Joop Geesink
Joop Geesink Festival.jpg
Joop Geesink tussen de Carnaval Festival-figuren.
Volledige naam Johan Louis Geesink
Alias Joop
Geboren Den Haag, 28 april 1913
Overleden Amsterdam, 13 mei 1984
Beroep(en) (decor)ontwerper en cineast
Nationaliteit Nederlands
Bekend als geestelijk vader van Loeki en ontwerper van Carnaval Festival
Personen

Joop (Johan Louis) Geesink (Den Haag, 28 april 1913 - Amsterdam, 13 mei 1984) was een Nederlandse filmproducent die voornamelijk dankzij zijn vele poppenfilms en -commercials bekendheid kreeg. Zijn bekendste creatie is Loeki de Leeuw die ruim 30 jaar de reclameblokken op televisie van de STER opvrolijkte. Hij is tevens de ontwerper van Carnaval Festival, geestelijk vader van Jokie en oprichter van Geesink Studio.

Leven en werk

Geesink en Toonder

Geesink wordt geboren op 23 april 1913 te ‘s-Gravenhage. Hij blijkt al snel aanleg te hebben voor vorm, kleur en tekenen. Geesink bouwt samen met zijn broer een zaak op die zich specialiseert in het ontwerp en de uitvoering van gevelborden en bioscoopaffiches. In 1935 krijgt het tweetal de opdracht borden te maken voor een prominente show van Lou Bandy, een bekende entertainer uit die dagen. Enige tijd later krijgt het inmiddels succesvolle bedrijfje van de broers zelfs de opdracht om de volledige decors van een aantal nieuwe revues te bouwen.

Tijdens de oorlogsjaren gaat Geesink experimenteren met poppen en film. Het zal de basis vormen van zijn latere passies. In een kelder aan een Amsterdamse gracht word een eerste filmpje gemaakt, waarbij emmers dienst doen als schijnwerpers. In 1942 richt hij de Joop Geesink Teekenfilm Productie op en neemt onder andere tekenaar Henk Kabos in dienst. Later dat jaar wordt Marten Toonder de compagnon van Geesink en verandert de studio in Geesink-Toonder Teekenfilm-Productie. De productiemaatschappij maakt een film voor de Nederlandsche Spoorwegen en krijgt een opdracht voor de productie van een aantal poppenfilms voor Philips in Eindhoven. De vruchtbare samenwerking van de creatieve genieën Toonder en Geesink duurt echter nog geen twee jaar. Uiteindelijk besluiten beide compagnons zich te gaan concentreren op hun eigen specifieke specialisme. Geesink richt dan Joop Geesink Filmproductie op. Joop Geesinks broer, Wim Geesink, neemt de zakelijke leiding op zich en zal dat altijd blijven doen.[1]

Filmproducties

Joop Geesink in 1949.

In de naoorlogse jaren heeft de studio het moeilijk met het vinden van opdrachten. Toch haalt Geesink verschillende klanten binnen zoals Honig en Van Nelle. Voor de film die hij voor Van Nelle maakt, "De Grote Vier", ontvangt hij in Brussel een ereprijs, het Laureaat van den Arbeid.[1] Dat wordt het begin van een wereldreputatie. Onder invloed van de in die periode sterk opkomende televisie groeit ook de productie van (poppen-)animatiefilms en moet de studio al gauw uitgebreid worden. In 1947 verhuist het bedrijf naar de Duivendrechtse kade en heet nu officieel Joop Geesink’s Dollywood N.V. (de naam is waarschijnlijk een contractie van “Doll” en “Hollywood”) en de opdrachten volgen elkaar vervolgens in een sneltreinvaart op.

In 1955 komt er een tweede maatschappij bij, “Starfilm”, die in tegenstelling tot Dollywood ‘live-action’-films produceert en zich toelegt op documentaire, reclame en instructiefilms. Een Duits filiaal volgt. Ondanks al deze successen zijn er ook grote tegenvallers. De speelfilm “Het wonderlijke leven van Willem Parel”, met Wim Sonneveld, wordt een flop. Door een verkeerde calculatie en door voortdurende onenigheid bij de wetenschappelijke adviseurs wordt ook een aanzienlijk verlies geleden met de film “Het Ontstaan der Aarde”, een verder wel bijzonder eervolle opdracht van het blad “Life”.

Reclamespot voor Postbus 51 uit 1968. Deze pop toont meerdere gelijkenissen met de figuren uit Carnaval Festival.

Langzamerhand ontstaat er in de Dollywood-producties een eigen ‘Geesinkstijl’: de koppen en lijven worden wat minder gestileerd en wat ‘boertiger’. Nieuwe technieken worden ontwikkeld, zoals het werken met plastics (zeer vooruitstrevend in die tijd) en met moderne scharnierconstructies. Men experimenteert met papieren koppen van dun karton. Hoewel in de ontelbare reclamespots de bekende, makkelijk aansprekende figuurtjes overheersen, kan niet gezegd worden dat het artistieke element geheel verwaarloosd werd. De Dollywood-films stijgen vaak, zeker ook door de vrijheid die veel opdrachtgevers hem laten, boven de basale reclameboodschap uit. Een reeks van internationale prijzen is dan ook het gevolg, waarvan de prijs op het Festival van Venetië in 1951 voor “Kermesse Fantastique” wel de belangrijkste is.

Het grootste deel wordt echter geproduceerd voor de buitenlandse markt. In de Verenigde Staten spreekt men inmiddels van ‘the Geesink technique’ die verwijst naar de zeer goed uitgevoerde art direction en professionele animatietechniek. Toch is het Geesink nooit gelukt om in Nederland een belangrijke producent van televisiereclame te worden. Wanneer de reclame op televisie in 1967 geïntroduceerd wordt heeft Geesink weliswaar 12 van de 38 spots geproduceerd, maar uiteindelijk lukt het hem niet om te concurreren met de kleinere productiebedrijfjes die veel minder hoge vaste lasten hebben.[1] Eind jaren zestig komt Geesink bovendien in grote financiële problemen door de mislukking van het Holland Promenade-project dat een soort educatief pretpark moest worden over Nederland. Het is de grote droom voor Geesink dit van de grond te krijgen, maar uiteindelijk moet hij door het mislukken hiervan afstand doen van zijn bedrijf.

De Geesink Studio, met de nieuwe naam Joop Geesink Filmproduktie, wordt in 1972 onderdeel van de Toonder Studio’s die waren gevestigd in Nederhorst den Berg. Onder leiding van Joop Geesink, die op dat moment richting de 60 gaat, worden nog enkele projecten gestart. Het belangrijkste, en meteen meest succesvolle in zijn leven, dat hieruit voortkomt is het figuurtje Loeki de Leeuw dat tijdens de reclameblokken op televisie uitgezonden wordt. Het laatste project dat Joop Geesink start was Carnaval Festival in de Efteling. Vlak voor zijn dood werd de attractie geopend. Loeki de Leeuw verscheen nog tot 2004 op televisie.

Loeki de Leeuw

Zie voor meer informatie Loeki de Leeuw

Enkele Loeki-filmpjes.

Naast film houden Geesink en co. zich ook regelmatig bezig met strips. Er komen heel wat reeksen uit, waaronder “Fokkie Flink”, “Flip en Flap” en “Piet Spriet en Ko de Koe”. Maar hoe memorabel sommige hiervan ook zijn, ze vallen qua bekendheid volledig in het niet naast hét Geesink-poppenkarakter dat onsterfelijk wist te worden: Loeki de Leeuw. Loeki werd in 1971 geboren op de tekentafel van Geesink. Geesink vond dat de saaie “watergolfjes” waarmee destijds de TV-reclames gescheiden werden, beter door iets aardigers vervangen konden worden.

Voor het centrale figuurtje stond de Nederlandse leeuw model. De naam Loeki is afkomstig van het Engelse woord ‘look’, dat uiteraard een verwijzing naar het tv-kijken is. De toenmalig directeur van de STER, Chris Smeekes, zag wel wat in het concept van Geesink en zo werd er besloten om vanaf januari 1972 de Loeki-filmpjes tussen de reclamespots te vertonen. Het succes van Loeki was massaal: de vriendelijke leeuw werd een razend populair figuur, en zijn bekende uitspraak “Asjemenou!” een waar cultuurgoed. In 2004 kwam aan de Loeki-filmpjes een einde.

Recreatieve plannen

Holland Promenade en Dollywood

Met "Rick de Kikker" voor zijn nieuwe studio's, 1966

Al in juni 1963 kwam Geesink met zijn eerste plannen voor een toeristische attractie, de “Holland Promenade”, wat een geduchte concurrent moest worden van de grote vijf uit die tijd (Madurodam, de Pier te Scheveningen, de Euromast, Schiphol en natuurlijk de Efteling). Het zou een stedelijk vermaakcentrum worden aan de oever van de Amstel in Amsterdam, een beetje zoals Tivoli in Kopenhagen. Gastheer zou de door Geesink bedachte Rick de Kikker moeten worden. Ook al legde Geesink de esthetische lat naar zijn mening erg hoog, Amsterdam had het niet zo op de plannen voor een “kitschpark” binnen haar grenzen en het hele project kwam dan ook nooit van de grond.

In de jaren zeventig kwam Geesink met nieuwe toeristische ideeën. Het was in deze tijd dat het in Nederland gonsde van de nieuwe recreatieve plannen: er kwamen overal in het land nieuwe parken bij en veel bestaande parken expandeerden, in een poging de concurrentie met de Efteling aan te gaan. Geesink deed een poging tot samenwerken met Philips, en maakte zich hierbij sterk voor een park met de naam “Dollywood” (inderdaad dezelfde naam als zijn poppenstudio). In Dollywood zouden, volgens de kranten althans, attracties komen te staan die veel te ver gezocht en hoog gegrepen waren. Hiervan kwam dan ook, wederom, niets terecht.

De Efteling

Zie voor meer informatie Carnaval Festival

Joop Geesink met zichzelf als Carnaval Festival-pop

Nadat Geesink op de achtergrond al wat conceptueel werk had gedaan voor de Efteling (niets hiervan werd uitgevoerd), werd hij aangesteld om te werken aan een geheel door zijn team ontworpen attractie, die ergens in de jaren tachtig zou moeten worden geopend. Geesink zag het als dé kans om zijn droom eindelijk te kunnen uitvoeren.

In 1983 was Geesink al de nodige jaren bezig aan de ontwikkeling van zijn attractie, wat een poppenshow zou worden geinspireerd op de Disney-attractie It's a Small World. Tijdens een bestuursvergadering in de Efteling in september 1983 was Joop Geesink zelf te gast om deze attractie uit de doeken te doen. Voor het jaar 1984 was namelijk op de eerste plaats een ‘1001-nachtshow’ gepland van de ontwerpafdeling van het park zelf, maar aangezien deze eind 1983 nog volop in de ontwikkelingsfase zat zonder zicht op een concrete openingsdatum in de nabije toekomst, moest er een andere attractie ingekocht worden voor dat seizoen.

In het boekje Op weg naar Ooit omschrijft Marc Taminiau de bestuursvergadering:

Joop Geesink zorgde voor een perfecte opkomst. Zoals iedere invaller in een voetbalwedstrijd zich dat wenst: de eerste bal die hij aanraakt, knal! Meteen een doelpunt! Joop Geesink ging staan en de maquette werd onthuld. Het was een prachtig, perfect afgewerkt model op schaal van een attractie. Een maquette die De Efteling nog nooit had gezien. Dat maakte grote indruk. Joop Geesink had ontdekt dat De Efteling besliste op de magnifieke tekeningen van Anton Pieck en later Ton van de Ven. Alhoewel Joop Geesink kon tekenen, haalden zijn tekenkwaliteiten het niet bij die twee. Dus had hij een andere slimme oplossing: de maquette, een magnifiek model op schaal van de nieuwe attractie!



Met een aanwijsstok vertelde hij het verhaal. Hij begon te vertellen dat je het ei van Columbus niet opnieuw hoeft te ontdekken. Intussen neuriede hij steeds het Carnaval-Festivaldeuntje dat door Toon Hermans was bedacht en later door Ruud Bos zou worden gearrangeerd. Hij had de attractie afgekeken van Disney’s It’s a Small World. Alleen de nieuwe attractie Carnaval Festival was veel vrolijker, kleurrijker en dus beter. En aangezien 99,5% van het Eftelingbezoek niet in Disney Amerika (Disney Parijs was er toen nog niet) zou gaan kijken, kon er toch geen vergelijking gemaakt worden. Hahahaha. Hij lachte smakelijk en zijn hele lichaam schudde van plezier. En de voorzitter van De Efteling lachte hard mee. Rieter kon die Amsterdamse openheid erg waarderen. Het bestuur lachte. De directeuren lachten toen ook. De Eftelingontwerpers lachten niet, maar voor Joop Geesink was het ijs gebroken.[2]
Joop Geesink tijdens de persdag, voorjaar 1984

Op het moment van die beslissende vergadering was Geesink al ernstig ziek. Op 1 februari 1984 gaf Joop Geesink een persconferentie waarin hij over zijn spoedig openende geesteskind vertelde. De inmiddels doodzieke Geesink wist voor de opening nog een testrit te maken en bij de informele opening aan het begin van het seizoen aanwezig te zijn. Zijn dochter vertelt daarover:

Hij was op de persconferentie. Daar wilde hij, hoe ziek hij ook was, naartoe. Hij verliet er het ziekenhuis voor. Hij kon moeilijk lopen en zat in een rolstoel. Dat was natuurlijk vreselijk voor zo'n man als hij. Om zich zo aan de buitenwereld te tonen. Maar hoe men daarop reageerde vond men minder belangrijk dan erbij te zijn en te zien hoe al zijn poppen daar tot leven waren gekomen.[3]

Ook daarna is hij ondanks zijn ziekte nog een keer gekomen om te ervaren hoe het publiek op zijn attractie reageerde.[4] Hij overleed op 13 mei 1984 in Amsterdam. Enige tijd na zijn overlijden, op 1 juni 1984, werd door zijn weduwe Irene Geesink-Mitchell, de attractie officieel geopend. Tevens werd hierbij de aanloop naar de draaischijf omgedoopt tot de Joop Geesink Promenade, die in 1998 moest wijken voor de komst van Vogel Rok.

De band met de Efteling en Geesink Studio werd echter niet verbroken. Zo levert Geesink Studio’s sinds 2003 een cartooneske maar populaire en zeer uitvoerige merchandiselijn rond het Sprookjesbos, waaruit later ook de Sprookjesboom is ontstaan. Van 2005 tot en met 2011 was Loeki de Leeuw in Carnaval Festival te zien en sinds 2012 is Jokie op de beeldbuis.

Externe links

Verwijzingen
  1. 1,0 1,1 1,2 'Entertainment uit de Lage Landen: de Geesink collectie', Leenke Ripmeester, Tijdschrift voor Mediageschiedenis Vol 15, Nr 1 (2012)
  2. Marc Taminiau: 'Op weg naar Ooit' (1998)
  3. 'Joop Geesinks dochter Louise is Loekies nieuwe moeder', De Telegraaf, 21-07-1984
  4. 'Zelfs op zijn ziekbed bleef Joop Geesink tekenen...', De Telegraaf 15-05-1984