Boodschap 73x73.png

Dit artikel gaat over de uitbeelding van Doornroosje in het Sprookjesbos. Zie Doornroosje (doorverwijspagina) voor andere betekenissen.

Doornroosje
Intro doornroosje.jpg
Geopend 1952
Gebaseerd op De schone slaapster
Opgetekend door Charles Perrault / Gebroeders Grimm
Ontwerp Anton Pieck
Techniek Peter Reijnders
Figuren 5 (exclusief dieren)
Vorige Heksenpoort
Volgende Kabouterdorp
Sprookjesbos, overzicht

Doornroosje is een sprookje over een prinses die in slaap valt na een prik van een spinnewiel door een vervloeking bij haar geboorte. "La belle au bois dormant" (De schone slaapster in het bos), zoals het verhaal oorspronkelijk heet, is voor het eerst opgetekend in 1697 in de Sprookjes van Moeder de Gans door Charles Perrault, maar later ook door de Gebroeders Grimm in Kinder- und Hausmärchen.

In de Efteling is het de eerste uitbeelding op de route in het Sprookjesbos. Het is tevens één van de eerste tien sprookjes bij de opening in 1952 naar ontwerp van Anton Pieck, hoewel het tegenwoordige tafereel dateert uit 1981 en wat aanpassingen kent van Ton van de Ven. Het wordt uitgebeeld met een kasteel op een heuvel, waar bezoekers via een trap omhoog kunnen klimmen om door ramen een kijkje te nemen in de slaapkamer waar Doornroosje rust en de boze fee aan het spinnewiel zit. In de keuken slapen de koks.

Uitbeelding

Exterieur

Kasteel van Doornroosje
Bankje en fototip voor de heuvel van het kasteeltje

Bij de ingang van het Sprookjesbos staat de wegwijzer die naar het sprookje wijst. Het kasteel is pas te zien na de bocht in het pad, bovenop een heuveltje en bestaat uit vijf gestucte torens waarin zich drie kleine ruimtes bevinden. Je komt eerst een dubbele poort tegen. Ga je door de linkerpoort kom je op een lange trap omhoog richting het kasteeltje. Bezoekers die de klim willen vermijden en daarom het kasteel niet willen bezoeken, kunnen via het iets kleinere poortje rechts er ook omheen. Daarvoor bedacht Anton Pieck de spreuk

Achterzijde Doornroosje

Zijt gij soms moe of slecht ter been,
Dan kunt g'ook langs het kasteeltje heen.

die op een wegwijzer in de struiken is te lezen. In het rechterpoortje zit een bezemkast. Volg je deze route dan loop je om het heuveltje heen naar het volgende sprookje, en zie je de achterkant van het kasteeltje met twee Piecksblauwe deuren; de bovenste geeft toegang tot de techniek van de animatronics en achter de onderste zit de pompruimte voor de waterval.

Slapende wachter

De route links kiezend kom je dus op een lange trap. Halverwege deze trap is er een tweede poort waar je onderdoor moet. Na deze poort is links van het pad een slapende wachter tegen een boom te zien. De wachter is met speer en schild in slaap gedut aan de overkant van de beek die langs de trap naar beneden stroomt.

Indeling

Het kasteel lijkt qua oppervlakte veel groter dan het daadwerkelijk is. Door de tactische plaatsing van vrijstaande (en ongebruikte) torens op de buitenmuur lijkt het op afstand een fors gebouw, terwijl het eigenlijk maar uit drie kleine, aangrenzende ruimtes bestaat: de slaapkamer van Doornroosje, het torenkamertje met de boze fee, en de keuken met de koks.

De blinde muur naast de keuken is in feite de achterwand van de slaapkamer. De twee ruimtes zijn verbonden met een deur. Personeel kan de deur in de torenkamer gebruiken om binnen te komen en kan van daar naar elk van de drie ruimtes wanneer dat nodig is voor onderhoud.

Vanaf het kasteel heb je een uitzicht over de directe omgeving. ’s Winters, als de bomen kaal zijn, is een groot deel van het Sprookjesbos door de takken te zien.

Interieur

Doornroosje is in diepe rust, maar ademt

In de eerste ruimte waar we naar binnen kunnen kijken is Doornroosje op haar rijk gedecoreerde bed te zien. In haar hand houdt ze een zakdoek vast met een druppeltje bloed. De blonde prinses ademt echt; haar borsten gaan langzaam op en neer. Op de muur zijn middeleeuwse schilderingen te vinden en er is een klein glas-in-lood-raampje.

In de aangrenzende ruimte, de torenkamer, is de boze fee als een verschrompeld oud vrouwtje te zien, gehuld in lompen. Ze zit te spinnen achter een spinnewiel. De vloer is bedekt met ongesponnen wol. Door decoratieve schildjes met Franse lelies zijn merkwaardige geluiden te horen.

De kok viel in slaap tijdens een ranseling

Via een poort tussen de twee grootste torens, waar slapende kraaien op te vinden zijn, komen we aan de andere zijde van het kasteel, waar de keuken zich bevindt. Hier zijn de kok en koksjongen, beide in een diepe slaap, te zien: de koksmaat slapend op de grond, zijn meester snurkend tegen de muur. Hun diepe slaap krijgt een extra dimensie door het luide gesnurk dat uit een luidspreker klinkt die zich onder het kijkraam van de kasteelkeuken bevindt. Ze zijn spontaan in slaap gevallen terwijl de jongen op het punt stond een draai om z'n oren te krijgen. (Zie voor meer informatie: Slapende koks.)

Verspreid door de keuken vinden we een keur aan etenswaren. Grote pompoenen, een mand wortelen, zakken met granen, worstjes, kruiden en specerijen. Aan het plafond hangen een eend en een gedroogde vis. Tegen de achterzijde vinden we een grote schouw met decoratief serviesgoed. Aan het spit is een speenvarken geregen dat al flink gebraden is.

Aan de linkermuur staat een groot kabinet met daarin vazen en karaffen, en twaalf kruidenlaatjes:

Anijs Dille Basilicum
Suiker Kerry Marjolein
Peper Salie Peterselie
Mint Zout Rozemarijn

Het kasteeltje is te verlaten via een lange trap naar beneden om in het Kabouterdorp aan te komen.

Winter Efteling

Tijdens de Winter Efteling worden er enkele kleine zaken toegevoegd aan het interieur van het kasteel. Op de kist voor het raam in de kamer van de schone slaapster ligt een bos rozen met glinsteringen tussen de bladen. Boven Doornroosje hangt een maretak aan de gordijnrail. In de keuken hangt voor het spit met varken een slinger van dennentaken waar penen, knoflook en asperges in gestoken zijn. Tussen de lekkernijen vooraan zijn enkele speculaaspoppen toegevoegd.

Geschiedenis

Het affiche met de aankondiging voor de opening van het Sprookjesbos van Anton Pieck

Het kasteel van Doornroosje was dé grote trekpleister die door Anton Pieck ontworpen was voor de opening van het Sprookjesbos in 1952. Op het affiche voor de opening tekende Pieck een artistieke impressie van het kasteel, met op de voorgrond een van de herauten van De Magische Klok. Opvallend is dat het poortje onderaan de trap naar het kasteel op het affiche al voorzien is van dakpannetjes, terwijl het poortje in het park dan veel grover en puur als rotsklomp is vormgegeven. Pas in 1981 krijgt deze doorgang zijn huidige vorm.

Bouw van het kasteel

Op een kunstmatig aangelegde heuvel, aangemaakt met zand uit de omgeving, werden houten palen neergezet. Deze moesten de vijf torens van het kasteel ondersteunen. Daarna werden de muren gebouwd, trappen aangelegd en werd de heuvel beplant met bomen en heesters. In het sprookje wordt het kasteel overwoekerd door rozenstruiken, maar in het Sprookjesbos is gekozen voor klimop omdat dat sneller groeit en langer groen blijft.

Een krantenartikel uit begin 1952 meldt dat Peter Reijnders van plan was in de avonduren een heks tussen de torens van het kasteel heen en weer te laten vliegen. Het idee is nooit tot uitvoering gebracht. Misschien maar goed ook, want het zou moeilijk in de context van het sprookje te plaatsen zijn.

Interieurs en inwoners

Anton Pieck begeleidt Doornroosje naar het Sprookjesbos

In 1952 was er alleen maar een kasteel; de interieurs volgden een jaar later. In 1953 werden naar ontwerp van Pieck de keuken met de slapende kok en zijn hulpje, de schildwacht en de slaapkamer van Doornroosje ingericht. Peter Reijnders bedenkt een ingenieuze techniek om Doornroosje te laten ademen. Door middel van binnenballen van voetballen en een nepbuste weet hij de borsten van de schone slaapster langzaam op en neer te laten bewegen waardoor de illusie van een dromende prinses wordt gewekt.

Herbouw kasteel

Spinnende boze fee
Toverkol

In 1980 blijkt dat het kasteeltje serieus begint te verzakken. De bouwmethodes waarmee het onderkomen van Doornroosje destijds is neergezet waren dan ook primitief. De oude constructie bestond naast de houten palen in het zand uit niet veel meer dan gaas en vooral veel stucwerk hieroverheen. Het was na jaren serieus aan vervanging toe. Ton van de Ven zegt daarover in een krantenartikel in 1982:

Hier zie je het paleis van de Schone Slaapster. In de vorige winter hebben we het oude gebouw moeten afbreken. Toen in 1951 werd begonnen met de aanleg van het Sprookjesbos, op de plek waar vroeger de hoeve Eersteling lag, rekende niemand erop dat de Efteling een blijvend succes zou worden. De muren van de gebouwen werden gemaakt van bomen, hier uit het bos gehaald. Men deed er steengaas omheen, afgewerkt met cement. De bomen zijn inmiddels tot pulp vergaan, dus we hebben de afgelopen jaren moeten vernieuwen. Nu bouwen we conventioneel; het nieuwe paleis kan heel wat langer mee dan z'n voorganger.[1]

Er wordt snel besloten om tijdens de winter van 1980/1981 het hele kasteel af te breken, van stevige fundering te voorzien en opnieuw op te bouwen, ditmaal met echte stenen. Ontwerper Ton van de Ven ziet hierbij de kans om wat toevoegingen te doen aan het sprookje. Er komt een animatronic-robot van de dertiende fee met haar spinnewiel (met een wat mottiger uiterlijk dan de door Anton Pieck getekende statige figuur) en een nieuwe slapende schildwacht. Het interieur van de andere twee kamers wordt gedeeltelijk opnieuw ontworpen, waardoor helaas enkele fraaie slapende gezichten, die als reliëf aangebracht waren op de schoorsteenmantel in de keuken, verloren gingen.

Het kasteel krijgt een realistischer en robuuster uiterlijk. De torens krijgen een verweerder aanzicht, het pleisterwerk wordt in een andere stijl gedaan en ook de daken worden opnieuw gelegd. Het eindresultaat is een kasteel dat samen met het Spookslot getuigt van een periode in de geschiedenis van het park waarin de architectuur én de uitvoering daarvan van een weergaloze kwaliteit waren.

Latere aanpassingen

Voorheen liep men via de Heksenpoort recht op de poort voor de trappen van het kasteeltje af. In 1980 wordt de ingang tot het Sprookjesbos verschoven, waardoor men eerst een bocht moet maken voordat het kasteel te zien is. Parallel aan het pad richting Doornroosje is dan ook een tweede paadje te bewandelen met bankjes en prullenmanden erlangs. Dit pad wordt opgeheven wanneer in de voormalige Siertuin Klein Duimpje en de Reus verschijnen in 1998.

In 1997 is de schildwacht geheel vernieuwd, en kreeg hij een veel gedetailleerder lichaam. In 1999 wordt aan de voet van de trap naar het kasteel het sprookjesboek toegevoegd waarop in vier talen een beknopte samenvatting van het sprookje van Doornroosje valt te lezen.

Eind 2016 werd de boom waar de wachter tegenaan ligt gerooid en werd een nieuw jong boompje geplant. Hier ligt de wachter nu tegenaan.

Het sprookje

Oorsprong

Tekening door Anton Pieck van Doornroosje

Het sprookje is in de lage landen zowel bekend onder de naam "Doornroosje" als "De Schone Slaapster". "La belle au bois dormant" (De schone slaapster in het bos), zoals het verhaal oorspronkelijk heet, werd voor het eerst opgetekend in 1697 in de Sprookjes van Moeder de Gans door Charles Perrault. De gebroeders Grimm gaven het prinsesje voor het eerst een naam, Dornröschen, in hun Kinder- und Hausmärchen. Ze voegden er een begin aan toe, waarbij de koning en de koningin een bad nemen in de vijver in de paleistuin en een kikker hen de geboorte van hun dochtertje voorspelt, en kortten het einde in. In Perraults versie is de moeder van de prins een reuzin die de twee kinderen van Doornroosje en de prins wil doden maar hierdoor uiteindelijk zelf komt te sterven.

De versie die uit de Vlaamse verteltraditie bekend is, bevat elementen uit zowel de versie van Perrault als de versie van Grimm; in Nederland is het sprookje in de orale traditie nooit opgetekend. De versie van Perrault zelf gaat terug op een verhaal uit de Pentamerone van Basile uit 1636. De versie van de Pentamerone is echter sterk verschillend: hier prikt Doonroosje zich een aan hennepsplinter en wordt na honderd jaar in haar slaap bevrucht door de prins. Ze wordt pas wakker nadat een van haar kinderen de splinter uit haar vinger zuigt. De oorsprong van het sprookje moet wellicht worden gezocht in de Oudgermaanse mythe van de walkure Sigfrida, die zich prikt aan een slaapdoorn om door Sigurd weer tot leven te worden gewekt, nadat hij door een muur van vlammen is getrokken om haar te bereiken. De 14de-eeuwse Catalaanse tekst “Fayre de Joy e Sor de Placer” bevat eveneens een vergelijkbare basis. Hier is de vertelling opgetekend als “Troylus e Zellandine”.

De Efteling volgt in de verschillende sprookjesboeken de Grimmversie, te herkennen aan de naam Doornroosje, maar ook aan bijvoorbeeld de twaalf gouden borden waar de feeën van eten.

Samenvatting

Een koning en een koningin leven heel gelukkig bij elkaar. De enige wens die ze hebben is om ooit een kindje te krijgen. Wanneer de koningin op een dag een bad neemt in de vijver in haar rozentuin krijgt ze van een kikker de blijde boodschap te horen dat haar wens zal uitkomen. Wanneer het prinsesje geboren wordt, dopen ze haar Doornroosje, naar de vele doornrozen in de paleistuin waar de koningin dol op is. Ze geven een groot feest, waarvoor ze alle belangrijke mannen en vrouwen van het land uitnodigen. In het land leven ook dertien feeën. Nu eten feeën alleen maar uit gouden borden en omdat de koning maar twaalf gouden borden heeft, besluit hij een fee niet uit te nodigen. De twaalf uitgenodigde feeën spreken op het feest elk een wens uit voor Doornroosje, maar nog voor de laatste fee haar wens kan uitspreken, verschijnt de dertiende fee. Die is zo kwaad dat ze niet is uitgenodigd, dat ze het prinsesje vervloekt: wanneer Doornroosje zestien wordt, zal ze zich prikken aan een spinnewiel en sterven. De twaalfde fee, die haar wens nog niet heeft gedaan, kan de vervloeking niet ongedaan maken, maar wel verzachten: in plaats van te sterven, zullen Doornroosje en iedereen in het kasteel voor honderd jaar in slaap vallen.

Wanneer Doornroosje zestien wordt, ontdekt ze in een toren van het paleis een oude vrouw die draad aan het spinnen is. Wanneer Doornroosje vraagt of ze het zelf eens mag proberen, prikt ze zich aan de spoel. Alles en iedereen in het kasteel valt in slaap: Doornroosje, de koning en de koningin, de lakeien, de hofdames, de schildwachten, de kok en zijn hulpje... Honderd jaar lang is het kasteel gehuld in een diepe slaap en overal klinkt gesnurk. Omdat ook de tuinmannen in slaap gevallen zijn, groeien de doornrozen in de paleistuin steeds hoger en hoger, tot ze een grote, bijna ondoordringbare haag rond het kasteel hebben gevormd.

Wanneer honderd jaar later een prins zich een weg door de doornhaag weet te banen, het kasteel binnendringt en Doornroosje wakker kust, ontwaakt iedereen en gaat verder met zijn werk alsof er geen ogenblik is voorbijgegaan. De prins en Doornroosje trouwen en leven nog lang en gelukkig.

In de Eftelingse media

De leeftijd waarop Doornroosje zich prikt verschilt tussen de publicaties tussen 15, 16 en 17 jaar.

In het park

Locatie van het boek

Bij de uitbeelding in het Sprookjesbos staat een kunststof sprookjesboek opgesteld waarin een korte samenvatting van het sprookje staat in vier talen: Nederlands, Frans, Duits en Engels. De titel van het sprookje in deze talen luidt:

  • 20px-NLvlag.png Doornroosje
  • 20px-Fvlag.png La Belle au Bois dormant
  • 20px-Dvlag.png Dörnröschen
  • 20px-VKvlag.png Sleeping Beauty

Het werd in 1999 geplaatst en was daarmee het eerste kunststof boek dat bij een sprookje stond. Toen alle boeken van een nieuwe layout werden voorzien in 2013 werd ook dit boek vernieuwd.

Het sprookjesboek

De Nederlandse tekst:

Eindelijk kreeg het koningspaar een kindje. Een boze fee sprak een verwensing over het prinsesje uit. Op haar 15e verjaardag zou ze zich verwonden aan een spinnenwiel (sic) en sterven. Een goede fee bepaalde dat het prinsesje niet zou sterven, maar 100 jaar slapen. En zo gebeurde het! Iedereen in het kasteel viel in slaap... Langzaam groeide een ondoordringbare rozenhaag om het kasteel. Na bijna 100 jaar kwam een jonge prins en de doornstruiken weken vanzelf uiteen. Hij vond Doornroosje en kuste haar wakker...

In boeken

Gouden Boekje (2014)

In hoorspelen en luisterboeken

Sprookjes van de Efteling - deel 3 (1970)
  • Je vindt het hoorspel dat als single werd uitgebracht in de jaren zestig terug op de plaat Sprookjes van de Efteling - deel 3 (1970) en de cd Efteling Sprookjes (1992).
  • Een voorgelezen versie is te beluisteren op beide versies van Sprookjes & Vertellingen van de Efteling (1997).
  • Op de recente hoorspelen is het sprookje te vinden op Efteling Sprookjes 1 (2004), uitgebracht door ReDi Entertainment, inclusief het lied "Slapen en snurken".
  • Op de cd van D'r Waar 's (2002), wordt "De Schòòne Slaopster" verteld door Jan van Nassau.
  • De versie van Sprookjesboek van de Efteling wordt voorgelezen op de eerste cd van het luisterboek (2010).

Theater

De Musical Doornroosje
  • De Sprookjesshow (1996-1997) in het toenmalige Oosterpark sloot de voorstelling af met dit sprookje. Deze is ook verkrijgbaar geweest op cd en VHS-cassette.
  • In het Efteling Theater stond in de winter 2003-2004 de musical Doornroosje op de planken. Het was de eerste avondvullende voorstelling die het park buiten haar reguliere openingstijden plande.

Op televisie en video

Souvenirs en drukwerk

  • Het kasteel van Doornroosje staat afgebeeld op een van de tien Efteling Dukaten van Ezeltje Strek Je.
  • De ligging van het kasteel, op een heuvel vlak achter de ingang van het Sprookjesbos, was zo gezichtsbepalend dat Pieck verschillende gestileerde uitvoeringen heeft gemaakt van dit beeld voor gebruik op folders en kaarten.
  • Van het kasteeltje is ook een bouwplaat gemaakt.

Elders

In den Ouden Marskramer, 2009
  • Sinds 2009 is de souvenirwinkel In den Ouden Marskramer in sprookjesthema. Centraal in de winkel staat een opengeslagen boek waar een miniatuur van het kasteel van Doornroosje uit oprijst, inclusief schone slaapster in één van de torens. In deze versie is het kasteel wél overgroeid met rozen.
  • In het Efteling Hotel is een Doornroosje-suite te vinden.

Wetenswaardigheden

  • Ton van de Ven was als kind, bij zijn eerste bezoek aan de Efteling, het meest onder de indruk van de grote karpers in de vijvers van het park, én de bewoners van het kasteel van Doornroosje.
  • De slapende wachter heeft buitengewoon grote handen. Dit valt vooral goed te zien aan de rechterhand die absoluut niet in verhouding is met de rest van zijn lichaam.
Gedicht van de prins na 50 jaar slapen
  • In het 50e jubileumjaar werd gesuggereerd dat de prins al even langs was geweest. Achter het venster lag een perkament met het volgende opschrift:

Och ligdh nu en slaept
Mijn uutvercoren bloeme?
Och ligdi nu en slaept
In uwen eersten droome?
Ontwect u, soete lief,
Wilt voor u vehnster comen!
Staet op lief! Wilt ontfaen
Een men met sinen bloemen
 
Je Prins
 
Mijn lief tot over 50 jaeren

  • Er is een neurologische aandoening genoemd naar dit sprookje. Het 'Schone Slaapstersyndroom', officieel 'Kleine-Levinsyndroom' genoemd, is een zeldzame aandoening waar ongeveer 1 op de miljoen mensen aan lijden. Het belangrijkste symptoom is dat de patiënt heel veel slaapt (hypersomnia). Sommige lijders slapen tientallen dagen achter elkaar en worden tussentijds alleen wakker om te drinken en te plassen.
  • De weergave van Doornroosje op het bed, de tekening op de muur en het glas-in-lood raampje op de achterwand komen terug op een tekening die Pieck maakte voor het boek De Sprookjes van Grimm.[2]
  • De slapende kraaien vertonen qua vormgeving veel overeenkomsten met de kraai aan de toegangspoort van het Herautenplein, de kraai bij Opa Gijs en in het kasteeltje van de stiefmoeder van Sneeuwwitje.


Verwijzingen
  1. 'In de Efteling komt de 1001 nacht langzaam tot leven', De waarheid, 24-02-1982
  2. De Sprookjes van Grimm, 1942, uitgeverij Van Holkema & Warendorf, ISBN 90 269 0969 1.