De LaafLoop was een audiotour door het Lavenlaar. De rondleiding was te koop op een cassettebandje, duurt ruim 32 minuten en is ingesproken door Henk Molenberg in de rol van Meester Lavi. Op de achterzijde van de tape wordt het verhaal van de Laven verteld, zoals ook te horen is in het Loerhuys. De toer was in het Lavenlaar te beluisteren op te huren walkmans. In het doosje van het bandje dat ƒ 7,50 kostte zit een kaartje van het Lavenlaar en de te volgen route.

Er waren ook versies in het Engels, Frans en Duits. De tour werd vrij snel weer afgeschaft wegens een groot aantal kapotte walkmans maar ook omdat er veelal één walkman per familie gehuurd werd waardoor de rondwandeling niet echt uit de verf kwam.

Rondleiding

De rondleiding wordt zogenaamd verteld door Grootmeester Lavi, de onderwijzer in het Leerhuys. De rondleiding voert de luisteraar langs achtereenvolgens de toegangspoort, het Vleugelhelmhuys, het Lavenlaak, Lot's Kraamhuys, de tuin met oeroude boomstam, de lachspiegels, Lal's Brouwhuys, het Leunhuys met het nest van de liervogel, het Loof en Eerhuys, het Lurk en Limoenhuys, het Lavelhuys, het Leerhuys, het Glijhuys, het Lariekoekhuys, het Lachhuys, het Leedhuys en tot slot het Loerhuys. Ondertussen vertelt Lavi ook van alles over de Laven en hun geschiedenis.

Enkele Laven worden bij naam genoemd. Behalve Lavi zelf, komen Oermoeder Lot, Vader Laaf, Larfkes, Lal, Lorrenloet, en de gebroeders Luim aan bod.

De rondleiding begint met de speeldoosmuziek die ook speelt in het Diorama. Deze muziek is ook to horen tijdens de wandelstukjes tussen de gebouwen. Een ander, meer electronisch speeldoosriedeltje is te horen als pauzemuziekje. Dit is de indicatie dat het bandje even gestopt kan worden om een huisje op het gemak te kunnen bekijken.

Vertelling

De tekst is vermoedelijk geschreven voor Ton van de Ven. De tekst heeft de prettige cadans, dooraderd met de dromerigheid en grammaticale onjuistheden die we ook kennen uit zijn teksten voor Het Meisje met de Zwavelstokjes, Raponsje en zijn diverse interviews.

Bovendien spreekt uit de tekst de trots voor het ontwerp en de constructie van het Lavenlaar. Zo wordt over het Lariekoekhuis gezegd: "Het is de vleesgeworden droom van een romantisch artiest". De bouwkunde van Jan Verhoeven wordt ook geprezen: "Het Glijhuys, want daarover heb ik het, geniet een niet aflatende belangstelling van jong en oud. Terecht overigens, want het is een ingenieus gebouw. Het hoort thuis in een speeltuin, maar dankzij inbreng van bouwkundig meesterschap is het uitgegroeid tot een volmaakte parel."

Transcriptie


Beluister de LaafLoop

(speeldoosmuziek)

Alaaf, Alaaf, driewerf Alaaf!

Voor zover ik mij kan herinneren hebben wij, 't Volk van Laaf, onze bezoekers altijd op deze wijze verwelkomd. Driemaal Alaaf. Van harte welkom dus, want u bevindt zich vlak voor de hoofdingang van onze nederzetting, hier in de Efteling. Tijdens uw bezoek zal ik u begeleiden op uw reis door onze geschiedenis, die miljoenen jaren geleden aanving. Op het kaartje op het doosje kunt u de route die we gaan lopen terugvinden. Terwijl we naar de verschillende huisjes toelopen, zal ik u er het een en ander over vertellen. Als u een muziekdoosje heeft gehoord, zoeen als deze,

(pauzemuziekje)

dan kunt u het bandje even stilzetten om op uw gemak een huisje van binnen te bekijken. Maarrr laat ik mij eerst even aan u voorstellen. Mijn naam is Grootmeester Lavi en ik ben verantwoordelijk voor het onderricht van de laven. Ik werk dus in onze school, het Leerhuys, daar zullen wij elkaar straks ongetwijfeld ontmoeten. Wuift u dan even? Alvast bedankt. Goed, nu we elkaar hebben leren kennen, kunnen we samen naar binnen gaan. Gaat u mee?

We hebben rond onze nederzetten een muur gebouwd om het u als bezoeker gemakkelijk te maken, maar ook om de sprookjesachtige sfeer van het Lavenlaar te beklemtonen.

(speeldoosmuziek)

Dit is het dus. Terwijl u om u heenkijkt, vertel ik iets over onze geschiedenis. Miljoenen jaren geleden woonden wij hier heel ver vandaan, in het hoge noorden, nog een heel eind boven de Noordpool. Het was daar toen helemaal niet koud. In tegendeel. De natuur overstelpte ons met al het lekkers dat de warme zon en de gulle aarde ons schonken. Het was een paradijselijk bestaan. Dat duurde zo tot op een dag een natuurramp ons overviel. IJskoude sneeuwregens en stormwinden joegen wekenlang over het land. Zelfs de zon hing erbij als een hoopje ellende en treurde om onze wanhoop. Wij Laven kunnen namelijk niet tegen de koude, dan gaan we dood, of zoals wij zeggen, wij leggen het Grote Lood. Wat moesten we doen, de hele aardbodem leek op een reusachtige klomp ijs. Toen er geen redding meer mogelijk leek kreeg Grote Laaf, ons aller aartsvader, een limuneus idee. Hij riep ons tezamen en stelde voor een diep gat te graven in de aarde. Dat was de enige uitweg om aan de koude te ontsnappen. En het is ons gelukt. Wij groeven en kapten ons een weg tot diep in de buik van de aarde. Het was een weg naar een nieuw land, maar tegelijk een onbekende weg naar een nog onzekerdere toekomst. Dit alles gebeurde lang, heel lang geleden. En sindsdien zijn we onderweg geweest, hebben we rondgezworven. We bleven dolen, want nergens troffen we gedurende onze toch levensvoorwaarden aan die ons bevielen. In tegendeel, hoe meer we de aarde doorkruisten, hoe meer we vaststelden dat de mensen er een puinhoop van hebben gemaakt. Tot we hier, diep onder de grondoppervlakte, warme menselijke signalen opvingen. En naarmate wij de aardoppervlakte naderden, vervulde zich dat sein van vriendschap en liefde tot een ware stroom die ons verdriet verdrong en onze harten verwarmden. Toen wisten wij met zekerheid dat we eindelijk een nieuwe thuiskomst konden vieren. Eindelijk, en gedreven door een ontembaar geluk, hebben we ons een weg naar boven gegraven en het is hier een groot feest geworden, dat begrijpt u wel. Straks zal ik u de put laten zien, en ook het laddertje, waarmee we hier zijn bovengekomen. Deze bevinden zich nog in het Loof en Eerhuys. Als we nu even achteromkijken naar de hoofdingang, zien we links het Slakkenfietsstation en rechts als het ware aanleunend tegen de ingang, het Vleugelhelmhuis. Het lijkt wel een uitkijktoren van een middeleeuwse vesting en de wonderlijke dakconstructie doet denken aan een Chinese soldatenhelm. Maarrr, deze indruk is bedrieglijk, er is niets militairistisch aan. Nergens, maar dan ook absoluut nergens in ons Lavenlaar, treft men dergelijke invloeden aan. Daarover mogen geen misverstanden bestaan. Wij houden van goede luim en lekker eten en drinken. Onze gebouwn getuigen allemaal van spontane en kundige fantasie en levensvreugde. Zo zijn we zelf ook.

Maar laat ik aanvangen met het begin. Het lavenleven begint in het Kraamhuys, waar de Lavenbaby's door de liervogel aan de goede zorgen van Oermoeder Lot worden toevertrouwd. De liervogel heeft voor ons Laven dezelfde betekenis als de ooievaar bij de mensen. Maar ook hem komen we straks op onze tocht nog tegen.

Nu als onderwijzer, reken ik het tot mijn verantwoordelijkheid, u erop te wijzen, weleens andere woorden gebruiken dan u. Zo noemen wij onze baby's 'Larfkes', en hun naveltje is het laveltje. Deze kleine taalverschuivingen willen wij in stand houden omdat we daarmee ons eigen karakter behouden. Terwijl we in de richting van Lot's Kraamhuys wandelen, passeren we het Vleugelhelmhuys, en gaan via het bruggetje over het Lavenlaak.

(speeldoosmuziek)

Het Lavenlaak is veel meer dan je nu kunt zien. Het is onze privé-waterloop, waarvan we de bron diep in de aarde hebben ontdekt. Dit water bezit twee uitzonderlijke, belangrijke kwaliteiten: het is zo zacht als de donzen pels van een lammetje en het geurt als een dauwvroege ochtend van een zomerse feestdag. Daarom ook gebruiken wij het bij de bereiding van Lurk en Limoen in het Brouwhuys en voor de aanmaak van onze Laafse koeken en taarten in het Lariekoekhuys. Voor we het Kraamhuys betreden moet ik nog vertellen dat de liervogel in al zijn ijver soms overdrijft. Hij durft weleens drie, vier larfkes tegelijk bij Oermoeder Lot af te leveren. Dan is het wel erg druk in het anders zo rustig Kraamhuys. Zo zult u ook nu zien hoe drie larfkes tegelijk hun eetlust in gematigde gulzigheid botvieren. Maar niet alleen daarvoor is een bezoek van de Laven aan het Kraamhuys noodzakelijk, nog opvallender is de aanwezigheid van een heel oude Laaf, helemaal rechts, vooraan in het Kraamhuys. Hij heeft zijn ronde buik behoedzaam blootgelegd. Zo ligt hij te wachten om Van Lotje Getikt te worden. Dat is nodig om een nieuw lavenleven te kunnen beginnen, want wij Laven sterven niet als we oud zijn, wij leggen het loodje. Daar is niets ergs of vervelends aan, als het zover is komen wij naar het Kraamhuys, Moeder Lot tikt ons op ons laveltje en daarna vangt ons leven weer van voren af aan. Oh ja, nu u op het punt staat om naar binnen te gaan; de foto aan de muur is Stamvader Laaf. Ik spreek u weer als u het Kraamhuys bezocht heeft. Tot zo.

(pauzemuziekje)

Het ijs is gebroken. Uw eerste bezoek zit erop. Alleen, ik ben u vergeten te vertellen dat Oermoeder Lot de enige vrouw onder de Laven is. Maar terwijl ik u dat verhaal vertel, kunt u rustig even van deze prachtige tuin genieten en wat uitrusten op de oeroude boomstam hier, die wij uit het hoge noorden mee hebben gebracht.

Zo, Oermoeder Lot is dus de enige vrouw in onze samenleving. Sommige mensen vinden dat een beetje zonderling, doen er smalend over, of nog anderen maken er allerlei ongepaste grapjes over. Dat is hier niet op z'n plaats, want Oermoeder Lot is de goedheid zelve. U hebt zelf met eigen ogen kunnen zien hoe haar gelaat vervuld is van warmte en vriendelijke tederheid. En alleen diegenen die haar diepste geheim kennen, merken een lichte waas van weemoed in haar ogen, ontstaan door een diep verdriet dat diep in haar opgesloten ligt en dat ze daar nooit meer kwijt zal raken. Dat komt doordat ze soms met haar gedachten, bij haar overleden man, Vader Laaf, vertoeft. Uitgerekend hij is de enige die destijds, toen de grote koude ons overviel, het Grote Lood heeft gelegd, en dus gestorven is. Wat haar bovenal pijn doet, is dat Vader Laaf is vastgevroren in de oprukkende ijsmassa terwijl hij naar haar zocht. Met onze laatste krachten hebben wij toen Vader Laaf uit het ijs losgehakt en meegevoerd. En nadat wij een groot, gouden beeld van hem gemaakt hadden, hebben we in het licht van onze tranen voor altijd afscheid van hem genomen. Zijn beeld hebben we op onze toch overal mee naartoe genomen. Het is nu hier opgesteld in het Loof en Eerhuys, dat we ook nog zullen bezoeken.

We gaan nu naar links, door het poortje, op weg naar Lal's Brouwhuys. Om ons en ons levensoptimisme beter te kunnen begrijpen, hebben we speciaal voor u doorkijkspiegels ontworpen. Die komen we nu tegen en daar lopen we dus niet zomaar aan voorbij. Want die spiegels geven ons de gelegenheid om een beter inzicht in onszelf te krijgen. Datzelfde kunt u nu ook ervaren. Kijk er dus in. Ga er vooral niet onmiddelijk aan voorbij, maar kijk en u voelt hoe stilaan een Laafse lust ook u overvalt. Hier wordt als het ware een koffertje boordevol reisverbeelding aangereikt, zodat u nog beter gewapend bent om uw ontdekkingstocht in onze cultuur voort te zetten. En dat wilt u toch?

Hierna lopen we naar Lal's Brouwhuys, en daar zal ik u alles vertellen over dit voor ons heel belangrijke gebouw.

(pauzemuziekje)

Hier, bij Lal's Brouwhuys is een monumentale trechter, die het water uit het Lavenlaak met een gulzige mond naar zich toezuigt en het voorstuwt naar binnen om het te gebruiken bij de bereiding van onze befaamde dranken, de Lurk en Limoen. Deze trechter is een voorbeeld van Laafs vernuft en op het resultaat mogen we terecht trots zijn. Het is tegelijkertijd één van onze speelse signalen die uw fantasie willen prikkelen. Dat deden de spiegels waarin u net keek ook, nietwaar? In onze brouwerij, want zo kunnen we het echt wel noemen, ziet u hoe Lal zelf, met grote zorg, de Lurk en Limoen controleert. Ik hoef u nauwelijks te vertellen dat alles wat er bij dit productieproces komt kijken natuurlijk zuiver is. Het arbeidsproces kent u wel: wassen, persen, gisten, bottelen en bewaren. Voor de liefhebbers van een degelijk streek- of abdijbier produceren wij onze onvolprezen Lurk en voor al diegenen die hun dorst graag alcoholvrij lessen, maken wij Limoen: een goudgele, fruitige frisdrank. Over de samenstelling van de recepten vertel ik u liever niets. Niet uit geheimdoenderij of argwaan, maar weten schaadt de charme van het smaken, vinden wij. Zullen wij nu maar eens naar binnen gaan?

(pauzemuziekje)

Nu gaan we naar de kern, het centrale punt, het kloppend hart van onze nederzetting: het Loof en Eerhuys. Om dat te bereiken moeten we onder het Leunhuys door. Het staat er zomaar en is er gekomen door een dwaze gril van Lorre Loet. Hij is onze -euh- voddenboer en vond dat er een gebouw moest komen, zomaar zonder meer, dat nergens voor diende.

En toch, als we even stoppen midden onder het Leunhuys, en omhoogkijken, zien we helemaal bovenaan onder de nok van het dak, een groot vogelnest. Daar verblijft nu de liervogel, onze ooievaar, weet u wel? Spijtig genoeg is hij overdag zelfden thuis, en de kans dat wij hem daar aantreffen is dus bijzonder klein. Aanzienlijk groter is de kans dat u hem hoog in de lucht boven het Lavenlaar opmerkt. Ach, u herkent hem onmiddelijk aan zijn grote, rustige vleugelslag en zijn buik die getooid is met alle kleuren van de regenboog. Boven zijn hoofd draagt hij een kristallen aureooltje en in zijn bek houdt hij met grote waardigheid het lichtblauwe blad van de Laviusboom, dat de vorm heeft van een kinderwiegje. Als hij laag genoeg vliegt hoort u hem ook. Hij neuriet onafgebroken de Laafse wiegeliedjes. Sierlijk en beheersd, het paradepaard van de gouden zonnewagen, zo zweeft hij met zijn kostbare lading tot bij het Kraamhuys. Als u hem ziet luiden de feestklokken, want dan is er immers weer een Laafje bij.

Terwijl we onze wandeling voortzetten, één oog spiedend in de lucht, komen we bij het Loof en Eerhuys. Hiervoor gaan we door de linker muur. Pas op dat u zich geen buil stoot, want het poortje is Laafs laag, ha ha.

Wat dit gebouw voor ons Laven betekent, kan ik u niet beschrijven. Het bevat alles wat voor onze toekomst en onze herinnering van het grootste gewicht is. Rechts erin bevindt zich de put waaruit wij hier in de Efteling tevoorschijn zijn gekomen. Het is onze oerput, onze navelstreng, met een onherroepelijk verleden. Bij deze put kunt u uw oor te luisteren leggen. Diep onder de grond hoort u dan hoe nog steeds Laven zich een weg hiernaartoe banen. Het gouden beeld van onze Vader Laaf staat opgesteld in het andere gedeelte. We hebben het hier nu opgesteld om u uit te nodigen om een heel klein beetje van uw menselijke warmte aan hem over te dragen. Dat kan met uw handen, straks binnen zult u wel zien hoe. Er gebeurt daar iets heel mystieks. Vanuit uw hart daalt de warme straling helemaal door naar omlaag. Beneden om zijn voeten wordt een laaiende gloed merkbaar. Vader Laaf wordt er helemaal Laafs van en hij prevelt dan stamelend geluiden van dankbaarheid. Op deze manier geeft u hem een deel van de warmte terug die hem ontbrak in die dramatische nacht op de Noordpool, toen hij stierf. Later hebben wij dit beeld gemaakt, omdat wij het verdriet van Oermoeder Lot niet meer konden aanzien. Gelukkig hadden wij net ontdekt dat men goud kan smelten en weer hard kan maken. We hadden ook ontdekt dat goud niet roestte en geweldig uitblonk onder de metalen. Toen het beeld eenmaal klaar was zagen we aan Oermoeder Lot dat een stille vrede haar verdriet had verdrongen, want ze was erg opgetogen over het resultaat. Daarom werd er besloten het beeld verder op onze toch mee te voeren en staat het hier in het Loof en Eerhuys opgesteld. Wilt u zelf ook iets van uw hartelijkheid gaan overdragen? Namens Oermoeder Lot en alle Laven, van harte dank!

(pauzemuziekje)

Heeft u er zelf ook wat aan gehad? Ik zelf geniet het grote voorrecht mijn onderricht te kunnen doen vanuit de geest van Vader Laaf. Dat voorkomt heel wat problemen, dat begrijpt u wel. In dezelfde geest en geestdrift maakt de laaf gebruik van het Lurk en Limoenhuys en daar gaan we nu naartoe.

Het Lurk en Limoenhuis is als het ware onze dorpsherberg. Vergeet vooral niet het gratis glas mee naar huis te nemen als u er iets gebruikt. Zo draagt u niet alleen een levende herinnering aan ons mee, maar tevens een kostbaar geschenk. Alaaf. Alaaf, alaaf. Op uw gezondheid!

(pauzemuziekje)

Onze volgende halte is het Lavelhuis. Als u het gebouw goed bekijkt, heeft het iets van een grote, goedgevulde, ronde buik, met een extra grote lavel. Het behoort toe aan Lorre Loet. Van al de Laven is hij nog het meest aan de natuur gehecht, en dat wil wat zeggen. Daarom is hij altijd op zoek naar afvalspullen die door mensen achteloos worden weggeworpen. Volgens hem is de aardbodem een enorme stortplaats, bezaaid met afval en versierd met autokerkhoven. Jaaa, je hoeft zijn pessimisme niet te delen, maar hij verdient wel het nodige respect voor de wijze waarop hij daar wat tegen probeert te doen. Lorre Loet is niet alleen zeg maar onze milieudeskundige, hij is werkelijk een kei in het verwerken van tweedehands materialen. Het leeuwedeel van onze machines en toestellen is door hem verzameld en als het ware gerecycled en geherwaardeerd. Uit erkentelijkheid voor wat hij heeft gepresteerd wordt hij door de Laven met vriendelijke eerbied benaderd. Als hij in de buurt komt nemen we altijd ons hoed voor hem af Lobele Reverance. Doet u dat ook even als u hem ziet? Achter het Lavelhuys ben ik zelf aan de beurt. Ik bedoel, nu komen we eindelijk bij het Leerhuys en kan ik u mijn werkterrein voorstellen.

Het Leerhuys zelf geniet de hoogbescherming van de wijze uil. Vanzelfsprekend is hij dan ook prominent aanwezig boven de ingang. Onze school is een open huis. Je kunt er helemaal doorheen kijken terwijl het toch niet zo eenvoudig is iets te zien. Dat heeft een symbolische betekenis. Kennis verwerven vergt inspanning. Nieuwsgierigheid is een deugd, zeker in dit geval. Dus druk uw neus maar tegen de ruit, dat mag hier best. Vergeet u niet even naar me te wuiven? Terwijl u dat doet hoort u ongetwijfeld hoe met de regelmaat van een klok aan de bel getrokken wordt. Ik hoor het eveneens, maar ik doe alsof het mij niet opvalt. Het is één van mijn leerlingen die dat doet. Ja ha, kinderen nietwaar, ze zijn overal hetzelfde. Hoe dan ook, het is mijn verantwoordelijkheid erover te waken dat er gestudeerd wordt en plicht gaat voor alles. Ik zie er immers niet uit als iemand die het zomaar over zich heen zou laten komen? Juist. Maar mijn beminnelijke strengheid wordt gedragen door de geest van Vader Laaf en vanuit zijn geest probeer ik vrije en wijze Laven te vormen. In Laventaal heet het: ik looi de leer, en dat is een ernstige zaak. Punt. Uit.

(pauzemuziekje)

Het volgende huis dat wij bezoeken is wel een oord van vermaak. Begrijp uw mij goed, ik heb daar geen problemen mee, alleen het is een alom bekend verschijnsel dat dergelijke instellingen meer tot de verbeelding spreken. Ik neem aan dat u mijn positie in deze begrijpt, maar het is ongetwijfeld na de school een afwisseling van formaat. Het Glijhuys, want daarover heb ik het, geniet een niet aflatende belangstelling van jong en oud. Terecht overigens, want het is een ingenieus gebouw. Het hoort thuis in een speeltuin, maar dankzij inbreng van bouwkundig meesterschap is het uitgegroeid tot een volmaakte parel. U moet er nu beslist even in gaan, en als u er dan toch bent kunt u er net zo goed uit glijden. Ik wil u onder de voorwaarde van strikte geheimhouding verklappen dat ik het in mijn vrije tijd toch ook weleens aandurf. Hm, als er niemand in de buurt is welteverstaan. Na het Glijhuys lopen we naar het Lariekoekhuys.

(pauzemuziekje)

Even zalig als het Glijhuys is het Lariekoekhuis, zij het om heen heel andere reden, alhoewel, als u ernaar kijkt; is het geen schattig resultaat? Het lijkt wel wegelopen uit een of ander sprookje. Het is de vleesgeworden droom van een romantisch artiest en de buitenkant is de weerspiegeling van wat er binnen te vinden is. Daar bakken de gebroeders Luym de lekkerste koeken en taarten van de hele wereld. Lariekoek, Lifferlafjes en Lefferbekjes, wat smaken ze lekker. Ja, ik moet u bekennen dat dat één van onze zwakke punten is. Wij voelen ons in de zevende hemel als we ons zo af en toe aan deze zalige ondeugd kunnen overgeven. De verleiding is des te groter omdat wij weten dat al dat lekkers gemaakt is van de fijnste meelsoorten. Bovendien is de aanmaak van dit snoep zo veilig dat ze absoluut geen gevaar oplevert voor enig tandbederf. Het, ruiterlijk toegegeven, overdadig tegoed doen aan dit snoep gaf bij ons Laven aanleiding tot boeren, weet u wel. Daaruit ontstond dan weer het volgende lavengezegde: 'Iedere Laaf die boert, oogst lof. Boert hij goed, dan oogst hij ook bijval.' Waarom ik dit eigenlijk allemaal vertel weet ik niet. Maar gaat u alstublieft vlug binnenkijken, want ik krijg afschuwelijke trek. Tot zo.

(pauzemuziekje)

Nu gauw hier weg, want zegt u nu zelf, was het niet om te watertanden? Gelukkig komt nu het Lachhuys aan de buurt om onze zinnen wat te verzetten. Het is als een navelstreng voor ons Laven. Lachen is het ideale middel om alle ellende te vergeten. Is er immers iets bekoorlijkers dan een lachend kind? Lachend klinkt zelfs de waarheid aantrekkelijk. Daarom hebben we dit huis hier speciaal voor u als een signaalzender opgetrokken. Zeg nu zelf heel eerlijk, is er in heel de wereld een geschiktere plaats om een foto te maken dan hier vanuit het raam van een lachend gebouw? Het staat hier natuurlijk ook om een goed tegenwicht te geven van het Leedhuys ertegenover. Daar hoeven we niet naar binnen te gaat; het is echter wel goed dat u het weet, zodat u er vlug kunt zijn als dat nodig is. Onthoudt u dat nou goed, het Leedhuys is er namelijk ook voor u. En wat er ook zij, als u er per ongeluk naartoe moet komt u er ongetwijfeld weer met een lach uit. Mijn lavenwoord erop.

(pauzemuziekje)

Het kegelvormige gebouw, met de bloempotten erom, achter het Leedhuys, is het einde van onze gezamenlijke reis. Waarom het er zo uit ziet moet u zelf achterhalen, terwijl u binnen het verhaal van onze geschiedenis nog eens met fraaie en ontroerende afbeeldingen wordt verteld. Dit verhaal hoort u trouwens ook nog eens op de achterzijde van deze casette, opdat u daar thuis nog eens rustig van kunt genieten. In het Loerhuys, want zo heet het, ga ik zelf niet mee. U zult wel begrijpen dat ik niet met een betraand gelaat van u afscheid wens te nemen. Het zou een totaal verkeerde indruk kunnen nalaten na een voor mij heel fijne wandeltocht. Daarom groet ik u nu. Luistert met uw oren en hoor met uw hart. Tot een volgende keer. En vergeet het niet: als u de liervogel ziet, dan luiden de klokken. Daaaaaag!

(speeldoosmuziek)