Laafs Loerhuys
Groenloerhuys.jpg
Functie Geschiedenis vertellen
Laven alleen op de dia's
Loerhuysmap.png
Locatie in het Lavenlaar
Laafhuysjes

Het Laafs Loerhuys staat middenin het Lavenlaar en is de plek waar de geschiedenis van het Volk van Laaf verteld wordt in woord en beeld.

Op een plattegrond van Laaf Products staat het volgende:

Omdat de Laven zo'n bijzonder volk zijn, moet hun lavensverhaal niet vergeten worden. Daar zorgen ze zelf voor in het Loerhuys. Je kunt hier in de diepe Verhalenput loeren en alles horen over de bizarre geschiedenis van het volkje.

Het Gebouw

Het Loerhuys valt op in het Lavenlaar. Met zijn conische, symmetrische vorm is het veel minder luimig van architectuur dan de andere gebouwtjes, alhoewel de Laafse punt op het dak natuurlijk niet ontbreekt. De basis van het gebouw is uitgevoerd in natuursteen, dat het een heel aards en robuust uiterlijk geeft. Er zijn drie open ingangen op gelijke afstand van elkaar, en om het gebouw heen staan vijftien zuiltjes, ook van gemetselde natuursteen, met bovenop elk een kleine conifeer. Deze coniferen zijn tegenwoordig in een spiraalvorm geknipt, compleet met ook weer een Laafse knot.

Eenmaal binnen is de conische vorm ook hier goed te zien; hoog boven de bezoekers rijst de houten dakconstructie op. Er is nauwelijks inrichting. In het midden is een ronde put geslagen, waar het verhaal wordt verteld. Boven de put hangen drie "koperen" hoorns waar licht uit straalt. Op de muur zijn rode grotschildering-achtige tekeningen te zien. De Laven hebben volgens het verhaal hiermee hun vondsten ondergronds gedocumenteerd.

Het Verhaal

Het is duidelijk dat Ton van de Ven goed naar het Sprookjesbos heeft gekeken bij het ontwerpen van het Lavenlaar. Het verhaal wordt verteld door Wieteke van Dort, terwijl je in de put naar beneden loert waar onderin bijbehorende dia's geprojecteerd worden, getekend door Van de Ven. Dit is natuurlijk precies dezelfde opzet als de Put van Vrouw Holle, tot en met de specifieke vertelstem aan toe.

Het verhaal duurt zo'n zes minuten en gaat in op de reis die het volk noodgedwongen maakte, de ontberingen en verrassingen, het verlies van Stamvader Laaf en de aankomst in de Efteling.

Het verhaal van het Volk van Laaf

Heel lang geleden, miljoenen jaren geleden, leefde er een vrolijk volkje pal op de Noordpool. Want, waar het nu steenkoud is, daar was het toen heerlijk warm. Dat volk bestond uit Stamvader Laaf, oermoeder Lot en hun kinderen, de Laven. Ze noemden zich het Volk van Laaf.

Op een kwade dag, een hele kwade dag, werden zij overvallen door een groot onheil. Want plotseling werd het vreselijk koud en dat is nu precies waar Laven niet tegen kunnen. De ijsregen kletterde dag en nacht uit de hemel. Alles ging dood! Dat gevaar bedreigde natuurlijk ook de Laven want zonder warmte kunnen de Laven niet leven. Dan gaan ze onherroepelijk dood. Dan leggen ze het grote lood. Natuurlijk leggen Laven ook wel eens gewoon het loodje. Maar dan worden ze, net als bij hun geboorte, door moeder Lot weer van lotje getikt op de plaats waar hun buikjes een laveltje hebben. En, ze leven dan weer lustig verder.

Maar toen de koude steeds ijziger werd moest er iets gebeuren. Vader Laaf dacht diep na. Zo diep dat je hem bijna kon horen denken. "Ik heb het!" riep hij plotseling. "Laven we gaan op reis, we gaan diep in de schoot van moeder aarde, want daar is het warm." De Laven begonnen te graven en te graven. Ze groeven dag en nacht alsof hun leven er vanaf hing. Dat was natuurlijk ook zo. "Dit is onze enige kans. In het binnenste der aarde kunnen we overleven." Het gat werd hoe langer hoe dieper. Diep donker legde de Poolnacht zich over het Lavenland. En de Laven verdwenen in het grote gat. Ze zouden hun lieve landje nooit meer terugzien. Maar ze waren gered! Voordat ze het grote gat sloten werd voor de zekerheid geteld of iedereen wel binnen was.

Nee! Vader Laaf was niet in het gat. Een paar heel dappere Laven kropen naar boven om over de rand van het grote gat te kijken. Oh! En daar stond Vader Laaf, stijf bevroren. Hij had buiten het gat gezocht naar moeder Lot omdat hij niet wist dat zij al veilig beneden was. Stamvader Laaf had het grote lood gelegd. Het lood waaruit hij nooit meer wakker zou worden.

Zo blij als de Laven waren om hun redding, zo verdrietig waren ze om het droeve lot van Vader Laaf. Voor het eerst in hun lange leven, huilden de Laven. Het was de dag van het grote leed. Het leed van oermoeder Lot was zo groot dat de Laven een plan maakten om haar te troosten. Ze maakten van goud een prachtig beeld van vader Laaf. Het beeld van vader Laaf gaf moeder Lot weer moed en haar volk nieuwe kracht. Ze konden weer vooruit en begonnen aan hun lange reis door het binnenste der aarde. Op zoek naar een nieuw land.

Op hun duizenden jaren durende zoektocht kwamen ze van alles tegen. Resten van vroeger leven, grote beesten, dieren zo groot dat de nieuwsgierige Laven ladders nodig hadden om ze bloot te hakken. Ze maakten er mooie tekeningen van om voor later vast te leggen hoe het vroeger was. De Laven staken de grote oliezee over, een kleverige boel die vies rook. En waar je heel voorzichtig moest zijn met vuur.

En overal waar ze kwamen groeven ze een tunnel naar boven, naar de oppervlakte van de aarde, om te kijken of het land er fijn genoeg was om voorgoed te gaan wonen. Zo ontstonden overal de vulkanen, waar vaak nog steeds 'lava' uit komt. Maar hoe ver ze ook reisden en hoe vaak ze ook boven gingen kijken: wat ze zochten vonden ze niet.

Totdat er op een dag iets heel vreemds gebeurde. Hoog boven hun hoofden klonk luimige muziek en ineens hoorden ze luid de uitroep "Alaaf! Alaaf!" Nu moet je weten dat 'alaaf' de verzamelkreet is van de Laven. Ze konden niet meer wachten en groeven in grote haast een tunnel naar boven. En wat ze zagen overtrof werkelijk hun stoutste verwachtingen. Kleurrijk uitgedoste mensen die zongen en dansten alsof hun leven louter lol was. Dit was hun nieuwe thuisland.

De Laven keken hoe de mensen bouwden en deden dat op hun manier na. Zo bouwt het Volk van Laaf hier in de Efteling haar eigen dorp. En ze noemden het Het Lavenlaar. Kijk maar eens goed hoe ze hier leven. Ze lijken wel wat op ons, en wie weet... zij hebben wat van ons geleerd, misschien kunnen wij nog wat van hun leren?