Sprekende Papegaai
Intro papegaai.jpg
De papegaai na de restyling van 2005
Geopend 1952
Gebaseerd op Het Stoute Prinsesje
Opgetekend door Truus Sparla en Peter Reijnders
Ontwerp Anton Pieck
Techniek Peter Reijnders
Ingesproken door Wie er maar zin in heeft
Vorige Trollenkoning
Volgende Raponsje
Sprookjesbos, overzicht

De Sprekende Papegaai, ook wel Het Stoute Prinsesje genoemd, is het achtste sprookje op de route in het Sprookjesbos. Het sprookje was één van de eerste tien sprookjes die bij de opening in 1952 aanwezig was. Het hele concept is gebaseerd op de toen relatief nieuwe techniek van bandrecorders. Er kan geroepen worden naar een papegaai op een stok, waarna enkele tellen later het geroepene op hogere snelheid weer wordt afgespeeld.

Het sprookje

Bij dit sprookje werd eerst de techniek bedacht die ingebed werd in een daarbij verzonnen uitbeelding. Het concept van een bandrecorder die bezoekersgeluiden opneemt en versneld afspeelt kwam van Peter Reijnders. Om deze techniek te kunnen gebruiken verzon hij het idee van de papegaai en een bijbehorend verhaal, "Het Stoute Prinsesje". Deze naam, en een samenvatting van het verhaal waren in 1952 ook op de plattegrond te vinden. Later werd het sprookje verder uitgewerkt door Truus Sparla.

Het sprookje verhaalt over een prinsesje dat alles en iedereen nadoet en napraat. Iedereen raakt het beu, maar het prinsesje weet van geen ophouden. Het meisje gaat op doktersadvies een boswandeling maken en komt een oude vrouw tegen. Als ze de oude vrouw, die eigenlijk een fee is, ook nadoet, wordt ze betoverd en verandert ze in een papegaai.

Ze vliegt terug naar het kasteel waar iedereen blij is met zo'n leuke sprekende papegaai, maar al snel slaat de vreugde om in droefenis vanwege het onvindbare prinsesje.

Uiteindelijk ziet het stoute prinsesje in hoe onbeleefd ze is geweest en wordt de betovering door de fee ongedaan gemaakt.

In de Efteling

De papegaai rond 2000.

Het sprookje wordt in de Efteling uitgebeeld in de vorm van een papegaai op een stok in een nisje in een bakstenen muurtje. Boven het muurtje is een leien dakje gemaakt. Naast de papegaai hangt aan de muur een klein bordje met de tekst "Spreken zolang het oog rood is". En inderdaad, alles wat gedurende die periode naar de papegaai wordt geschreeuwd, wordt enkele tellen later op hogere toon herhaald.

Eind 2011 werd er een toevoeging gedaan: elke tweeënhalve minuut spreekt de papegaai uit zichzelf, met een mannenstem, een wisselende zin uit. Onder de zinnen zijn erudiete pareltjes als "Lekker weertje, hè?", "Kiekeboe!", "Wat kan ik voor je betekenen", "Ik lust wel een neut!", "Zullen we mailen?' en "Schatje, mag ik je foto?". Deze wijziging werd niet onverdeeld positief ontvangen en werd snel weer verwijderd.

Vormgeving

Op een ansicht van eind jaren 50
Omringd door publiek (1970)

De papegaai is vormgegeven als een normale ara. Gezien de grootte en de oorspronkelijke kleurstelling is het waarschijnlijk de groenvleugel-ara (Ara chloropterus) die model heeft gestaan voor de papegaai.

Inmiddels is de papegaai een aantal keer overgeschilderd, waarbij de kleurschakeringen af en toe wat zijn veranderd en de papegaai steeds bonter werd. Na de laatste schilderbeurt in 2005 is de papegaai teruggebracht naar meer sobere en realistische oranjerode en blauwgroene kleuren. Ook is zij ingeschaduwd waardoor het verenpatroon meer benadrukt wordt, en de papegaai een realistischer uiterlijk krijgt. Bij deze restyling is ook de snavel weer gerepareerd, die daarvoor jaren kapot is geweest.

Tijdens de Winter Efteling krijgt de papegaai een kerstkrans met smakelijke pinda's.

Techniek

Reijnders bij de papegaai, 1965

De techniek achter het sprookje is bedacht door Peter Reijnders. Hij ontwierp op basis van een tweetal bandrecorders een apparaat dat zowel kon afspelen als opnemen. Omdat de band zo snel sleet, werd het mechaniek later vervangen door een ander analoog apparaat. Inmiddels werkt het sprookje met digitale apparatuur.

Inspiratie

Of het toeval is, valt moeilijk te zeggen, maar binnen een jaar na opening van het sprookje in de Efteling gaf Willy Vandersteen de hoofdrol aan een tot papegaai omgetoverde koningin in "Het Vliegende Hart". Deze Suske en Wiske-krantenstrip verscheen voor het eerst in december 1952 in het katholieke weekblad De Bond. Het is mogelijk de eerste van een hele reeks albums waarin regelmatig aan de Efteling wordt gerefereerd.

Externe verwijzingen