| De Prinses op de Erwt | |
|---|---|
| De Prinses op de Erwt | |
| Geopend | 2025 |
| Gebaseerd op | De Prinses op de Erwt |
| Opgetekend door | Hans Christian Andersen |
| Ontwerp | Sander de Bruijn |
| Muziek | René Merkelbach |
| Ingesproken door | Geike Arnaert |
| Figuren | Prinses(?) Adinda |
| Vorige | Rode Schoentjes |
| Volgende | Trollenkoning |
| Sprookjesbos, overzicht | |
De Prinses op de Erwt is een sprookje over een jonge vrouw wier koninklijke identiteit wordt vastgesteld aan de hand van een test van haar fysieke gevoeligheid. De Deense sprookjesschrijver Hans Christian Andersen publiceerde het verhaal in 1835 in zijn eerste bundel Eventyr fortalde for Børn met de oorspronkelijke titel "Prindsessen paa Ærten".
In de Efteling is het de zevende uitbeelding op de route in het Sprookjesbos, tussen De Rode Schoentjes en de Trollenkoning. Het werd als eenendertigste sprookje in het bos geopend in 2025. Daarvoor was de erwt wel al eerder te zien geweest in het Sprookjeskabinet. Dat stond van 1963 tot en met 2000 in het Sprookjesmuseum (wat nu het huisje van Vrouw Holle is) en van 2004 tot en met 2017 in het Efteling Museum. Daarnaast heeft de Efteling het verhaal verschillende malen uitgebracht in eigen sprookjesboeken en -platen en was het een voorstelling in het openluchttheater.
Uitbeelding
Exterieur en omgeving
Je vindt het sprookje aan een zijpad van de hoofdroute van het Sprookjesbos. Na de Rode Schoentjes stuurt een wegwijzer je linksaf naar een pleintje, waarop een klein maar hoog huisje staat, dat links en rechts aansluitend een laag muurtje heeft als begrenzing van het pleintje. Het pleintje heeft naast het huisje nog een opgemetselde border en Pieckbankjes, in dezelfde stijl als op het nabijgelegen Herautenplein.
Aan de andere kant van het pleintje loopt ook een pad zodat je daar verder kan lopen (en de Sprookjesbos-route in de wind slaan) richting Vrouw Holle. Hier sluit links de lage muur aan op een hek, wat de ingang tot het Sprookjesbos voor gasten van het Efteling Grand Hotel is.
- Het gebouwtje en zijn omgeving
Het huisje zelf sluit qua vormgeving aan bij het Grand Hotel, dat nog net door de bomen heen erachter te ontwaren is, en kan gezien worden als een kleine dependance ervan. Dit idee wordt versterkt doordat links ernaast een hekje in het muurtje zit, met erachter een plavuizenpad dat een verbinding met het hotel suggereert. Wel is het huisje duidelijk ambachtelijk gebouwd en niet geprefabriceerd.
De voorgevel van het sprookje is een klokgevel waarin dubbele openslaande deuren ruime gelegenheid geven tot naar binnen kijken. Links en rechts staan lantaarns in nisjes, boven de deuren is er een beeldje van een valet de chambre (kamerheer), met drie stuks bagage bij zich, om de relatie met het hotel te benadrukken. De rechter zijgevel is blind, de linker bevat een groot kijkraam. Het dak is van geoxideerd koper. Bovenop de schoorsteen staat een functionele windvaan van een edelhert en een geblokte vlag.
Voor de kijkramen zijn plavuizen in schaakbordpatroon aangebracht. Anders dan bij andere uitbeeldingen in het bos valt het op dat de kijkramen helemaal niet voorzien zijn van enig zonwerende oversteek. Dit maakt dat het zeker op zonnige, maar zelfs op grauwe dagen lastig is om goed naar binnen te kijken zonder gehinderd te worden door weerspiegeling in het glas.
- Details exterieur
Interieur
Het interieur wordt grotendeels ingenomen door een eiken hemelbed voorzien van draperieën en een hoge stapel van acht matrassen. De matrassen zijn luxe en een paleis waardig. Bovenop ligt prinses Adinda, een Indische vrouw met een lange zwarte vlecht. Een van haar voeten steekt onder de deken uit.
Rondom het bed staan de eigendommen van en benodigdheden voor een gast. Links vooraan staat een tafeltje met wat vers fruit en water, een kapstok waaraan de mantel van Adinda hangt en eromheen haar muiltjes en rieten koffers. Links achterin verwarmt een gietijzeren kachel de ruimte. Rechts staat een kastje met erop een ganzenveer, kaars en schrijfboek, erachter een lampetstel en tegen de achtermuur een kaptafel met spiegel.
De ruimte is verder fraai afgewerkt met bordeaux rode lambrisering, gouden sierlijsten en structuurbehang (type Anaglypta Louisa RD750) in een olijfgrijze tint. De hoeken van de ruimte achter het bed zijn afgewerkt beige pilasters met cannelures; bovenaan bevinden zich gouden kapitelen die een cassetteplafond ondersteunen met per vlak een bloemdecoratie.
- Het interieur in beeld
Vertelling
Links van de openslaande deuren staat een kistje met daarop een stolp, waarin een draaisleutel voorzien van het EGH-monogram steekt. In de stolp is een kussentje met daarop een erwt te zien. Draai je aan de sleutel, dan verdwijnt de erwt in de stolp naar onder een diafragma, wat het sprookje in beweging zet. De zojuist verdwenen erwt zie je onder de meest linker hoek van de stapel matrassen liggen. De matrasstapel zwiept vervaarlijk heen en weer omdat bovenop de prinses ligt te woelen. Ze richt zich af en toe op, met een afgepeigerde blik kijkt ze links en rechts, en gaat dan weer liggen.
Ondertussen klinkt het gezongen gedicht dat het verhaal vertelt, met de stem van de Vlaamse Geike Arnaert. Het stukje waarin ze de prinses aanhaalt is gesproken (hieronder aangegeven in groen), waarna het laatste couplet weer gezongen wordt. Overigens beschrijft het lied twintig matrassen, zoals in het oorspronkelijke sprookje, terwijl er acht te zien zijn.
Een prins zocht de ware, een echte prinses
Bereisde de wereld, maar leerde zijn les
Het lot van de liefde verloochent zich niet
Bedroefd ging hij huiswaarts, zijn hart vol verdriet
De storm sloeg de gevels, paleis voelde kil
De prins was wanhopig, zo eenzaam en stil
Plots hoorde hij: op de poort werd gebonsd
Daar trof hij een meisje, doorweekt en verslonst
Gegrepen door liefde verloor hij de moed
Was deze logee wel van koninklijk bloed
Een erwt werd verstopt onder twintig matrassen
Zou zij dit 's nachts merken, zou zij hem verrassen
De volgende ochtend zei de prinses:
Mijn hemel, wat lag er toch in mijn bed?
Ik heb geen oog dichtgedaan
Ik heb op iets hards gelegen
En de prins dacht:
Zoals je bent is hoe ik je zie
Geen mantel of kroon, geen symfonie
't Is je zachte blik, je oprechte stem
Jouw goedheid van binnen, maakt jou wie je bent
Verwijzingen naar Andersen
Waar bij eerdere uitbeeldingen van Andersen-sprookjes de focus uitsluitend lag op het betreffende verhaal, is bij de Prinses op de Erwt de kans gegrepen om in het tafereel veel verwijzingen naar de beroemde schrijver zelf aan te brengen.
Aan de muur hangt knipkunst in ovalen lijstjes - verwijzend naar een bekende bezigheid van Andersen naast het schrijven. De knipkunst links naast het bed verwijst naar zijn sprookjes Het Lelijke Jonge Eendje (een eendje en een zwaan) en waarschijnlijk Duimelijntje (een meisje op een waterlelieblad).
Op een plankje aan de rechter muur ligt een hoge hoed zoals hij die droeg, liggen perkamentrollen met schrijfsels, en het meest specifiek: aan de haakjes hangen een schaar (voor de knipkunst) en een touw, dat Andersen altijd op zijn reizen meenam omdat hij bang was ergens niet meer uit te kunnen.
Winter Efteling
Tijdens de Winter Efteling wordt in het interieur heel toepasselijk een bord erwtensoep voor de prinses klaargezet. Ook staan er dan met bont gevoerde muiltjes.
Geschiedenis
Het Sprookjesmuseum
De erwt was te vinden in het kabinetje van het Sprookjesmuseum, dat later verhuisde naar het Efteling Museum aan het Anton Pieckplein. In het kabinet waren zes vitrines met ieder een attribuut uit een sprookje te zien. De erwt zat vastgeprikt op een paars fluwelen kussen. Op een schetsje van Anton Pieck dat staat afgebeeld in Kroniek van een Sprookje is te zien dat hij aanvankelijk een groen kussen met een geborduurd patroon en grote kwasten had ontworpen.
Bij het sprookjesattribuut stond een aquarel van Anton Pieck van de scène uit het sprookje waar de erwt een rol speelt. We zien de prinses rechtop in haar hemelbed zitten op een stapel van vijf matrassen, waaronder de erwt zichtbaar is. Naast Piecks tekening staat in gotisch schrift:
De Prinses op de Erwt
De hele nacht heb ik geen
oog dicht gedaan en
wist niet wat er met het
bed was.
Ik scheen op iets hards te lig-
gen en mijn hele lichaam is
bont en blauw vanmorgen
Het is vreselijk!!
Het Sprookjeskabinet verdween uit het Efteling Museum in 2017 en de acht jaar daarop was het sprookje dus niet meer uitgebeeld in de Efteling.
Terugkeer naar het Sprookjesbos
Op 24 juni 2024 maakte de Efteling bekend dat De Prinses op de Erwt het eenendertigste sprookje in het Sprookjesbos zou worden, te openen in voorjaar 2025. De plannen hiervoor waren al veel ouder. Het werd door insiders genoemd als een mogelijk te bouwen sprookje in de noordwestelijke hoek van het Sprookjesbos, maar daarvoor in de plaats kwamen twee andere Andersen-sprookjes: Het Meisje met de Zwavelstokjes (2004) en De Nieuwe Kleren van de Keizer (2012). De komst van het Efteling Grand Hotel in 2025 vlak buiten het Sprookjesbos was aanleiding om dit sprookje, dat met de thematiek van slapen aansluit bij de verblijfsaccommodatie, alsnog te realiseren.
Ontwerp
Het sprookje werd een klein huisje gelegen aan een nieuw pleintje tussen de Rode Schoentjes en de Put van Vrouw Holle, met de rug naar het Efteling Grand Hotel. Uitgangspunt was een dependance of paviljoen van het hotel. Hiermee wilde men het hotel ook voor parkbezoekers die er niet slapen een rol te geven in de beleving, door het zichtbaar erachter liggend pand een functie te geven in de totale uitbeelding. Niettemin klopt het nog niet helemaal: het hotel wordt gepresenteerd als hotel, terwijl in het sprookje sprake zou zijn van een paleis waarbij de prinses aanklopt.
Aanvankelijk tekende ontwerper Sander de Bruijn een achtkantige theekoepel, met een boldak van geoxideerd koper aansluitend bij de koepels op de torens van het hotel, en ramen rondom waar je dankzij kleine trappetjes door naar binnen kon kijken. Naast het huisje werd een toegangshek bedacht die gasten van het hotel toegang tot de Efteling geeft. De poort kwam er als zodanig, maar het ontwerp voor het huisje bleek budgettair niet haalbaar.
Hij kwam daarom uit op een huisje met vierkante grondvorm, waarbij de klokgevel het bepalende element is. Dit is niet voor het eerst in de Efteling, en qua hoofdvormen doet het ontwerp denken aan dat van de Stenen Kip: klokgevel, haaks zadeldak met links een schoorsteen, en twee lantaarns in nissen. Het is wel wat groter van stuk en werd aangekleed met stijlelementen van het achtergelegen hotel om hierbij aan te sluiten als ware het een dependance. In deze versie hadden de gevels aanvankelijk nog trappen, die om begrijpelijke toegankelijkheidsredenen geschrapt zijn. Ook aan het als definitief gepresenteerde ontwerp is nog wat gewijzigd vanwege bezuinigen. Het haakse zadeldak werd een kwartslag gedraaid zodat het gebouw een slagje eenvoudiger werd en de gevels aan de zijkanten lager konden blijven.
Voor het interieur liet De Bruijn zich inspireren door de aquarel die Anton Pieck maakte voor het Sprookjeskabinet. Het is, afgezien van een erwt op een kussen die hij tekende voor datzelfde kabinet, het enige zover bekende werk van Pieck rond dit sprookje. Op de gepresenteerde ontwerptekening werd een silhouet van deze aquarel achter de ramen van het gebouwtje geplakt.
Het interieur is verder niet overdadig, maar doelmatig en subtiel ingericht. Er werden wel veel verwijzingen naar Hans Christian Andersen in aangebracht, alsof deze hier ook een regelmatige gast was, tevens aansluitend bij de Scandinavisch geïnspireerde vormgeving van hotel en paviljoen.
Prinses Adinda is een prinses met een Indisch uiterlijk, wat in het verhaal past omdat ze een prinses is die van ver komt reizen en ter plekke onbekend is. Ten tijde van de opening werd er gewag gemaakt dat het de eerste niet-westerse personage in het Sprookjesbos was, maar daar is wel wat op af te dingen - de Indische Waterlelies en de keizer van China maakten bijvoorbeeld ook al lang deel uit van het bos. De naam Adinda is tijdens een brainstorm bedacht door Mark van Haasteren, en geniet in de Lage Landen bekendheid door het verhaal van Saïdjah en Adinda in Max Havelaar van Multatuli.
Bouw en opening
De bouw startte in oktober 2024 en duurde tot mei 2025. Het beeldje van de kamerheer werd vormgegeven door Patrick van den Nieuwenhuizen en gedecoreerd door Charlotte Claasen, en sluit qua stijl aan bij bijvoorbeeld de Reiziger.
Op 12 en 13 mei werden er previews gehouden voor abonnementhouders. Tijdens de previews en de openingsceremonie werd 'De Enige Echte Prins & Prinsessen Tester' uitgedeeld: een papieren zakje met op de voorkant gebruiksinstructies en een reproductie van Piecks tekening, aan de achterkant dichtgemaakt met een glimmend gouden zegel waarop te zien het Huis van de Vijf Zintuigen, een Efteling-E en een groene erwt. Het zakje bevatte één droperwtje met muntsmaak.
Het nieuwe sprookje werd officieel geopend op 14 mei. Na een korte introductie door een lakei en in de aanwezigheid van enkele andere Sprookjesfiguren trok een peuter een doek voor het sprookje weg en zette haar zusje het sprookje even voor tien uur voor het eerst in beweging.
Techniek
De techniek van de bewegende matrassen werd bedacht door Willy Schuurmans van Schuurmans Metaalbewerking, een bedrijf dat verschillende metaalprojecten voor de Efteling heeft uitgevoerd, en verder uitgewerkt met Stan Dingemans van de Efteling. Willy Schuurmans overleed in 2023, en heeft het effect dus niet in definitieve vorm kunnen aanschouwen. Het idee voor het sprookje, de komst van het hotel en de beschikbaarheid van een werkende techniek voor de matrassen waren samen doorslaggevend om tot realisatie over te kunnen gaan.
De maximale kanteling per is matrasframe 5°, en de totale maximale kanteling 25°. De onderste twee matrasframes hebben een starre verbinding. Een controlepaneel voor het sprookje is weggewerkt in het kastje rechts in de scène met de ganzenveer en kaars erop.
Muziek en vertelling
Bij het sprookje is geen gesproken, maar een (grotendeels) gezongen vertelling te horen. Ontwerper Sander de Bruijn wilde na het overlijden van de bekende Sprookjesbos-stem Wieteke van Dort niet iets dat erop leek, want er 'bestaat geen tweede Wieteke', maar juist iets geheel anders. Vandaar dat men uitkwam op een gedicht, gezongen met Vlaams accent. De Bruijn was gecharmeerd van Geike Arnaerts uitvoering van de Top 40-hit Zoutelande die ze samen met BLØF opnam. Karel Willemen schreef de tekst van het gedicht.
De muziek erbij is van huiscomponist René Merkelbach. De melodie is overigens niet geheel nieuw, maar was al te horen in de kadermuziek van de Aquanura-show Efteling Symphonica die een half jaar daarvoor in première ging. Hiermee worden de elementen van het entreegebied Aquanura - Grand - Erwt in één doorlopend muzikaal thema gevat.
De muziek is ook gelijk met de opening uitgegeven als single op verschillende streamingdiensten. Naast de vertelling is ook de omgevingsmuziek onder de naam 'Schoonheid in de Schemer' opgenomen, een nummer dat -passend in het 'klok'-thema van het entreegebied- klinkt alsof het door een speelklok wordt uitgevoerd. Tot slot de ballad Zoals Je Bent, waarin Arnaert een variant op de vertelling zingt.
| De Prinses op de Erwt - Single | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Nr. | Titel | Duur | |||||||
| 1. | "De Prinses op de Erwt" (René Merkelbach, Geike Arnaert) | 2:02 | |||||||
| 2. | "Schoonheid in de Schemer" | 3:31 | |||||||
| 3. | "Zoals Je Bent" (René Merkelbach, Geike Arnaert) | 3:20 | |||||||
| 8:53 | |||||||||
Het sprookje
Oorsprong
Hans Christian Andersen (1805-1875) bracht zijn eerste bundel sprookjes Eventyr fortalde for Børn uit in 1835. Naast "De prinses op de erwt" bevat het ook "De tondeldoos", "Kleine Klaas en grote Klaas" en "De bloemen van kleine Ida". De meeste sprookjes die Andersen schreef bedacht hij zelf, vaak gebruikmakend van bekende motieven. Dit sprookje is hierop een uitzondering. Andersen had het verhaal als kind gehoord. Het vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in een volksverhaal, mogelijk afkomstig uit Zweden, want het is niet bekend in de Deense mondelinge overlevering.
Samenvatting
Het verhaal vertelt over een prins die wil trouwen met een echte prinses, maar moeite heeft met die te vinden. Er is altijd iets mis met de prinsessen die hij treft. Op een stormachtige nacht klopt er een jonge vrouw aan bij het kasteel van de koning, waar ook de prins woont. Ze beweert een prinses te zijn, en de prins wordt verliefd op haar. De koningin vertrouwt er echter niet op dat het wel een echte prinses is. Ze biedt de jonge vrouw aan om zich te komen verschonen en te blijven slapen. Op het logeerbed stapelt ze twintig matrassen en twintig dekbedden op. Helemaal onderop plaatst ze een erwt.
De volgende ochtend vertelt de jonge vrouw over de slapeloze nacht die ze heeft gehad. Haar lichaam ziet bont en blauw. Ze is de hele nacht wakker gehouden omdat ze op iets hards lag. De prins is verheugd om dat te horen, want alleen een echte prinses zou de gevoeligheid hebben om een erwt te voelen door een dergelijke hoeveelheid van beddengoed. De twee gaan daarop snel trouwen en leven nog lang en gelukkig.
Het verhaal eindigt met de erwt in een museum, die volgens de verteller vandaag nog steeds wordt tentoongesteld, tenzij iemand deze heeft verwijderd.
Verschillende versies
In de meeste versies van het verhaal wordt er één erwt gebruikt, maar het aantal matrassen en dekbedden of kussens kan wel eens verschillen. In sommige versies heeft de prinses een hulpje. Deze vertelt de prinses om te doen alsof ze slecht sliep.
Het einde met de erwt in het museum komt niet altijd voor. Het Efteling-luistersprookje uit de jaren zestig bevat het einde, maar vreemd genoeg is het door Gerrie van Dongen en Ad Grooten niet opgenomen voor de versie in Sprookjesboek van de Efteling (2009), terwijl in de Efteling destijds de erwt juist wel in een museum te vinden was.
Eftelingse twist
Sinds de introductie in het Sprookjesbos in 2025 hanteert de Efteling een aangepaste versie. Men realiseerde zich dat haar afkomst het enige criterium is waarop de geschiktheid als vrouw beoordeeld wordt, mogelijk twijfelachtig gevonden wordt. Het sprookje wordt niettemin als het is uitgebeeld, alleen bevat de vertelling een twist: pas als de hele test is uitgevoerd, realiseert de prins zich op wonderlijke wijze opeens dat dat er niet toe doet en dat haar blik, stem en innerlijke goedheid is wat hij tof vindt.
Deze versie is tot nu toe, behalve in de uitbeelding in het bos, alleen gepubliceerd in een boekje dat bij de Decemberpostzegels van 2025 werd weggegeven.
In de Eftelingse media
In boeken
- Het sprookje is zoals gezegd te vinden in Sprookjesboek van de Efteling (2009).
- Het is één van de vier mini-boekjes in de boxset Efteling Juweeltjes (2011).
- In de tweede reeks Efteling Gouden Boekjes (2016) werd het opgenomen als vierde deel, met illustraties van Coen Hamelink. Het is ook opgenomen in de op deze boekjes gebaseerde De Efteling Sprookjes Omnibus uit 2022.
- Het boekje Sprookjesboek vol Decemberzegels, een cadeau bij aankoop van de Decemberpostzegels in 2025, bevat ook het sprookje. Het begin is een ingekorte tekst uit het sprookjesboek van 2009, maar het eind is juist uitgebreid om te vertellen hoe de prins toch op haar innerlijk verliefd was geworden. Het is voor het eerst dat deze nieuwe twist in druk verscheen.
- Het sprookje, of enige verwijzing daar naar, staat niet in het boek Sprookjes uit het Efteling Grand Hotel (2025), ook al is de uitbeelding in het Sprookjesbos expliciet gekoppeld aan dit logement.
In luistersprookjes
- Een luistersprookje van "De prinses op de erwt" werd in de jaren zestig uitgebracht door CNR als de tweeëntwintigste single. Op de cover werd een foto gebruikt van de slapende Doornroosje. Deze versie van het sprookje is een bewerking door Bob Venmans. Het volgt de versie van Andersen getrouw, maar er zijn enkele conversaties toegevoegd om het verhaal een gelijke lengte te geven als de andere luistersprookjes. Het werd in 1970 op de plaat Sprookjes van de Efteling - deel 5 gezet, en kwam in 1992 uit op de cd Efteling Sprookjes - deel 4.
- Het is het laatste sprookje in de serie hoorspelen met liedjes van ReDi Entertainment. Het werd uitgebracht op Efteling Sprookjes 6 (2006), met het liedje "Lekker springen op m'n bed".
- De versie van Sprookjesboek van de Efteling wordt voorgelezen op de tweede cd van het luisterboek (2010).
Theater
- De Prinses op de Erwt was een show in 1999 en 2000 die, afgewisseld met een andere show, opgevoerd werd in het Sprookjesbostheater.
Elders
- In de Hans Christian Andersen-suite in het Efteling Hotel (2005-2023) was een erwt in een kabinetje in het zitgedeelte te vinden, als referentie aan het sprookje.
- De kamerheer die als beeldje boven de deuren van het huisje staat, is in miniatuurversie te spotten op een perron in het Diorama.