Links de Quetzalcoatl boven de Piraña-ingang, rechts de inspiratiebron in Mexico
Ontwerptekening van Ton van de Ven

Quetzalcoatl is bij o.a. de Mixteken, Tolteken en Azteken de god van het water, de vruchtbaarheid, sterren, maan en wind. Het was een van de belangrijkste goden in de Azteekse mythologie. Letterlijk betekent Quetzalcoatl 'gevederde slang'. Dit stond voor het goede in de mens en Quetzalcoatl was dan ook een van de weinige belangrijke goden aan wie geen mensen werden geofferd.

In de Efteling vinden we boven de trapeziumvormige poort van de Piraña een ornament in de vorm van een opengesperde bek en een omhooggestoken staart. Het is een gestileerde Quetzalcoatl, die ook als zodanig omschreven staat op de ontwerptekening van Ton van de Ven die te vinden is in Kroniek van een Sprookje.

Ornamenten zoals deze komen we tegen als plafond-dragende pijlers (dus niet als muurdecoratie) op verschillende tempels in het door de Tolteken en Azteken beïnvloedde gebied in Mexico en overig Latijns-Amerika. In Teotihuacan is een grote tempel gewijd aan Quetzalcoatl voorzien van vergelijkbare opengesperde slangenbekken. De versie van het ornament dat Ton van de Ven model liet staan voor zijn ontwerp lijkt echter, evenals de Chac-Mool die hij als Holle Bolle Gijs (Inca Gijs) liet functioneren, afkomstig van de Tempel van de Krijgers in Chichén Itzá, Yucatan, Mexico.