het nieuwe horecapunt In de Noordpool, tussen Roodkapje en de Rode Schoentjes van een Holle Bolle Gijs te voorzien. Anton Pieck ontwerpt vervolgens een figuur die meer gethematiseerd is naar het verkooppuntje (althans, de naam ervan), in plaats van weer een nieuw familielid van de Gijzen. Het wordt een zeerover met een houten been, streng wijzend naar zijn kanon (een aanvullend idee en ontwerp van Ton van de Ven) waar het afval in gestopt kan worden om daarna bedankt te worden met een luide knal. Kapitein Gijs wordt in 1973 geplaatst aan de rechterzijde van het etablissement. Het duurt daarna zeven jaar voor er weer een Gijs in de Efteling bijkomt. In 1980 wordt een oude suggestie voor een Gijs bij de Kanovijver van Pieck alsnog geplaatst in het park, maar enkele meters verderop: Matroos Gijs wordt geplaatst op het terras van het twee jaar eerder geopende De Witte Walvis, achter het Spookslot.

1981-heden

Vanaf de jaren tachtig komen er minder Gijzen bij in het park. De directie ziet er geen belang meer in om ieder nieuw horecapunt van een eigen Gijs te voorzien. In 1983 ontwerpt Ton van de Ven de excentrieke Inca Gijs, die prima past in het decor van de naastgelegen attractie de Piraña en tevens zijn oude Visje Gijs vervangt. Het beeld van de vis keert twee jaar later terug op een sokkel in het midden van de Wensbron. Aan het einde van de jaren tachtig wordt de laatste Holle Bolle Gijs in de vorm van een vriendelijke dikkerd geplaatst. Naar ontwerp van Ton van de Ven verschijnt Tiroler Gijs, een Gijs met Oostenrijks accent, naast het een jaar eerder geopende De Steenbok.

De Gijzenpopulatie blijft tot het jaar 2000 constant, tot dat in dat jaar Baby Gijsje van zijn sokkel wordt gehaald. Door het verdwijnen van het Stationskoffyhuis en de daarbij horende attractie het Kinderspoor staat de Gijs in een stille hoek van het park en wordt daarom nog amper gebruikt. Gijsje is vanaf december 2003 in roestige versie terug te vinden in het Wonder Depot. In 2007, bij de opening van de nostalgische speeltuin Kindervreugd, keert de zuigeling terug in een compleet nieuwe gedaante. Anders dan bij andere Gijzen is deze niet geplaatst om het afvalprobleem bij een (nieuw) horecapunt te verhelpen, waardoor de functie van deze Gijs nihil is. Dat kan ook gezegd worden van Kapitein Gijs en Wagen Gijs, wiens verkooppunten respectievelijk in de jaren tachtig en nul gesloten worden. Moeder Gijs wordt in 2003 verplaatst naar de nieuwe Smulpaap, inclusief een nieuw huisje en een overkapping vernoemd naar de tweeling.

De meest recente papierslokker is Nijltje in het Teiltje (ook wel Hippo Gijs genoemd), ontworpen door Henny Knoet. Het paarse zingende nijlpaard in bad, vergezeld van zijn badeendje, komt in 2002 in de speeltuin de Kleuterhof naast het Café-Restaurant. De Gijs past qua uiterlijk prima in het thema van de speeltuin.

Ontwerp Kapitein Gijs in het Ruigrijk door Jeroen Verheij

Kapitein Gijs moet het veld ruimen als in 2015 op zijn plek het sprookje Pinokkio gebouwd wordt. De nis wordt hergebruikt als achtergrond voor Kat en Vos en staat er dus nog steeds. De Kapitein zelf verhuisde naar Ruigrijk, waar tot dan toe nog geen enkele Gijs te vinden was. Hij werd hier in april 2016 geplaatst in een nieuw decortje tegenover De Kombuys naar ontwerp van Jeroen Verheij. Rond diezelfde tijd zijn de stoepjes voor een aantal Gijzen verwijderd om ze beter toegankelijk te maken voor rolstoelen.

Niet-papierslikkers

Naast de hierboven genoemde Holle Bolle Gijzen die om papier roepen en dit ook eten, zijn er ook een aantal familieleden die geen afval tot zich nemen.

Het familieportret van de familie Gijs in het Wonder Depot

Van 1981 tot 2004 was een deel van de familie Gijs uitgebeeld op een decor bij een spel in de Game Gallery. Bij de Holle Bolle Ballentent was het de bedoeling om zes punten te scoren door een bal in één van de monden van de familie Gijs te werpen. Hiervoor waren grote panelen gemaakt, met daarop in reliëf uitgewerkte koppen van Opa Gijs (met snor!), Moeder Gijs, de Olycke Tweelingh, Speeltuin Gijs en een hondje dat verder in het park nergens terug te vinden is. Bovenop de kraam was een bord geplaatst met daarop twee ballende Gijzen en de naam van het spel. De hele kraam was naar ontwerp van Ton van de Ven. Het spel moest in 2004 plaatsmaken voor twee nieuwe spellen: De Knuppel in het Hoenderhok en De Oliphant in de Porseleinkast.

Gijs in de Marskramer

Op het Sprookjesstation dat in 1999 samen met een nieuwe remise voor de Stoomtrein werd geopend, is Holle Bolle Gijs één van de wachtende sprookjesfiguren. Hij zit op een bankje naast een kabouter, die hij door zijn gewicht omhoog laat wippen. Gijs kijkt vervolgens verbaasd naar de kabouter. Het hele schouwspel is enkel vanuit een voorbijrijdende trein te bekijken. Het is de laatste Gijs die door Ton van de Ven ontworpen werd en de enige die kan bewegen, echte kleding en haar heeft en zijn mond niet in de kenmerkende manier open heeft staan.

In 2009 en 2010 werd in het Efteling Museum een expositie gehouden ter ere van het vijftigjarig bestaan van Holle Bolle Gijs, waarbij er een versie werd gemodelleerd van Speeltuin Gijs met compleet lichaam, gezeten aan een grote tafel met feestmaaltijd. Na de tentoonstelling verdween deze Gijs in de magazijnen, maar wordt nog wel eens tevoorschijn gehaald als aankleding bij buffetten. In 2009 werd wel een vaste Gijs, in een opgerolde bladzijde, onderdeel van de nieuwe inrichting van de winkel In den Ouden Marskramer.

Winter Efteling

Tijdens de Winter Efteling van 2011-2012 werden Geeuwende Gijs en Speeltuin Gijs voor het eerst winters aangekleed. Speeltuin krijgt een beige sjaal om, wanten aan en een plompe muts op, Geeuwende heeft enkel een blauwe sjaal. De kledingstukken zijn bij Speeltuin niet los, maar onderdeel van de polyester Gijs. De sjaal van Geeuwende is wel een los element, maar eveneens van polyester. De kabouter van Geeuwende Gijs krijgt tevens een eigen wintersample, waarbij hij tussen het roepen door bibbert van de kou.

Het kindervers

De figuur Holle Bolle Gijs komt voor het eerst voor in de in 1871 door dr Dr. Johannes van Vloten gepubliceerde bloemlezing van kindergedichtjes Nederlandsche Baker- en Kinderrijmen. Het rijm zelf is echter waarschijnlijk van (veel) oudere oorsprong. De naam Gijs zien we al in de 17e eeuw veelvuldig in spreekwoorden en zegswijzen, vaak om de dronkenschap en domheid of malligheid te bekritiseren. In de Efteling is het vers te vinden bij Geeuwende Gijs op het Carrouselplein, en Wagen Gijs bij Langnek:

Gijs-rijm.jpg

 Heb je wel gehoord
 van die hollebollewagen,
 waar die hollebolle Gijs in zat.
 Die kon slokken grote brokken
 Een koe en een kalf
 En een heel paard half
 Een os en een stier
 En zeven tonnen bier
 Een schuit vol schapen
 En nog kon hollebolle Gijs
 van de honger niet slapen.

Sprookjes

Holle Bolle Gijs kent geen officieel sprookje (de figuur is afkomstig van een kindervers zoals hierboven beschreven staat). Toch heeft de Efteling een aantal maal geprobeerd om een verhaal aan de bekende dikkerd te koppelen.

Truus Sparla

De eerste poging is pas in 1967, als Truus Sparla in Het Sprookjesboek van de Efteling een verhaal schrijft over een dikke jongen die de Efteling binnenstapt en declameert dat hij er komt wonen. De knul gaat op een bankje zitten en eet heel veel. Hij zingt ook een liedje (het bekende rijm).

Een Efteling-meneer zegt dat hij weg moet gaan, want het park gaat sluiten. De jongen doet alsof hij vertrekt, maar verstopt zich achter de grot van Sneeuwwitje tot het donker is. 's Nachts wil hij verder gaan met eten, maar hij vindt niks meer. Hij besluit uit armoede dan maar papier te gaan eten. De volgende morgen wordt hij aldus gevonden, in de Efteling, papieretend. En zo is het nu nog.

Herman Broekhuizen

Het bekendste verhaal dateert uit 1973. Op de luisterplaat Sprookjes van de Efteling - deel 7 staat als tweede sprookje Holle Bolle Gijs, geschreven door Herman Broekhuizen. Het is ook te vinden op de lp De Efteling is jarig. Het verhaalt over de familie Holle Bolle Gijs - vader, moeder en kinderen - die in Luilekkerland wonen, waar ze zoveel lekkers kunnen eten als ze maar willen. Op een dag besluit vader om met het gezin naar de rijstebrijberg te wandelen. Daar aangekomen eten ze zich een weg door de berg naar het land van de luchthappers, waar de bewoners niets eten. De familie raakt daar doodongelukkig en gaat uit wanhoop maar het papier eten dat op straat ligt. Ze eten zo het hele land schoon, wat niet onopgemerkt blijft bij de koning. Hij laat de familie bij zich komen om ze te bedanken, maar de familie laat merken het niet zo fijn te hebben en ze weten ook niet meer terug te geraken in hun thuisland. Daarop besluit de koning ze te sturen naar een sprookjespark ver van het land van de luchthappers vandaan, de Efteling, als ze beloven het daar ook netjes te houden. Dat beloven ze. De koning laat de hoftovenaar komen om ze er heen te toveren. Eenmaal in de Efteling voelt de familie zich meteen op hun gemak tussen de vrolijke mensen en de sprookjes. Ze spreken af om overdag het papier op te ruimen door op een plek te gaan zitten en Papier hier te roepen, en bij het verkrijgen van iets beleefd Dank u wel te zeggen.

Gerrie van Dongen

In 2009 schrijft Gerrie van Dongen in het boek Sprookjesboek van de Efteling een nieuw sprookje voor Holle Bolle Gijs, wat vandaag de dag door het park wordt gehanteerd als hét sprookje van Gijs. Dit verhaal gaat over een koning die eens per week met zijn twee ministers vergadert. Tijdens die vergaderingen worden de problemen besproken, waaronder dat overal in de straten van het koninkrijk veel te veel troep ligt. Bij één van die vergaderingen komt op dat moment de kok binnen. "Majesteit, het gaat nu echt fout in de keuken! Mijn keukenhulp Holle Bolle Gijs is de afgelopen week steeds meer gaan eten! Hij schrokt en schranst en kan er niet meer mee ophouden. Hij eet gewoon álles op. Het spijt me, maar uw lunch is weg." Daarop laat de koning twee ministers naar de oude magiër gaan om voor Gijs een drankje te brouwen tegen de eetlust. Maar wanneer Gijs het drankje drinkt krijgt hij ontzettend zin om papier te eten.

De volgende ochtend staan de ministers samen met Holle Bolle Gijs voor de koning om te melden dat er twee problemen in één klap zijn opgelost. De koning benoemt Gijs tot Hof Papierverslinder, de ministers geven hem een eigen Holle Bolle Wagen om langs de deuren te gaan om oud papier op te halen. "Papier hier! Papier hier!", roept Gijs. Vanaf die dag rijdt Holle Bolle Gijs met zijn wagen door heel het land en is het land voor altijd schoon.

Dit verhaal is ook de basis voor het Efteling Gouden Boekje over Holle Bolle Gijs.

Techniek

Zuigen

De fotocellen achter de buis van Matroos Gijs
Techniek achter de Mobiele Gijs, met kleine opvangbak

Het afval wordt aangezogen door een exhauster, een automatische blazer die normaal gesproken wordt gebruikt voor een sterke blaasstraal. Bij Gijs wordt juist van de aanzuigkracht gebruik gemaakt. Bij Speeltuin Gijs staat de exhauster in een put in de grond achter het huisje. Het papier komt door een buis in een stalen mand terecht. Het is vergelijkbaar met de werking van een stofzuiger, waar het stof terecht komt in de stofzak. Omdat de mand bij de eerste Gijs niet groot genoeg is om het afval van een hele dag te verwerken moet deze meerdere keren per dag geleegd worden. Latere Gijzen krijgen een grotere ruimte voor het afval, daar komt het afval terecht in containers.

De lucht die gezogen wordt moet echter ook weer ergens naar buiten worden geblazen. Het afvoeren van de luchtstroom gebeurt bij de meeste Gijzen op een voor de bezoeker onzichtbare plek, maar voor de vrijstaande exemplaren, zoals Speeltuin Gijs, is dit lastig. De uitblaasopening van deze bevindt zich dan vaak een eindje verderop, via een ondergrondse verbinding. Bij Speeltuin Gijs bijvoorbeeld, is net achter de Hoorn des Overvloeds een stalen uitblaasbuis in de grond te vinden.

De detectie van het afval gebeurt met fotocellen. Aan de buitenkant van de zuigbuis zijn twee gaten gemaakt, die tegenover elkaar zitten. In één gat is een lichtwerper gemonteerd, in het andere een fotocel. Beide zijn aangesloten op een elektronisch relais. Wanneer de lichtstraal onderbroken wordt door afval dat door de buis komt, schakelt de relais in voor 3 seconden. Dan schakelt het spoor van de bandrecorder om van het Papier hier naar de Dank u wel.

Geluid

De eerste Holle Bolle Gijs in 1959 is nog uitgerust met een zelfgemaakte bandrecorder die een eindeloos bandje met twee sporen bevat. Op het ene spoor staat enkele keren Papier hier en op het andere spoor Dank u wel. Omdat het bandje slechts 90 centimeter lang is en de hele dag langs de knoppen loopt, moet er wekelijks een nieuw bandje op. Het versterken van de stem gebeurt met zelfgemaakte buizenversterkers.

De Roland-SRA50 en AR-200 bij Matroos Gijs.

Vanaf het midden van de jaren zeventig wordt de overstap gemaakt van de zelfgemaakte bandrecorders naar professionele apparatuur: de Revox-recorders A77 en B77. De sporen en knoppen moeten dan echter nog steeds regelmatig vervangen en schoongemaakt worden. Eind jaren tachtig doen de digitale geluiden hun intrede in de Efteling. De eerste geluiden in het park die overgezet worden naar EPROM zijn de stem van het Kinderspoor, Baby Gijs en Tweeling Gijs. Deze geluidssystemen werden gebouwd door TED in Drunen.

In de huidige Holle Bolle Gijzen is het geluid digitaal opgeslagen op standaard geheugenkaarten, die worden afgespeeld met de geavanceerde Roland AR-200 Audio Recorder; een apparaatje dat langzaam maar zeker tot de strandaard op attractieparkgebied is gaan horen. Vroeger was nog te horen hoe een geluidsspoor halverwege een Papier hier omsloeg naar een Dank u wel, maar door de moderne geluidstechniek is het mogelijk om Gijs netjes zijn zinnen af te laten maken.

Holle Bolle Gijs buiten de Efteling

Mobiele Gijs

Mobiele Gijs wordt opgesteld bij een feestelijke gelegenheid in 1982
Mobiele Gijs in het Vondelpark voor een zwerfafvalcampagne.

Door de enorme populariteit die de attractie al vanaf de start te weeg brengt, krijgt de Efteling vanaf begin jaren zestig aanvragen binnen van evenementenorganisaties en attractieparken over de hele wereld die ook een Holle Bolle Gijs willen om van hun afvalproblemen af te komen. In 1969 wil de vrouw van de burgemeester van Rotterdam, mevrouw Thomassen, voor twee weken een Gijs op de Lijnbaan plaatsen om de bewoners van de stad tijdens het comité Rotterdam Schoon Schip bewust te maken om de stad schoon te houden. Er wordt een speciale mobiele Gijs gemaakt voor het evenement, gemodelleerd naar Speeltuin Gijs. De mobiele Gijs keert na het evenement, dat overigens een succes werd, terug in de Efteling om daar op verschillende locaties gebruikt te worden.

Wanneer Speeltuin Gijs later zelf nieuw wordt gemodelleerd, wordt ook de mobiele versie vernieuwd. Deze wordt gebruikt voor expo's en beurzen door het hele land, maar wordt ook vaak gebruikt bij het hotel en zo nu en dan in het park zelf.

Andere parken

De twee bestuursleden in Kissimmee bij twee Holle Bolle Gijzen

Holle Bolle Gijs wordt door zijn populariteit door vele parken gekopieerd in allerlei varianten. Zo staan er Gijzen in onder andere Duinrell (Wassenaar), Phantasialand (Duitsland), Parc Astérix (Frankrijk) en in de stad Osaka in Japan houden Holle Bolle Gijzen de omgeving schoon.

In september 1995 worden twee, speciaal door Henny Knoet ontworpen Holle Bolle Gijzen namens Stichting Natuurpark de Efteling gegeven aan Give Kids The World Village in Kissimmee, Florida, dat zich inzet voor kinderen die niet meer lang te leven hebben en vanuit het dorpje allerlei grote parken gratis bezoeken. Stichtingsvoorzitter Piet van Haaren brengt samen met secretaris-penningmeester K. van Laak een bezoekje aan het park met de Holle Bolle Gijzen. Hier doet Van Haaren de inspiratie op voor Villa Pardoes.

Wetenswaardigheden

  • Er is een miniatuur Holle Bolle Gijs te vinden in het Diorama, vlak voor de Stad met de Prinsenpoort.
  • In de 'buik' (de containerruimte) van de Holle Bolle Gijzen zijn rookmelders ingebouwd.[2]


Verwijzingen
  1. Kopie van notulen 21-11-1958 tot 19-12-1958 betreffende Holle Bolle Gijs, archief Eftelingnostalgie.nl
  2. NRC.nl: Orde in het sprookjesbos, interview met Efteling Security uit 2007