Zoals je de Technische Dienst het vaakst zult treffen in het park: in een accuwagen

De Technische Dienst, afgekort TD, is de afdeling binnen de Efteling die verantwoordelijk is voor uitvoerende technische werkzaamheden, zoals het oplossen van attractiestoringen, het repareren van animatronics en het aansluiten van nieuwe apparatuur. De afdeling doet dagelijks bij verschillende attracties een veiligheidscheck om vervolgens de attractie 'vrij te geven' waarna deze weer in gebruik genomen kan worden. Dagelijks krijgt de afdeling tientallen telefoontjes over allerhande technische problemen. In het park zijn medewerkers het vaakst te zien in hun accuwagen of op de fiets, rijdend door het park. De afdeling valt onder het directoraat Exploitatie onder de afdeling Techniek & Projecten.

Geschiedenis

Al in 1956 zocht toenmalig hoofd van de technische afdelingen Knuivers naar versterking

In de jaren zeventig en tachtig groeiden de technische afdelingen binnen de Efteling explosief. Met de stroom aan nieuwe attracties die vrijwel ieder jaar in het park werden gebouwd werd de vraag naar technische kennis en vakspecialisten steeds groter. De technische afdelingen waren onderverdeeld in een aantal onderdelen met ieder een eigen manager: Bart Jutte als hoofd van elektrotechniek en mechanica, Leo Pulles als hoofd van de bouwdienst en Piet Schapendonk als hoofd van de tuindienst. De werkplaats van de technische dienst was gevestigd in het pand waar tegenwoordig een deel van het Efteling Museum is gehuisvest.[1] Tegenwoordig opereert men vanuit het Gildehuys op het Dienstencentrum.

Technische Zaken

Onder leiding van Paul Beck werd in 1990 een afdeling Technische Zaken opgericht waarbij alle afdelingen die te maken hadden met techniek, werkvoorbereiding en ontwerp bij elkaar werden gevoegd. Aan het hoofd van de afdeling stond projectmanager Erik van den Brand die moest zorgen voor een strakkere samenwerking tussen ontwerp en uitvoering. Hij vertelt daarover[2]:

Ik moest proberen om én het ontwerp door te zetten maar het ook uit te zoeken met de technische jongens. Dat was wel merkwaardig, dat was lang niet zo strak georganiseerd als dat ik bij een aannemerij gewend was: de onderaannemer doet wat je vertelt. Als je tegen hem vertelt dat 'ie een gebouw op z'n kop zet, dan zet 'ie het ook op zijn kop. Maar als je bij de Efteling destijds riep dat je iets zó wilde hebben, dan zeiden ze: 'Ohja? Weet je het zeker? Want wij vinden namelijk...' en dan kreeg je gewoon hun mening.

Ik moest soms echt onderhandelen met eigen mensen, dat was heel apart. Dat was ook absoluut passie: bij de Efteling had en heeft iedereen altijd en overal een mening over en steekt dat ook niet onder stoelen of banken. Dat komt uit een bevlogenheid, bij de Efteling vindt iedereen altijd alles 'zijn pakkie an'. En dat was ook lastig. Dat heeft twee kanten. Je moet alles tien keer uitleggen, maar ook verdedigen. En het voordeel is dat je onbeperkt op mensen kunt rekenen. Toen ik later ook verantwoordelijkheid kreeg over de technische club, meer dan honderd man, moest ik er soms eerder een aantal naar huis sturen als dat ik er te kort kwam.

Tegenwoordig heet de overkoepelende technische afdeling 'Techniek & Projecten'.

Zie ook


Verwijzingen
  1. Technische plattegrond van het park, 1980 - 1981
  2. Persoonlijk gesprek met Erik van den Brand, najaar 2010