Dit artikel gaat enkel over de figuur Langnek. Zie voor alles over de uitbeelding van het sprookje De Zes Dienaren.

Langnek in april 2013
Het tafereel van bovenaf gezien

Langnek is de bekendste figuur uit het sprookje van De zes dienaren, wat voornamelijk komt door zijn aanwezigheid in de Efteling. Het is een reus, zittend op een rots, die zijn nek uitrekt om boven de bomen te kunnen kijken. De figuur is al sinds de start van het park in 1952 aanwezig en wordt ook sindsdien als beeldmerk gebruikt. Hij duikt regelmatig op op drukwerk en souvenirs en in allerlei reclame-uitingen.

Omschrijving

Langnek is te vinden aan een pleintje in het Sprookjesbos, tussen het Kabouterdorp en Roodkapje, recht tegenover het gesloten horecapunt Kogeloog. Hij zit op een lage rots, omgeven door een grachtje en een hekje. De reus heeft een kaal hoofd met grote ronde opengesperde bruine ogen. Hij draagt een grauwgeel shirt met knopen en riem, een Piecks-groene broek en rode instappers. Om zijn nek is een rode cape gebonden die op zijn schouders rust en vast is geknoopt met een flink touw. Hij draagt rode schoenen met veters. Beide voeten rusten op de rots, de handen zitten iets achter het lichaam om in evenwicht te blijven. Het hoofd en de ogen gaan heen en weer, verschillend van elkaar. De nek daalt en rijst in een rustig tempo vanuit de kraag van de figuur. De huidige Langnek heeft een nek van 4,8 meter en is naar ontwerp van Ton van de Ven gemaakt in de tweede helft van de jaren zeventig, en heeft in 2013 een grote opknapbeurt gehad.

Oorspronkelijk was Langnek een ontwerp van Anton Pieck. Deze was iets kleiner en kende een strenger en magerder uiterlijk. In het verhaal van Peter Reijnders en in Het Efteling Sprookjesboek uit 1955 wordt een verklaring gegeven waarom Langnek in de Efteling zit. Aan het einde van het sprookje trekt hij, vergezeld door Kogeloog, naar de Efteling, omdat hij daar nooit uitgekeken raakt.

Geschiedenis

De eerste Langnek

Langnek in het midden van de jaren 50

Het sprookje opent met Langnek als één van de eerste attracties in het Sprookjesbos op 31 mei 1952. Hij heeft dan een vrij klein hoofd en een grof gezicht dat op een grove houtsnede lijkt. Hij kijkt erg streng, bijna treurig voor zich uit. Het hoofd bevindt zich op een vrij dikke nek. De dienaar draagt een stoffen capeje op zijn afhangende schouders. De rest van zijn kleding is mee gemodelleerd met het lichaam, dat in verhouding nogal gezet is, met dunne armpjes en benen die goed verraden hoe de decorateurs het gekneed hebben. De rots waar Langnek op zit is dan laag en plomp. Op foto's lijkt het alsof er nog geen hekwerkje of vijvertje is dat de figuur op afstand houdt van de bezoekers. Zijn omgeving is ook nog vrij kaal: er is geen bestrating, geen extra beplanting en geen horeca in de buurt. Ook was het sprookje nog niet te horen.

Al vrij snel, binnen een jaar of twee, wordt de figuur beter gemodelleerd. De kop wordt minder lelijk, maar kijkt nog steeds met dezelfde blik voor zich uit. Om de figuur toch op afstand te houden van het publiek wordt een laag bakstenen muurtje met prikkeldraad gemaakt, en de beplanting is gaan groeien.

Het verbeteren van het sprookje

Langnek in 2013. Het hoofd en de ogen bewegen heen en weer, de nek stijgt om de paar seconden ongeveer een meter tot de maximale lengte is gehaald. Daarna daalt de nek weer in.

In 1954 krijgt Langnek gezelschap van een flink borstbeeld van een andere dienaar, Kogeloog, waarschijnlijk in een poging om het sprookje completer te maken. Wanneer het Kogeloog-beeld precies verdween is niet helemaal duidelijk, maar op de plattegrond van 1966 is hij al niet meer aanwezig. Daarvoor in de plaats kwamen vanaf 1967 recht tegenover Langnek de galerij met het etablissement Kogeloog en Wagen Gijs. Het stoffen capeje van Langnek wordt ergens in de jaren 60 vervangen door een versie in polyester, maar het duurt nog tot in 1972 voordat de figuur een professioneler uiterlijk krijgt. De aanpassing van Langnek gebeurt in stapjes: In 1972 wordt het nieuwe hoofd geplaatst, ontworpen door Ton van de Ven. Het gezicht is ronder, gladder en gegroefder. Hoewel de open blik met laaghangende mondhoeken is gebleven, is er duidelijk verschil te zien met de toch iets strengere look van de vroegere versie van Anton Pieck. Uiteindelijk worden in 1979 ook het lichaam en de hals aangepast. Alle lichaamsdelen zijn beter met elkaar in verhouding en ogen realistischer dan voorheen. De zithouding van de figuur is plastischer geworden en daarmee veel realistischer. De nieuwe Langnek kent ook meer details, zoals de knopen op z'n blouse, de riem om z'n middel en het touw om z'n nek. De rots waar Langnek op zit wordt een beduidend stuk verhoogd.

Latere aanpassingen

Sinds 2011 kent Langnek een hardnekkig defect: Het hoofd en de ogen gaan niet langer meer heen en weer. In april 2013 wordt hij flink onder handen genomen, waarbij niet alleen dit effect weer hersteld wordt, maar ook de rots volledig opnieuw geconstrueerd wordt, de verbleekte huid opnieuw geschilderd en de beplanting aangepast.

Een stiekeme aanpassing aan het hoofd wordt gedaan in het begin van de jaren 00 wanneer in de oren van Langnek gaatjes worden aangebracht om 's winters de oorwarmers op hun plaats te houden. Later wordt er ook een ijspegel gemaakt die ’s winters op zijn neus wordt geplaatst. In 2000 wordt er een sprookjesboek bij Langnek geplaatst, en zes jaar later wordt er een kronkelend hekwerkje aangebracht om de vijver, om te water gaande kleuters tegen te gaan. Tijdens de Lente Efteling van 2004 tot 2010 werd ieder voorjaar een vlinder op Langneks knie geplaatst.

Onthoofding

In 1968 is Langnek 'van zijn hoofd ontdaan', schrijft het Limburgsch Dagblad op 22 februari van dat jaar. De Efteling vermoedde dat carnavalsvierders het sprookjesfiguur - de krant noemt hem Lange Jan - voor de grap hebben onthoofd. De daders zijn nooit gevonden.

In het sprookje

In het sprookje heeft hij een relatief kleine rol. Hij heeft een nek die zo lang is dat hij alles op de wereld kan zien; hij is dan ook degene die zijn nek uitsteekt om te ontdekken dat de prinses helemaal aan de andere kant van het koninkrijk zit. En huilt. Daarna is zijn rol uitgespeeld in het sprookje. In andere versies van het verhaal is zijn rol niet veel groter. Wanneer de prins op zoek moet naar een ring op de bodem van de Rode Zee kan Langnek deze met zijn scherpe blik zien liggen, maar omdat niemand er bij kan is het toch Heuvelbuik die de zee leegdrinkt waarna de prins de ring voor het oprapen heeft.

De naam

Bij de opening van het Sprookjesbos in 1952 was de Efteling nog onduidelijk over de naam van deze ook bij het publiek niet zo bekende figuur. Het park duidt hem onder andere aan met "De lange man", "Lange Jan" en zelfs "Bosbewaker", een naam die op een plattegrond uit 1953 te lezen is. "Lange Jan" wordt nog tot in de jaren 70 gebruikt in diverse publicaties.

Hoewel inmiddels de naam Langnek vrij duidelijk gecommuniceerd wordt door de Efteling (in het verhaal, op de schildering, in publicaties etc.), staat de figuur landelijk nog steeds bekend als Langhals of Lange Jan. Die laatste naam komt nog vaak terug in de vele bronnen over de figuur. Hij heeft echter niets te maken met het langwerpige snoepgoed of de adbijtoren van Middelburg.

In de media

Langnek Sprookjesfeest-pop

De figuur Langnek wordt op vele manieren gebruikt door het park. In de televisieserie Sprookjesboom en in de Sprookjesfeest-shows in het Sprookjesbos speelt Langnek een belangrijke rol. Hij wordt geprofileerd als wijze man en de rustbrenger in het Sprookjesbos. Hij sust ruzies en geeft goede raad.

Zie ook