Bert Outmaijer
Bertusportret.jpg
Bert Outmaijer in 2013 met zijn eerste model voor de figuren van Geesinks Carnaval Festival
Volledige naam Engelbertus Outmaijer
Geboren Amsterdam, 17 april 1922
Beroep(en) ruimtelijk en grafisch vormgever
Nationaliteit Nederlands
Bekend als werkte aan Carnaval Festival en De Wereld van de Efteling
Personen

Engelbertus (Bert) Outmaijer (Amsterdam, 17 april 1922) was ruimtelijk en grafisch vormgever. Als freelancer werkte hij onder leiding van Joop Geesink aan het Carnaval Festival en later onder directeur Marc Taminiau aan De Wereld van de Efteling.

Outmaijer kwam in de jaren veertig in Amsterdam in contact met Joop Geesink. Het zou de start zijn van een samenwerking waarbij hij tientallen jaren werkte als reclametekenaar en decorontwerper. Later werkte hij als regisseur en animatiespecialist bij Hilvaria Studio's in Hilvarenbeek en de Technische Hogeschool in Eindhoven. Toen hij per toeval begin jaren tachtig weer in contact kwam met Geesink, die op dat moment werkte aan 'een poppenshow', werd hij gevraagd voor de productie van alle figuren daarin. Samen met zijn dochters werkte hij vanuit een atelier in Amsterdam en later ook vanuit de tijdelijke werkplaats naast Carnaval Festival zelf.

Onder leiding van Taminiau werkte hij enkele jaren later nog aan een maquette voor De Wereld van de Efteling, een masterplan dat uiteindelijk slechts deels in de toen geprojecteerde vorm werd gerealiseerd. Taminiau vroeg hem bij zijn vertrek bij de Efteling (in 1987) om mee vorm te geven aan zijn nieuwe project: het Land van Ooit, waar Outmaijer tot 2002 werkzaam bleef.

Levensloop

Contact met Geesink

Outmaijer groeide op in Amsterdam. Zijn vader probeerde hem op zijn zestiende tevergeefs naar een technische school te sturen, maar Outmaijer was koppig en ging solliciteren als creatief bij een reclamebureau. Enkele jaren voor de oorlog was hij loopjongen bij reclamebureau Pees, waar hij ateliers op orde bracht en tekenaars bediende van verf. Hij keek over de schouders van de creatieven mee waardoor hij zelf de fijne kneepjes van het vak leerde. Toen de eigenaar van het bureau vlak voor de oorlog overleed stond Outmaijer weer op straat.

Outmaijer solliciteerde bij Geesink, die op dat moment al een naam had opgebouwd. Bij Geesink thuis - op dat moment was het hebben van een atelier verboden door de Duitsers - werkte ook Marten Toonder, die samen met nog wat andere tekenaars probeerden om hun eigen groepje aan het werk te houden en zo niet worden uitgezonden om te moeten werken in Duitsland. Er wordt één jaar lang geëxperimenteerd met het tekenen op transparante vellen voor animatie, en later ook met stop-motion animatie. Toonder en Geesink splitsen hun wegen en Outmaijer gaat aan de slag als poppenbouwer en decorontwerper bij Dollywood, het bedrijf dat Geesink na de oorlog opricht. Wanneer Geesink terugkomt uit Amerika, waar hij zijn showreel met een selectie uit zijn werk heeft gepresenteerd, stromen internationale opdrachten binnen.

Hilvaria Studio's

Bert (l) op de filmset

In 1964 wordt Outmaijer, op dat moment al zeer ervaren, gevraagd om te komen werken voor de Hilvaria-studio's in Hilvarenbeek. Samen met zijn vrouw en vijf kinderen verhuist hij van Amsterdam naar het Brabantse dorp Moergestel. Hij maakte een voorlichtingsfilm voor Socutera tegen alcoholmisbruik, een clip waarin hij de gevolgen van alcohol (lees: dronken mensen) laat zien. Dorpsgenoten uit Moergestel helpen hem met plezier bij de productie en nemen de fles ter hand. Zo raakt Outmaijer al snel ingeburgerd in de hechte gemeenschap van Moergestel.

Hilvaria Studio's wordt opgericht met het oog op de productie van televisiereclame, die op dat moment naar Amerikaans voorbeeld zijn opkomst lijkt te gaan maken in Nederland. Outmaijer produceert een showreel ter demonstratie van waar het bedrijf toe in staat is. Echter, de verwachte vraag naar commercials laat nog enkele jaren op zich wachten en de studio ziet zich genoodzaakt alle personeelsleden, inclusief Outmaijer en Marc Taminiau, op straat te zetten.

Outmaijer neemt de showreel mee en gaat zelf op zoek naar werk. Een reclame-specialist in Eindhoven ziet de film en belooft Outmaijer dat, zodra de reclame opkomst maakt, hij hem graag in dienst neemt als reclameregisseur. Wanneer in 1965 de STER (STichting Ether Reclame) wordt opgericht, wordt de belofte nagekomen: voor verschillende firma's regisseert Outmaijer spotjes die worden uitgezonden in de reclameblokken op de Publieke Omroep.

Technische Hogeschool Eindhoven

Na enkele jaren, begin jaren zeventig, wordt hij gevraagd door de Technische Hogeschool in Eindhoven (nu Technische Universiteit Eindhoven) om een afdeling op te zetten die informatieve en technische animatievideo's maakt. In de kelders van de school wordt een grote studio opgebouwd waar Outmaijer de vrijheid krijgt zich te specialiseren in dit soort video's. Tevens krijgt hij de kans om collega's aan te nemen die ook gespecialiseerd zijn in film. Hij blijkt goed storyboards te kunnen tekenen, maar Outmaijer ziet weinig langdurige uitdaging in de technisch-informatieve video's.

Carnaval Festival

Voorzijde van de maquette
Bovenaanzicht van de maquette

Eind jaren zeventig loopt Outmaijer bij toeval Joop Geesink weer tegen het lijf in een kroegje in Eindhoven. Outmaijer vertelt hierover:

In een kroegje in Eindhoven ontmoette ik Joop Geesink en die was in de tussentijd in Amerika geweest en had daar iets gezien met poppen. Poppen en bewegingen, in een wagentje en zo legde hij dat uit. Na een borreltje, nog een borreltje en nóg een borreltje zegt ‘ie: “Bij mij in Amsterdam heb ik iemand werken maar die kan er niks van. Zou jij het willen doen? Zou jij die poppen willen maken?” Nou, daar voelde ik wel wat voor en zo ben ik weer bij Joop Geesink terecht gekomen in zijn studio in Amsterdam. Hij maakte wat schetsjes en zo kwam het er van.

Geesink had contact met Herman ten Bruggencate waarvoor Outmaijer een imponerende maquette van de door Geesink voorgestelde attractie maakte. Terwijl Outmaijer nog maar in het stadium was waarin hij experimenteerde met eventueel geschikte materialen, bleek dat Geesink onder druk van Ten Bruggencate al een deadline voor de opening van de attractie had toegezegd.

De creatieve vrijheid was enorm. Geesink had blind vertrouwen in Outmaijer en zette hem aan het werk op basis van enkele grove schetsen. Met een ruime interpretatie van de veelal platte schetsen van Geesink en op basis van de eerste maquette ging Outmaijer aan de slag en werd een atelier aan de Amstel ingericht. Het bouwen van de 360 poppen was eigenlijk een te grote klus voor Outmaijer in zijn eentje; dus besloot hij ook zijn dochters in te zetten voor kleine decoratieve zaken.

Het uitbeelden van over-karakteriserende figuren uit andere landen stuit al tijdens de bouw op weerstand. Vooral de figuren in de Afrika-scene worden al tijdens de bouw aangepast om beschuldigingen van racisme te voorkomen. Outmaijer vertelt over het eerste racisme-gerelateerde voorval tijdens de bouwperiode:

Waar wij werkten in het gebouw hielden enkele Chinezen kantoor. Wij hadden zes Chinese poppen op de gang gezet, maar die Chinezen zelf wisten van niks. Dus die kwamen door de gang en die zagen die poppen staan. Ja, met van die voortandjes er uit. Die werden toch wel kwaad. Ik heb ze maar naar binnen gehaald waar we werkten, maar toen we verteld hadden waar het voor was vonden ze het toch wel leuk.

Enkele grote figuren en de ruwbouw van de houten decors waarin de poppen staan worden gemaakt in Utrecht. De bewegingstechniek van de figuren komt uit Duitsland. Rondom de techniek, een verticale buis en een horizontale stang, worden de figuren opgebouwd. De bedrading loopt door dit eenvoudige skelet.

De materiaalkeuze, voornamelijk tempex (piepschuim), hard karton en geschilderd goedkoop papier-maché op basis van toiletpapier als afwerking, krijgt vlak voor de opening nog een staartje. Wanneer de brandweer tijdens de bouwperiode de verplichte brandveiligheidscontrole doet komt men er achter dat de poppen licht ontvlambaar zijn. Het merendeel van de figuren is dan al geschilderd maar moet naar de gestelde eisen worden ingesmeerd met een brandwerende coating. Weken later, bij een volgende controle, is in alle haast een aantal figuren gecoat en op basis daarvan wordt de attractie toch als brandveilig gekeurd. Pas na de opening worden de overige figuren geïmpregneerd.

De kritiek over het externe ontwerp en de uitvoering van de attractie die vanuit een deel van de organisatie van de Efteling kwam bereikte ook Outmaijer:

Ik heb m'n eigen daar toen een beetje uit teruggetrokken. Anton Pieck kwam ooit kijken, vooraan in het begin; die vond het maar niks. Toen een paar poppen kwamen, toen had 'ie twee jongens bij zich: twee jongere assistenten. Ton van de Ven, dat was een héél lastig mannetje. Die kwam altijd kijken met nog iemand en dan waren we bezig maar zeiden ze niks. En zonder iets te zeggen gingen ze dan weer weg. En later hoorden we dan weer, via de technische man Lex Lemmens, dat het helemaal niet bij de Efteling paste. Maar Lex Lemmens vond het goed.

Tijdens de bouw van Carnaval Festival ontmoet Outmaijer met enige regelmaat oud Hilvaria-collega Marc Taminiau, die op dat moment marketingdirecteur bij de Efteling is. Taminiau is onder de indruk van de maquette van Carnaval Festival en vraagt hem, nadat Geesink overlijdt en Outmaijer zonder werk zit, ook een schaalmodel van de Wereld van de Efteling te maken, inclusief tennishallen, faciliteiten en vakantiewoningen.

Land van Ooit

Na het vertrek van Taminiau in 1987 wordt Outmaijer door hem benaderd om mee te werken aan de ontwikkeling van het Land van Ooit. Alhoewel Outmaijer veel werk verrichtte aan volledige showdecors en andere attractieplannen, ontbrak het de Ooit-directie aan budget, waardoor het meeste werk van Outmaijer onuitgevoerd bleef. Uiteindelijk werkte hij 15 jaar bij het Land van Ooit, in 2002 nam hij op 80-jarige leeftijd afscheid van het park.

Tegenwoordig woont Outmaijer in Drunen, op enkele kilometers van 'zijn' attractie.

Verwijzingen
  • 'Nog één keer aan de slag als poppenmaker', Weekblad Waalwijk, 07-02-2013
  • Persoonlijk gesprek met Bert Outmaijer, november 2013