Het orkest, de dirigent en de twee stiefzussen

Het Sprookjesbal is een entertainmentact op het Herautenplein tijdens het Negen Pleinen Festijn van 2014 en 2015. Een driekoppig kamerorkestje onder leiding van een dirigent annex presentator voert een aantal Eftelingse en niet zo Eftelingse muziekstukken uit in de context van het sprookje van Assepoester.

Opstelling

Het optreden heeft plaats op een speciaal daarvoor gebouwd podium voor het huisje van Vrouw Holle, gemodelleerd naar het afdakje bij de voordeur van De Wolf en de Zeven Geitjes, met rieten dak, Piecksblauwe houten pilaren en een eekhoorntje op het dak.

Bij aanvang staat een klein strijkorkestje van twee violistes in baljurk en hoog opgestoken haar en een slagwerker met bakkebaarden op het podium. Het Efteling Sprookjesorkest wordt aangekondigd, onder leiding van 'De Dirigent'. Deze dirigent, passend gekleed in jacquet, neemt plaats op een rond opstapje iets voor het orkest en is ook de presentator van het geheel.

De musici spelen live, maar worden ondersteund door opgenomen achtergrondmuziek. De slagwerker heeft een uitgebreide collectie aan instrumenten, van pauken en xylofoon tot triangel, die hij afwisselend bespeelt.

Repertoire

De dirigent vertelt het verhaal van het sprookje Assepoester. Dit wordt ondertussen uitgebeeld door diverse acteurs: Assepoester en haar prins, twee lakeien en de twee stiefzussen. Ook lopen er nog enkele andere sprookjesfiguren, zoals Roodkapje en Karen rond. Het verhaal komt ter hoogte van het bal dat de prins heeft georganiseerd.

Het Sprookjesbal

Het orkest opent met 'An der schönen, blauen Donau' van Strauß als balmuziek, waarop iedereen probeert met de prins te dansen, die zelf liefst met Assepoester danst. De klok slaat twaalven. Het orkest speelt de Assepoestertokkelmuziek uit de uitbeelding in het Sprookjesbos. Assepoester vlucht, natuurlijk verliest ze haar muiltje, maar de prins vindt haar terug en ze trouwen. Het orkest speelt de overbekende huwelijksmars uit 'Midzomernachtsdroom' van Mendelssohn.

Na deze uitbeelding van het sprookje van Assepoester speelt het orkest nog een aantal muziekstukken. De relatie met het Assepoesterverhaal is wat vaag.

Klompendans

Het orkest speelt de Klompendans zoals die bekend is van De Rode Schoentjes, waarop de stiefzussen dansen.

Danse Macabre

Camille Saint-Saëns' Danse Macabre uit het Spookslot wordt ingezet, waarbij de eerste en tweede viool natuurlijk bijzonder goed van pas komen. De stiefzusjes dansen als geesten.

De Vliegende Hollander

Voor de sequentie over De Vliegende Hollander is de themamuziek van de attractie voorzien van tekst. Voor men begint ontrolt de slagwerker (te vroeg, volgens de dirigent) een banier met de tekst voor het publiek om mee te zingen. Er staat slechts "la la la, la la" op geschreven.

Het orkest speelt het thema van de Vliegende Hollander en de dirigent zingt tweemaal het lied. Het eerste couplet is de tekst die ook op een perkament in de wachtrij van de attractie te vinden is.

Kapitein van der Decken
Met Pasen voer uit
In striemende stormwind
Verliet hij zijn bruid
Zijn schip verkoos brandend
De woelige baren
Verdoemd een fantoom te zijn,
Eeuwig te varen

Catharina
Lieve vrouw, morgen vaar ik uit
Catharina
Zware storm, niets weerhoudt mijn reis
Catharina
Vaar ik naar den Oost, mijn wil is wet
Catharina
Den Hollander zet koers, kom, ik moet gaan

Hierna gaat de muziek door en mag het publiek meezingen met de "la la la, la la"-tekst.

Paddenstoelenmuziek

De dirigent toont een windlicht annex speeldoosje met daarin een kleine paddenstoel die de bekende paddenstoelenmuziek voortbrengt. Het orkest speelt daarna zelf ook het wijsje van het Menuet in G majeur.

Radetzkymars

Hierna volgt een niet zo Eftelings muziekstuk: de Radetzkymars van Strauß. Die gaat afwisselend over in de themamuziek van Carnaval Festival en weer terug naar de mars. De lakeien en sprookjesfiguren entameren het publiek om te participeren in een poloinaise.

Toegift

Als toegift wordt nog de wals nummer twee van Sjostakovitsj gespeeld, een nummer voornamelijk bekend van André Rieu, waarop de aanwezige figuren en het publiek de wals kunnen dansen. Hiermee is het optreden ten einde.