Titelpagina van de Parnassuseditie uit 1943 met illustraties van Anton Pieck
Voorplat van alle delen van de Parnassuseditie

Sprookjes van 1001 Nacht, in het Nederlands ook wel Alle Verhalen van 1001 Nacht is een grote verzameling sprookjes uit het Midden-Oosten, ingepakt in een overkoepelend verhaal en daarmee dus een raamvertelling. De collectie heet in het Arabisch alf laila wa-laila, letterlijk: "duizend nachten en een nacht".

Net als de verzameling sprookjes in de Kinder- und Hausmärchen van de gebroeders Grimm hebben de Sprookjes van 1001 Nacht een zeer diverse oorsprong en zijn ze over honderden jaren ontstaan en oorspronkelijk vooral mondeling overgedragen. Bronnen van de sprookjes zijn te vinden in Perzië, het Arabisch schiereiland en tot aan India toe.

De raamvertelling die de sprookjes verbindt gaat over het arme meisje Scheherazade. De door zijn vrouw bedrogen koning Sjahriaar besluit, om herhaling te voorkomen, voortaan elke avond een nieuwe maagd te huwen en haar de volgende ochtend ter dood te brengen. Wanneer Scheherazade dit lot treft vertelt ze de koning een onafgerond verhaal, dat de volgende avond pas tot besluit komt maar dan meteen overgaat in een nieuw verhaal. Dit houdt ze duizend-en-één nacht vol, tot ze niet meer kan maar de koning besluit haar leven te sparen en haar tot zijn vaste vrouw te maken.

De bekendste verhalen in de bundel zijn:

  • Aladin en de wonderlamp
  • Ali Baba en de veertig rovers
  • Het verhaal van de visser en de djinn
  • Sindbad de zeeman

Vertalingen

De bundel kent nogal wat erotisch getinte verhalen en vertalingen zijn dan ook vaak gekuist en erg incompleet. De Brit Richard Burton publiceerde in 1850 een volledige en ongekuiste vertaling en werd prompt van pornografie beschuldigd in het toen nogal preutse Victoriaanse Engeland.

De Fransman Antoine Galland maakte de eerste Europese vertaling in twaalf delen tussen 1704 en 1715 (het laatste deel verscheen postuum in 1717) wat tevens de basis vormde voor de Turkomanie, een sterke obsessie met de Turkse en Arabische wereld in de kunst in de 18e eeuw.

Vanaf 1943 tot 1954 publiceerde de NV Uitgeefmaatschappij Parnassus uit Amsterdam een eerste complete Nederlandse vertaling onder de titel "Alle Verhalen van 1001 Nacht", vertaald uit de Franse vertaling uit het Arabisch van Jean-Charles Mardrus. Albert Helman tekende voor deze tweede-generatievertaling.

De in acht banden en zestien delen uitgegeven serie werd geïllustreerd door Anton Pieck die hiervoor honderden zwart-wit pentekeningen maakte en meer dan zestig paginagrote aquarellen die in kleur werden gereproduceerd en los in de boeken zijn geplakt. Hierop is een exotische wereld van djinns, pasjas en Arabische bouwsels te zien.

Invloed op de Efteling

Zonder twijfel is de 1001-nacht link van Anton Pieck van grote invloed geweest op de Efteling. De ontwerpen van Ton van de Ven voor Fata Morgana zijn schatplichtig aan de interpretaties van Pieck, en de bundel inspireerde ontwerpkeuzes die het park zouden vormen.

De volgende attracties en sprookjes zijn gebaseerd op of tenminste deels geïnspireerd door de Sprookjes van 1001 Nacht:

Toch is het opvallend dat geen enkel sprookje uit de bundel direct in het Sprookjesbos terecht is gekomen; hoewel de Vliegende Fakir duidelijk een magisch element is waar de bundel vol mee staat, is het sprookje hierbij ("De Tuinman en de Fakir") een eigen Eftelingcreatie die pas later bij het gerealiseerde ontwerp van Peter Reijnders en Anton Pieck werd bedacht.

Verwijzingen