Pastoor F.J. de Klijn en kapelaan E. Rietra

1933 (MCMXXXIII) is het jaar waarin Pastoor F.J. de Klijn en kapelaan E. Rietra voorbereidingen treffen om een sportpark aan te leggen, het sportpark dat later uitgroeit tot de huidige Efteling.

In de jaren dertig heerst veel werkeloosheid en voor de vele katholieke gezinnen is, behalve de jaarlijkse kermis, weinig amusement te vinden. De pastoor en kapelaan kloppen aan bij Jac. Smit, voorzitter van voetbalvereniging DESK en samen met hem pakken ze het plan op om een sportpark aan te leggen op de duin- en bosgronden ten zuiden van Kaatsheuvel.

Een jaar later gaat onder leiding van de Nederlandsche Heidemaatschappij de eerste spade in de grond op het terrein dat eerder in handen was van Parochies St.-Jan en St.-Jozef. De aanlegkosten zijn zo'n ƒ 15.000,- tot ƒ 20.000,- voor de voetbalvelden, exclusief overige kosten.[1]

Gebeurtenissen

  • De Sint Jansparochie koopt vijf hectare grond ten zuiden van Kaatsheuvel.

Geboren


Verwijzingen
  1. Henk vanden Diepstraten: 'De Efteling/Kroniek van een Sprookje' (2002), Tirion, Pagina 6