Satanisch gildeteken
De val der opstandige engelen

In de eerste voorshow in Villa Volta wordt het verhaal van de Bokkenrijders verteld aan de hand van een hoorspel.

Omschrijving

Een groep van maximaal tachtig bezoekers betreedt de voorshow vanuit de wachtrij door twee tourniquets en een dubbele deur en komt terecht in wat een opslagruimte lijkt te zijn in het huis van Hugo. Op planken aan de muren, buiten bereik van de bezoeker, zijn allerhande werktuigen en andere schuurattributen opgeslagen. Aan het plafond hangen schoffels en een kar. Links hangt een uitsnede uit een schilderij van Pieter Breughel de Oude, De val der opstandige engelen. Het schilderij moet de controleruimte van de attractie verbergen. Daarnaast staat wat hekwerk met de sierlijke, oude Efteling-E erin verwerkt, een overblijfsel van Ingang West. Op de vloer liggen grijze plavuizen.

Als (nog niet) iedereen binnen is start het hoorspel met enkele snelle muziektonen gevolgd door het voor de Villascore kenmerkende tromgeroffel. De verteller Hein Boele verhaalt over Hugo van de Loonsche Duynen en zijn bende, ondersteund door fragmenten van vier plattelandslieden sprekend met een (kei)vet Brabants accent. Op de achtergrond zijn diverse geluiden te horen zoals koetsen, koeien, kippen en een smid. De rol van Jonge Peer wordt vertolkt door Hero Muller, de dorpeling is Jo De Meyere.

Verteller: In het midden van de achttiende eeuw overspoelden golven van geweld onze Brabantse Kempen en het Limburgse platteland. Horden van gewetenloos boevenpak trokken plunderend en brandstichtend door onze vredige dreven. Zij noemden zich "De Bokkenrijders", naar schimmige luchtgeesten, die volgens een middeleeuwse mythe op bokken gezeten door de donkere nachtelijke hemel zwermden en zelfs afgesloten huizen konden binnendringen.
Marie: De Bokkenrijders, addergebroed, dat is 't! Ze moeten ze uitroeien met wortel en tak, dat moeten ze!
Jonge Peer: Ja, da's zeker Marie, da's zeker!
Dorpeling: Ik heb gehoord dat ze verleden nacht de stee van Arjan de Stoere hebben platgebrand, en alles van waarde hebben meegenomen!
Vrouw: Oh ja? 't Is toch niet waar hè?
Marie: Addergebroed, dat is 't!
Vrouw: Ze zeggen dat hun ogen licht geven in het donker en dat ze zo rap zijn, dat het noodlot u treft als den donder!
Marie: Gezwets, dat zeg ik u! Achterbaks gepeupel dat met lage streken en omkoperij het gewone volk knecht. Laat ze de landheer maar eens beroven, dan komen ze van een koude kermis thuis! Die heeft landknechten zat om ze eens flink mores te leren en om zijn handwerk af te leren!
Verteller: De mythe verhaalt, dat dit duivelse leger van Bokkenrijders hun einde vond in een gruwelijke slag, hoog in de hemelen boven de Postelse Abdij. Zestig lange jaren oefende de bende een waar schrikbewind uit over de plattelandsbevolking. Hun satanische gildeteken, een bokkenpoot, vervulde een ieder met huiver en angst.

Een luide donderslag klinkt en in de hoek valt een doek neer, waarachter het satanische gildeteken te zien blijkt: dit uithangbord met erop een geitenpoot die uit donkere wolken steekt, tegen een achtergrond van een brandende stad, bungelt nog aan één oog heen en weer. Het hoorspel vervolgt:

Jonge Peer: Vervloekt zij die Bokkenrijders, de parasieten van deze streek en hun Hugo in het bijzonder!
Marie: Het is een goddeloze doerak die 'n Hugo. Met zijn lange zwarte manen is 't een duvel gelijk. Wanneer hij in de buurt is bent ge uw leven niet zeker.
Vrouw: Om nog te zwijgen over have en goed!
Marie: Zelfs de grendels voor de valdeur houden hem niet tegen!
Vrouw: Ach Heere, wie zal ons kunnen verlossen van zulke kwelgeesten?!
Jonge Peer: Een godslasterlijke bandiet, da's zeker, maar bedenk wel: "Hoogmoed komt voor den val"!
Dorpeling: Heh, dat kan wel zijn Jonge Peer, maar voorlopig trekt híj zich daar niets van aan!
Marie: Als jongeling deugde 'ie al niet. Altijd tegen het regeur in. Ge zag het toen al aankomen dat hij een deugniet zou worden.
Verteller: Hoort hier het verhaal van Hugo, Hugo van de Loonse Duinen, die zich bij dit gemene pak van rovers aansloot. Een man zonder enig mededogen, bezeten van een tomeloze hebzucht en gier naar geld. Hugo, de Bokkenrijder...

Het tromgeroffel hervat en twee spots boven de openslaande deuren naar de tweede voorshow lichten op. Zodra de ruimte daarachter leeg is, slaan deze deuren open en kan de bezoeker zijn reis door de villa vervolgen.

Wie goed oplet kan zien dat het doek weer voor het satanische gildeteken gehesen wordt, klaar voor de volgende voorstelling.

Wijzigingen

Bij de opening van de attractie lopen de gescheiden wachtrijen door in de voorshows, en er is dan ook een scheiding tussen de twee sets openslaande deuren aangebracht. Deze wordt al na enkele weken verwijderd, maar de sporen zijn heden ten dage nog zichtbaar in de vloer.

In juli 2006 wordt een uitsnede van het schilderij van Pieter Breughel opgehangen. Het komt in de plaats van een doorkijkspiegel, die vanuit de controleruimte van de attractie een blik op de voorshowruimte mogelijk maakte. Deze functie is overgenomen door videobewaking.